De eenzame uitvaart van meneer B.

Rust zacht, onbekende: schrijver Joris van Casteren neemt afscheid van de excentrieke meneer B.

Beeld Merel Corduwener

Zijn tanden poetste hij met wasbenzine, aan mensen had hij een hekel. Schrijver Joris van Casteren dook in het leven van de eigenzinnige meneer B., en bezorgde hem een waardig afscheid.

In de badkamer van een benedenwoning aan de Poederooienstraat in Amsterdam-Zuidoost is een lichaam gevonden, laat Gerald Rosenberger van Team Rampendienst, Uitvaarten en Pension (Trup) van de gemeente Amsterdam mij weten. Het lag er al een aantal maanden, er was niet veel van over.

Waarschijnlijk betreft het de 79-jarige huurder van de woning, meneer B., die een teruggetrokken leven leidde. Niemand weet het zeker: meneer B. had geen kinderen, geen partner en geen vrienden. Hij groeide op in Italië, met hulp van de ambassade is in dat land vergeefs naar familieleden gezocht.

Het lichaam is onderzocht, celmateriaal veiliggesteld. Door de verregaande staat van ontbinding kon geen vingerafdruk worden afgenomen. Aanwijzingen voor een onnatuurlijke dood zijn er niet.

Op een dinsdagochtend ben ik in de Poederooienstraat, grijze portiekwoningen aan weerszijden. De bovenbuurman van meneer B. doet open, een vriendelijke man uit Pakistan. Zijn vrouw, vlug bedekt ze het haar, schenkt een glas mierzoete ranja voor me in.

Van meneer B. hebben ze al een tijd niets meer vernomen. Hij kan niet tegen geluiden, daar houden ze rekening mee. Met jonge kinderen – ze hebben er twee, vanaf de bank staren ze mij zwijgend aan – is dat niet altijd makkelijk.

Zodra hij gerucht opvangt, gooit meneer B. vreemde briefjes in hun brievenbus, volgekrabbeld met onbegrijpelijke tekens en symbolen. Hij praat niet rechtstreeks met hen, dat doet hij met niemand hier.

Meneer B. draagt curieuze kleding, hij lijkt wel een vogelverschrikker. Zijn gezicht verdwijnt goeddeels onder de rand van een pluizige hoed, de ramen van zijn woning zijn dichtgeplakt met landbouwplastic.

De kinderen schrikken als meneer B. uit zijn hol tevoorschijn komt. Dan scheurt hij in zijn scootmobiel de tuin uit, dwars door de brandnetels, en verdwijnt over het fietspad in de richting van metrohalte Reigersbos.

Eenzame uitvaarten 

Negen eenzame uitvaarten maakte schrijver Joris van Casteren tot op heden mee. Hij is de opvolger van F. Starik (1958-2018), die in Amsterdam de Poule des Doods oprichtte, waarbij een dichter een gedicht schrijft en voorleest tijdens de stille uitvaartdienst van iemand zonder familie, vrienden of bekenden. Op deze plek doet Van Casteren voortaan verslag van zijn wederwaardigheden als coördinator. Ter introductie het relaas van de meest recente eenzame dode: de excentrieke meneer B. die officieel meneer B. niet is.

Als ik zeg dat meneer B. waarschijnlijk niet meer leeft, zijn de buren verbaasd, het is toch wel treurig voor hem. Ze weten dat er politie in de woning is geweest, niet dat er een lichaam is gevonden dat er al een hele tijd lag. Ze snappen nu waar de verschrikkelijke stank in hun badkamer vandaan kwam. Niet van een verstopte leiding, zoals ze dachten.

De vriendelijke Pakistaanse bovenbuurman heeft weleens iemand van het Leger des Heils bij meneer B. naar binnen zien gaan, een thuiszorgmevrouw. Na een poosje bellen krijg ik ’s middags een teamleider van die organisatie aan de lijn, ze heeft juist een vergadering en vraagt het meteen even na.

Zorgmijder

Meneer B. is geen onbekende, tot ongeveer een jaar geleden is er contact met hem geweest. Een notoire zorgmijder, zo zouden de vergaderaars hem omschrijven. Alleen wijkverpleegkundige Andrea mocht bij hem naar binnen, en Linda, maar die is van Arkin, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

Andrea is er nu niet, maar ik mag haar wel bellen. Als ik haar later spreek, is ze behoorlijk aangedaan: toen ze een jaar geleden een andere baan kreeg, vreesde ze al dat dit zou kunnen gebeuren. Ze weet zeker dat het zijn lichaam is, niemand anders kwam daar binnen.

Meneer B. moet een tamelijk erudiete man zijn geweest. Volgens Andrea sprak hij meerdere talen, hele dagen bracht hij door in Amsterdamse bibliotheken. Zijn woning was kaal, er lag niets op de vloer. Aanvankelijk sliep hij op een matras, tot hij op straat een oud bed vond en dat mee naar binnen sleepte.

Hij leed aan paranoïde wanen, vertelt Andrea, vermoedelijk was hij schizofreen. De buren werden soms demonen, hij dacht dat ze door de muren kwamen om hem iets aan te doen.

Meneer B. maakte tekeningen van de angstaanjagende visioenen die zich soms aan hem opdrongen. Hallucinante strips, verluchtigd met uitgeknipte plaatjes en merkwaardige, zelfverzonnen teksten. Deze intrigerende collages hing hij in zelfgemaakte lijsten aan de muren, als schilden tegen ongewenste indringers.

Volgens Andrea vormde hij geen gevaar voor zichzelf, zolang hij met rust werd gelaten, kon meneer B. het leven prima aan. Aan roken, drank of drugs deed hij niet, op zijn manier zorgde hij goed voor zichzelf. Hij kookte, al was het meestal groente uit blik, en at het liefst brood dat al een paar dagen oud was. Zijn vreemde kleding maakte hij zelf: van oude lappen, waar hij met naald en draad kraaltjes en knopen aan bevestigde.

Kleurrijke collages

Als Andrea zijn gezwollen benen omzwachtelde, een bijzonder voorrecht want meneer B. hield absoluut niet van aanrakingen, kwam hij soms, op onsamenhangende wijze, over een vroeger leven te spreken.

Hij werd geboren op het Griekse eiland Kos, uit Italiaanse ouders. Zijn jeugd bracht hij door in Udine, met een broer zou hij er op kostschool hebben gezeten. De paters, liet hij doorschemeren, hielden hun handen niet thuis.

Andrea was onder de indruk van de collages waaraan meneer B., gezeten aan het bureautje waar hij ook zijn kleding naaide, secuur werkte met stift en kleurpotlood. Als dank voor haar goede zorgen deed hij haar enkele panelen cadeau.

Ze heeft er foto’s van gemaakt, die ik op mijn scherm kan bekijken. Op het eerste paneel wandelen twee monniken door een landschap dat onder invloed van lsd lijkt te zijn. ‘The present moment theory is useful for intervention’, zeggen ze tegen elkaar.

Het vervloeiende landschap is opgedeeld in kaders. In een van de kaders is een afbeelding van een jong meisje aangebracht, heel zorgvuldig en professioneel. Het meisje lijkt afkomstig uit de catalogus van een postorderbedrijf. ‘The girl here is a puba’, merken de monniken op.

Op de andere panelen veranderen de twee van vorm en kleur, nog meer uitgeknipte meisjes komen langs. Volgens Andrea hebben de meisjes een louter mystieke betekenis, een kinderschender was meneer B. zeker niet. ‘We been vachement fucked par le ‘unwill’ maintenant on essay to regroup’, zeggen de monniken voor ze een fonkelende tunnel betreden.

Onbegrepen

De volgende dag spreek ik Linda, die namens de geestelijke gezondheidszorg bij meneer B. over de vloer kwam. Ze hoorde hem op een keer vertellen dat hij in Italië op een berg stond toen de maagd Maria tegen hem begon te spreken.

Maria zei dat hij naar Amsterdam moest gaan, daar zou vrijheid heersen. In 1968, blijkt uit een in het Italiaans opgesteld uittreksel van het bevolkingsregister van Udine, is meneer B. deze kant uit gekomen, hij vestigde zich in de Peursumstraat, eveneens in Zuidoost.

Linda denkt dat meneer B. zich in Italië niet begrepen voelde, al is het de vraag of men hem hier wel snapte. Zijn broer zou een paar keer naar Amsterdam zijn gekomen, in de jaren tachtig verwaterde dat contact.

Meneer B. was graag alleen, hij kon niet tegen mensen. Van aanrakingen gruwde hij. Als Linda binnenkwam, kreeg ze geen hand, in plaats daarvan klopte hij met vlakke hand op zijn borst, wat zij dan ook maar bij zichzelf deed.

Omdat hij zeer zuinig leefde, stond er na verloop van jaren een bescheiden bedrag op zijn rekening. In de bibliotheken, die hij volgens Linda via achterafstraatjes bereikte om zo veel mogelijk uit het zicht te blijven, had hij van het internet vernomen. Linda zei dat hij een computer kon kopen zodat hij ook thuis zou kunnen zoeken naar informatie over onderwerpen die hem interesseerden, zoals graancirkels en getallenmystiek.

Voor NN,

Daar zat u, in uw eenpersoons kasteel,
uw bolwerk in de buitenwijk, uw donker fort
met landbouwplastic voor de ramen.

Een vrouw die in uw woning kwam,
zij heeft uw benen nog omzwachteld
en laatste woorden aangehoord
over de grote liefde in dit huis:
jasjes van patchwork, met pailletten.

Er woonde boosheid in uw straat
die op een dag door muren heen zou breken,
dat wist u zeker, en dan zat u klaar
in glinsterende jasjes, dichtgeknoopt en mooi:
uw harnas in uw eenpersoons kasteel
met landbouwplastic voor de ramen.

Geen kruimel viel er uit de muur,
geen vuist brak door een ruit naar binnen.
Uw stoffen harnas hing nog om u heen.

Jos Versteegen

Toen de computer was aangeschaft, kon meneer B. hem niet bedienen. Hij wilde absoluut niet op les, misschien kon Linda het hem uitleggen. Ze mocht het toetsenbord niet aanraken, dus gaf hij haar een stok. Linda deed haar best, maar wat er op het scherm gebeurde, kon ze van een afstand nauwelijks zien. Meneer B. had er vlug genoeg van, de computer verdween in een kast.

Vanwege de paranoïde wanen is meneer B. in de jaren tachtig gedwongen opgenomen geweest. Medicatie en behandeling brachten geen verbetering, integendeel. Te midden van anderen was meneer B. zichtbaar ongelukkig.

Linda vertelt dat er binnen de geestelijke gezondheidszorg geregeld is beraadslaagd over zijn geval. De conclusie was dan dat het ondanks alle eigenaardigheden – zo was bekend dat meneer B. zijn tanden poetste met wasbenzine – beter was om hem zijn zelfstandigheid te gunnen.

Een jaar geleden zei meneer B. dat Linda niet meer hoefde te komen. Dat recht had hij: er waren geen gevaarcriteria, zoals dat heet, ze moest berusten in de beslissing, die haar toch wat zorgen baarde.

Ze stelde de huisarts en de buurtagent op de hoogte. Ze vroeg of de afdeling Vangnet, een deskundig team van GGD Amsterdam, bij hem wilde langsgaan. Meneer B. zei tegen Vangnet dat alles in orde was, toen ze een volgende keer gingen, deed hij niet open. Linda vermoedt dat hij toen al in de badkamer lag.

Meneer B. leed aan diabetes, in april stelde de huisarts vast dat hij zijn metformine al een poos niet meer ophaalde bij de apotheek. De wijkagent zag een volgepropte brievenbus en liet de deur forceren.

Een week na mijn bezoek aan de Poederooienstraat wordt op Sint Barbara in Amsterdam een anoniem persoon begraven, ondanks sterke aanwijzingen mag het lichaam niet als meneer B. de grond in. Andrea en Linda, die zijn gekomen met een bloemstuk, hebben verteld dat hij van klassieke muziek hield.

Eerst laat ik Beau Soir van Debussy voor hem spelen. Dan, als Jos Versteegen zijn gedicht heeft voorgelezen, Po zarostlém chodníčku (‘Op een overwoekerd pad’) van Janáček. De kist wordt naar buiten gedragen op het vijfde deel van Quatuor pour la fin du temps van Olivier Messiaen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden