Essay Mijn leven met de Oranjes

Royaltywatcher Machteld Bijl: mijn fascinatie voor ons vorstenhuis is een onschuldige chronische ziekte

Koning Willem Alexander. Beeld Jan Rothuizen

Als onbezoldigd royaltywatcher zit Machteld Bijl op Koningsdag de hele dag voor de televisie commentaar te geven. Ze weet nu eenmaal álles van de Oranjes - tegen wil en dank.

De dienst van het Koninklijk Huis zocht eind februari een secretaresse voor Máxima (salaris 3100 euro per maand). Ik was er als de kippen bij. Brief opgetuigd, cv aangepast, op Linked­In gekeken of ik nog mensen in mijn netwerk had die me bij haar particulier secretaris konden aanbevelen en... níet op send gedrukt. Waarom wil ik dit eigenlijk, vroeg ik me vlak voor de druk op de knop af. Het antwoord? Om later mijn memoires te kunnen schrijven: Mijn leven met de Oranjes. Had ik om diezelfde reden een aantal jaar geleden gesolliciteerd naar het hoofdredacteurschap van Vorsten (nog best ver gekomen)? Wellicht. Feit is dat op mijn cv onder het kopje ‘en verder’ staat dat ik ­bovengemiddeld geïnteresseerd ben in Europese vorstenhuizen (iets wat menig potentieel werkgever de wenkbrauwen doet fronsen). En hoewel ik de pest heb aan mensen die een jeugdfoto gebruiken op WhatsApp maak ik voor mezelf een uitzondering: een kroondragende 4-jarige gehuld in een robe gemaakt van oude gordijnen kijkt met een tevreden glimlach in de camera.

Mijn fascinatie voor ons vorstenhuis gaat terug tot mijn jeugd: als kind bracht ik de saaie zondagmiddagen bij mijn grootmoeder door met het lezen en herlezen van vele Juliana Regina’s, fotoboeken van elk jaar dat Juliana vorstin was. Zo leerde ik de leden van de Nederlandse koninklijke familie kennen en groeide ik bij wijze van spreken op met Willem-Alexander, zijn broers, zijn talloze neven en zijn drie nichten. Met mijn moeder bezocht ik het defilé op Soestdijk (waar ik concludeerde dat je de prinsjes op televisie veel beter zag), ik nam vrij van mijn werk voor de ­begrafenis van prins Claus en wanneer op Koningsdag de deuren van de Koninklijke Bus openzwaaien en de eerste prinsen en prinsessen zich laten zien, raak ik subiet ­ge­ëmotioneerd. Bij mij in de wc hangt een reusachtig fotoportret van Beatrix en profil, gemaakt door NRC-hoffotograaf Vincent Mentzel.

Mijn koninklijke bibliotheek beslaat inmiddels vier meter en blijft niet beperkt tot onze eigen dynastie. De Wilhelmina-boeken van Fasseur, de historische reconstructie die Annejet van der Zijl schreef over het leven van prins ­Bernhard, het maandblad Vorsten, Weekend Royalty, de ­beruchte interviews van Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn in HP/De Tijd: ik vrat en vreet ze. Afgelopen zomer vermaakte ik me uitstekend met een biografie over de Engelse prinses Margaret.

Arren moede

Vanzelfsprekend gaat er geen royalty-event voorbij zonder dat ik voor de televisie zit. Daarbij voorzie ik de uitzending van aanvullend commentaar. Wanneer Astrid Kersseboom in arren moede voor de vijfde keer ‘Constantijn, jongste zoon van koningin en prins’ zegt, kan ik het niet laten de overige aanwezigen erop te wijzen dat ze het zeldzame publieke optreden van Juliana, ‘dochter van prinses Christina voorheen Marijke en haar voormalige echtgenoot Jorge Guillermo die homoseksueel zou zijn...’ over het hoofd ziet.

Mijn eigen hoofd zit vol met Oranje-faits divers: zo weet ik bijvoorbeeld dat Irene twee kleinzonen heeft die Carlos heten, de een is buitenechtelijk en de ander binnenechtelijk geboren. Die eerste haalde vorig jaar het nieuws nadat hij succesvol bij de rechter had afgedwongen zich voortaan prins te mogen noemen en de adellijke titels van zijn vader (nog een Carlos) te mogen dragen. Enfin. Ik kan me geen leven zonder deze mensen voorstellen.

Dat leven speelde zich soms ineens heel dichtbij huis af. Mijn grootmoeder zaliger werd in haar woonplaats Hilversum regelmatig aangezien voor koningin Juliana. ‘Dag ­majesteit’, knickste boekhandelaar Rozenbeek toen ik aan haar hand een nieuw deel van Het kleine huis op de prairie kwam uitzoeken. Ik gloeide van trots. Onderweg naar diezelfde grootmoeder reden wij vanuit Amersfoort altijd langs Paleis Soestdijk, ik met de neus tegen het raam geplakt om te kijken of de vlag uithing, want als dat zo was waren ‘ze’ thuis. Groot was ook de opwinding toen mijn broer, aanvoerder van een zich Buurtleger noemende Amersfoortse groep baldadige jongens, de 10-jarige ­Willem-Alexander signaleerde op het speelveldje in de buurt. Gehuld in groene rubberlaarzen speelde het prinsje er met een vriendje. Toen deze speelkameraad dik twintig jaar later trouwde met een studiegenote van mij, was ­Willem-Alexander ceremoniemeester, wat resulteerde in een spetterend feest. Iedereen deed natuurlijk of het de ­gewoonste zaak van de wereld was dat de kroonprins op de dansvloer stond. Samen met een vriendin besloot ik hem te vragen waar de sigarettenautomaat was. Een geaffecteerd ‘Zeg, het is hier geen uitspanning’ viel ons ten deel.

Onbruikbare foto's

Overigens kwamen er in mijn studententijd meer prinsen op mijn pad. Of nou ja, langszij. Vrienden waren Ritzen-koeriers (een idee van de nog immer zeer ondernemende prins Bernhard junior): ze reisden door heel Nederland met hun ov-studentenkaart en bezorgden pakjes. Als corpslid kwam ik op studentenfeesten waar maar liefst drie vriendinnen zoenden met Johan Friso en toen ik in 1993 een studentenalmanak maakte, toog ik voor Koninginnedag naar Sneek om verslag te doen. Grote opwinding maakte zich van mij meester toen koningin Beatrix met haar gevolg voorbijkwam. Haar tempo was zo hoog dat ik thuiskwam met onbruikbare foto’s waarop slechts een vage zweem van een blauwgeelwitte jurk te zien was. Maar de handdruk van prinses Margriet vergoelijkte dat ruimschoots. En eerlijk is eerlijk, het feit dat prinses Laurentien vorig jaar op een onderwijsconferentie een discussie leidde met kinderen maakte die dag voor mij als hbo-docent drie keer meer dan verplichte kost.

Koningin Máxima. Beeld Jan Rothuizen

Voor de goede orde: ik ben niet iemand die op Koningsdag in oranje gehuld aan het hossen is. Integendeel, ik bezie mijn lievelingen graag van een afstand. Als het even kan via een Duitse zender die onze eigen Reinildis van Ditzhuyzen inhuurt voor enthousiast en deskundig commentaar. Hoewel ik ons Oranjehuis een fantastisch exportproduct vind, ben ik niet per definitie voor de monarchie. Ik schaar me achter Dorine Hermans die regelmatig over de Oranjes publiceerde en de familie ‘een zeldzame diersoort in gevangenschap geboren’ noemt. En zeldzame diersoorten zijn nu eenmaal het bestuderen waard. Wat eten ze? Hoe ziet hun zomervacht eruit? Met welke dieren omringen ze zich? En wanneer ontsnappen ze uit hun gouden kooi? Máxima zette al menig modeontwerper op de kaart en dankzij haar staat het inmiddels iconische postzakjasje van Jan Taminiau op ons netvlies gebrand. Toch vind ik die koninklijke garderobe persoonlijk niet zo interessant. Wat me meer boeit, is dat prins Pieter-Christiaan in New York een marathon rent met volkszanger René Froger en dat uitblinker Wesley Sneijder een vorkje meeprikt bij Willem-Alexander thuis. Welke neven en nichten hebben een huis op landgoed De Horsten en wie skiet waarom wel of niet mee in Lech?

De leeuwen wagen zich steeds vaker buiten het reservaat. De hip bebaarde prins Constantijn reisde in januari als start-upambassadeur naar Las Vegas. Sieradenontwerper Margarita debuteerde deze maand op de Salon del Mobile in Milaan. En ook de Van Vollenhovens laten van zich horen. Bernhard junior, eigenaar van het circuit van ­Zandvoort, zoekt regelmatig de publiciteit voor zijn ­Hollandse 100 waarmee hij geld inzamelt voor wetenschappelijk onderzoek naar lymfeklierkanker. Ondertussen kwettert vader @PietervVol er op Twitter vrolijk op los.

Dolgraag ‘gewoon’

Gelukkig wordt de diersoort niet met uitsterven bedreigd – Beatrix en haar zusters hebben bij elkaar opgeteld dertig erkende kleinkinderen. Maar aan die jongste generatie is voor de amateur-royaltywachter nog niet veel plezier te beleven. Pas als Amalia haar eerste serieuze verkering krijgt, wordt het spannend. Koningin Juliana – met wie het voor mij allemaal begon – wilde zo dolgraag ‘gewoon’ zijn, het lijkt erop dat dat haar achterkleinkinderen verbluffend goed lukt. Misschien is het evolutie: de kat stamt van de tijger, de hond stamt van de wolf, de jongste oranjetelgen zijn gedomesticeerd. Er zijn prinsesjes met brilletjes en prinsjes met beugels, ze hockeyen, ze houden van jazzballet, tekenen, paardrijden, ze zitten op Instagram en gaan na de zomer naar de middelbare school. Zijn er dan helemaal geen saillante details? Graaf Claus-Casimir, ‘enige zoon van Constantijn en Laurentien’, schijnt volgens ingewijden een onmogelijk joch te zijn (maar welke jongen van 15 is dat niet?) en prinses Alexia kan zich met 13,6K volgers op ­Instagram een koninklijke mode-influencer noemen.

En dat weet ik dus allemaal. Wat moet je met zo’n hoofd vol nutteloze oranjefeiten, vragen vrienden me meewarig. Tja, waarom kent menig homo alle Cypriotische Songfestivalinzendingen van de afgelopen 38 jaar uit het hoofd? Waarom is menig man een wandelende voetbalencyclopedie? Had mijn grootmoeder geen Juliana Regina’s gespaard maar alles van Rien Poortvliet, dan stond mijn huis nu wellicht vol kabouters. Nee, dan liever dit oranjevirus. Naast ongevraagd veel meuk – op verjaardagen krijg ik ­koninklijke theelepels, legpuzzels, bekers, gedenkborden en koekblikken – is het vooral een hoogst plezierig tijd­verdrijf. Het is als die slechte soap die je toch móet zien. Een heerlijke mix van Big Brother, Goede Tijden Slechte ­Tijden en Dynasty met op hoogtijdagen een vleugje Sissi, die junge Kaiserin: een volmaakte etalage van menselijk lief, leed en tekort. Een onschuldige chronische ziekte, dat is het. En die Oranjekoorts zakt nooit. Of we nu vandaag ­Koningsdag vieren of over tien jaar Amalia’s huwelijk met een Zweedse prinses, de familiereünie wil ik nooit missen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden