Rooie pater DAVID VAN OOIJEN PRIESTER (1939-2006) Genoeg van de poppetjes?

Zelfs Joop den Uyl kwam bij David van Ooijen raad vragen in ethische kwesties als abortus en euthanasie...

David van Ooijen, op 8 november op 66-jarige leeftijd in het klooster van de paters dominicanen in Huissen overleden, was als PvdA-Kamerlid de laatste priester in het Nederlands parlement. Hij was atoompacifist, tegenstander van de NAVO, onderwijsdeskundige, strijder voor armen en misdeelden, etnische minderheden en woonwagenbewoners. Hij was Provinciaal van de dominicanen en hoogleraar aan de Dominicaanse Universiteit van Rome. Hij lag herhaaldelijk overhoop met de kerkelijke autoriteiten, noemde de vorige paus ‘wereldvijandig’ en was tegenstander van christelijke partijen, omdat partijen zich christelijk noemden, zoals het CDA, het vaak niet waren. Hij woonde enkele jaren samen met een vriendin in een leefgemeenschap in een Arnhemse achterstandsbuurt en was een enthousiast kweker van tropische vogels, rozen en komkommers. Hij was een innemend mens met een zachte stem en duidelijke principes, rookte pijp, begreep niet hoe je als christen VVD kon stemmen en zegende in 1983 het huwelijk in van de toenmalige VVD-fractieleider Ed Nijpels. Collega’s van alle partijen kwamen bij hem ‘te biecht’, hij was een verzoener. Joop den Uyl zocht zijn advies in ethische kwesties als abortus en euthanasie, omdat hij dogma en menselijkheid zo scherp kon scheiden. Maar hij was te bescheiden om een bekend Kamerlid te worden: ‘Ik ben een man die kleine visjes bakt.’

Hij was in het Westland, in het katholieke Kwintsheul, geboren, als de oudste en enige zoon in een gezin van vijf kinderen. Zijn vader, arbeider bij Calvé in Delft, had een sterk gevoel voor recht en onrecht; en was Davids grote voorbeeld. Na de ulo ging hij naar de kweekschool en werd onderwijzer in Den Haag. In de avonduren studeerde hij Grieks en Latijn en trad in 1961 in bij de dominicanen in Huissen, omdat hun ‘vroeg-christelijke leefwijze’ hem aantrok. Hij studeerde moraaltheologie en filosofie in Nijmegen en werd in 1966 priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij lid van de Partij van de Arbeid. In huis-aan-huispamfletten werd gewaarschuwd tegen de ‘rooie pater’. Hij werd in 1971 Tweede Kamerlid. De Dominicanen steunden hem, maar conservatieve katholieken als bisschop Gijsen bleven hem achtervolgen en wensten dat hij uit het priesterambt, ja, uit de kerk werd gezet.

Hij vormde in 1978 met enkele medebroeders, een echtpaar, twee homoseksuele studenten en een dominicanes, met wie hij al jaren bevriend was en tot zijn dood toe bleef, een alternatieve leefgemeenschap. Het zou een sodom en gomorra zijn en rechtschapen katholieken schreven protestbrieven naar Rome. Hij ontving talloze scheldbrieven en anonieme telefoontjes. Na vier jaar besloot hij in overleg met zijn overste in Rome de gemeenschap te verlaten. Hij ging een paar straten verder wonen, op zijn eentje: ‘De Italiaanse oplossing’, lachte hij.

Hij wilde na tien jaar ‘Haagse heksenketel’ terug naar de kerk, priesterstudenten opleiden, maar werd overal geboycot. Zelfs voor onbezoldigde functies kwam hij niet in aanmerking. In 1986 verliet hij de Tweede Kamer om snel in de Eerste terug te keren; tot 1993. Toen werd hij gekozen tot Provinciaal van de dominicanen in Nederland. In datzelfde jaar promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit op een proefschrift over woonwagenbewoners: ‘Je moet hier weg, hier komen mensen wonen’. Hij was betrokken bij het wel en wee van zijn familie, gaf graag cadeautjes en schreef in de maanden voor zijn aangekondigde dood zijn memoires, verhalen over ‘kleine’ mensen die hij hielp te overleven in de harde wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden