Het Eeuwige Leven Ronald Scholte (1924-2018)

Ronald Scholte (1924-2018): de Nederlander die de tweede atoombom zag vallen

Als krijgsgevangene overleefde Ronald Scholte de atoombom die op Nagasaki viel. Gezondheidsklachten heeft hij er niet aan overgehouden.

Ronald Scholte bij 0022TE eeuwigelevenronaldscholte Beeld RV

Met andere krijgsgevangenen was Ronald Scholte op 9 augustus 1945 in de Japanse stad Nagasaki bezig met het graven van een schuilkelder.

‘Buiten riep iemand: een parachute! ‘Ik zag een flits en werd met kracht de tunnel in geslingerd. Dat was mijn geluk. We zaten 1.800meter van de plek waar de bom viel. Mensen die buiten waren gebleven, zaten onder de brandwonden. De stad onder ons stond in lichterlaaie’, vertelde hij tien jaar geleden in de Volkskrant. Hij was een van de overlevenden van de tweede atoombom die door de Amerikanen op Japan werd gegooid om de oorlog te beëindigen

Er vielen door die ene bom 39duizend doden en 25 duizend gewonden, terwijl later nog tal van mensen overleden aan brandwonden, beschadigde luchtwegen of stralingsziekte. Toen de overlevenden het brandende restant van de stad ontvluchtten, nam Scholte een gewonde Japanner mee op zijn schouder. Later moest hij in het puin helpen zoeken naar slachtoffers.

Hij hield er geen gezondheidsklachten aan over. ‘Ook psychisch heeft het me niets gedaan; ik ben keihard. Van andere overlevenden heb ik gehoord dat er zich onder hun nazaten vreemde ziekten voordeden. Mijn twee zoons hebben ook allerlei gezondheidsklachten gekregen. Een verband met de straling waaraan ik ben blootgesteld, is niet aangetoond, maar ik sluit het niet uit.’

Scholte is uiteindelijk 94 jaar geworden. Hij overleed op 30 oktober in Breda. ‘Hij was de laatste tijd wat aan het sukkelen, maar het overlijden kwam toch nog onverwacht’, aldus zijn zoon Marcel Scholte.

Ronald Scholte werd geboren in Batavia en groeide op in Nederlands-Indië, in een gezin met drie kinderen. Zijn vader had een pandjeshuis waar mensen die slecht in hun cash zaten, spullen in onderpand konden geven in ruil voor een lening.

Op zijn 17de ging Scholte in het leger – een jaar voor de Japanse inval. In eerste instantie vluchtte hij na de overgave, maar uit angst voor represailles tegen zijn familie gaf hij zich alsnog aan, waarna hij krijgsgevangen werd gemaakt en als klinker op een scheepswerf in Nagasaki te werk werd gesteld.

Hier maakte hij de atoomaanval mee en vlak daarna de bevrijding. Via het eiland Okinawa kwam hij in 1945 terug in Nederlands-Indië waar de opstand was uitgebroken. Hij moest weer in het leger. Na de Indonesische onafhankelijkheid werkte hij enkele jaren bij Shell. In 1954 kwam hij terug in Nederland.

Hij had toen al drie kinderen met zijn echtgenote Lydia Coenraad. Hij werd onderhoudsmonteur bij de genie met als standplaats Gilze-Rijen, waar nog eens twee zoons werden geboren.

‘De entree hier was beroerd. Mijn vrouw had tuberculose. Ik moest bij het leger weer onderop beginnen. Ik ging van een dik salaris bij Shell naar 52 gulden per week. Maar het is allemaal goed gekomen. En ik heb nooit een slapeloze nacht gehad. Dat is bij veel lotgenoten die ik heb gekend wel anders geweest.’

In 1979 ging Scholte met de onderofficiersrang van sergeant-majoor met vervroegd pensioen. In 1996 overleed zijn vrouw. Een jaar later ging hij voor het eerst naar de herdenkingsbijeenkomst van de atoomaanval in Nagasaki. ‘Ik werd er als een held ontvangen. Heel anders dan toen ik in 1942 als krijgsgevangene aankwam en we met stenen werden bekogeld. Bij het monument in het Vredespark in Nagasaki heb ik een krans gelegd.’

De laatste drie jaar van zijn leven woonde hij in Raffy, een woonzorgcentrum voor Molukse en Indische ouderen in Breda.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.