Daan onderweg met de fiets van Bergen naar Alkmaar voor de toneelrepetitie met zijn vrienden.

Profiel Daan Buringa

Rolstoel of niet, Daan uit VPRO’s docu ‘Stuk’ gaat als een speer

Daan onderweg met de fiets van Bergen naar Alkmaar voor de toneelrepetitie met zijn vrienden. Beeld Simon Lenskens

Daan Buringa, u zou ’m met rolstoel en al kunnen kennen van de bekroonde VPRO-serie Stuk. De tiener blijkt een onverbeterlijke optimist te zijn. Hij speelt dit weekend in zijn eerste serieuze theaterstuk, en de toneelopleidingen kunnen alvast naar hem uitkijken. Die Daan dus. 

Daan Buringa is vooral populair onder ouderen, merkt hij. Best vreemd voor een jongen van 17. Hij weet ook niet ­precies waardoor dat komt. Misschien doordat ouderen meer tv-kijken? En tieners stappen ook niet zo snel op iemand af, daar zijn ze te ­gespeeld-nonchalant voor. Behalve brugklassers, die zijn juist heel direct, net kinderen nog. In de gang op zijn middelbare school stappen ze dan op Daan af: ‘Jij was op tv toch?’

‘Ja.’

‘O, wat leuk!’

‘Ja.’

En dan lopen ze weer weg.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Dat is zo’n beetje hoe het is om Daan uit Stuk te zijn, de vier­delige documentaireserie over een revalidatiecentrum. In juni won Stuk de Zilveren Nipkowschijf, de prijs die tv-critici jaarlijks uitreiken voor het beste tv-programma. 

Hij is die Daan die van theater houdt en naar de toneelschool wil. De Daan die met zijn zusje Zilver afwisselend bij zijn moeder in Heiloo en bij zijn vader in Bergen woont. Daan die lang golvend bruin haar heeft, een Noord-Hollands accent en soms een overslaande stem. Daan die van films houdt, zijn favoriet is A Clockwork Orange van Stanley Kubrick.

Maar hij is ook Daan die in een rolstoel zit. Omdat hij pech had, niet zo’n beetje ook, en zeker niet voor de eerste keer ­bovendien. Hij is die Daan die zich ondanks al die tegenslagen niet uit het veld laat slaan. Of wellicht dankzij al die tegenslagen, die hij verspreid over zijn jonge leven te verduren kreeg, schrikt hij niet meer van een nieuwe tegenslag. Dat kon er ook nog wel bij, denkt hij dan. Mij krijgen ze niet klein.

Die Daan dus.

Repetitie van een toneelstuk met vrienden. Hun toneelgroep heet 'Het Zwarte Gat'. Beeld Simon Lenskens

Als je een tijdlijn van die tegenslagen zou maken kom je op het volgende uit. Daan was 4 jaar oud toen zijn kleuterjuf zag dat zijn linkervoet een beetje naar binnen stond. Hij ging met zijn ouders naar een orthopeed, maar die zei dat er niks aan de hand was. Het leven ging verder, maar Daan liep raar. Er was wél wat met hem aan de hand, maar niemand wist wat.

Toen Daan 7 jaar oud was gingen zijn ouders uit elkaar. Hij bleef bij zijn moeder in Bergen, terwijl zijn vader een tijdje overal en nergens woonde. Ondertussen bleef Daan dokters bezoeken. Eerst rende hij nog, maar op een gegeven moment kon hij nauwelijks meer lopen. Hij bewoog voortdurend alsof hij dronken was en niet meer op zijn benen kon staan.

Daan was 9 jaar oud toen hij naar het VU medisch centrum ging voor een onderzoek. Zijn dna werd naar een lab in Nijmegen gestuurd en hij wachtte vijf maanden op de uitslag. Toen kwamen de resultaten binnen. En de dokter in het ziekenhuis zei: ik wist meteen al wat je had, maar ik wilde je niet laten schrikken, voor het geval dat ik ernaast zat.

Want het was niet mals. Daan heeft ataxie van Friedreich, een progressieve neurologische ziekte. Een spierziekte zegt men ook wel, maar eigenlijk is er met zijn spieren niets mis, het zijn de ­zenuwen die steeds minder goed gaan werken. Waardoor hij van die ongecontroleerde bewegingen maakt. Spasmes. De verschijnselen kunnen zich ook pas later in je leven voordoen, maar bij Daan begon het dus al vroeg.

Tijdens de repetitie van een toneelstuk van vriendengroep ZwartGat. Beeld Simon Lenskens

Een op de vijftigduizend mensen heeft ataxie van Friedreich. En die scoliose kreeg je er dus gratis bij, zoals Daan het zegt. Zijn rug werd steeds krommer, een gevolg van de ziekte, al wisten de dokters niet precies wat het verband nou was, alleen dát er een verband was.

Daan was 14 toen hij hoorde dat zijn moeder nog maar een jaar te leven had. Longkanker. Maar vanwege een zeldzame dna-afwijking groeide de tumor langzamer dan verwacht. Ze leefde dus langer. Later werden er wel uitzaaiingen in haar hoofd gevonden. Er volgde een nieuwe behandeling, bestralingen. De tumors waren daarna bijna weg, maar niet helemaal. De situatie is nu stabiel.

Toen Daan 16 was, besloten de dokters dat er iets moest gebeuren aan zijn kromme rug. Hij werd geopereerd. Een stalen pin kreeg hij in zijn rug, waardoor die voortaan kaarsrecht stond. Hij werd wakker uit de narcose, een beetje vaag nog, en zijn arts zei: trek je knie omhoog, strek je been uit. Dat ging allemaal prima.

Die avond werden zijn benen opeens bloedheet en begonnen ze te schokken. In paniek raakte hij niet. Hij dacht dat het erbij hoorde, dat het een bijwerking was. Iets tijdelijks.

De volgende ochtend deden de artsen weer dat testje en opeens kon hij die bewegingen niet meer maken. Dat was erg heftig voor hen, zag Daan. Zelf dacht hij: het komt wel goed, volgende maand loop ik weer. Waarschijnlijk was er tijdens de operatie iets misgegaan bij de ruggengraat, waardoor hij nu een dwarslaesie had. Langzamerhand kwam hij erachter: misschien komt het toch niet goed, misschien blijf ik verlamd. Omdat dat een proces van maanden was, zegt hij nu: de schok is voor mij nooit heel groot geweest.

Goed, tot zover de ellendetijdlijn.

In het revalidatiecentrum waar hij na de dwarslaesie terechtkwam, Heliomare in Wijk aan Zee, liep een mevrouw van de VPRO rond, researcher Soraya Pol. Zij deed voorwerk voor een documentaire. Monique, een van Daans begeleiders, dacht: misschien wil Daan daar wel aan meewerken, hij houdt van toneel en camera’s.

Eerst dacht Daan: dat wordt zo’n zielige documentaire, zo’n commerciële ziekenhuisserie, allemaal sensatie en leedvermaak. Maar hij ging toch met ze praten. Eerst met Soraya dus. Later met regisseur Jurjen Blick, die ook De hokjesman maakte. Toen hoorde Daan dat Jurjen ook erg van films houdt, dat hij een bepaalde scène uit Magnolia wilde nadoen; dat ene lange shot van 135 seconden, waarbij verschillende personages door de gangen van een tv-studio worden gevolgd door de ­camera, helemaal aan het begin van de film. Dus toen dacht hij: ik doe mee, die Jurjen gaat wél wat moois maken.

En dat had Daan goed aangevoeld. Stuk, zoals de documentaireserie ging heten, werd begin dit jaar lovend ontvangen, hoewel het geen grote kijkcijferhit was. Een docuroman noemde Blick zijn serie ook wel, niet zonder reden. Met verteltechnieken uit de literatuur weefde hij de verhalen van de patiënten aan elkaar. Hij deed grote ingrepen in de werkelijkheid, waardoor het een hybride film werd, een docu met een randje fictie. Terwijl Daan in zijn bed lag te lezen werden bijvoorbeeld oude familiefilmpjes op de muur geprojecteerd. 

Critici prezen de prachtige beelden, de mooi uitgediepte personages en de literaire voice-over in de verleden tijd, die bijvoorbeeld zei: ‘Daan had al vaker gemerkt dat volwassenen voorzichtig vraagtekens plaatsten bij zijn positieve instelling. Daan ontkende ook helemaal niet dat het allemaal erg vervelend was wat hem was overkomen. Er viel alleen niet aan te ontkomen dat het hem gewoonweg wel beviel, het leven.’

Als een van de zes hoofdpersonages uit de film, allemaal revaliderende patiënten bij Heliomare, groeide Daan uit tot een soort boegbeeld van onverzettelijkheid, levensdrift en optimisme. Een persoon aan wie anderen zich kunnen optrekken. Die berichtjes krijgt als: ‘Net als jij heb ik op jonge leeftijd een dwarslaesie opgelopen. Naar jou kijken en luisteren is alsof ik mezelf terugzie inmiddels 25 jaar geleden. Fuck pech!’

Of: ‘Van jou kan ik nog veel leren.’ Of: ‘Ik hoop van harte dat je je droom om acteur te worden kunt waarmaken en dat het je gegeven is om nog veel op de planken te staan. Ik kom graag een keer kijken.’ Op straat wordt hij aangesproken door de eerder genoemde ouderen die dan zeggen: ‘Je verhaal raakt me, het ontroert me.’

Daan met vrienden op vakantie in Gent. Beeld Simon Lenskens

Wat een bullshit! Dat zei Daan over dat soort reacties in de korte solo-cabaretvoorstelling die hij afgelopen jaar opvoerde in kunstencentrum Artiance in Alkmaar. En dan ging hij die mensen, die op dat moment bij hem in de zaal zaten, even afzeiken. Allemaal grapjes hoor, hij bedoelt er verder geen kwaad mee. Hij wil alleen maar even zeggen: dat verhaal dat jij op tv zag en dat jou even ontroerde, dat verhaal is wel mooi mijn leven, ik kan niet wegzappen, begrijp je?

Daan is een persoon met volgers geworden, niet op sociale media, maar in het echt. Laatst zei iemand tegen hem: ga vloggen, vertel over je leven, dan krijg je vet veel likes en views en volgers. Maar dat interesseert hem helemaal niets. Hij is acteur, geen vlogger. Best veel mensen willen inmiddels weten hoe het met hem gaat, in de praktijk van zijn vader vragen ze het dagelijks: hoe is het met Daan?

Nou ja, best goed, op zich. Daan is over naar 6 vwo, nadat hij vorig jaar was blijven zitten, door die maandenlange revalidatie. Hij was het afgelopen jaar twee keer ziek, een of andere ontsteking aan zijn longen of zijn blaas, dat wist de dokter niet zeker, aangezien de antibiotica vrijwel meteen aansloegen was het niet nodig om nader onderzoek te doen. Omdat hij plast via een katheter kunnen infecties vrij makkelijk het lichaam binnenkomen.

De dokters zeggen dat hij niet al te roekeloos met zijn lichaam moet zijn. Als hij uit bed komt en hij smijt zijn benen per ongeluk hard tegen de muur dan zou hij zomaar iets kunnen breken. En dan voelt hij dat niet eens. Hij probeert dus wat voorzichtiger te zijn, maar ook weer niet te, want een beetje roekeloosheid maakt het leven leuk.

Daan met zijn vrienden in café Hotsy Totsy in Gent. Beeld Simon Lenskens

Met zijn benen heeft hij weinig voortgang geboekt dit jaar. Dus ja, dat is een tegenvaller. Maar hij wist wat hij kon verwachten. In de eerste drie maanden na de dwarslaesie had hij de grootste kans dat het gevoel terug zou komen, dat hij weer iets kon bewegen in zijn onderlijf. Maar dat gebeurde niet. Toen wist hij: er is nog een kleine kans dat in het eerste jaar een verbetering plaatsvindt. En dat gebeurde wel een beetje. Hij kon zijn grote teen bewegen. En zijn knie buigen. Even later kon hij ook zijn been uitstrekken, alleen zijn linker.

Maar daar bleef het bij.

En nu is dat jaar allang voorbij.

Dus als hij eerlijk is dan durft hij wel hardop te zeggen: ik denk niet dat ik ooit nog kan lopen. Maar als je hem dan vraagt of hij daar heel erg mee zit, zegt Daan: ‘Neeuuh, niet echt.’ Soms is hij best even gefrustreerd of kribbig. Dat hij denkt: had ik nou maar even zelf onder de douche kunnen gaan staan. Zonder hulp. En dan vloekt hij even. In zijn hoofd dan. Hij uit zijn frustraties meestal niet zo.

Hij vindt het stiekem wel leuk om een beetje met de verplegers van de thuiszorg te dollen, die hem vaak ’s ochtends komen helpen. Als er een nieuwe verpleger is, dan heeft Daan geen zin om wéér uit te leggen hoe het allemaal werkt. Zijn stoel past bijvoorbeeld alleen op het toilet als je hem op een bepaalde hoogte instelt. Die stoel gaat er niet overheen, zegt de nieuweling dan.

Daan na cafébezoek op straat in Gent. Beeld Simon Lenskens

O? Nee? Ik zie het, zegt Daan, de acteur. Wat vreemd. Geen idee wat het probleem is.

Je zou kunnen zeggen: wie veel tegenslagen heeft gehad, weet dat er elk moment een nieuwe kan volgen. Die kijkt met argwaan naar de toekomst. Maar zo is Daan dus niet. Hoewel hij zeker weet dat de verschijnselen van zijn ziekte steeds ernstiger zullen worden, heeft hij zin in de toekomst. Ten eerste, zin in het stuk dat hij deze zondag (18 augustus) opvoert met zijn vrienden Jonas, Sieb, Kyllian en Lieke, samen vormen ze theatergroep ZwartGat, op het festival Showman’s Fair in Alkmaar, een soort variant op De Parade.

De absurdistische voorstelling gaat over prestatiedruk en er zit een knotsgekke scène in waarbij Daan een hindernisparcours moet doen, zoals in het tv-programma American Ninja Warrior. Als hij over een blok moet springen, rolt Daan zijn stoel naar de voorkant van het podium en begint een droevig pianodeuntje te spelen. ‘Ik kan het niet’, zingt hij met een gepijnigd gezicht. ‘Ik word geslagen, geslagen door het lot. Want ik kan het niet!’

Op dat moment springen zijn kompanen van een verhoging en zingt er één jolig: ‘Maar ik kan het wel!’ En dan een ander: ‘En ik kan het ook!’

Sommige mensen zien daar de humor niet van in, merkte Daan toen hij de voorstelling eerder opvoerde. Zoals zijn oma, die ontroerd was door die scène. Maar Daan vindt het juist fijn om botte grappen te maken over zijn rolstoel. Hij wil niet behandeld worden als iemand die zielig is, iemand met wie je voorzichtig om moet gaan.

Daan gaat zich dit jaar aanmelden voor meerdere toneelopleidingen. Hij weet hoe streng de selectie is en hoe groot de concurrentie, en dat die rolstoel het er niet makkelijker op maakt, maar hij denkt toch dat hij best een kans maakt. Kijk, zegt hij, als die auditiecommissie op een dag zestig mensen te zien krijgt, ­allemaal met zo’n monoloogje, dan raken ze op een gegeven ­moment verveeld. Bij een jongen in een rolstoel veren ze zeker even op.

Daan is tenminste niet doorsnee. Hij is altijd anders geweest en dat vond hij eigenlijk best wel leuk. Hij hield spreekbeurten over zijn ziekte, maakte voorstellingen over zijn beperkingen. Ja, van aandacht heeft hij altijd gehouden. En hij kan goed tegen een afwijzing. Door de dingen die hij heeft meegemaakt – dit klinkt een beetje emotioneel, maar goed – is hij mentaal gegroeid, weerbaar geworden. Hij had achteraf die hele dwarslaesie niet eens willen missen, want ze heeft hem sterker gemaakt.

Wanneer een wieltje van Daans rolstoel loskomt, gaan ze even langs bij een fietswinkel die het wieltje weer vastzet. Beeld Simon Lenskens

Wat wel jammer is, is dat hij door al die ellende niet echt een puber heeft kunnen zijn. Nooit kwam hij in opstand tegen zijn ouders. Dat kon hij ze niet aandoen, ze hadden al genoeg meegemaakt. Ja, één keertje heeft hij tegen ze gerebelleerd. Hij mocht niet naar de film en toen zei hij: ik ga toch. Hij klikte zijn fiets, die hij kan aandrijven met zijn armen, vast op zijn rolstoel, maakte een rondje door de buurt en kwam toen weer terug. De puberteit teruggebracht tot een rebels blokje om.

Met nog zo’n puberding wil het ook niet echt vlotten: de liefde. Hij denkt: als je kunt kiezen tussen een persoon in een rolstoel of een persoon zonder rolstoel, dan weet je het wel toch? Hij zou zelf ook niet snel afstappen op iemand in een rolstoel. ­Bovendien zou dat nu heel onhandig zijn, een stelletje dat allebei in een rolstoel zit. Misschien moet hij zichzelf dwingen om op een meisje af te stappen, of misschien moeten zijn vrienden hem onder druk zetten.

Wat hij sinds kort wel kan afvinken op de puberbucketlist: op vakantie gaan met vrienden, zonder ouders. Dat deed hij afgelopen juli. Met zijn maten van theatergroep ZwartGat ging hij naar een bungalowpark bij Trier en naar een huisje in Gent. Eerst voelde hij zich bezwaard dat zijn vrienden hem voortdurend moesten tillen en helpen. Straks zouden ze hem nog als patiënt gaan zien. Maar zij zeiden: dat is absoluut niet zo.

Op het strand van Oostende gingen ze zwemmen, Sieb tilde Daan het koude water in. In Gent ging een van Daans wieltjes los, dus toen gingen ze naar de fietsenmaker. Ze legden daar de stoel, met Daan er nog in, op zijn rug, en lieten de man het wieltje vastschroeven. Die avond struinden ze van kroeg naar kroeg, Jonas ging omgekeerd op de schoot van Daan zitten, zijn benen langs de rugleuning. Af en toe leegde Daan even zijn plaszak in het putje op straat.

Op een gegeven moment waren ze in een café dat nogal rolstoel­onvriendelijk was, dus toen tilden zijn vrienden Daan uit zijn stoel en in het bankje. Toen zat hij daar te kaarten, als de dood­gewone tiener die hij ook is.

Terugkijken bij de VPRO: Stuk, een noodlotsvertelling in vier delen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden