Rokers zijn als naakte vissen in een aquarium

Wetten zijn verzinsels van beroepspolitici, hoe het maatschappelijk leven geregeld is, maken de Italianen zelf uit. Toch is de wet die roken in de horeca verbiedt een succes....

‘Roken op televisie? Dat gaat vanzelfsprekend niet meer’, antwoordde een van de ministers uit het vorige Italiaanse kabinet twee jaar geleden desgevraagd tijdens een televisie-interview. Hij zweeg even, keek peinzend in de camera, als iemand die in gedachten een gretige trek van een sigaret neemt, en vervolgde: ‘Maar het ziet er natuurlijk wél veel beter uit.’ In drie korte zinnen en een veelbetekenende oogopslag had hij het dilemma samengevat, dat de kern van vrijwel het hele Italiaanse levensgevoel uitdrukt: het conflict tussen van wat hoort en moet enerzijds – en van wat plezierig en aantrekkelijk is anderzijds. En wat plezierig is, is wat er goed uitziet, in Italië, zoals het omgekeerde, wat er goed uitziet is plezierig, even waar is. Esthetiek is er een lust, lust een levensbeschouwing.

Op 10 januari 2005 werd in Italië een wet van kracht, die sedertdien een uiterst opmerkelijk bestaan in het Italiaanse dagelijks leven vervult, de wet die het strafbaar stelt om in bars, cafés en restaurant een sigaret, sigaar of pijp op te steken. Het opmerkelijke ligt niet in het verbod van een genotmiddel op die plekken, een genotmiddel dat ten minste visueel voor de hele wereld zo onverbrekelijk verbonden is met de Lebensbejahung in de latijnse wereld.

Het verbijsterende is het ongehoorde succes van die wet.

Want wie een rijtje opstelt van de primaire levensbehoeften van de Italianen, moet na ‘genieten’ toch al snel ‘ontduiken van de regels’ noteren. Rood licht in het verkeer? Geldt alleen als je er anders niet langs kan. Belasting betalen? Zolang de fiamme gialle, de gevreesde politie-afdeling van de Italiaanse Fiod, je niet snappen, is het een erezaak daar niet al te enthousiast aan mee te doen. Vergunningen aanvragen voor verbouwingen, ja, complete bouwwerken, liefst op beschermde plaatsen? Ach, eens in de zoveel jaar is er een generaal pardon voor de illegale gebouwen. Wetten zijn verzinsels van beroepspolitici, hoe het maatschappelijk leven geregeld is maken de Italianen zelf wel uit.

Behalve met de rokerij.

‘In één keer afgelopen’, verzekert de caissière van de druk bezochte bar op de Piazza San Lorenzo in Lucina, hartje Rome. ‘Iedereen legde zich erbij neer.’

Waarom?

‘Omdat wij als uitbaters hoge boetes moeten betalen als iemand die regel overtreedt’, riposteert zij prompt. Die boeten beginnen met 200 euro en kunnen bij recidive in de duizenden lopen.

Ja, maar ook op belastingontduiking, door rood rijden en illegaal bouwen staan pittige boetes. Hoe vaak moet zij per maand een klant tot de orde roepen?

‘Eén keer? Vaker niet. Ik herinner mij de laatste keer niet, eerlijk gezegd’, antwoordt zij.

Twee jaar na invoering van de wet die het roken in de horeca verbiedt, is dit de algemeen onderschreven constatering: in Italië wordt in het openbaar een stuk minder gerookt en roken of meeroken is er voor eters en drinkers buitenshuis helemaal niet meer bij. Wie je er ook naar vraagt, roker of niet-roker, het moet de enige wet zijn waarover alle Italianen te spreken zijn.

‘Ach, het kan vanzelfsprekend ook niet’, verzucht Luca, een 48-jarige advocaat die ik niet anders ken dan met een rafelige Toscaanse sigaar – een soort smeulende en driftig geurende lisdodde – tussen zijn tanden. ‘Roken is een privézaak. Dat doe je thuis, of desnoods op straat. Maar niet als je zit te eten of met iemand iets gaat drinken.’ Er is een officieel rapport dat zijn morele overtuiging ondersteunt: sinds de wet van kracht werd, is het aantal mensen dat naar de eerste hulp werd gebracht wegens ademhalingsmoeilijkheden of hartklachten die aan het roken of meeroken te wijten waren in Italië drastisch afgenomen. En het bijzondere is, dat dat rapport een frisse mentaliteit reflecteert: roken in openbare gelegenheden, het kan niet. Steekproeven wijzen uit dat vrijwel alle Italianen zich daar bij hebben neergelegd.

Het gebruikelijke fatta la legge, trovato l’inganno –‘ is er een wet, vind dan de mazen daarin’ – lijkt hier niet op te gaan.

O, er zijn nog talrijke politici die nog onbeschaamd in beeld verschijnen met een rokertje tussen de tanden. Is het toeval dat dat vooral linkse politici zijn? Fausto Bertinotti, kamervoorzitter en leider van de Italiaanse communisten, verschijnt zelden in beeld zonder zijn Toscaanse sigaartje tussen de tanden. Alfonso Pecario Scanio, leider van de Groenen en minister, is een sigarettenroker die nooit zonder een peuk op de foto staat. Maar altijd buiten, op het plein voor het parlementsgebouw, of in hun eigen studeerkamer, thuis. Niet op het werk, niet tijdens de werklunch, laat staan in de zaaltjes tijdens de campagne.

Toen de wet van kracht werd, klaagden de Romeinse caféhouders en uitbaters van restaurants steen en been. Voortaan mocht er in hun gelegenheden alleen worden opgestoken in afgescheiden en hermetisch afsluitbare ruimten, zodanig dat de normale clientèle er geen hinder van zou ondervinden. Dat zou veel geld gaan kosten, stelden zij, en bovendien was het in veel Romeinse horecagelegenheden onmogelijk om dergelijke ruimten te creëren. Die zijn immers gevestigd in historische gebouwen, waarin geen spijker de muur in mag zonder weloverwogen toestemming vooraf van de dienst cultureel erfgoed. Als er niet meer gerookt mocht worden, zou hun omzet drastisch teruglopen.

Is hun zorg terecht gebleken?

‘Op geen enkele manier’, zegt de gérant van een restaurant aan de Corso Trieste, net benoorden de Romeinse muur. Zijn restaurant liet een afgescheiden ruimte in de kelder luchtdicht afsluiten, speciaal voor rokende eters. Leeg, meestentijds – en als er een gezelschap rokers in plaatsneemt, zit het erbij als naakte vissen in een aquarium, de vol afgrijzen begluurde paria’s van een rookvrije horeca. De omzet heeft dat ondertussen geen kwaad gedaan: in een recent onderzoek vertelde bijna 10 procent van de ondervraagden dat zij vaker uit gaan sedert het rookverbod van kracht is, terwijl slechts 7,5 procent liet weten het er maar bij te laten zitten. In een veel breder opgezette enquête liet 90 procent van de Italianen weten enthousiast te zijn over het rookverbod in de horeca.

Zelfs de tabakswinkeliers hebben nauwelijks te klagen: tussen begin 2005 en nu liep het percentage rokers in Italië terug van 26 tot 24,3 procent, een nauwelijks merkbare daling.

Buiten de restaurants klitten ’s avonds de rokers samen, solidair met elkaars lot. Trouwhartig begeven zij zich tussen de gangen naar buiten om op te steken. ‘Maar wel minder’, verzekeren zij desgevraagd. ‘Vroeger stak ik wel twaalf keer op tijdens het eten, nu ga ik hooguit drie keer naar buiten om een sigaret te roken. Niet vaker dan je gaat plassen tijdens het eten.’

Dat de deur uitgaan om te roken is overigens geen onoverkomelijk bezwaar, in een land waarin je tussen één maart en eind november ’s avonds op een terras buiten kunt dineren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden