Roemenen worstelen nog met Holocaust

Reportage..

BOEKAREST Qua omgeving had het Joods Historisch Museum het beter kunnen treffen. De eeuwenoude synagoge waarin het gevestigd is, wordt ingesloten door hoge flatgebouwen, een gevolg van de kaalslag die de Joodse wijk trof onder de communistische dictator Nicolae Ceausescu (1918-1989). Alleen de Davidsster die iemand op een gevel heeft gespoten doet vermoeden dat we in de buurt zijn.

Dat de Roemeense Joden niet bij iedereen even geliefd zijn, blijkt bij de ingang van de synagoge. Zonder het inleveren van je paspoort mag je het museum niet in. ‘Een voorzorgsmaatregel’, verduidelijkt Hilda Grünberg, de gids van dienst. Een paar jaar geleden werd een van haar collega’s door hooligans afgetuigd.

Gebrek aan vaderlandsliefde kan de Roemeense Joden volgens Grünberg toch moeilijk verweten worden. Tijdens haar rondleiding vestigt de gepensioneerde scheikundige de aandacht op een gravure waarop een Joodse delegatie haar trouw betuigt aan de eerste koning van Roemenië (Alexander Jan I, die regeerde van 1862 tot 1866). ‘De Joden verschilden niet van de rest van de samenleving’, beklemtoont Grünberg, zelf Joodse.

Beloond werden ze echter niet voor hun burgerzin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam naar schatting de helft van de 800 duizend Roemeense Joden om. Dat zijn er relatief gesproken minder dan in de meeste andere Europese landen, maar in tegenstelling tot in deze door nazi-Duitsland bezette gebieden waren het in Roemenië de Roemenen zelf die het vuile werk opknapten.

In Berlijn was men daar zeer over te spreken. Reeds in augustus 1941, nog voor hij zelf tot de Holocaust had besloten, omschreef Hitler de Roemeense fascistische dictator Ion Antonescu (1882-1946)als een man die ‘wat betreft het Joodse vraagstuk veel radicaler te werk gaat dan wij tot op de dag van vandaag hebben gedaan’.

Die lovende woorden had Antonescu onder meer te danken aan de pogrom in de stad Iasi. In juni 1941, een paar dagen nadat Roemenië samen met nazi-Duitsland de Sovjet-Unie was binnengevallen, kwamen daar duizenden Joden om nadat ze dagenlang in dodentreinen waren rondgereden.

Maar de grootste slachtpartijen vonden plaats in de door Roemenië geannexeerde gebieden aan haar oostgrens. Zowel in Bessarabië (het huidige Moldavië) als Transdnjestrië (daarnaast) werd de Joodse bevolking het doelwit van systematische moordpartijen. De overlevenden werden samengedreven in concentratiekampen. Naar schatting 300 duizend Joden vonden op die manier de dood.

Dat uiteindelijk een groot deel van de Roemeense Joden aan de Holocaust ontsnapte, was te danken aan het het keren van de oorlogskansen. Nadat Antonescu in de zomer van 1942 het licht op groen had gezet voor hun deportatie naar Auschwitz, keerde hij enkele maanden later op zijn schreden terug. Alleen de Joden van het door Hongarije bezette Transsylvanië zouden de oorlog niet overleven.

Zoals in de rest van het voormalige Oostblok werd in Roemenië de Holocaust na de oorlog doodgezwegen. Met de executie van Antonescu in 1946 werd de zaak als afgehandeld beschouwd.

Ook na de val van het communisme in 1989 was er geen ruimte voor een schuldbekentenis. Nog in 2003 kon president Ion Iliescu verklaren dat er in Roemenië nooit een Holocaust had plaatsgevonden.

Pas nadat een internationale commissie onder leiding van de in Transsylvanië geboren Nobelprijswinnaar Elie Wiesel (die Auschwitz en Buchenwald overleefde) in 2004 tot de conclusie was gekomen dat de Roemenen meer doden op hun geweten hebben dan enige andere bondgenoot van Duitsland, konden de Roemenen niet meer om de feiten heen. Er werd een jaarlijkse herdenkingsdag ingesteld en president Traian Basescu onthulde een monument voor de vermoorde Joden en zigeuners.

Er is veel veranderd, erkent Grünberg. ‘Officieel is alles in orde.’ Maar de mooie toespraken van de laatste jaren kunnen niet verhullen dat Roemenië het nog moeilijk heeft met de schaduwzijden van zijn geschiedenis. Volgens een studie van het Elie Wiesel Instituut in Boekarest blijft ongeveer de helft van de Roemenen Antonescu als een groot leider zien.

Grünberg kijkt er niet van op. Ze stelt dat het antisemitisme diepe wortels heeft in de samenleving. ‘Het is niet gemakkelijk om optimist te zijn’, zegt ze gelaten. Je kunt haar moeilijk ongelijk geven. Van de 400 duizend Joden die Roemenië in 1945 telde, zijn er 10 duizend over. De rest week uit, vooral naar Israël. Op de vraag waarom ze zelf nooit vertrokken is, antwoordt Grünberg met een glimlach: ‘Wie moet er hier dan gidsen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden