Dwarsverbanden Vader en zoon Chabot

Rock-’n-roll-vader Bart: ‘Politiek is een meedogenloos vak. En dat vond ik voor Splinter niet zo’n goed idee’

Beeld Ivo van der Bent

In dit verhitte tijdsgewricht is de verbinding soms ver te zoeken. De Volkskrant laat deze zomer vrienden en familieleden aan het woord die grote en kleine verschillen overbruggen. Deze week: Bart en Splinter Chabot, vader en zoon.

Ze zaten samen in de auto, een paar jaar geleden. Dat is vaker een moment waarop Bart Chabot over belangrijke zaken begint, weet zoon Splinter. Hij, 20 jaar destijds, zou voorzitter worden van de JOVD. ‘Jongen’, sprak zijn vader, ‘ik ga dit één keer tegen je zeggen. Daarna nooit meer. Ik zal je altijd steunen, dat weet je. Maar doe het niet. Doe het NIET.’

Bart: ‘Ja! En ik zei: als je de politiek in gaat, dan lever je bij de receptie van de Tweede Kamer je jas, je handschoenen, je das en je idealen in. Overal krijg je netjes een reçuutje voor, behalve voor die idealen. Die zie je nooit meer terug.’

In het dagelijks leven zijn ze vader en zoon in een hecht gezin. Vier jongens, Splinter (23) de een na jongste. Moeder Yolanda is arts en volgens vader en zoon de enige echte man in huis. Splinter spreekt over zijn ouders als ‘de pilaren van de tempel’. Bart verspreekt zich weleens, en zegt ‘wij’ als hij de zonen in het gezin bedoelt.

Vandaag zijn ze gelijkwaardige gesprekspartners. Maar ach, in welke hoedanigheid dan ook, een Chabot hoef je nooit de bek open te breken. Zes uur lang, in achtereenvolgens de bar van het Carlton Hotel in Den Haag (Barts favoriete stekkie) en strandtent Culpepper in Scheveningen (dat van Splinter), buitelen ze over elkaar heen met anekdotes en gedachtenstromen. Vaak vullen ze elkaar naadloos aan. De gelijkenis is verbluffend, zowel in uiterlijk als in motoriek. Grootste verschil: waar Bart nog altijd gehuld gaat in stemmig jarentachtig-zwart, verkiest Splinter meestal, in de woorden van zijn vader, ‘een of ander krankzinnig bloemenmotief’.

Bart: ‘Je had van jouw jasje ook behang kunnen laten maken, weet je dat?’

Splinter: ‘Ja, dat is best een idee.’

De vader: rock-’n-roll-dichter, schrijver en biograaf van Herman Brood, opgekomen in de punktijd, toen de toekomst ‘een harde dobber’ was. De zoon: kersverse tv-presentator, tafelheer, millennial en voorzitter van de jongerenorganisatie van de VVD.

Bart, mocht Splinter niet bij de JOVD omdat dat het een rechtse club was?

Bart: ‘Nee joh, ik doe niet aan partijpolitiek. Mijn hele leven heb ik op het stembiljet een extra vakje getekend en dat rood gekleurd. ‘Sjors en de Rebellenclub’, schrijf ik er dan bij. Heb ik mijn taak weer gedaan. In mijn tijd als politiek commentator bij Pauw & Witteman en Barend & Van Dorp heb ik ooit met koningin Beatrix afgesproken: majesteit, u staat boven de partijen, ik sta ernáást. Ik kijk naar ménsen. Maar ik heb toen ook geleerd dat de politiek een meedogenloos vak is. En dat vond ik voor Splinter niet zo’n goed idee.’

Splinter: ‘De JOVD is een onafhankelijke club, hè. Liberalisme wordt vaak gekaapt door rechts, in economische zin, maar de kernwaarden van de JOVD zijn vrijheid, verantwoordelijkheid en verdraagzaamheid. Ik heb er onlangs gespeecht over de plastic oorbellen die ik als kind had gekregen. Op het schoolplein werd ik daar om uitgelachen. Dat was voor mij het moment dat ik besefte dat vrijheid niet onbegrensd is. Er kwam wel kritiek op die speech. Iemand zei: waarom mag je mensen niet uitlachen, da’s toch ook liberaal? Nou, dan heb je er volgens mij niks van begrepen. Liberalisme betekent voor mij niet: fuck you, als ik maar kan doen en laten wat ik wil.’

Bart: ‘De punktijd was ook: do it yourself! Aan de slag! Aanvallen! Da’s best liberaal eigenlijk.’

Splinter: ‘Maar goed, ik zwaai binnenkort af als voorzitter. Drijfveren genoeg, maar ik twijfel nog of ik vanwege de hardheid de grotemensenpolitiek in wil.’ Tegen zijn vader: ‘Maar volgens mij was jij toen vooral bezorgd dat ik überhaupt in het publieke domein zou treden.’

Bart: ‘Nou ja, ik ken natuurlijk de keerzijde. Ik zat altijd de hele dag te schrijven en werd af en toe gebeld: wil je in kwisje X of kwisje Y komen? Vond ik leuk, ging me makkelijk af. Ik reed naar Hilversum en won een beer of een giraf. De kinderen blij… Wat ik onderschatte, was: de mensen zien je niet schrijven, maar wel die giraf winnen. In hun perceptie ben je die grappenmaker. Als je dan met een boek komt, zeggen ze: wat leuk, hij heeft nog een hobby ernaast. Je moet ook je privacy en anonimiteit inleveren en iedereen heeft kritiek op je. Zeg je op tv dat het prachtig weer is, dan kijken duizend man naar de lucht en roepen: wát een klootzak. Ik wist niet helemaal zeker of Splinter dat zou kunnen handelen. Blijkt-ie gelukkig vrij aardig te kunnen, maar toch: er is geen weg terug.’

Tegelijkertijd heeft Bart Chabot zijn zoon ook in zekere zin voorbereid op een leven in de schijnwerpers. Hij nam zijn jongens vaak mee als hij op tournee was met mensen als Martin Bril en Ronald Giphart. ‘Toen Splinter voor het eerst tafelheer was bij De Wereld Draait Door was het niet: o jee, daar heb je Matthijs, want die kende hij al. En bij Jan en Johanna Mulder had hij gelogeerd.’

Splinter: ‘Dat hielp wel. Ik kreeg een andere rol in een omgeving die ik al kende. Als je te veel gaat nadenken, wordt het meteen nep.’

Bart: ‘Bij Splinter zie je gewoon dat het werkt. Dat-ie je binnenzuigt. Wij zijn allebei niet knap, maar wel camerageniek. Expressieve gezichten, brillen.’

Bart: ‘En dan zijn er mensen die zeggen: hij praat te snel. Moet je eens in Spanje of Italië komen. Tien keer zo snel! Hoor je nooit iemand over.’

Splinter: ‘Vaak stuurt hij me voordat ik op tv ga een sms’je: ‘Lieve jongen, veel succes. Eén advies: blijf rustig – aan je vader heb je het goeie voorbeeld van hoe het niet moet!’

Beeld Ivo van der Bent

In Huize Chabot ging het er warmbloedig aan toe. Ze aten er aan een pingpongtafel. Bart was huisman en verzorger, aanvankelijk tegen wil en dank. ‘Yolanda wilde A: niet met me trouwen en heeft dat toch gedaan, en B: geen kinderen en we kregen er vier. Ik had alle geduld aan haar kant daarmee wel opgesoupeerd. Ze is een onafhankelijke geest. Bij haar hoefde ik niet aan te komen kakken met: ‘Meneer de dichter moet dichten.’

Splinter: ‘Mama zorgt dat we een dak boven ons hoofd hebben en er een auto voor de deur staat. Zij zit aan het hoofd van de tafel en is de baas. Zij bepaalt ook dat we tijdens het eten maximaal een halfuur over voetbal en Formule 1 mogen praten. Daarom hebben we een codetaal ontwikkeld.’

Bart: ‘Zo van: zeg, die astronaut schijnt nu toch naar een Duits automerk over te stappen!’

De opvoeding was vrijzinnig en gericht op ontplooiing. De ouders stimuleerden het dat Splinter bij het schoolcabaret in een rokje en op hoge hakken de conrector imiteerde, de zoons vonden het prima dat pap en mam een ‘sekscolumn’ in de Linda hadden. ‘Yolanda testte seksspeeltjes en ik schreef over haar bevindingen.’

Splinter: ‘Vonden wij geen probleem. Jullie hebben ons altijd geleerd hoe belachelijk het is dat mensen vrijelijk praten over de verschrikkelijkste moordpartijen, maar moeilijk doen als het gaat om iets leuks als seks.’

Bart: ‘Mama vroeg weleens aan jou: ‘Splínt, de batterijen van de Tarzan zijn op, kan jij even nieuwe halen?”

Splinter: ‘Nou, dát kan ik me niet herinneren. Ik hoef ook niet in geuren en kleuren over jullie seksleven te horen. Maar het bestaan van de Tarzan vind ik geen probleem hoor. Alleen lazen de ouders op school het ook. Ik geloof dat die het niet zo fijn vonden dat kinderen wisten hoe een vibrator eruitzag.’

Bart: ‘Nee, dat heb ik mogen horen op het schoolplein!’

Vrijzinnig, zegt Splinter lachend, is niet hetzelfde als losbollig. Bart en Yolanda waren óók streng en ouderwets. Werd er aan tafel een foute grap gemaakt over vrouwen of minderheden, dan moest je naar je kamer.

Splinter: ‘Om een opstel te schrijven over wat je fout had gedaan.’

Bart: ‘We hebben ze bewaard. Zúlke stapels.’

Splinter: ‘Goede cijfers waren belangrijk. Kwam je thuis met een 7, dan zei papa: had dat niet een 8 kunnen zijn? We moesten hard werken, zelfstandig zijn. Heel lang kregen we geen mobieltje. In de huiskamer stond één computer, die zo goed beveiligd was dat we niet eens op de site van Het Klokhuis kwamen.’

Bart: ‘Jullie moesten kránten lezen.’

Splinter: ‘En we mochten ook geen …’

Bart: ‘Dit wordt nog een heel lang lijstje, joh!’

Splinter ‘…schietspelletjes – daar ben ik achteraf heel blij om. En geen Disney XD of Nickelodeon. Eerst mochten we überhaupt niet uit en later niet tot heel laat. Veel vrienden van me deden dat dan gewoon tóch, maar dat kwam niet in me op. Ik had een diepgeworteld ontzag voor ze. Ik ging de discussie niet aan. Maar ik schreef wel brieven en legde die op hun bed.’

Bart: ‘Lag er zo’n heel epistel op het hoofdkussen, met allemaal argumenten. Je moeder zei dan nog weleens: aaah, wat lief. Ik dacht: nou, tranen in mijn ogen, maar het gaat toch niet door!’

Splinter: ‘Later was het: niet te veel drinken hè. Dat vonden wij een beetje hypocriet.’

Hypocriet? Bart veinst verbaasdheid. Hij drinkt al járen geen druppel meer.

Splinter: ‘Drank en drugs? Daar heb jij zowat je werk van gemaakt.’

Bart: ‘Jaja, dat is ook zo – ik was in die zin niet zozeer de meest geloofwaardige ouder, hahaha. Aan de andere kant: alle vier de jongens hebben Herman meegemaakt. Tot op het einde. Dus ze hebben duidelijk gezien waar overmatig drugs- of drankgebruik toe kan leiden. Daar hoefde ik eigenlijk niet zo veel aan uit te leggen, weet je wel?’

Vrij én streng. Rock-’n-roll én veiligheid. Bart Chabot windt geen doekjes om de vraag wáárom hij zo’n toegewijd familiemens is geworden, met de neiging zowel te beschermen als te stimuleren. Dat is precies wat hij zelf thuis nooit gekend heeft. Geborgenheid, warmte, intimiteit.

Splinter: ‘Jij en mama hebben ons heel erg opgevoed met het idee dat we onze gevoelens moesten uiten, maar zélf...’

Bart: ‘Yolanda zei eens met Oud en Nieuw: laten we goede voornemens voor elkáár bedenken. Wat zou je bij de ander verbeterd willen zien? Was Splinter nog heel klein en zei: ik zou het erg fijn vinden als je mij volgend jaar wat meer knuffelt, papa. Zó! Nou, dat kwam wel effe binnen.’

Zelf brak hij op jonge leeftijd met zijn ouders. Zijn vader werkte voor Buitenlandse Zaken. Tussen die wereld en de rock-’n-roll ‘zat wel wat licht’, zegt Bart nonchalant. ‘Ik heb familie meegemaakt als iets dat altijd tegenvalt. Iedereen was in de remmen: mijn opa, mijn tante, mijn ouders. Ik was een stuk verdriet, ik deugde niet, galg en rad, allemaal niks. Mensen als Herman, Jules Deelder en Anton Corbijn waardeerden me juist enorm om wie ik was. Dus ik dacht: wat zou ik hier nou bij die familie blijven zitten?’

Zijn vriendschap met Brood leidde uiteindelijk tot een finale breuk. Toch woonden ze altijd dicht bij elkaar in de buurt. Maar de kinderen hebben hun grootouders nooit gekend.

Splinter: ‘Ik heb alleen hun aanwezigheid gevoeld. Dat we over straat liepen en papa opeens verstijfde. Een paar straten verderop was-ie dan pas weer ontspannen. Dan wist je: hij heeft zijn vader of moeder gezien.’

Bart: ‘Ze wilden zelf wel heel graag contact met de kleinkinderen. Ooit kwam ik mijn moeder tegen op zaterdagmorgen in de Albert Heijn. Ik met zo’n joekel van een kar vol boodschappen. Begon ze naar me te wijzen: ‘Van hém mag ik mijn kleinkinderen niet zien!’ Ik zei: mam, ik loop effe door als je het niet erg vindt. ‘Ja, nee, weglopen daar ben je altijd goed in geweest.’ Dat werk.’

Beeld Ivo van der Bent

Splinter, was jij niet nieuwsgierig naar je grootouders?

Splinter: ‘Niet echt. Als klein kind dacht ik er niet over na. Later hoorde ik bijvoorbeeld dat de vader van mijn vader het schandalig vond dat papa zijn vrouw liet werken. Zo’n prehistorische gedachtengang, dan krijg je niet de behoefte om zo iemand op te zoeken. Ik bewonder mijn vader heel erg omdat hij een cyclus heeft kunnen doorbreken. Hij werd heel hardhandig opgevoed en dan zie je vaak dat je later zelf ook losse handjes krijgt. Het tegendeel is gebeurd. Wij zijn heel liefdevol opgevoed. En dat is iets wat mijn broers en ik later weer kunnen doorgeven.’

Bart: ‘Ik heb uit de krant vernomen dat mijn vader overleden was, zo’n drie jaar geleden. Terwijl ik de pagina omhoogtrok, zag ik het toevallig linksboven staan: Gé Cha... We hadden elkaar ruim twintig jaar niet gezien. Ik kende hem als een liefdeloze vader, maar dat bleek achteraf toch misschien net effe anders te liggen. Hij was zwaar dementerend. In zijn portemonnee bewaarde hij knipsels van interviews met mij. Vaak zei hij mijn voornaam en barstte dan in huilen uit. Dat gun je natuurlijk niemand. Het is niet iets waar ik trots op ben.’

Ben je naar zijn begrafenis geweest?

Bart: ‘Onder aan die advertentie stond dat hij in stilte gecremeerd was. Mijn naam stond er niet bij. Die van hun andere zoon wel.’

Met zijn moeder kwam het op de valreep wel tot een verzoening. ‘Mijn broer belde me vlak voor het einde van de Grand Prix. Ik dacht: twíntig jaar en ze kunnen niet even een half uurtje wachten? Maar ik was op tijd. Ik kon haar nauwelijks verstaan. Mam, zei ik, je moet je tanden indoen, joh. Mijn broer vertaalde: ‘Moeder zegt dat ze van je houdt.’ Dus wat zeg je dan? ‘Ik ook van jou mam, je hebt het goed gedaan.’ Flagrante leugens natuurlijk, maar goed: ik kwam ongewapend, zij was ongewapend. Gek genoeg was er een soort connectie. Opeens was er weinig aan de hand. Alle dingen vielen weg.’

Bart, waar zat je zorg precies bij Splinter?

Bart: ‘Nou, het is een ontzettend lieve jongen, maar hij is ook kwetsbaar. Eén van zijn grootste kwetsbaarheden zit ’m in het feit dat... Kijk, in het huidige klimaat is zijn geaardheid voor veel mensen aanleiding om er op internet eens lekker voor te gaan zitten. Als je dan zelf nog zoekende bent, er nog niet helemaal uit, poeh. Ik gun het hem dat-ie in een zekere luwte zijn weg kan vinden in het leven.’

Splinter: ‘Bén je homo?, vragen mensen vaak. Nee dat bén ik niet. Ik bén Splinter, en Splinter valt misschien op mannen maar dat doet er niet toe. Toch is het een issue. Het wordt overal genoemd en in bepaalde bladen over twee pagina’s groot uitgemeten.’

Zijn vader vertelt hoe ze vier jaar geleden tijdens het kerstdiner met z’n zessen bij elkaar zaten. Vlak voor het hoofdgerecht nam Splinter het woord. ‘Ik moet jullie iets vertellen’, zei hij. ‘Iets nieuws. Ik... ik... ik heb een jongen ontmoet die ik heel erg leuk vind.’

Bart: ‘En toen begon hij te huilen. Hartverscheurend moment natuurlijk. Maar toen het weer een beetje ging, zei ik: maar Splinter, je wou toch iets nieuws vertellen? Begrijpen jullie wat ik bedoel? We vonden het geen enkel probleem en óók geen verrassing. Zijn broers wilden vroeger voetballen, hij paardrijden. Zij speelden een beetje gitaar, hij fanatiek viool. Op zijn 5de was roze zijn favoriete kleur. Hij had veel vriendinnetjes, verkleedde zich graag. Splinter was altijd al een ander kind dan zijn broers. Pas later begreep ik dat hij het ook zélf moest accepteren.’

Splinter: ‘Ja, jullie creëerden vaker zulke momenten. Dan zaten we aan het ontbijt, zonder mijn broers, croissantje erbij, en dan zei mama van...’

Bart: ‘Je mag het best zeggen hoor, als je denkt dat je jongens leuk vindt!’

Splinter: ‘En dan antwoordde ik met: mag ik alsjeblieft de boter? Alsof er niets gezegd was. Ik weet nog heel goed dat het pijn deed. Ik was er nog niet aan toe om het er thuis over te hebben. En eigenlijk vond ik ook dat ik er helemaal niets over hóéfde te zeggen.’

Bart: ‘Hij had zijn broers ook nooit horen vertellen: mam, pap, moet je horen, ik val op meisjes.’

Splinter: ‘Wat het extra pijnlijk maakte, is dat je soms met het hele gezin journaal zat te kijken en zag hoe er in een of ander land mensen in elkaar werden geslagen omdat ze homoseksueel zijn. Dat je de paus hoorde zeggen dat homo’s zondig zijn. Dan ging ik helemaal gloeien van binnen. Want eigenlijk betekende het dat je minder bent, fout. Het was thuis dan wel veilig, en mijn vriendinnen wisten er allemaal van, maar toch schaamde ik me. Ik heb ook echt gesmeekt van: alsjeblieft, maak mij normaal – hoewel ik vrees dat God niet bestaat.’

Bart: ‘Nee, God bestaat niet. Sinterklaas wel, God niet.’

Splinter: ‘Tegenwoordig denk ik: fuck it. Maar ik heb dus bewust gewacht tot ik wist: ja, deze jongen vind ik écht leuk. Met meisjes had ik al vaak gezoend, maar dat was niet spannend of zo.’

Bart: ‘Nee, dat zette geen zoden aan de dijk!’

Tijd om naar het strand te gaan. In Scheveningen vallen de twee in de armen van de patrone van strandtent Culpepper, waar alle zonen hebben gewerkt. Een big band met dirigent in bananenpak maakt dat we over tafel moeten buigen om verstaanbaar te blijven.

Splinter luistert met rode oortjes als zijn vader vertelt hoe hij ooit wraak nam nadat De Bezige Bij zijn biografie van Herman Brood had geweigerd. ‘Groot conflict. Ik had de eer aan mezelf gehouden. Een paar weken later was ik ’s avonds in Amsterdam. Mijn auto stond toevallig bij de uitgeverij in de straat. Ik moest ontzettend nodig plassen, wist dat ik Den Haag niet zou halen. Opeens dacht ik: ik zeik die hele Bezige Bij van de aardbodem af! Ik heb mijn broek los geknoopt, klep omhoog en ben leeggelopen. Het heeft er een vol weekend gelegen. De marmeren vloer was helemaal uitgebeten. Daarom ligt er nu een grote haren mat bij de entree van De Bezige Bij.’

Hij giert het uit. ‘Jaja, rock-’n-roll! Be your own man, weet je wel, ga je eigen weg. Dat zit nog steeds in me: schijt eraan. Ik heb tegen Splinter ook gezegd: wat je doet moet je zelf weten. Maar zorg dat je, als je in de spiegel kijkt, je ogen niet neer hoeft te slaan voor datgeen wat je die dag gedaan hebt.’

Splinter is wat afgeleid geraakt door een passerende vriendin.

Bart: ‘We zijn hier bezig, Splinter.’

Splinter: ‘O ja. Kijk: twee dingen. Euh, wat was de vraag ook alweer?’

Bart: ‘Aah, kom op, joh!’

Splinter: ‘Ja, ik word afgeleid. Dat kan toch, pap?’

Bart, was je nu aan het vertellen dat jouw rock-’n-roll-houding lijnrecht doorloopt naar Splinters voorzitterschap van de JOVD?

Splinter veert op. ‘Já! Wat goed!’ Hij begint opgewekt te ratelen over zijn helden Prince en David Bowie (‘Zij gingen door álle hokjes heen’) en zijn optimisme over de toekomst, waarin het dankzij technologie tóch goed gaat komen met het klimaat. In één moeite door vertelt hij hoe blij hij is met een opvoeding die hem behoedde voor schietspelletjes en alcohol – iets dat je ook betutteling zou kunnen noemen. De VVD is helemaal ver weg als hij stelt: ‘Niks is liberaler dan het idee: de vervuiler betaalt.’

De rock-’n-roll-vader trekt een bedenkelijk hoofd. ‘We moeten wél oppassen voor het nieuwe calvinisme, hoor. Je mag niet hard rijden, niet meer vliegen, de Formule 1 mag er niet komen. Eerst mocht het niet omdat het zondig was, nu omdat de planeet eraan gaat. Allemaal thuisblijven met de gordijnen dicht, aan de jus d’orange en één minuut douchen!’

Nee, het leven moet wél gevierd worden, zegt hij. Binnenkort wordt hij 65. De afgelopen jaren kende hij heel wat fysieke malheur: een tumor in zijn hoofd, een hartoperatie en afgelopen jaar nog een bijna fatale bloedvergiftiging.

Splinter: ‘Dat zijn de scheuren in de pilaren van de tempel.’

Bart: ‘Ja, het was effe minder met me. Major malfunctions.’ Dan, ernstig opeens: ‘Ik wist dat het weleens verkeerd zou kunnen aflopen en daar had ik eigenlijk vrij gauw vrede mee. Ik dacht: oké, qua schrijverschap heb ik niet helemaal gedaan wat ik had willen doen, maar Yolanda is een ijzeren hein, die redt zich wel. De kinderen zijn oud en wijs genoeg. Dus ja, ik kan wel gaan.’

Voelt het nu alsof je in extra tijd leeft?

Bart: ‘Nou, toen ik het allemaal weer te boven was, kreeg ik wel het idee: laat ik nu maar eens aan de slag gaan. Anders wordt het wel heel penibel qua tijd. ‘Hij begon op zijn 94ste met zijn oeuvre’, haha. Dus vaker nee zeggen tegen onzin, en doen waar het om gaat. Schrijven dus. En léven. Ik heb toch sterk het gevoel dat de kans dat je na de dood weer ergens aan zee staat vrij klein is. Ik ga in ieder geval op dat punt geen risico nemen.’

Maar eerst gaan ze met de hele familie drie weken naar een klein huis in de bossen in Zweden, met stapelbedden en verrotte wifi. ’s Ochtends komt mama ze halen om te gaan zwemmen. ’s Middags wordt er gelezen en… gespeeld.

Enthousiast vertelt Splinter hoe hij en zijn broers, alle vier boomlange twintigers, daar ontdekkingstochten maken door het bos. Vorig jaar stuitten ze op een plek met allemaal beenderen. Dan neemt de fantasie het over. Was het een wolf? Een beer wellicht? Ook zijn ze dol op een spel dat ‘spionnentip’ heet.

Bart: ‘De jongens hebben bij de Action al waterpistooltjes gekocht, in vier kleuren.’

Splinter: ‘We kunnen helemaal onze eigen gang gaan, maar we mogen papa en mama niet meer natspuiten.’

Eindelijk weekend

JOVD-voorzitter en televisiemaker Splinter Chabot (23) leest vijf boeken tegelijk in zijn favoriete strandtent in Scheveningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden