Interview Gezinshuis

Richard en Jorien zegden hun baan op om pubers een veilig thuis te bieden: ‘Deze kinderen zijn al zo vaak teleurgesteld in het leven’

Gezinshuis Bij Ons, vader Richard en moeder Jorien hebben naast hun eigen twee kinderen momenteel zeven pleegkinderen. Beeld Katja Poelwijk

Politieagenten Richard Henning en Jorien Vleghaar stopten met hun werk toen ze zagen dat pubers in de problemen nergens terecht kunnen. Nu vangen ze in hun gezinshuis zeven pleegkinderen op. Het is een baan die niet als werk voelt.

Ze hadden allebei een goede baan bij de politie, vast salaris, pensioen verzekerd, vakantiedagen geregeld, een twee-onder-een-kap in Zeewolde. Maar in hun achterhoofd zat al jaren de droom om iets te betekenen voor kinderen die het niet zo getroffen hebben in het leven, voor de pubers die ze in hun werk soms tegenkwamen, beschadigd geraakt door treurige gezinsomstandigheden en onmachtige ouders, en voor wie buitenshuis maar weinig plek is.

Ze deden afstand van de zekerheid, vonden een kantoorpand met daarnaast een woonhuis en een bed and breakfast, voegden met hulp van familie en vrienden de drie panden samen, maakten daar zeven extra slaapkamers en twee nieuwe badkamers in en nu staan Richard Henning (45, voorheen motoragent en lid van een bijzondere opsporingseenheid) en Jorien Vleghaar (37, voormalig rechercheur mensenhandel, zware criminaliteit en fraudezaken) aan het hoofd van een gezin met negen kinderen, van wie twee van henzelf.

Ze bieden uit huis geplaatste kinderen een vorm van opvang die in opkomst is: een gezinshuis waar de dynamiek heerst van het gewone leven, met ouders die er altijd zijn en die geborgenheid en structuur bieden. De afgelopen jaren zijn in het hele land al 170 van die gezinshuizen geopend.

De laatste weken voor de zomervakantie zijn druk geweest. Ze zijn mee geweest naar rapportgesprekken, hebben afscheidsmusicals gezien en open dagen bezocht van middelbare scholen. Op een rustige ochtend – de kinderen hebben hun laatste schooldag – vertellen ze aan de meterslange keukentafel over het keerpunt in hun leven, een wending die financiële onzekerheid bracht en hoofdbrekens en een slaaptekort maar ook bergen geluk. Richard: ‘Het is zo de moeite waard om kinderen een tijdlang bij de hand te nemen en ze richting een goede toekomst te leiden.’

Het enorme whiteboard aan de muur omvat de weekagenda van alle kinderen: oma bellen, wassen, kamer opruimen, sporten. Op de canvas fotowand in de keuken heeft elk kind een plek. Ze leiden rond door de twee woonkamers, de keuken met dubbele kookplaat en twee ovens, de lichte, ruime slaapkamers, langs het legodorp en de voorraadkamer waar de supermarkt elke week de zeven kratten boodschappen komt afleveren.

Buiten lopen de dieren: twee honden, een heleboel konijnen en drie behoorlijk verwende schapen. De dag erna vertrekken ze met twee auto’s, tien kinderen en een aanhangwagen naar Texel waar twee safaritenten klaar staan. Sommige kinderen zijn nog nooit op vakantie geweest, zegt Jorien.

Moeder Jorien Vleghaar van gezinshuis Bij Ons. Beeld Katja Poelwijk

Wat voor kinderen hebben jullie in het gezin opgenomen?

Richard: ‘Ze zijn tussen de 10 en de 16 jaar, uit huis geplaatst om allerlei redenen. Vanwege geweld of seksueel misbruik of omdat hun ouders verslaafd zijn of psychiatrische problemen hebben. Allemaal hebben ze een hechtingsstoornis, vier kampen met een posttraumatische stressstoornis. Alle zeven hebben ze een volle rugzak maar geen zware psychiatrische problematiek. Onze eigen kinderen, van 9 en 7, moeten zich ook op hun gemak blijven voelen. We hebben gekozen voor pubers, die vinden we leuk. Met oudere kinderen kunnen we bovendien in gesprek.’

Zijn jullie deskundig genoeg om problemen op te vangen?

Jorien: ‘Nu de kinderen ons beginnen te vertrouwen, vertellen ze ons af en toe wat ze hebben meegemaakt. We kunnen wel wat hebben, dat hebben we bij de politie geleerd, maar we zijn geen psycholoog of psychiater. Als het echt ingewikkeld wordt, roepen we hulp in. Alle kinderen hebben een voogd, en allemaal worden ze begeleid door een ambulant werker en een gedragsdeskundige.

‘We hebben van de landelijke organisatie het vertrouwen gekregen maar we moeten wel binnen 4 jaar allebei het diploma sociaal pedagogisch hulpverlener halen. We studeren overdag, als iedereen naar school is.’

Ze laat de kamer zien van het meisje dat een paar weken geleden is aangekomen, haar tassen zijn nog niet uitgepakt en dat zegt veel: ‘Deze kinderen zijn al zo vaak teleurgesteld in het leven, ze durven er niet op te vertrouwen dat wij de waarheid spreken. Als ze al op zoveel plekken hebben gezeten, waarom zouden ze hier dan wel mogen blijven? We hebben een meisje dat over anderhalve week een afspraak in het ziekenhuis heeft. Elke dag vraagt ze wie er meegaat en hoe laat we vertrekken.

Richard: ‘Er zijn ook kinderen die zichzelf de hele dag ondertitelen, continu vertellen wat ze gaan doen. Om maar te voorkomen dat er iemand boos wordt. Ze zijn allemaal beschadigd en dat raken ze nooit helemaal kwijt, ze moeten een manier vinden om daarmee om te gaan. En wij proberen ze weer op de rails te zetten.’

Hoe doen jullie dat?

Jorien: ‘De kinderen zijn onderdeel van een groot maar een gewoon gezin en ze leren al heel veel door de manier waarop wij met elkaar omgaan. Ze zien bijvoorbeeld dat je boos of teleurgesteld kunt zijn zonder agressief te worden. Naar verjaardagen van onze vrienden gaan ze allemaal mee. En ook zo’n feestje levert lessen op. Een hand geven als je binnenkomt, niet meteen de hele bak met chips opeten en wat te doen als er opeens vreemde mensen tegen je gaan praten.

Richard: ‘Kinderen komen nu naar me toe om te stoeien, maar fysiek contact vonden ze in het begin heel eng. Veel gedrag heeft voor hen een andere lading. Als ik mijn stem verhef tegen de hond, zie je ze soms nog wegduiken.’

Helpt het dat jullie bij de politie hebben gewerkt?

Richard: ‘Als politieagent raak je gewend aan onverwachte gebeurtenissen en dat is in dit gezin een voordeel. We zijn ook niet snel onder de indruk, ook niet als ouders gaan blazen. Sommige ouders leggen zich erbij neer dat hun kind uit huis is geplaatst en willen het allerbeste maar dat geldt niet voor allemaal, er zijn zelfs ouders die gevaarlijk kunnen zijn. Kinderen zijn soms bang dat ze alsnog worden weggehaald. Wat nou als papa hier naartoe komt, vragen ze me. Hij moet eerst langs ons, zeg ik dan, en wij zijn heel sterk. Dat geeft ze een gevoel van bescherming.’

Vorige maand werden ze gebeld door oud-collega’s van Jorien: of ze plek hadden voor een meisje dat door de politie van school was gehaald omdat haar moeder die ochtend om het leven was gebracht. Kregen ze er opeens een kind bij dat totaal van de kaart was en intens verdrietig.

Jorien: ‘Dan komt onze achtergrond van pas. Wij hebben in ons werk genoeg meegemaakt, we schrikken niet snel ergens van. Ik ben mee geweest naar het mortuarium, we hebben slachtofferhulp geregeld, we zijn samen met haar naar haar huis gegaan. Ze moest terug naar Zuid-Afrika, waar ze vandaan kwam, een tante heeft haar opgehaald. In een week tijd moest ze afscheid nemen van haar moeder, haar huis, de school, vriendinnen en haar hondje. Ze was bang dat we haar zouden vergeten, daarom hangt er nu ook van haar een foto aan de wand. Als bewijs dat ook zij in ons hart zit.’

Wat merken jullie van de problemen in de jeugdzorg?

Jorien: ‘We zaten drie weken na de opening al vol, dat geeft wel aan hoe groot het gebrek aan opvangplaatsen is. Zeker twee keer per week worden we gebeld, of we nog plek hebben. Onze kinderen worden geplaatst via een jeugdhulporganisatie, maar er zijn genoeg wanhopige ouders en grootouders die de wachtlijst proberen te omzeilen. Gisteravond nog heb ik een half uur gebeld met een oma die niet meer voor zich zag hoe haar dochter de zomer moest doorkomen met haar kleinzoon.

Richard: ‘Drie kinderen hebben maandenlang geen voogd gehad, het tekort is groot, en omdat wij formeel geen zeggenschap hebben over de kinderen, konden we toen geen extra zorg regelen.’

Vader Richard van gezinshuis Bij Ons in Zeewolde. Beeld Katja Poelwijk

Pubers willen een mobieltje, en merkkleding. Wie betaalt dat?

Jorien: ‘Voor de vergoeding die we krijgen, moeten we bed, bad en brood leveren. Voor alle andere uitgaven zijn de ouders verantwoordelijk, maar daar kunnen we vaak niet op rekenen. Wij willen dat het hier zoveel mogelijk op een gezin lijkt, dus als ouders niet willen of kunnen betalen, geven wij de kinderen kleding of kleedgeld, beltegoed en zakgeld. We regelen ook een fiets, betalen de sportclub en we gaan op vakantie.

Die extraatjes moeten we vaak zelf financieren dus daar bouwen we een potje voor op. Inmiddels hebben we het lullen voor spullen tot kunst verheven. Toen we op Facebook vroegen om een gebruikt mobieltje, kregen we er meteen een paar opgestuurd. De bakker uit het dorp brengt het brood dat over is, dus de vriezer ligt vol. Mensen uit het dorp kwamen aan de deur met kleding, fietsen, steps, een voetbaltafel.’

Hoe vinden jullie twee kinderen dat grote nieuwe gezin?

Richard: ‘Onze eigen kinderen zijn de onzichtbare hulpverleners, zij breken vaak het ijs. Ze vinden het niet altijd leuk, soms is het ze te druk. Maar er is wel weer altijd iemand om mee te spelen.’

Jorien: ‘De bovenverdieping van ons huis is met opzet echt alleen voor ons. Daar zijn de slaapkamers van de kinderen en onze badkamer. Wij slapen in de vide boven de woonkamer. Als er iets is, hoeven de kinderen alleen maar naar boven te roepen. Eens per maand nemen we twee dagen vrij met het gezin, dat hebben we echt nodig om het vol te houden. Dan slapen we bizar veel.’

Kunnen jullie uitleggen waarom dit werk zo gelukkig maakt?

Jorien: ‘Dat moet je zoeken in kleine dingen. Een van de meisjes was in het begin zo angstig dat ze alleen kon slapen met een zaklamp in haar hand geklemd. Nu slaapt ze zonder, omdat ze zich hier veilig voelt. Soms krijg ik ineens een knuffel, daar kan ik dan weer heel lang op door.’

Richard laat de verjaardagskaart zien die hij van een van de kinderen kreeg: ‘lieve Richard, ik ben blij dat jij mijn pleegvader bent’.  Wat ze niet makkelijk kunnen zeggen, kunnen ze wel schrijven, zegt hij, of tekenen.

Hoe lang mogen de kinderen blijven?

Jorien: ‘Bij 17 jaar en 364 dagen houdt de begeleiding op, dan moeten ze van de wet zelfstandig verder. Terwijl deze kinderen vaak niet even bij hun ouders langs kunnen voor wat hulp. Daarom bereiden wij ze voor. Vanaf hun veertiende doen ze hier hun eigen was, vanaf hun zestiende koken ze een avond in de week.’

Aan het einde van de gang met slaapkamers hebben ze de voormalige bed and breakfast intact gelaten. Daar woont nu het oudste kind, een meisje dat binnenkort het huis uitgaat. ‘Kan ze alvast trainen, fouten maken en op ons terugvallen.’

Richard: ‘De rechter bekijkt ieder jaar of de kinderen onder toezicht blijven staan. Voor ieder kind dat terug kan naar de ouders gaat hier de vlag uit, maar ik denk eigenlijk dat ze allemaal bij ons blijven totdat ze zelfstandig zijn. Het zou geweldig zijn als ze daarna blijven aanschuiven.

Jorien: ‘Ik hoop dat we hier over vijftien jaar met zijn allen Kerst vieren en dat de tafel dan te klein is.’

Hoe de vader van een patiënt met ernstig hersenletsel zelf een revalidatiekliniek begon

Daan Theeuwes overleefde nipt een scooterongeluk en zijn voorland leek duidelijk: een verpleeghuis. Totdat zijn vader in Atlanta een revalidatiecentrum vond dat wonderen verricht en hij er zelf een opzette

Ook burgemeester Ineke van Gent van Schiermonnikoog kreeg te maken met een wending in haar leven, nadat vrachtschip MSC Zoe in de nacht van 1 op 2 januari 342 containers verloor in de Noordzee. Plots was ze hoeder over 250 duizend kilo troep. En had ze als overtuigd pacifist opeens het leger nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden