Interview Ria Bremer

Ria Bremer over haar indrukwekkende loopbaan: ‘Een carrière zoals de mijne is nu niet meer mogelijk, al zou mijn talent vast ook in deze tijd boven zijn gedreven’

Journaliste Ria Bremer (78) Foto Ivo van der Bent

Ria Bremer (79) schreef tv-geschiedenis met programma’s als Stuif es in en Vinger aan de pols. Nu is ze terug op tv en vertelt ze over léven, grenzen opzoeken en de confronterende kanten van ouder zijn.

In een montagekamer van het gebouw van Avrotros in Hilversum kijkt Ria Bremer (79) onbewogen naar een veel jongere versie van zichzelf in 1983, in het tv-programma Hoe bevalt Nederland. Nee, het roept geen enkele emotie op. ‘Ik voel me er niet oud door. Wat bedoel je eigenlijk? Of ik het shockerend vind?’

Nee. Of je er melancholiek van wordt.

‘Nee joh. Ik heb geen enkel verlangen naar die tijd. Het was mooi, ik heb alleen maar leuke dingen meegemaakt, maar ik heb nooit terugverlangd. Want er was altijd weer iets nieuws, iets nieuws, iets nieuws. Ik groeide door. Dit nieuwe programma over bevallen is ook weer prima. Ik hoef me er echt niet voor te schamen.’

Op haar uitdrukkelijke wens wordt ze getutoyeerd, de vrouw die als presentator van het kinderprogramma Stuif es in (1968-1985), verslaggever van het actualiteitenprogramma Televizier Magazine (1969-1996) en boegbeeld en bedenker van het medische programma Vinger aan de pols (1980-2000) tv-geschiedenis schreef. Ze begon haar loopbaan als schrijvend journalist, van de Volkskrant onder meer. Woensdag keert ze terug op tv in Hoe bevalt Nederland.

Het is een driedelig vervolg op een opzienbarend zwangerschapsprogramma dat Bremer in 1983 maakte met dezelfde titel. Opnieuw zijn vrouwen geënquêteerd, ruim 16 duizend deze keer. Een nieuw programma over ‘zwanger worden, zwanger zijn en bevallen’ was haar eigen idee. ‘Toen ik het voorstelde, keken een paar mannen van de NPO me aan, stelden me een paar vragen en vroegen wat ik precies nodig had. Geregeld.’

Bremer is bijna 80, moeder van drie zoons en ruim een halve eeuw getrouwd met Bob Bremer, oud-regisseur bij de Avro en netcoördinator. Ze oogt fit, ambitieus en scherp. Na de kennismaking vraagt ze wat precies de bedoeling is van het interview. ‘Ik vind het leuk om over het vak te praten. En over het programma. Mijn eigen leven vind ik niet zo belangrijk.’

Waarschuwend: ‘Het probleem van een interview met mij is dat ik altijd nadenk wat interessant voor de lezers is. Terwijl ik niet op jouw stoel mag gaan zitten.’

Hard lachend: ‘Als ik mezelf zou moeten interviewen, zou ik het wel weten.’

Waar zou het dan over gaan?

‘Mijn extra waarde is dat ik ver en veel terug kan kijken; op het vak en op mijn werk, voornamelijk in de medische journalistiek. Ik heb zo veel meegemaakt. Ik ben een aflevering van Andere Tijden geworden.’

Wat is de grootste verandering in al die jaren?

‘Geld. Er is veel minder geld. Stuif es in is een goed voorbeeld. Als wij een dag extra wilden repeteren, ergens in zo’n tent, was dat prima, ook al kostte het 10 duizend gulden. Nog een camera erbij? Oké. Extra draaidagen voor Televizier Magazine waren bijvoorbeeld ook geen probleem.

Ria Bremer presentatrice van het AVRO programma Stuif Es In voor de jeugd Foto ANP

‘Een carrière zoals de mijne is nu niet meer mogelijk, al zou mijn talent vast ook in deze tijd boven zijn gedreven. Er waren twee netten, Nederland 1 en 2, en geen commerciële zenders. Ik heb ooit een screentest gedaan voor het Journaal, maar ik zat goed bij die Avro. Ik mocht eigenlijk alles doen wat ik wilde. Tegenwoordig draait alles om kijkcijfers. En straks zijn er geen kijkers meer. Dat maak ik niet meer mee, maar wat is straks nog de rol van televisie? Tv zal niet verdwijnen, meer kan ik er ook niet over zeggen. Maar tv maken, dat kan ik nog.’

Met de meeste voldoening kijkt ze terug op de honderden reportages die ze maakte als verslaggever bij Televizier Magazine. ‘Gelukkig zat Bob in hetzelfde vak. Hij wist waar ik mee bezig was en hij begreep en waardeerde het. Hij wilde mijn carrière niet in de weg staan. Nog steeds doen we alles samen. Anders had het ook niet gekund.’

Als ze het kon overdoen, zou ze nog meer reportages hebben gemaakt uit oorlogsgebieden. ‘Dat gevaar kon mij niet zo veel schelen, maar ik kon het niet maken, met drie kinderen. En mijn ouders zouden het ook vervelend hebben gevonden als ik in het oorlogsgeweld was omgekomen. Van je man kun je nog verlangen dat hij de risico’s accepteert, maar van kinderen niet.’

Ria Bremer, Wibo van der Linden Foto ANP

Ria Bremer heeft een tatoeage, zeiden ze op de redactie, toen werd gevraagd of ik jou wilde interviewen. Later zag ik dat die tatoeage in élk interview wordt besproken.

‘De meeste interviewers vinden die tatoeage heel raar. Ik heb er veel boze brieven over gekregen. Hoe ik, die zo bezig was met vraagstukken over gezondheid, het in mijn hoofd had gehaald om mijn lichaam te verminken.’

Ik keek er eerlijk gezegd ook van op. En dan ook nog een tatoeage van Henk Schiffmacher.

‘Henk is een goeie kompaan van me! En het past juist heel goed bij me. Ik wilde al een tatoeage in een periode dat het niet gebruikelijk was, meer dan twintig jaar geleden. Bob werd er gek van. Heel vaak dacht ik: nu ga ik Henk bellen. Maar het kwam er maar niet van. Een jaar of tien geleden heb ik hem gebeld. Ik ga snel weer bij hem langs. Henk moet weer aan de slag, want ik heb er twee kleinkinderen bij. Wil je het zien?’

Eh ja, leuk.

Ria Bremer ontbloot haar linkerschouder. ‘Er is niet veel ruimte meer. De drie blaadjes, dat zijn mijn zoons. De drie lieveheersbeestjes zijn mijn kleinkinderen. Er zijn inmiddels twee kleintjes bij gekomen. Dus moeten er nog twee lieveheersbeestjes bij worden getatoeëerd. Ik vind het ontzettend jammer dat-ie hier zit, op mijn bovenarm, want ik draag geen mouwloze jurkjes meer. Ik zou hem liever in het zicht willen hebben.’

Waar dan?

‘Dat is het probleem! Op deze leeftijd ga je alles bedekken, man.’

Ben je een leuke oma?

‘Nee.’

Nee?

‘Ik sla ze niet. Ik moet nu even heel erg goed nadenken over de formulering. Ik ben gelukkig als mijn kinderen gelukkig zijn. En als ze gelukkig zijn met hun kinderen, als ik zie hoe ze met ze bezig zijn, vind ik dat schattig. Daar geniet ik van.’

Journaliste Ria Bremer (78) Foto Ivo van der Bent

Maar?

‘We hebben er nu eentje van bijna 12. Het begint eindelijk een beetje leuk te worden. Dat meen ik echt. Ik heb er nu weer zo’n klein ding bij. Ik ben altijd blij als de bevalling goed is gegaan, maar ik lig er verder geen seconde wakker van. Mijn zoons begrijpen het. Ze kennen me, ze weten dat het me niet zo boeit. Ik weet ook niet wat ik met die kleintjes moet doen. Hoe ouder kleinkinderen zijn, hoe leuker het is. Ik wil met ze kunnen praten. Ik kan het niet mooier maken.’

Met plezier praat ze over haar beginjaren in de journalistiek, de jaren bij regionale kranten en later de Volkskrant. ‘De redactie zat nog op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, met al die cafés in de buurt. Ik heb wel geleefd, hè.’

Wat bedoel je daar precies mee?

‘Vul het zelf maar in.’

Mannen, drank, drugs?

‘Ik heb gelééfd. Ik bleef niet in mijn Hilversumse kamertje zitten. Daar ben ik trouwens na een tijdje weggestuurd. Het raam stond te vaak open. Ik zal een ander voorbeeld geven. Ik heb een jaar op kostschool gezeten bij de nonnen, in het centrum van Rotterdam, aan het begin van de Lijnbaan. Daar stond het klooster van de zusters franciscanessen. Ik ben erafgestuurd.’

Onhandelbaar?

‘Ja. Onhandelbaar. Ik heb daar rare dingen gedaan. Ik was niet slecht, maar ik leefde en zocht grenzen op. Dat heb ik altijd gedaan. Het ging vanzelf. Ik was voorloper in mode en muziek. Later was ik een vrouw die werkte, ondanks haar gezin. Ik ben nooit feministe geweest, maar ik werd wel geïnterviewd omdat ik als eerste vrouw een actualiteitenprogramma presenteerde en reportages maakte. Het was allemaal nieuw.’

Was het nieuwsgierigheid?

‘Meer mijn karakter, denk ik. Bij de Friese Koerier, Ons Noorden en het Noordhollands Dagblad werd ik gegrepen door de journalistiek. Als journalist wist je alles als eerste. En het mooiste: je stond vooraan. Dat wilde ik, vooraan staan.

Ria Bremer Foto ANP

‘Talent, aandacht, daar viel ik voor. Ik heb altijd kansen gekregen. Van hoofdredacteur Joop Lücker bij de Volkskrant, van Wibo van de Linde bij Televizier. Dat gebeurt tegenwoordig nog maar zelden. Ze zagen dat ik iets kon en hebben me gevoed. Laten leren. Ik ben een echte geluksvogel.’

Een dag voor het interview zat ze om zeven uur ’s avonds nog te werken in het gebouw van Avrotros. ‘Met Bob zou ik om vijf uur iets gaan doen, iets gezelligs. Ja, sorry. Dan hebben we geen ruzie hoor. Hij is alleen een beetje teleurgesteld. Vandaag ben ik ook weer de hele dag weg. Ja, we hadden ook kunnen gaan golfen.’

Jij golft?

‘Daar ben ik mee begonnen toen ik 60 werd. Had ik veel eerder moeten doen. Het is iets wat je samen kunt doen. We zijn zelfs op golfreis naar China geweest. Enig toch? Interessant hoor, al die cultuur, maar ik ben geen museumtijger. Het was vooral heerlijk dat we drie keer konden golfen.’

Heb je een beetje talent?

‘Neuh, Bob is beter. Omdat het in de krant komt zeg ik: véél beter.’

Ze leerde haar man in 1962 kennen. Als ‘omroepcorrespondent’ van de Volkskrant, door Lücker van de Volkskrant gestationeerd in Hilversum, maakt ze in de RAI in Amsterdam een reportage over de liefdadigheidsactie Open Het Dorp.

‘Bob had daar ook een klus. Hij stond bij de deur met een vuilnisbak, daar konden mensen geld in gooien. Ik maakte een reportage, voor de voorpagina. Ik interviewde hem en toen was het gebeurd.’

Meteen?

‘We hebben het niet direct gedaan, nee. We reden terug naar Hilversum, daar woonden we allebei op kamers. Joop van Zijl, onze collega, reed. Zo begon het. Maanden later zijn we in een deux-chevauxtje naar de RAI gereden en hebben we elkaar voor de deur een ring gegeven. Maar of dit nou allemaal in het verhaal moet?’

Ik denk het wel.

‘Ik had misschien wel wat anders moois naar mijn bedstede kunnen lokken, maar zonder Bob zou het me al die jaren allemaal niet zijn gelukt. We horen gewoon bij elkaar.’

Een paar jaar geleden werd hij ernstig ziek.

‘Eerst slokdarmkanker. Slokdarm eruit. Dat is heel goed gegaan. Anderhalf jaar later waren er complicaties na het weghalen van galstenen. Er gingen wat dingetjes fout. Hij lag kritiek, ik heb afscheid van hem genomen. Hij is aan het opkrabbelen, maar het is niet meer wat het is geweest. Hij was sterk en had een uitstekende conditie. Dat is voorbij. Hij werkt er hard aan om weer de oude te worden, maar helemaal zal het misschien niet lukken. Zoiets hakt er bij iedereen in, en dus bij mij ook.’

Heeft het je veranderd?

Aarzelend, plotseling: ‘Het bijzondere van deze leeftijd, en dat vind ik zeker niet leuk, is dat je niks meer plant. Je toekomst is afgesloten. Er is geen toekomst meer.

‘Een paar jaar geleden kreeg ik van de kinderen een boompje voor in de tuin. Een fruitboom. Ik hou ervan om jam te maken. En op die potjes jam plak ik mooie etiketjes. Bessen, aardbeien. Van de week heb ik nog 20 kilo aardbeien gekocht, in Urk bij een boerderij. Toen we de serie De anatomische les maakten, haalde ik daar altijd fruit. Met die mensen heb ik nog steeds een band. Dat is vaker het geval met mensen die ik heb ontmoet. Omhelzen, kussen, alles, ik krijg de hele familiegeschiedenis te horen. Ik geloof dat ik oprecht belangstellend ben, ja.’

Even terug naar die aardbeien  20 kilo?

‘Zestig potjes.’

Aardbeienjam.

‘Als ik had geweten dat je er zo in geïnteresseerd was, zou ik een potje hebben meegenomen. Jammer. Ik ben zoals die ouwe vrouwtjes van vroeger. Dan kwam je op visite en dan zeiden ze: kind, wil je een appeltje mee voor onderweg?’

Maar we hadden het over een boompje dat…

‘Over twee of vijf of tien jaar komt er een eind aan mijn leven. Wat heb ik dan aan zo’n boompje? Dat gevoel is exemplarisch geworden voor het leven na de zware periode door de ziekte, het ziekenhuis, de intensive care, de depressiviteit. Dat heeft máánden geduurd.

‘Ja, de ziekte van Bob heeft me veranderd. Dit benadrukt onze leeftijd. Het maakt het heftiger. Confronterender. Het einde komt eraan.

‘Stel dat deze serie goed wordt ontvangen, dat het oké is. Als ik twintig jaar jonger was geweest, zou de baas van een omroep vragen of ik nog een leuk idee heb voor een programma. Ik heb niet het gevoel dat iemand dat nu nog gaat doen. En de mensen die zeggen die ik moet doorgaan, doen dat met een ondertoon. Zo van: tjonge, tjonge, wat is er met die vrouw aan de hand, ze is 79 en ze werkt nog steeds als een paard.

‘Dat heb ik altijd gedaan, keihard werken. Ik heb zó hard gewerkt. Dag en nacht, zwaar, moeilijk, veel reizen. Praten, luisteren, en al die duizenden minuten gesprekken uittikken.’

Daar verlang je toch zeker niet naar terug?

‘Toch wel. Ik vind het mooi. Het is een onderdeel van mijn vak. Doorbeuken. Heerlijk.’

Hoe bevalt Nederland, eerste aflevering van een driedelige reeks, woensdag 5 september, NPO 1, 20.35 uur, Avrotros. 

In Hoe bevalt Nederland bespreekt Ria Bremer in drie afleveringen de stand van zaken in de voortplantingsgeneeskunde, opnieuw. Deze tweede editie van het programma bouwt voort op de ­eerste, uit 1983. Net als destijds vormen persoonlijke verhalen en statistieken de basis. Ruim 16 duizend vrouwen ­werkten mee aan een onderzoek van EenVandaag. Onder de deelnemers werden 10.133 baby’s geboren, onder wie 147 tweelingen. De meest voor­komende namen zijn Luuk en Julia. De jongste moeder was 15, de oudste 46.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.