Interview Lust & liefde

Reno (81) ontsnapte het grauwe Noord-Duitsland, maar mist de warmte van zijn 'vismeisje’ nog steeds

Reno (81) verliet op zijn 20ste het Duitse Ostfriesland voor een bestaan op zee. Maar één persoon kon hij nooit vergeten.

Beeld Sasa Ostoja

‘Het stond eind jaren vijftig vast dat ik met haar zou trouwen. We woonden in naburige dorpen in het Duitse Ostfriesland, gemeenschappen die leefden van landbouw en visserij. Anneliese ontmoette ik tijdens het jaarlijkse Klootschiesserfest. Ze droeg een zomerjurk en was flink van postuur, denk aan een jonge Corry Konings. Het haar wat korter en donkerder, maar het gezicht op dezelfde manier vriendelijk ­omlijst. We hebben die avond niet veel gesproken, maar zijn na afloop hand in hand samen teruggelopen en haar hoofd – ze was maar iets kleiner dan ik – legde ze tegen mijn schouder. Twintigers waren we en tamelijk onervaren. Maar we pasten zo goed bij elkaar dat we die wanhopige fase van aantrekken en afstoten en peilloze onzekerheid in een keer oversloegen. We hielden van elkaar vanaf het moment dat we elkaar zagen. 

De stille plekken in het dorp waren snel gevonden. Daar ­begon het zoenen en het zachte strelen van armen en gezicht, maandenlang was dat voor ons helemaal genoeg. Pas later kwam het voelen erbij en nog later wat je echte seks zou kunnen noemen. Alles, zowel het dialect waarin we spraken als de nieuwsgierigheid waarmee we elkaar aanraakten, was vertrouwd op een manier die mij onbekend was. Onze ontwikkeling en behoeften gingen gelijk op. Toen we na een jaar orale seks ontdekten bijvoorbeeld, was dat niet omdat een van ons had gehoord dat dit bij seks hoorde, maar omdat we al snuffelend aan elkaars lichaam die mogelijkheid zelf ontdekten. Zoals je je op reis het meest hecht aan de plekken waar je bij toeval belandt. Het besef dat we iets meemaakten wat twee jonge mensen maar ­zelden meemaken, zo zuiver en vol eerlijke toewijding, zorgde voor fantastische jaren.

Maar bij mij thuis, een familie van hardwerkende boeren, hadden ze niks op met dit eenvoudige ‘vismeisje’ dat de dochter was van een Noordzeevisser. Mijn vader had liever gezien dat ik met een boerendochter was thuisgekomen met wie ik de boerderij kon overnemen en sprak maanden niet met me. ­Andersom was ik bij haar altijd welkom. Ik zie nog haar vader Bernd bij de deurpost staan als we ’s avonds in onze mooiste ­kleren uitgingen: ‘Ik zou nog een keer zo jong willen zijn als jullie twee’, zei hij dan. Ik zag weemoed in zijn ogen als zijn dochter haar wang even zacht tegen de mijne duwde, maar ik was te jong om daar een waarschuwing in te herkennen. 

Ja, we zouden trouwen, dat wilde ze graag. Maar lang voor ik haar ontmoette had ik mijzelf een heel andere toekomst beloofd. Ik wilde ontsnappen. Weg uit het grauwe Noord-Duitsland, weg van mijn nijvere, humorloze en strenggelovige vader, die mijn hele toekomst als erfgenaam van de boerderij had vastgelegd. Al toen ik heel klein was, stond ik aan de kade van ons kustdorp en keek uit over zee en verlangde naar de dag dat ik eindelijk aan boord kon stappen van een van die schepen die naar Brazilië gingen, of naar Amerika, of naar een van die andere verre ­bestemmingen met palmbomen en vrolijke mensen. Mijn onrust was groot en het idee dat een ­ander de loop van mijn leven zou bepalen, welke ander dan ook, was onbestaanbaar. Ik heb het nooit echt kunnen vinden met mijn vader, hij heeft mij nooit begrepen. En toen Anneliese rond mijn 20ste ineens kalm en zeker een arm om me heensloeg en mij met die arm, met dat gebaar, een nieuw soort liefde gaf waaruit vertrouwen sprak, verdween mijn onrust niet, maar werd hij vermenig­vuldigd met verwarring.

Vakantieliefde?

Voor komende zomer is Corine Koole nog op zoek naar mannen en vrouwen die willen vertellen over een bijzondere vakantieliefde van lang of kort ­geleden. We willen ook graag de ­vakantieliefde zelf aan het woord laten; zonodig gaan we samen met u op zoek. Mail een korte toelichting naar: lust@volkskrant.nl.

Twee jaar zijn we samen ­geweest. Zoals ik naar zee en verdwijnen verlangde, verlangde zij naar een gezin en een man om kinderen mee op te voeden. Niet naar een zeeman die maanden van huis zou zijn. Een paar keer zei ze heel duidelijk: als je weggaat, de zee op, dan is het uit tussen ons. Maar ik was toen, ondanks alle weerstand van mijn vader, al een jaar bezig met mijn opleiding tot scheepsingenieur. Moest ik dat opgeven?

We waren zo verliefd. Het was zo duidelijk: het was zij of niemand. En tegelijk wisten we beiden dat die keuze een schijnkeuze was. Ik kon niet anders dan ontsnappen aan de stijve rechtschapenheid, het voorspelbare, het drukkende christelijke geloof van mijn geboortegrond. Ik moest wel. Thuis ontvingen mijn ouders en ik vaak een belangrijke reder uit de enige villa in de ­omgeving. De vriendschap ­dateerde al vanaf de oorlog, toen wij hem en zijn familie van levensmiddelen konden blijven voorzien. Deze man had een schoonzoon die mij enthousiast vertelde over de nieuwste schepen. En op een avond, 19 augustus 1960, besloten Anneliese en ik te breken. Zij zag in dat we ­beter elk onze eigen weg konden gaan en spoedig vertrok ik aan boord van een zeeschip waar ik ging werken in de machine­kamer. Maar verlaten heeft ze me nooit.

Ze is getrouwd, heeft kinderen gekregen, al haar wensen kwamen uit. En toch is ze in mijn gedachten altijd de mijne gebleven. Ik heb veel vrouwen leren kennen overal ter wereld, ­geleerde vrouwen, prostituees, huisvrouwen, echte lady’s. Vijftig jaar geleden ben ik zelfs getrouwd. Als technicus op een groot handelsschip, verkeerde ik niet bepaald in een omgeving waar romantiek welig tierde, maar Anneliese was altijd bij mij. Nog steeds, bijna zestig jaar later, mis en zoek ik haar warmte, haar tederheid, de ­vanzelfsprekendheid van haar aanrakingen waarmee ze gaf ­zonder iets terug te verlangen. ­­

Ik ben vele malen de wereld rondgevaren en heb bereikt wat ik wilde, maar inmiddels 81 jaar oud weet ik dat echte liefde niet voor het oprapen ligt. Mijn autonomie had een hoge prijs. Ze is nooit boos geweest, heeft me niets verweten. Doodongelukkig maar vreedzaam zijn we die ­zomerdag huilend uit ­elkaar ­gegaan. Tot haar dood in 1985 is ze in Ostfriesland blijven wonen. Soms bezoek ik haar graf en ­prevel zacht in ons plat Duits: ‘Danke Anneliese, vergeef me mijn achteloosheid.’ Maar ook dan is de zee nooit ver weg.’

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden