InterviewJe kunt het maar één keer doen

Remona moest afscheid nemen van haar man Marc de Hond: ‘Het klinkt gek, maar hij heeft genoten van het regelen ervan’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren: hóé je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Beeld Krista van der Niet

Marc de Hond (42, theatermaker en presentator) overleed op 3 juni jl. aan de gevolgen van blaaskanker. Hij was getrouwd met Remona de Hond-Fransen (34, fysiotherapeut, oud-atleet) met wie hij dochter Livia (3) en zoon James (2) had.

Remona: ‘Omdat Marc een dwarslaesie had en niet zelf kon plassen, moest hij zichzelf meerdere keren per dag katheteriseren. Twee jaar geleden merkte hij dat er bloed in zijn urine zat. Toen ons na een kijkoperatie werd verteld dat het blaaskanker was, moest ik een paar tranen laten, maar Marc hoorde vooral de mogelijkheden. Hij zou chemotherapie krijgen en zijn blaas moest eruit. De vijftien maanden die erop volgden waren we vooral doelgericht, pragmatisch en positief. We deden er alles aan om het zware proces van de operatie en behandelingen zo goed mogelijk samen te doorstaan. ‘Zolang er hoop is, kun je niet accepteren dat je doodgaat’, zei Marc altijd. Tot 6 april was er hoop.

Op 6 april kregen we het allerslechtste nieuws. De arts in het ziekenhuis vertelde ons dat de kanker was uitgezaaid en dat ze niks meer konden doen. Het enige wat nog restte was palliatieve zorg. Toen ze uitgesproken was, zei Marc: ‘Maar dit is voor jou toch ook niet leuk om te vertellen?’ Het was typisch Marc om een grapje te maken op zo’n zwaar moment. De oncoloog kwam nog met een mogelijke trialbehandeling, maar toen duidelijk werd dat die alleen levensverlengend was, wilde Marc het niet. Hij was resoluut: ‘Ik zie mijn kinderen helemaal opgroeien of niet’, en ‘of ik nou 42 of 43 word, maakt me niet uit. Ik wil 80 worden’.  

Vanaf dat moment begon Marc mij voor te bereiden op het leven zonder hem. Hij was ervan overtuigd dat hijzelf de beste persoon was die me daarbij kon helpen. Hij vertelde me keer op keer dat ik een heel sterke vrouw ben. Hij beaamde dat het superverdrietig was en dat ik moeilijke tijden tegemoet zou gaan, maar zei dat ik het wel kón. Hij zei: ‘Over 1.92 meter springen is ook heel moeilijk, en dat heb je ook gedaan.’ Ook drukte hij me op het hart dat het goed zou komen met Livia en James. Hij en zijn broer waren ook 3 en 1 jaar toen hun moeder op 30-jarige leeftijd aan borstkanker overleed. ‘Kijk naar ons, wij zijn gelukkige mensen geworden en we zijn ook goed terechtgekomen. Er is geen reden om dit niet te kunnen doorstaan.’

Marc en Remona.Beeld Elmar Krop/Nouveau magazine

Kenmerkend voor de laatste acht weken was dat wij samen heel erg toeleefden naar het leven zonder Marc. Ondanks zijn eigen verdriet heeft hij zichzelf op de tweede plek gezet en alles wat hij deed, deed-ie voor ons. Hij regelde álles. Hij heeft als een gek zijn boek afgemaakt. Zijn afscheidsspeech gefilmd. De hele afscheidsceremonie georganiseerd. Ik vond het fijn dat hij zo bevlogen bezig was, ik faciliteerde hem graag. Het klinkt gek, maar hij heeft ervan genoten. Als mensen op bezoek kwamen, waren ze verbaasd dat we al zo ver in dat proces zaten. We waren bezig met het zoeken naar een huis waar ik met de kinderen zou gaan wonen als Marc er niet meer zou zijn. We waren zelfs scholen aan het uitzoeken.

Marc was niet bang voor de dood, hij had voornamelijk angst voor het stukje ervóór. De onzekerheid van de laatste fase, hoe ziek hij zou worden, dat vond hij heel eng. Wanneer kies je ervoor om te stoppen? Hoe slecht wil en kun je zijn? Zijn motto was: ‘Ik wil leven aan de dagen toevoegen en geen dagen aan het leven’. Hij wilde het heft in eigen handen houden, niet wegcreperen. We hebben het met de huisarts over euthanasie gehad en over palliatieve sedatie. Euthanasie zag hij niet zitten. Het idee dat hij er morgen om 16.00 uur niet meer zou zijn, vond hij heel naar. Dus werd het palliatieve sedatie. Op dat moment was ik het daarmee eens.

Op woensdag, precies een week voordat hij is overleden, heeft een fotograaf foto’s van hem gemaakt voor Volkskrant Magazine. Dat is de laatste keer dat hij uit bed is geweest. Zaterdagavond moest ik zijn hele familie uitnodigen om te komen eten. Zijn broers en zussen, vader en tweede moeder met hun partners; allemaal zaten ze in de slaapkamer rond zijn bed. Hij wilde met hen video’s van vroeger zien. Bar mitswa, familiefeesten, de kleine Marc rondhobbelend met z’n broertjes, interviews met zijn opa en oma; zijn hele leven kwam voorbij. Hij vond het ontzettend fijn om er met elkaar naar te kijken. Het was ook oprecht heel gezellig.

In de nacht van maandag op dinsdag zei Marc dat hij niet meer wilde. Hij had alles afgerond. Het huis was gekocht, zijn boek was af, de begrafenis was geregeld. En, het belangrijkste, hij wist dat ik er klaar voor was. Ik was hem sinds zondag onbewust de ruimte gaan geven dat het goed was. Ik heb hem het gevoel gegeven dat ik begreep dat hij niet meer wilde, dat hij niet zo slecht wilde worden. Ik lag naast hem, we hadden twee zorgbedden tegen elkaar aan geschoven, en nu was ik degene die tegen hem praatte. Ik gaf hem het vertrouwen dat het goed zou komen, dat hij met een gerust hart kon gaan. Voor het eerst waren de rollen omgekeerd.

De huisarts kwam om tien uur. De hele familie stond om het bed heen, dat wilde Marc. Iedereen nam afscheid met een knuffel en een kus. Het infuus werd aangelegd en het slaapmiddel toegediend. De dokter beloofde dat hij niet meer wakker zou worden. Ik was opgelucht dat het klaar was en dat hij rustig sliep. Vanaf dat moment gingen we allemaal fluisteren. Waar we ook in het huis waren, iedereen fluisterde. Het was mooi, sereen.

Toen gebeurde er iets wat nooit had mogen gebeuren: Marc werd toch nog onrustig. Dat vond ik ontzettend zwaar. Er moest weer veel overlegd worden met huisarts en thuiszorg over extra medicatie. Pas na acht uur wisten we zeker dat hij rustig sliep. Om kwart over één de volgende middag is hij gelukkig heel vredig gegaan. Ik heb vooraf niet goed tot me laten doordringen wat palliatieve sedatie eigenlijk inhield. Ik heb het echt onderschat.

Voor Marc was zijn moeder zijn grote voorbeeld. Zij moest ook op heel jonge leeftijd haar man en jonge kinderen achterlaten en dat heeft ze heel moedig en waardig gedaan. Als je zijn vader Maurice hoort spreken over het afscheid van zijn moeder Jasmin is dat bijna identiek. Zijn vader zegt dat hij niet meer heeft gehuild toen ze dood was omdat dat zou voelen als verraad tegenover haar.

Ik had mijn twijfels of ik wel zo sterk zou zijn en dat heb ik een keer tegen Marc geuit. Ik durfde het bijna niet te zeggen, omdat Marc zo zijn best deed om mij te helpen. Dan zou hij misschien het gevoel krijgen dat hij het niet goed deed, dat hij faalde. Maar hij zei: ‘Natuurlijk mag je verdrietig zijn, het is een enorme klus die je moet klaren. Laat je tranen vloeien tot een vijver waarop je in de zomer met de kinderen kunt varen en waarop je in de winter kunt schaatsen.’ Hij gaf me het vertrouwen dat ik het aankon, maar ook de ruimte om te huilen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden