LAND VAN AFKOMSTJamel Aattache

Regisseur Jamel Aattache: ‘Op feestjes tijdens de ramadan werd gezegd: jij mag natuurlijk niet eten’

Beeld Ernst Coppejans

Filmer Jamel Aattache (45) ziet dat vakgenoten vaak wordt gevraagd werk te maken over hun afkomst. Hij maakt juist romkoms voor een groot publiek.

Aan het begin van deze eeuw werd Jamel Aattache uitgenodigd voor een culturele avond in Nighttown, Rotterdam. ‘Ik zat met Pim Fortuyn op het podium, niet lang voordat hij werd vermoord. Die avond was een beetje elitair, mijn vrienden en ik voelden ons daar echt allochtoon.

The Good, the Bad & the Innocent werd vertoond, een kung fu-filmpje dat ik had gemaakt, van vijf of zes minuten. De organisatoren van die avond wisten niet waar de film over ging, ze hadden alleen mijn naam gezien. De presentator, een Nederlandse man, vroeg waarom ik geen film had gemaakt over mijn eigen achtergrond.’

Afkomst

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met ondernemer Mo Bicep en Kamervoorzitter Khadija Arib (beiden Marokkaans).

En toen?

‘Pim Fortuyn vroeg waarom ik dat zou moeten doen, hij vond dat ik beter gewoon mooie dingen kon maken. Mijn vrienden vonden het een omgekeerd racistische vraag. En ik dacht: deze vraag zag ik niet aankomen, vonden ze mijn film niet leuk?’

Op 8 oktober verschijnt, als de coronasituatie het toelaat, de nieuwe film van Jamel Aattache in de bioscoop: Casanova’s, een romantische komedie. ‘Een vriend van me is tien jaar dating coach geweest, ik heb met hem meegekeken: hoe gaat zo’n cursus? Het was fascinerend om te zien hoe het zelfvertrouwen zich ontwikkelde bij die mannen.

‘Daar gaat de film over. Het speelt zich af in Rotterdam, de diversiteit zit in de casting van de rollen. Of je nou dik of dun bent of Marokkaans of Nederlands: dit verhaal kan hetzelfde zijn voor iedereen.’

In 2018 regisseerde Aattache een andere romkom, Zwaar verliefd!, met onder meer Jim Bakkum, en in 2019 Whitestar, ‘een paardenfilm met Britt Dekker, ik vond het een uitdaging om zo’n film te maken.’

Ook geen films over je eigen achtergrond?

‘Ik wil gewoon verhalen vertellen, daarom ben ik films gaan maken. Ik was wel bezig met een film waar het een rol in speelt: Matties, over een gemengde vriendengroep waarin een van de jongens wordt uitgehuwelijkt. The Hangover, maar dan in India. Voor die film zou in India gedraaid moeten worden, dat gaat voorlopig niet gebeuren.

‘Ik zoek de comedy in die gemengde achtergrond, dat mis ik enorm in Nederland. Films zoals Het schnitzelparadijs en Shouf Shouf Habibi!. Verhalen die lijken op hoe ik vroeger met mijn vrienden omging.’

Waar was dat?

‘In Rotterdam. Mijn moeder had een Hollandse vader, opa Jan, en een Indische moeder. Haar zus ziet eruit als een indo, mijn moeder is blond. En mijn vader kwam uit Algerije via Frankrijk naar Nederland. Hij woonde eerst in een banlieue in Parijs, daar vond hij het te racistisch. Hij werd raar aangekeken en constant naar zijn ID gevraagd, vaak wel twee keer per uur. Van een vriend hoorde hij dat Nederland het paradijs was, daar zou hij niet zo worden behandeld.

‘Ik kan me herinneren dat mijn neefjes en nichtjes van beide kanten op bezoek waren en dat we gingen buitenspelen. Daar werd verbaasd op gereageerd: het ene deel van je familie is blond en die anderen zien eruit als Marokkanen, hoe kan dat? Ik hoorde de verhalen in de familie, ook over jappenkampen, maar je kunt het pas later plaatsen. Het lekkere eten, dat is wat ik me vooral herinner.’

Wat dachten mensen dat je was?

‘Spaans, Italiaans, Turks, Joods. Ik zei dan: bijna goed. Meestal kwamen ze niet verder dan dat ik er niet Nederlands uit zag. Over mijn naam zeiden ze: dat hoor je niet vaak, interessant. Aattache, dat kan van alles zijn. Attaché, zoals bij een koffer. Mijn broer heet Rick en ziet er Nederlandser uit dan ik, die hoort er nooit iets over.

‘Op feestjes tijdens de ramadan werd tegen me gezegd: jij mag natuurlijk niet eten. Dan zei ik: jawel, hoor. Mijn vader voedde ons wel op als moslims, alleen heel licht. Uiteindelijk zijn mijn ouders gescheiden. Kort gezegd stond het geloof in de weg.

‘We groeiden op in een Rotterdamse achterstandswijk, ik heb mensen het verkeerde pad op zien gaan. Ook gewoon Nederlanders, dat verschilde niet zoveel. Zelf heb ik nooit iets negatiefs gemerkt, alleen dat ik door portiers eerder werd geweigerd als ik met Turkse vrienden was dan met Nederlanders. Maar ja, portiers kunnen iedereen weigeren als je schoenen ze niet aanstaan.

‘Soms lees ik dingen over discriminatie, bij sollicitaties of zo, en denk ik: hoe kan dat nou? Wat vreemd, jammer ook. Ik ben geboren in 1974, misschien was het een andere tijd.’

Hoe begon je met films maken?

‘Mijn vader huurde altijd films bij de videotheek. Pas op het hbo besefte ik dat die films door iemand werden gemaakt, dat je daar in kon werken. Ik ben een doener, ik wilde gelijk zelf films maken die mijn vrienden en ik interessant zouden vinden. In Amsterdam had je de Filmacademie, maar ik zag dat ze daar meer de kant op gingen van de arthouse.

‘In 2003 maakte ik met mijn vrienden So Be It. Ik noem het de eerste Nederlandse multicultifilm. Over vier jongens die rondhingen in een shoarmatent, wat wij ook deden. Een misdaadkomedie over snel geld maken. Een Aziatische jongen van wie de ouders wilden dat hij het restaurant overnam en een Turkse jongen die Turks praatte met zijn broer. Voor ons was dat normaal.

‘Later ontdekte ik dat je een publiek moet hebben en een doelgroep en distributie en exploitatie. Een jaar erna maakte ik de eerste film die in de bioscoop kwam, net voor mijn 30ste was het gelukt. Fighting Fish, een kung fu-film die bijna helemaal in het Kantonees wordt gesproken. Johan Nijenhuis, de regisseur, zei tegen me dat dit niet handig was als ik een Nederlands publiek wilde bereiken. Na mijn 30ste wist ik: het gaat ook om scoren.’

Nederlands

‘Elke dag.’

Algerijns

‘Bij familie of Arabische vrienden. Die zijn Marokkaans, ik heb niet eens Algerijnse vrienden.’

Partner

‘Ze is Brabants. Ik heb gedate met alle culturen.’

Wit of blank

‘Ik ben blank gewend, wit voelt nog steeds raar. Die termen veranderen om de paar jaar.’

Jamel Aattache (Nederland, 1974) is filmregisseur. Op 8 oktober komt zijn nieuwe film Casanova’s in de bioscoop, met onder meer Tygo Gernandt, Jim Bakkum en Sergio IJssel. Onlangs draaide hij de pilot voor een nieuwe tv-serie genaamd Damsko.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden