LAND VAN AFKOMSTBokoesam

Rapper Bokoesam: ‘In Ghana word ik als wit gezien, in Nederland juist zwart’

Bokoesam: ‘Op de pleintjes bij mijn huis was mijn accent te Nederlands, op school praatte ik weer te straat.’Beeld Ernst Coppejans

‘Ik hoor overal en nergens bij’, zegt de Ghanees-Nederlandse rapper Bokoesam (27). Zijn artiestennaam verwijst naar een scheldwoord, maar zijn vrienden moeten erom lachen. Van zelfspot word je immers hard.

Voor Bokoesam heeft elk nadeel een voordeel. ‘Nu ik thuiszit, heb ik hier een studio gebouwd. Ze sturen me een liedje en ik neem er zelf de vocalen bij op. Tot vorige week gebeurde dat in een studio, dan ging ik erheen en deed een engineer al het werk voor me, daar word je lui van. Het is goed om zelf te weten hoe het moet.’

Afgelopen weekend verscheen de ep Go Go Club Vol. 1, een samenwerking van Bokoesam met producer Jack Shirak. ‘We zouden een paar shows doen. Het is kut dat we inkomsten mislopen, maar we zijn niet de enigen op de wereld met dat probleem. Ik stress er niet om, we zitten in hetzelfde schuitje. Of we gaan allemaal kapot, of het komt weer goed.’

Het rappen begon als een grap. ‘Ik zag niet dat ik hier iets mee kon doen, sowieso vond ik niet zo veel van mezelf. Naar school ging ik niet echt, de muziek deed ik gewoon, daar zat geen bedoeling achter. Toen het begon te lopen, heb ik wel alles op alles gezet om het te laten werken.’

Wat betekent je artiestennaam?

‘Zo noemde ik mezelf al op Twitter, waar ik mijn eerste muziek deelde. Het is omdat ik Ghanees ben. Die worden bokoe genoemd en ik heet Samuel. Ik begon met muziek en ik dacht: moet ik nu een rapnaam kiezen? Het bleef Bokoesam.

‘Ghanezen werden gepest, ze waren niet cool. De Surinaamse jongens waren cooler. Bokoe is een scheldwoord voor Afrikanen, het betekent dat je stinkt. Nu ruik ik naar Tom Ford.

‘Het werd niet op een leuke manier gezegd. Mijn vrienden moesten lachen om de naam Bokoesam. Ik ben wel meer dingen genoemd. In onze vriendengroep maken we elkaar altijd belachelijk, daar krijg je een dikke huid van. Zelfspot moet je er altijd in houden.’

Wat dachten mensen dat jij was?

‘Meestal dachten ze Surinaams of Antilliaans. Dat vond ik wel kut of zo, ik wilde laten zien dat ik een trotse Ghanees ben. Maar ik begrijp het wel. Als ik in Nederland een Aziaat zie, ga ik ook ervan uit dat het een Chinees is.’

Werd jou weleens verweten dat Ghanezen een rol hadden in de slavernij?

‘Omdat mijn vader een Ashanti (een Ghanees volk dat mensen uit omringende gebieden verkocht aan slavenhandelaren, red.) is? Nee. Die geschiedenis wordt op de witte man gelegd. Ik heb er dingen over opgezocht. Overal waar slavernij is geweest, hebben mensen eraan meegewerkt. Het wordt anders verteld door verschillende stammen.’

Ben je in Ghana geweest?

‘Twee keer, toen ik een tiener was. Ik vond het daar eigenlijk wel leuk, man. De taal spreek ik niet, ik was niet elke dag met mijn vader, maar het is goed om te zien waar je vandaan komt of zo. Ik hoor overal en nergens bij.

‘Hier word ik gezien als een donkere jongen, ik kan nooit echt een Nederlander worden. En daar noemden ze me obroni, een witte man. Dat woord kende ik al, van mijn vader en van ooms, maar het was nooit eerder tegen me gebruikt. Ik werd boos: eindelijk kom ik hier in Ghana en dan hoor ik er alsnog niet bij.’

De moeder van Bokoesam werkte als juf op een basisschool in de Amsterdamse Watergraafsmeer. ‘Van haar kreeg ik echt een Nederlandse opvoeding, ook bij mijn opa en oma. Die woonden buiten de stad, in Durgerdam.’

Zijn vader werkte in een coffeeshop in Amsterdam-Oost. ‘Daar kwamen veel Ghanezen, mannen die ik oom noemde. Iedereen groette je, misschien kreeg je van iemand vijf gulden waarmee je iets leuks kon doen. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vier was, soms ging ik langs bij mijn vader als hij daar aan het werk was.’

Wat vond je moeder daarvan?

‘Ze vond het niet kunnen. Ik was nog een kind, ik begreep niet wat softdrugs waren. Pas later werd ik me er bewust van wat andere ouders voor werk deden.’

Ze woonden in Amsterdam-Oost, in de Indische buurt. Bokoesam en zijn broertje gingen naar school in de Watergraafsmeer. ‘Dat waren twee aparte werelden. Op de hele school zaten misschien tien donkere kinderen, echt heel weinig. De Watergraafsmeer was een wat beter deel van de wijk, de ouders hadden meer centen.

‘Waar wij woonden waren de mensen armer. Onze ene buurman was een junkie, de andere een dealer. Op straat zag je weleens kogels liggen. Bij de kinderen in mijn klas gebeurden dat soort dingen niet, ze begrepen dat niet.’

Vond je dat moeilijk?

‘Ik wilde een witte Nederlander zijn, ik woonde bij mijn moeder, maar dat ben ik niet. Ik was gewoon anders. Op de pleintjes bij mijn huis was mijn accent te Nederlands, op school praatte ik weer te straat.

‘Het is lastig. Mensen spreken vaak over wij en jullie. Als je donker bent en je hebt veel slechte ervaringen met Nederlanders, heb je een negatiever beeld. Dat kan ik begrijpen. Maar ik ben een fusie, ik verdedig die twee kanten allebei als er iets onaardigs over wordt gezegd. Haat je mij nu ook, vraag ik dan, vind je mij ook een lul?’

Nederlands

‘Met lekker weer buiten zitten en kijken naar de mooie mensen die langsfietsen.’

Ghanees

‘Bij mijn vader. Uiteindelijk ben ik in dit land nooit echt helemaal Nederlands.’

Partner

‘Haar moeder is Duits, haar vader van de Seychellen. Ik val op lichtgetinte vrouwen. Ze is heel Nederlands in haar doen en laten.’

Wit of blank

‘Ik vind wit een beter woord. Blank heeft meer betekenissen.’

Bokoesam werd geboren als Samuel Sekyere (Nederland, 1992). Vorige week verscheen zijn ep, Go Go Club Vol. 1, een samenwerking met producer Jack Shirak. ‘Het is dancehall, dat soort tracks heb ik altijd al gemaakt, maar nooit een heel project in die stijl. Die vibe heb ik van mijn vader, hij luisterde naar niets anders dan reggaemuziek.’ Eerder werkten Bokoesam en Shirak samen aan het nummer Mijn schuld (14 miljoen streams op Spotify).

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met schrijver Dido Michielsen (Indisch) en influencer Oumayma Elboumeshouli (Marokkaans).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden