Opinie

Ramsey Nasr: 'De term 'multicultureel' ontneemt mij mijn Nederlandse identiteit'

Dichter en acteur Ramsey Nasr kreeg donderdag in Tilburg de 22ste E. du Perronprijs uitgereikt voor zijn dichtbundel Mijn nieuwe vaderland. Hieronder zijn dankwoord.

Ramsey Nasr. Beeld null
Ramsey Nasr.

Allereerst een gedicht.

Het is van E. du Perron en het heet P.P.C., oftewel Pour Prendre Congé:

Vaarwel, Clary. Ik wens u geen geluk.
Zoiets klinkt dom, bij hen reeds die het menen.
Gij hebt u goed verkocht. Maak u niet druk
over de rest: want àlle mensen wenen.

Uw huis was klein. Uw heer heeft het vergroot.
De bron van zijn fortuin heet niet te stelpen.
Uw roem wordt groot en duurt wel tot zijn dood.
Uw ziel is klein. Ik kon het niet verhelpen.

Uw lijf is goed. Gij zijt een mooie vrouw.
Gij zult uw heer veel mooie kindren baren.
Uw hart is nauw; gij blijft hem ook wel trouw.
Gij zult hoogstaan en goed uw naam bewaren.

Vaarwel, Clary. Mij zult gij niet meer zien.
Ik zal u mijden, zelfs tot in uw dromen.
Gij waart mijn droom, voor ik u had gezien.
Gij zijt uzelf. Ik minacht u volkomen.

***
Zo'n afscheid vormt misschien geen feestelijk begin van een dankrede. Maar dit gedicht was het, dat mijn kijk op poëzie, op de kracht van taal, voorgoed heeft veranderd. Inmiddels lang geleden trof ik het aan in de beroemde bloemlezing van Victor van Vriesland. Ik werd erdoor verpletterd. Alsof er met een steenhamer, kalm en met regelmatige meppen, op mij in werd geslagen. Of beter, het gedicht leek zelf uitgehouwen te zijn tot het grafschrift van een liefde. Hard, helder, sec, kortaf. Tegelijk ervoer ik bij het lezen een immense pijn en machteloosheid, en ook woede die erin moest schuilen.

Het was de lyriek van een rots. Dat kon dus óók in de poëzie. P.P.C. was anders dan alles wat ik tot dan toe gelezen had.
Dit gedicht - en er is geen betere plek of gelegenheid om het te bekennen - heeft mij tot voorbeeld en als houvast gediend bij het schrijven van meerdere gedichten uit de bundel Mijn nieuwe vaderland.

Du Perron liet me zien dat het mogelijk is om rauwheid en gitzwarte bitterheid toe te laten in de poëzie, zonder dat het koud wordt. En om afgemeten spreektaal toe te laten, zonder dat het proza wordt.
Voor mij is deze prijs een des te groter eerbetoon aan Du Perron.

***
De omschrijving van de E. du Perronprijs geeft aan dat hij wordt uitgereikt vanwege een geleverde bijdrage aan de multiculturele samenleving.

Nu heb ik altijd een hekel gehad aan termen zoals 'multicultureel' en 'allochtoon'.

Het sluit mij buiten. Het ontneemt mij mijn Nederlandse identiteit.
Waaruit die identiteit bestaat, is een vraag die ik gedurende mijn Dichterschap des Vaderlands expliciet heb willen stellen. En daaraan hangt automatisch een tweede vraag vast: wat is niet-Nederlands?
Die laatste vraag beantwoorden is altijd het makkelijkst. En afhankelijk van hoe streng ik mijn eigen criteria instel, val ik zelf regelmatig af als Nederlander. Niet alleen ik: de halve vaderlandse geschiedenis verdwijnt dan in het putje. De koninklijke familie voorop.

En waar ík geen strenge criteria hanteer, doen anderen het wel, hetgeen blijkt uit de reacties op mijn werk als Dichter des Vaderlands. Die zijn niet altijd even positief. Aangezien het ambt openbaar is, is ook de kritiek dat, gaande van ingezonden brieven, mails, blogs, tweets tot talloze reacties op internetfora. Ik heb alles mooi bijgehouden in een archiefje.

De negatieve kritiek is zeker zo leuk als de positieve en komt in verreweg de meeste gevallen hierop neer: waarom konden wij eigenlijk geen Nederlander vinden als Dichter des Vaderlands?
Na de recente publicatie van een opiniestuk over Nederlandse normen en waarden werd zelfs een beetje heel erg vaak opgemerkt dat de achternaam des schrijvers nu niet bepaald Nederlands klonk: ja, waar bemoeit hij zich mee. Dat-ie dan terúggaat naar Irak. Of Marokko of Iran, weet ik veel. Terug naar het buitenland. Het land van herkomst.

Hierbij een vrolijke brief van Hielke T., naar aanleiding van datzelfde opiniestuk over Nederlandse normen en waarden. Voor de duidelijkheid: dat stuk ging over het feit dat tegenwoordig in Nederland gevaarlijk vaak in termen als De Ander wordt gesproken - De Ander versus de Nederlander. Hielke, the floor is yours:

'Heer Nasr

In een land met zulke enorme hoeveelheden hier niet thuishorenden dreigt het volk ten onder te gaan.

Wij traditionelen weten dat ze een gigantisch bedrag kosten, en dat is, natte vingerwerk, rond de 200 miljard per jaar.

Daar gaan hun en wij aan kapot.

Ziekenhuizen die dichtgaan, moslimhordes die onze ouderen uitschelden en die hun kans afwachten, ga zo maar door, de lijst is eindeloos.

U spreekt over immoraliteit, maar wat denkt u van al die lieden die hier kwamen om een uitkering die we niet kunnen ophoesten? (...)
De moslims zijn aan het wachten op hun kans om ons te overrompelen. (...) U weet van niks, begrijpt niks en weet ook niet dat ik niet in uw huis kan gaan wonen om de koelkast leeg te eten en dan te zeggen: gaan jullie bewoners es even doen wat ik wil en zeg en doe wat de moslim je opdraagt. Want wij moslims, zo zegt Mohammed, zijn de belangrijksten, de rest honden, varkens en ezels.

(...)

Want u kwam, en uw familie, zelf ook om een uitkering, nietwaar?

Of bleef om die reden hangen, nietwaar?

Voorlopig draait dit land nog op traditionelen, domoortje van heb ik jou daar.

Hielke'

***
Deze 'moslim' hier, die de Koran nog voor het eerst moet lezen (evenals de Bijbel of de Tora), wil helemaal geen pleitbezorger zijn van de multiculturele samenleving.

Ik ben opgegroeid met Henny Huisman, met Leopold, Boutens, Bloem, Jos Brink, Willem Ruis, Willem Duys, Vermeer, Bassie en Adriaan, Mondriaan, Sweelinck, Van Geertgen tot Sint Jans, Couperus, Van Oudshoorn, André Hazes, de Dolly Dots, De Fabriek, Doe Maar, De Zevensprong, Kruistocht in Spijkerbroek, Jip en Janneke, Ramses Shaffy, de Eppo, de Okki, de Taptoe, Reve, Focquenbroch, Hooft, Vondel, Ron'sHoneymoon Quiz, Ren je Rot, Tita Tovenaar, Fanfare, Alleman, Simon Carmiggelt, Gerrit Achterberg, Herman Gorter, Hans Lodeizen, Pieter de Hooch, Van Gogh, en Du Perron.

En dit zijn slechts enkele van mijn onderdelen. Misschien ooit Nederlands genoeg.

Tot na mijn 30ste heb ik niet geweten dat ik een allochtoon was. Ik moest erop gewezen worden, via de media. Verbouwereerd sloeg ik na die beschuldiging het woordenboek open - en verdomd: ik ben er een...

Sinds die dag heb ik besloten me tegen dit etiket te verzetten. Want het etiket liegt over de inhoud van de fles. En vandaag, nu ik deze prijs ontvang, voel ik - hoe trots ik ook ben - wederom dit verzet in me opkomen.

Ik beschouw de E. du Perronprijs als een hart onder de riem en als een belangrijke waardering voor eventuele verdiensten - maar liever niet ten aanzien van de multiculturele samenleving, hooguit ten aanzien van de Nederlandse samenleving, die nu eenmaal multicultureel is.

De multiculturele samenleving is geen verschijningsvorm, geen wensbeeld of nachtmerrie, ze is zelfs geen gevolg. Zij vormt de basis en oorsprong van ons Europese bestaan. Nederland werd opgebouwd uit dat Europa, en uit de verschillende werelddelen waartoe onder meer de Antillen en Indonesië behoren.

***
Om de jury te danken en ook om de schrijver Du Perron te eren, sluit ik af met het gedicht Het huis van Europa uit de bundel Mijn nieuwe vaderland:

het huis van europa

mijn buurman heeft een continent bedacht
een glooiend rijk met weinig eigenschappen
geen wind of echo: instapklare vlaktes
maken het leven lang en af

de burgers zijn beschaafd aan alle kanten
volledig rond en eengemaakt
gelijken zij hun munten, talen, hun tomaten
vredig rollen ze over straat

ook in mij gedijt dat eindeloos
verlangen naar orde, huiselijkheid
buurman en ik, wij aanvaarden elkaar
vormen het schuim op onze idealen

maar soms, wanneer de wereld brandt
vlak voor het slapengaan
soms denk ik zachtjes aan mijn afkomst
dan ruik ik u op afstand

daar, onder gladde jongenshuid
ontwaakt in honderdduizendvoud
een ronduit tegenstrijdig gat

een hol gevuld met kelten en katharen
etrusken, moren, magyaren
het stinkt er naar melk en mannenvacht

naar visigoten, protoslaven
lappen trekken op jacht naar de kruin
vandalen bevolken mijn onderbuik

mijn vlees puilt uit, begint te smelten
bask! saks! merovingers
haken zich vast aan tere ribben

ik val uiteen, kom samen in horden
ik word een goede barbapappa
voor al mijn reizende voorvaderen

hier gaat de mikmak van europa

mijn buurman had een continent bedacht
maar ik zoek een kamer voor mijn gasten
een huisje voor gemengde komaf
of gewoon een vat om in te slapen

ik zoek een plek vol ongemak
liefst hoekig zoals vroeger: slecht geregeld
tochtig en half af, maar écht -
geef me houvast tussen kelder en dak

bouw voor mij een roestig huis
tegen een merelveld vol schone mythen
tegen de klaprozen van poperinge
en de gouden kiezen van auschwitz

tegen een uitzicht op mist en zuiverheid
bouw mij een moeilijk, pijnlijk huis

Ramsey Nasr (1974) is acteur, dichter/schrijver en regisseur. In 2009 werd hij voor een periode van vier jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden