Racist Wallace wees apartheid uiteindelijk af

'Apartheid nu, apartheid morgen, apartheid voor eeuwig', zei George Wallace toen hij voor de eerste keer gouverneur van Alabama werd....

GEORGE WALLACE, ex-gouverneur van Alabama, was er rotsvast van overtuigd dat hij voor twee zuidelijke Democraten de weg naar het Amerikaanse presidentschap heeft geëffend: voor Jimmy Carter én Bill Clinton. Zondag is Wallace - in de jaren '60 vooral bekend om zijn rabiate racisme - overleden.

De Democraat Wallace had in 1958 voor het eerst een gooi gedaan naar het gouverneurschap. Maar als aanhanger van de 'gematigde apartheid' verloor hij het van de felle racist John Patterson, die kon rekenen op de steun van de Ku Klux-clan. Wallace zwoer dat voortaan niemand 'will ever out-nigger me again' - op z'n zachtst gezegd: hem ooit nog eens zou uitschakelen.

Zijn vroegere (want verraden) vriend, rechter Frank Johnson, onthulde later Wallace' recept voor zijn loopbaan: 'in zijn jacht naar een politieke carrière heeft hij de bevolking van Alabama alsmaar voor de gek gehouden'. Hij stelde zich als keiharde racist op, maar via de achterdeur was hij telkens bereid het met de justitie op een akkoordje te gooien.

Op 14 januari 1963 was Wallace voor het eerst aangetreden als gouverneur van Alabama met een rede, waarin hij beloofde 'de Angelsaksen' te beschermen tegen het 'communistische verbond' met de zwarten.

Wallace besloot zijn toespraak met de beruchte tekst: 'Apartheid nu, apartheid morgen, apartheid voor eeuwig.'

In juni 1963 probeerde hij te verhinderen dat twee zwarte studenten, Vivian Malone en James Hood, tot de blanke universiteit van Alabama in Tuscaloosa werden toegelaten. Een rechter had deze toelating bevolen. Kort daarrna kwam uit dat Wallace het met president John F. Kennedy op een akkoordje had gegooid: hij zou de blokkade opheffen zodra hij een ferme protestrede had gehouden.

Internationaal berucht werd Wallace toen hij in 1965 het leger inzette tegen de beroemde zwarte mars van Selma naar Montgomery waarmee de zwarte bevolking kiesrecht wilde afdwingen. Wallace zette knuppels, honden en traangas in tegen de demonstranten. De mars werd niettemin een succes: hij leidde in 1964 tot de Civil Rights Act.

Zijn campagne voor het gouverneurschap in 1970 was de meest racistische van zijn loopbaan. Hij beschuldigde zijn tegenstander Albert Brewer ervan met 'de stemmen van de zwarten' een regime van federale onderdrukking in Alabama te willen vestigen. Met zijn goedvinden verspreidde de Ku Klux-clan strooibiljetten waarin Brewer, zijn vrouw en dochters van seksuele perversie werden beschuldigd.

George Wallace won vijf keer het gouverneurschap. Het laatste eindigde in 1987. Lange tijd heeft hij Alabama niet als eindstation van zijn politieke loopbaan beschouwd: in 1968, 1972 en 1976 had hij president van de Verenigde Staten willen worden. Maar hij won nooit de steun van de Democratische partij.

Tijdens de presidentscampagne van 1972 bleek George Wallace bijzonder sterk in de voorverkiezingen. Maar de reeks van successen in Wisconsin, Maryland en Michigan werd abrupt gestopt, toen hij in een winkelcentrum in Maryland werd neergeschoten. Wallace, die verlamd raakte, zou tot zijn dood toe hevige pijnen hebben geleden.

Voor de presidentscampagnes zocht George Wallace vooral de stemmen van de Amerikaanse middenklasse. Zij moest haar stem in de Verenigde Staten verheffen, en Wallace was haar tolk. Aan zijn presidentiële dromen kwam echt een einde, toen de Democraten de gouverneur van Georgia, Jimmy Carter, als presidentskandidaat kozen.

In 1994 bewees Carter George Wallace eer door in een interview te zeggen: 'Het is moeilijk ons voor te stellen wat de Amerikaanse politiek in de jaren '60, '70 en '80 zou zijn geweest zonder George Wallace. Nixon en Reagan hebben geen enkel sociaal thema aangeroerd dat niet al eerder door Wallace was opgepakt.'

Vanaf 1979 begon Wallace zijn apartheidsideeën af te zweren. Hij weet zijn vroegere racisme aan het 'onjuist' lezen van de Grondwet en de Bijbel.

Wallace vond ook dat hij verkeerd begrepen was. Hij 'had de zwarten nooit gehaat, want hij had in zijn jongensjaren met hen samen gezwommen'.

George Wallace, op 25 augustus 1919 in Clio (district Barbour) geboren, was reeds als jongen verzot op boksen en politiek. Op de middelbare school gaf hij zichzelf als bokser de bijnaam Barbour Bantam; hij won er twee keer de trofee van de Gouden Handschoen.

Als vijftienjarige zette hij in Montgomery zijn voet op de gouden ster, die de 'heilige' plek markeert waar Jefferson Davis werd ingezworen als president van de Amerikaanse confederatie. Later, als gouverneur, stelde hij militie rond deze plek op om te beletten dat federaal minister van Justitie Robert Kennedy zijn 'yankee-poten' op die ster zou zetten.

Jos Klaassen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden