Interview Truze Lodder

Puinruimer bij Stedelijk Truze Lodder: ‘Ik heb gezegd: iedereen doet hier zijn eigen werk. Vanaf nu gaan we op de kleintjes letten’

Truze Lodder. Beeld Erik Smits

Rasbestuurder Truze Lodder werd gevraagd puin te ruimen bij het Stedelijk Museum Amsterdam, waar de ene na de andere directeur was vertrokken. Ze schrok van wat ze aantrof.

Ze heeft inmiddels geleerd dat het Stedelijk Museum Amsterdam de tongen kan losmaken, zegt Truze Lodder (70). ‘Mensen roepen tegen mij in de stad: u bent toch van dat museum waar iedere directeur onderuit wordt gehaald? Er is een trackrecord dat bepaald niet florissant is.’

Met de laatste bestuurder die vertrok, artistiek directeur Beatrix Ruf, heeft ze net de vrede getekend. Afgelopen maandag maakte het museum bekend dat het Ruf ‘met alle egards zal behandelen, zoals een oud-directeur van het Stedelijk toekomt’.

Voor de eerste keer na haar aantreden als puinruimer bij het Stedelijk geeft Lodder een interview. Het is niet haar gewoonte om de publiciteit te zoeken, verklaart ze. Haar uitspraken, waarschuwt ze van tevoren, zijn aan grenzen gebonden. Ze wil niet dat herstelde verhoudingen weer verstoord raken – Lodder is een bevlogen, maar ook onstuimig verteller. Niet zelden speelt ze zelf de hoofdrol in de zijwegen die ze tijdens het gesprek inslaat.

Ze beseft evenwel dat ze verantwoording moet afleggen over haar bemoeienis met het museum, die het gevolg is van een ongekende bestuurlijke exodus. In vier jaar tijd hebben twee artistiek directeuren hun ontslag ingediend (Ann Goldstein en Beatrix Ruf), en verliet ook een zakelijk directeur (Karin van Gilst) het museum. Daar is het niet bij gebleven.

Spoedoverleg

Ruf had eind 2017 de eer aan zichzelf gehouden tijdens een uit de hand gelopen spoedoverleg met de raad van toezicht van het museum, die de directie benoemt en ontslaat (vergelijkbaar met een raad van commissarissen van een bedrijf). Ruf lag onder vuur door een krantenartikel dat meldde dat zij tijdens haar directeurschap heimelijk fors had bijverdiend met het geven van kunstadvies. Daarvan werd ze acht maanden later vrijgepleit door twee onafhankelijke onderzoekers. Die oordeelden dat vooral het toezicht op de directie tekort was geschoten. Drie leden van de raad van toezicht stapten daarna op.

De vier leden die overbleven wilden Ruf vervolgens benoemen tot tijdelijk adviseur met een optie tot terugkeer op haar oude post. Dat plan stuitte op fel verzet van de ondernemingsraad van het museum. De gemeente Amsterdam, die de belangrijkste subsidiegever is en de eigenaar van het gebouw en de collectie, had ook bezwaren.

Wethouder Touria Meliani van Cultuur (GroenLinks) greep begin augustus 2018 in. Lodder: ‘Ik werd op een tuinfeest van vrienden door haar gebeld. Ik ben even apart onder een boom gaan staan.’ De wethouder vroeg haar of ze een nieuwe raad van toezicht voor het Stedelijk wilde vormen, nog voor het einde van het jaar.

Lodder, die een paar weken later haar 70ste verjaardag zou vieren, had aan haar man beloofd geen grote klussen meer aan te nemen. Ze was 25 jaar lang zakelijk directeur geweest van de Nederlandse Opera. Samen met artistiek directeur Pierre Audi had ze van het operahuis in Amsterdam een internationaal succes gemaakt. Daarna had ze nog een aantal zware functies bekleed bij bedrijven en een universiteit.

Hertrouwd

Maar dat drukke leven had ze dus goeddeels vaarwel gezegd. Na de dood van haar eerste man was ze op relatief late leeftijd hertrouwd; met Arie Visser, de vader van modeontwerper Mart Visser – Lodder draagt graag creaties van couturiers. Toen ze zich na een lang telefoongesprek ‘een beetje schuldbewust’ weer in het feestgedruis had gemengd, had haar echtgenoot meteen opgemerkt: ‘Jij hebt zeker ja gezegd op iets? Ik zie het aan je neus, die krult.’ Hij heeft geen bezwaar aangetekend, vertelt ze. ‘Dat ik mijn krachten aan het Stedelijk mag wijden is een cadeau aan het einde van mijn carrière, waarin alles samenkomt dat ik in mijn leven heb geleerd.’

Er was, naast de bestuurlijke en culturele ervaring van Lodder, nog een belangrijke reden waarom wethouder Meliani haar had benaderd: Lodder had de twee onderzoekers geadviseerd die het rapport hadden geschreven over het vertrek van Ruf. Daardoor wist ze al veel over de noodsituatie in het museum.

Ze ging een paar dagen later aan de slag. In haar eentje, want de resterende leden van de raad van toezicht hadden, toen ze hoorden van de voorkeur van de wethouder, ‘graag ruimte voor haar gemaakt’, aldus Lodder. Ze schrok van wat ze in het museum aantrof: ‘Hoezeer op achterstand kan een organisatie staan?’ Het ontbrak aan inzicht in de stand van de financiën, die ook nog zorgwekkend was. ‘Er was bijvoorbeeld veel geld uitgegeven aan externe hulptroepen, juridisch en anderszins, ook door de vorige raden van toezicht. Ik heb gezegd: iedereen doet hier zijn eigen werk. Vanaf nu gaan we op de kleintjes letten.’

Ze spreekt ook van een ‘gewonde’ organisatie; geen vertrouwen in samenwerking, een hoog ziekteverzuim. Na de ontslagname van Ruf was Jan Willem Sieburgh tot interim-zakelijk directeur benoemd. Hij had, om de communicatie in het museum te verbeteren, de ‘zeepkist’ ingevoerd; elke donderdagochtend kunnen medewerkers spontaan iets met elkaar delen. Kort na haar komst is Lodder zelf op die kist geklommen. En in november nogmaals. ‘Ik wil jullie het veilige gevoel geven dat we op de goeie weg zijn’, zei ze die tweede keer.

Concurrentie

Haar nieuwe raad van toezicht stond toen op het punt te worden benoemd. Voorheen waren leden van die raad vaak vermogende zakenmensen met een grote kunstverzameling. In 2005 was het Stedelijk op afstand van de gemeente gezet. Door die verzelfstandiging was het museum genoodzaakt meer sponsors en particuliere begunstigers te vinden. Ook was er in rapporten op gehamerd dat het Stedelijk de concurrentie moest blijven aangaan met veel vermogendere musea als het Tate Modern in Londen en het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. Het aantrekken van ondernemers met kennis van de kunstmarkt paste bij die ambities.

Lodder zegt dat ze zich heeft voorgenomen om positief te spreken over haar voorgangers, iedereen heeft zich ‘naar zijn of haar beste vermogen ingezet’ voor het museum. Toch velt ze een snoeihard oordeel over de situatie na de verzelfstandiging: ‘Als je leden van een raad van toezicht op pad stuurt met de boodschap dat ze veel geld moeten binnenhalen, dan zijn ze onevenredig veel tijd kwijt aan het voorkomen van belangenverstrengeling. Ze vergaderden veel over zichzelf.’

Truze Lodder. Beeld Erik Smits

In de nieuwe raad zal dat anders gaan: geen van de leden heeft een grote kunstcollectie en het zijn vrijwel allemaal ervaren toezichthouders. ‘Kwaliteit begint bovenaan’, zegt ze. ‘Als het toezicht geen kwaliteit heeft, heeft iedereen daaronder altijd een excuus.’ Ze biecht een tic van haar op. Als ze haar werk eerder verlaat en de portier haar alvast een prettig weekend wenst, kan ze het niet nalaten om hem of haar te melden dat ze nog een afspraak buitenshuis heeft. Zodat die ook weet dat ze aan de top niet de kantjes ervan aflopen.

Ze benadrukt herhaaldelijk het belang van dienstbaarheid aan de instelling. ‘Niemand is erbij geholpen om thuis te zitten en te mokken over de werkgever. Je hebt ook een eigen verantwoordelijkheid dat je fit bent het werk hier te doen.’

Nu de raad van toezicht compleet is, gaat alle aandacht uit naar het zoeken van een opvolger voor Ruf en Van Gilst. Niet lang na het aantreden van Ruf, eind 2014, was een stille oorlog tussen de artistiek en zakelijk directeur uitgebroken. Die hield pas op 1 oktober 2017 op, toen Van Gilst officieel uit dienst ging. Twee weken later verscheen het krantenartikel over veronderstelde belangenverstrengeling van Ruf, dat caramboleerde in haar vertrek.

‘Confronterend hard’

Op de vraag waarom het steeds mis gaat met het museum, zegt Lodder: ‘Er is al heel veel jaren geen eenduidigheid geweest in de aansturing van het museum. Ik ben confronterend hard soms. Ik kan pijnlijke dingen zeggen, maar pijn kan goed zijn voor verandering. Pappen en nathouden, daar moeten we niet van zijn.’

Ze noemt het ‘van levensbelang’ dat het museum nu de juiste artistiek directeur kiest. ‘Beheersing van de Nederlandse taal is een pré.’ Mocht het een buitenlander worden dan ‘moet die de ambitie hebben zich gauw thuis te voelen in Nederland’. Voor 1 juli zal de keuze zijn gemaakt, zegt ze toe. Binnenkort wordt het functieprofiel openbaar. ‘We hebben al heel wat spontane interesse in de functie.’ Niettemin doet ze een oproep aan lezers van dit interview om zich te melden met suggesties.

Pas als de artistiek directeur is gekozen, wordt een zakelijk directeur aangesteld. ‘Die twee moeten complementair zijn. Maar ze moeten vooral van elkaar houden.’ Een herhaling van een botsing als die tussen Ruf en Van Gilst kan daardoor worden voorkomen, is haar overtuiging.

De laatste is kortgeleden aan een nieuwe baan begonnen, de eerste nog niet. Meteen na Lodders aanstelling heeft ze Ruf gebeld. ‘Doordat ik had meegekeken bij het onderzoek naar haar vertrek, had ik veel mededogen met haar. Ze was niet goed geadviseerd.’ Ze wil niets kwijt over de gesprekken die ze sinds de zomer met (de volgens bronnen zwaar aangeslagen) Ruf heeft gevoerd en die tot de gezamenlijke verklaring hebben geleid. ‘We hebben afgesproken niet meer over het verleden te praten.’

Verwachtingen

Waarom was er eigenlijk een verklaring nodig? Ruf had toch immers zelf ontslag genomen? Voor het eerst tijdens het vraaggesprek moet Lodder nadenken over het antwoord. ‘Na het rapport heeft de toenmalige raad van toezicht bepaalde verwachtingen gewekt. Dat was een niet-afgeronde zaak die aan mij is overgedragen.’

Ze doelt op het adviseurschap dat de vorige raad van toezicht Ruf in het vooruitzicht had gesteld. Maar er is ook nog een andere reden, een financiële. Een deel van de gulste particuliere begunstigers van het museum dringt al maanden aan op haar herbenoeming en dreigt het museum de rug toe te keren.

Waarom kan Ruf niet terugkomen? Omdat ze slecht lag binnen de organisatie en volgens het onderzoeksrapport niet transparant genoeg was? Lodder wil daar niets over kwijt: ‘De nieuwe raad van toezicht heeft gedaan wat die behoort te doen.’

Ze weet nog niet of het Stedelijk financiële weldoeners gaat verliezen. ‘Ik begrijp dat sommigen afwachten wie de nieuwe artistiek directeur wordt.’ Ze zegt de sympathie van deze begunstigers voor Ruf te begrijpen. ‘Die mensen hebben ook pijn gekend. Die hadden plezier door hun contact met mevrouw Ruf. Maar ze kunnen nog steeds goede vrienden met haar zijn.’

Lodder heeft onlangs besloten langer aan te blijven. ‘Ik ga niet weg tot ik het veilig achter me kan laten, maar een cultuurverandering kan snel gaan.’ Er gaan geen directeuren meer sneuvelen, durft ze te beloven. ‘Dat risico zie ik niet meer.’

CV Truze Lodder

Geboren: 31 augustus 1948 te Oud-Beijerland

Opleiding: HBS-B

Functies:

1987 – 2012: zakelijk directeur De Nederlandse Opera, Amsterdam

1987 – 2012: lid respectievelijk voorzitter directie Het Muziektheater Amsterdam

2004 – 2016: lid respectievelijk voorzitter raad van commissarissen Nederlandse Spoorwegen

2005 – 2013: lid raad van commissarissen Van Lanschot Bankiers

2007 – 2017: lid respectievelijk voorzitter raad van toezicht Universiteit Maastricht

2012-heden: voorzitter raad van toezicht Stichting Nationaal Jeugd Orkest

2017-heden: bestuurder Stichting Pensioenfonds HAL

2018-heden: voorzitter raad van toezicht Stichting Stedelijk Museum Amsterdam

Lodder is in 2012 benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau en ontving in datzelfde jaar de Frans Banninck Cocq Penning van de stad Amsterdam. Zij bekleedt en bekleedde tal van nevenfuncties. Lodder is getrouwd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.