Puck Scholten: ‘Ik was enig kind en dat was uitzonderlijk in een tijd met grote katholieke gezinnen.’

InterviewPuck Scholten

Puck Scholten (100 jaar): ‘Het beste is om alles te nemen zoals het komt, je kunt je naasten niet veranderen’

Puck Scholten: ‘Ik was enig kind en dat was uitzonderlijk in een tijd met grote katholieke gezinnen.’Beeld Aurélie Geurts

Puck Scholten is net als de Volkskrant 100 jaar. Wat zijn voor de voormalige revueartiest de belangrijkste gebeurtenissen van de eeuw die achter haar ligt en hoe beleeft zij het huidige tijdsgewricht?

Puck Scholten is al vijf jaar niet buiten geweest. En dat vindt ze prima zo, zegt ze. In haar ruime flat op vierhoog in Deventer straalt ze vanuit haar stoel het bezoek tegemoet, gekleed in een chic Chanelpakje in hemelsblauw en een smalle, witte sjaalkraag. ‘Zelf gemaakt, zo’n twintig jaar geleden,’ zegt ze, ‘van een patroon in de Burda. Ik heb altijd al mijn kleding zelf gemaakt.’

Om haar hals hangt een witte ketting met een rood alarmknopje. Vanuit de hoek luistert haar zoon, musicus Berend Dubbe (60), op afstand mee. Af en toe zal hij zich in het interview mengen in een poging zijn goedmoedige moeder uit de tent te lokken.

Het gesprek is nog maar net begonnen, of Puck Scholten pakt uit het tijdschriftenrek onder haar bijzettafeltje een vergeelde platte doos. Die herbergt een verzameling zwart-witfoto’s van haar gloriejaren als variété-artiest, van eind jaren dertig tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het zijn glamourfoto’s van een fotogenieke, knappe jonge vrouw met een zelfverzekerde oogopslag die ze niet is kwijtgeraakt. Behalve close-ups zijn er ook foto’s van dans- en muziekgezelschappen waarmee ze optrad, zoals van de destijds vermaarde zanger en entertainer Boyd Bachman met zijn bigband, en het orkest van violist Carlo Carcassola.

Was artiest worden uw meisjesdroom?

‘Nee, ik ben er ingerold. Op mijn 8ste ging ik bij de Haagse kinderoperette. We voerden sprookjes op. Daar leerde ik dansen en zingen. Mensen die mij zagen zeiden: daar moet je mee verdergaan. De eigenaar van de balletschool in Den Haag, Peter Leoneff, vroeg of ik lessen bij hem kwam volgen, maar mijn ouders konden het lesgeld niet betalen. Dat vond hij zo jammer dat ik gratis mocht komen. Op mijn 14de combineerde ik de balletschool met de huishoudschool bij de nonnen. Ik had talent, het ging mij makkelijk af. Dansen is keihard werken. Je moet het elke dag doen, op spitzen, de spagaat, om techniek en conditie op peil te houden. Ze vergelijken de zwaarte wel met het werk van een bootwerker. Na mijn opleiding kon ik zingen en dansen bij de revue van Louis Bouwmeester. En bij Circus Giezen, dat was het enige wat er was in die tijd.’

En toen begon het wilde artiestenleven?

‘Ik heb een avontuurlijk leven geleid. We traden niet alleen op in Den Haag, Groningen en Amsterdam, maar ook in Brussel, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Spanje. Ik was vaak de enige vrouw, met een publiek met alleen maar mannen. Dan was ik uitgezongen en kwamen ze naar mij toe, om mij een hand te geven. Dat vond ik wel wennen. Tijdens de oorlog kon niet zoveel, maar daarna kwamen de revues weer op gang en kon ik zingen in de bigband van Boyd Bachman. Op zo’n revueavond zat het publiek aan tafeltjes en traden verschillende artiesten op: een goochelaar, dansers, muzikanten.’

Kwam u uit een muzikaal gezin?

‘Nee. Mijn vader was boormeester in Rotterdam. Hij hield toezicht op het boren van de Maastunnel. Mijn moeder ging in het voorjaar altijd druiven krenten bij de tuinders in het Westland. Ik was enig kind en dat was uitzonderlijk in die tijd. De meeste katholieke gezinnen hadden acht of soms wel elf kinderen. Het voordeel was dat alles wat mijn ouders konden missen aan mij werd besteed. Kinderen kwamen graag bij mij spelen, want ik had speelgoed dat niemand had: een poppenwagen, stelten en zelfs een autoped met luchtbanden. Ik werd verwend en was wel een beetje een haantje de voorste.’

Was het lastig om enig kind te zijn in een tijd van grote gezinnen?

‘Ik wilde graag een broertje of zusje. Kinderen vertelden mij dat ik een brief moest schrijven aan de ooievaar in de Hofvijver in Den Haag, waar we woonden. Ik gooide de brief in het water en hoopte dat de ooievaar die las, maar er gebeurde niks. Ik zal een jaar of 8, 9 zijn geweest. Toen mijn moeder overleed, ze was nog maar 50 jaar, vond ik het moeilijk dat ik geen broer of zus had aan wie ik mij kon optrekken. Ook bij het opvoeden van de kinderen had ik geen familie om mij te helpen.’

Wat is uw belangrijkste levensles?

‘Het beste is om alles te nemen zoals het komt, en niet overal tegenin te gaan. Anders heb je nooit rust. Je kunt niet alles veranderen. Ook je naasten niet. Hij of zij is nu eenmaal zo. En verandering is niet altijd een verbetering. Heb ik dat goed gezegd of niet?’

Hoe komt u aan deze levenshouding, denkt u?

‘Misschien doordat ik enig kind was thuis, en doordat ik later vaak alleen was met mijn twee kinderen. Mijn man was veel weg voor zijn werk. Hij was pianist (Bé Dubbe, red.), had veel optredens in het land en bleef vaak een of twee weken weg. In die situatie wist ik wat mij te doen stond. Ik had het te accepteren.’

Puck Scholten was in de naoorlogse jaren onder andere zangeres in het orkest van violist Carlo Carcassola. Als revue-artiest reisde ze heel Europa door. Beeld Aurélie Geurts
Puck Scholten was in de naoorlogse jaren onder andere zangeres in het orkest van violist Carlo Carcassola. Als revue-artiest reisde ze heel Europa door.Beeld Aurélie Geurts

Zonder weerstand geen verandering en vooruitgang. Neem bijvoorbeeld de dolle mina’s, die actievoerden voor gelijkberechtiging van mannen en vrouwen.

‘Dat vond ik niet zo’n gek idee, want vroeger mochten vrouwen hun vleugels niet uitslaan. Je moest voor het huis en de kinderen zorgen, verder had je niks in te brengen. Daar deugt natuurlijk niks van. Je bent allebei mens. Als vrouw had je ook je zegje te zeggen, maar vrouwen durfden hun mond niet open te doen. Nu ben ik niet het type dat alles maar slikt hoor.’

Vanuit de hoek van de huiskamer klinkt zoon Berend: ‘Maar je hebt je wel extreem opgeofferd voor het gezin, papa deed helemaal niks in huis, een vader-zoonrelatie hebben wij nooit gehad. Hij ging verder met zijn muzikale loopbaan, terwijl jij ermee moest stoppen toen de kinderen kwamen. En je was net zo talentvol en succesvol als hij.’

Puck Scholten, zachtjes: ‘Ik voelde mij op geen enkele manier onderdrukt in mijn huwelijk. Ik was heel zelfstandig, deed alles zelf, ook als er iets gerepareerd moest worden. Ja, dat ging ook zo omdat Bé weinig thuis was, maar daar maakte ik geen punt van. Begin jaren zeventig, toen jij 10 jaar was Berend, ging hij twee jaar lang met zijn trio muziek maken op cruiseschepen. Het was voor hem natuurlijk een geweldige kans om de wereld te zien, en het verdiende goed. Doordat hij er weinig was, had ik alle ruimte. Elke dag een man over de vloer is ook niet alles. Nu was hij ook niet zo’n makkelijk mannetje, vaak boos en negatief, niks was goed. Ik heb veel geïncasseerd. Het is wel zo dat ik mijn twee zoons praktisch alleen heb opgevoed. Dat is mij aardig gelukt.’

Berend: ‘Heb je nooit gedacht: ik ga bij hem weg, met de kinderen terug naar Den Haag?’

Puck Scholten: ‘Nee hoor, helemaal niet. We gingen vaak een week logeren bij mijn nicht, tante Sjaan in Den Haag. Dat vond je vader niet leuk, maar ik deed het toch.’

Heeft het nooit aan u geknaagd dat uw artiestenbestaan tot een einde was gekomen en uw man kon doorgaan?

‘Nadat ik in 1957 met Bé ben getrouwd – Boyd Bachman reed ons naar het stadhuis – ben ik doorgegaan met zingen. Maar toen mijn eerste zoon was geboren, ben ik natuurlijk gestopt om voor hem te zorgen. Ik heb nooit gedacht: ik ga weer op tournee om te zingen. Al dat reizen, dan weer hier en dan weer daar overnachten, telkens weer voor publiek staan en er weer pico bello moeten uitzien in mooie avondjurken. Dat alles begon mij de keel uit te hangen. En de muziekwereld veranderde. Ik ben van de liedjes, de Engelse jazzsongs, van Cole Porter en George Gershwin. Summertime, the living is easy, een van mijn lievelingssongs. Ik kon geen noot lezen, deed alles op gevoel. Popmuziek sprak mij niet aan.’

Hoe heeft u uw man leren kennen?

‘In de trein naar Luxemburg, in 1955. Het was Koninginnedag en ik stond met de orkestleider op het perron in Amsterdam op de trein te wachten. We hadden een contract om een maand lang in Luxemburg op te treden. Boyd Bachman zei: ‘Ik heb een pianist uit Deventer geregeld.’ Ik hoor mijzelf nog uitroepen: ‘Uit Deventer? Dat kan niks zijn!’ Maar Bé Dubbe speelde de sterren van de hemel. Twee jaar later zijn we getrouwd en ben ik voor hem naar Deventer verhuisd. Vreselijk vond ik dat. Zo provinciaals, niks voor mij.’

En nu zet u al vijf jaar geen voet meer op Deventer bodem.

‘Sinds mijn man in 2016 overleed ben ik nog één keer buiten geweest. Ik ben bang dat ik val en niemand mij opmerkt. In deze buurt kan het heel stil zijn. Mijn zoons vragen weleens of ik mee op stap ga in hun auto, maar het verkeer vind ik veel te druk. In mijn flat voel ik mij veilig. Het is hier rustig.’

Mist u de frisse buitenlucht niet, of een wandelingetje, mensen om een praatje mee te maken?

‘Nee hoor. Ik heb de afgelopen honderd jaar wel genoeg gelopen en gedanst. Ik loop hier rondjes in mijn huis, met de stok. Aan praatjes heb ik niet zoveel behoefte. Van mijn kennissen op de galerij leeft niemand meer. Ik doe zelf mijn huishouden: de was, stoffen, zwabberen. Dat houdt mij in beweging. Verder maak ik kruiswoordpuzzels en kijk ik oude musicals van Fred Astaire en Gene Kelly, en veel televisie. Zonder de tv zou ik niet kunnen, die biedt de grootste afleiding. Soms verveel ik mij wel. Mijn oudste zoon Jan uit Hengevelde doet elke week boodschappen, vriendin Inge brengt elke week maaltijden van de slager. Als Berend komt, neemt hij uit Amsterdam lever en pekelvlees van slagerij Louman mee, gallesbrood van de Joodse bakker en iets lekkers van bakkerij Holtkamp. Hij belt mij trouw drie keer per dag. Om half 9 ’s avonds ga ik naar bed met twee kranten, De Telegraaf en de Stentor. Die lees ik van a tot z en daarna val ik vanzelf in slaap. De tijd verandert, maar deze ouwe taaie blijft.’

Puck Scholten

Geboren: 25 oktober 1921

Woont: zelfstandig, in Deventer

Familie: twee zoons, twee schoondochters, twee kleinkinderen

Weduwe: sinds 2016

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden