Profiel

Profiel Joris Demmink: 'Hij verstaat de levenskunst. Die valt niet om'

Op dit moment komt de zaak-Demmink voor het eerst in het openbaar aan de orde in de rechtszaal, terwijl geruchten over pedofilie al rondgaan sinds de late jaren tachtig. Wie is de man die een vrijwel vlekkeloze carrière had als topambtenaar?

Het was schoolfeest en de jonge Joris Demmink stond aan de deur. Aan hem de taak entree te heffen, een rijksdaalder per persoon - hij was de quaestor van de leerlingenvereniging, de penningmeester. Gemeentelijk Gymnasium, Hilversum, halverwege de jaren zestig. Een vriend stond naast hem, en vertelt hoe de populaire jongens gratis naar binnen probeerden te komen door jofel te doen. 'Hé Joris! Je kent ons toch, kom op nou, je laat ons toch wel binnen.'

En daar, zegt de vriend, zag hij de ware Demmink: 'Joris bleef volstrekt beminnelijk en volstrekt gedecideerd.' Hij nam 'het risico voor lul te worden uitgescholden, maar iedereen moest betalen'.

Joris Demmink (66), tot eind 2012 de hoogste ambtenaar op het ministerie van Justitie, groeit op als enig kind in een hecht Goois gezin - een fatsoenlijk, vrijzinnig, burgerlijk VVD-milieu, niet rijk van zichzelf, zonder aristocratische connecties maar met een liefde voor kunst. Tot op de dag van vandaag bezoekt hij vaak zijn moeder, inmiddels 100 jaar, in een woon-zorgcentrum - ze krijgt niet meer mee wat haar zoon in de media, op internetfora en in de rechtszaal overkomt. Zijn vader is al overleden; hij maakte carrière in het bedrijfsleven, was directeur van een bandenfabriek, maar viel tussen wal en schip door bedrijfsovernames en eindigde als personeelsadviseur bij Bruynzeel. Hij moest die stap terug accepteren om zijn zoon te kunnen laten studeren.

Ambitieus en onverstoorbaar
Die tegenslag, juist dat, vertelt een goede vriend, heeft Demmink gemaakt tot wat hij is: ambitieus en onverstoorbaar, maar ook gebrand op zekerheid. Hij wilde geen speelbal worden van wispelturige investeerders, en koos bewust voor een zekere loopbaan bij de overheid. 'Het is hem gelukt een formidabele carrière op te bouwen, en nu draait het lot hem een loer en staat hij alsnog tegenover oncontroleerbare krachten.'

Harro Knijff (L), advocaat van Joris Demmink, en advocaat Matthijs Kaaks, voorzitter Robert Rubinstein en secretaris Ben Ottens van stichting De Roestige Spijker (vlnr). Foto anp
 
Het is hem gelukt een formidabele carrière op te bouwen, en nu draait het lot hem een loer en staat hij alsnog tegenover oncontroleerbare krachten
Een vriend

Oncontroleerbare krachten: dinsdag komt de zaak-Demmink voor de Utrechtse rechtbank. Voor het eerst worden er in het openbaar getuigen gehoord over de pedofiliegeruchten die de voormalige topambtenaar al jaren achtervolgen. Ook het Openbaar Ministerie doet onderzoek, en hij is voor het eerst officieel verdachte. Het maakt hem boos, zeggen vrienden en bekenden, 'maar hij gaat er zakelijk mee om. Het is een hele flinke vent die geleerd heeft een beschermwal op te werpen.'

Het is 1966 als Demmink eindexamen doet en naar Leiden verhuist om Nederlands recht te studeren. Daar treedt hij toe tot de toekomstige elite, als lid van het Leidsch Studenten Corps (tegenwoordig Minerva geheten). Ook nu nog afficheert hij zich als een studentikoze man. 'Het corporale zit hem diep in de genen', zei topambtenaar Dick Schoof ruim zes jaar geleden in NRC Handelsblad. 'In dat opzicht is hij echt een Leidse jurist met het daarbij horende netwerk.'

Met driehonderd feuten tegelijk ondergaat Demmink het ontgroeningsritueel. Hij wordt kaalgeschoren en maakt er vrienden voor het leven. Nog altijd bezoekt hij de bijeenkomsten van zijn jaarclub Boule Noire. 'Joris is slim en snel. Hij is niet popiejopie, maar neemt wel de leiding', vertelt jaarclubgenoot Bernard Seckel. Hij herinnert zich hoe Demmink hem in vier uur tijd klaarstoomde voor zijn tentamen handelsrecht. 'Hij zei: luie hond, eigenlijk moet ik je laten barsten. Maar hij kwam naar me toe met een heel dik studieboek. In vliegende vaart onderscheidde hij hoofd- van bijzaken en legde hij mij de kern uit. Ik kreeg uiteindelijk een acht voor dat vak. Dat was niet de bedoeling, grapte Demmink achteraf. Hij had me een zes gegund.'

Studievriend Opstelten
In die jaren ontmoet Demmink op de sociëteit en in de collegebanken drie toekomstige ministers van Justitie: Ivo Opstelten, Benk Korthals en Frits Korthals Altes, net als hij lid van de VVD. 'Hij was een goede studiegenoot', laat Opstelten weten. 'Een goede bekende.' Ze komen allebei te werken bij de rijksoverheid en maken daar snel carrière. 'Maar anders dan Opstelten had Demmink geen politieke ambities', zegt een oud-collega. 'Hij hoefde niet zo nodig op het podium.'

 
Joris is slim en snel. Hij is niet popiejopie, maar neemt wel de leiding
Jaarclubgenoot Bernard Seckel

Nu verdedigt minister Opstelten zijn voormalige collega, studie- en corpsgenoot, als er weer eens Kamervragen worden gesteld.

Zijn homoseksualiteit houdt hij lang verborgen, ook voor zichzelf; pas rond zijn 30ste geeft hij eraan toe nadat hij, vertelde hij een vriend, omhelsd was door een man. En hij ging ervoor, op zijn eigen manier en zonder schroom. Vanaf begin jaren tachtig duikt Demmink op in de Haagse gayscene, bezoekt de bars waar mannen komen om elkaar te ontmoeten - tussen de roze tuinbroeken blijft hij stoïcijns een pak met stropdas dragen. Frequente gast van café The Stairs in de Nieuwe Schoolstraat, sinds 1984 populair verzamelpunt voor homo's.

Joris Demmink was altijd heel keurig, zegt eigenaar John Schuld, die meer mannen uit de 'betere kringen' zag in zijn zaak. 'Rustig en bescheiden. Keurig en zoet, geen aantrekkelijke man binnen de scene, niet iemand waar je hitsig van werd. Hij had altijd VVD-kennissen om zich heen. Ik hoorde later pas dat hij topambtenaar was.'

Geruchten over pedofilie
Geruchten over pedofilie zijn er al snel. Eind jaren tachtig gaan verhalen besmuikt rond op het ministerie van Justitie, vertelt onder meer Hilbrand Nawijn, collega en later minister. 'Maar niemand durfde het hardop te zeggen.'

 
Zijn homoseksualiteit houdt hij lang verborgen, ook voor zichzelf; pas rond zijn 30ste geeft hij eraan toe nadat hij omhelsd was door een man
Een vriend
Opstelten zegt de beslissing te respecteren van het hof in Arnhem dat zijn vroegere topambtenaar Joris Demmink toch moet worden vervolgd wegens een zedendelict. Foto anp

Het was een andere tijd: de homo-emancipatie was nog maar net op gang. Dat Demmink zich in de scene stortte, verklaart volgens sommigen de oorsprong van de geruchtenmachine over misbruik en pedofilie: overdag de onberispelijke topambtenaar op het ministerie, 's avonds even onberispelijk aan de toog in de homocafés van de stad. Dat schuurt, zegt iemand die jarenlang met hem gewerkt heeft. Zeker omdat in een kroeg als The Stairs ook minder frisse types kwamen, zoals de in 1991 vermoorde crimineel en (jongens)pooier Dick Willard. 'Ik was', zegt Schuld, 'altijd blij als die man weer wegging.'

Maar voor kinderen, zegt zijn oude schoolvriend, interesseerde Demmink zich 'geen bal'. De verdachtmakingen zijn onwaar, zeggen de mensen die hem omringen: ze vinden het 'onrechtvaardig' dat nu 'ook bij weldenkenden een waarheidsvermoeden groeit'. Vriend sinds zijn studietijd Bernard Seckel: 'De beschuldigingen komen buitengewoon onwaarschijnlijk over.'

Aanhoudende geruchtenstroom
Waar de aanhoudende geruchtenstroom vandaan komt? Ze hebben geen idee. Misschien komt het voort uit homofobie, suggereert de een - niet voor niets staat het ultraconservatieve Katholiek Nieuwsblad vol verhalen over Demmink. Misschien zijn de verhalen het resultaat van een affaire die Demmink in de jaren tachtig had met een jongen van begin 20 in Praag, zegt een ander. Het kan, zegt weer een ander, ook te maken hebben met de vijanden die Demmink maakte op het ministerie. Hij was verantwoordelijk voor meerdere reorganisaties, een taak waarmee je gemakkelijk vijanden maakt. Er waren mensen 'hevig teleurgesteld', 'hij heeft soms nee moeten verkopen aan de velen die meer wilden dan konden', zegt een voormalige politicus.

Onder vrienden en Justitiemensen gaat ook het verhaal van de persoonsverwisseling: wie weet wordt hun Joris Demmink verward met een andere ambtenaar die ook Joris heette, eentje die in de jaren negentig een taakstraf kreeg wegens ontucht.

 
De beschuldigingen komen buitengewoon onwaarschijnlijk over
Jaarclubgenoot Bernard Seckel

Hoe het ook zij: zijn carrière heeft er niet onder geleden. Na zijn studie begint Demmink aan een doelgerichte opmars in ambtelijk Den Haag, te beginnen bij het ministerie van Defensie in 1971. Hij valt op door zijn scherpte en zelfverzekerdheid, wat door sommigen als arrogantie wordt uitgelegd: hij kan een 'houwdegen' zijn, die geen boodschap heeft aan emoties - net zoals hij op het gymnasium ook al de jongen was met de scherpe tong, 'die soms tamelijk dodelijk kon zijn'. Hij valt in de smaak bij zijn ministers. 'Hij was een ambtenaar op wie je blind kon varen', zegt Frits Korthals Altes, die in de jaren tachtig de scepter zwaait op Justitie. Slechts één fout herinnert hij zich: Demmink - destijds Surinamecoördinator voor Defensie- schatte in 1981 een rapport over de Nederlandse rol bij de staatsgreep van Bouterse niet op waarde, informeerde zijn minister niet en stopte het in de la. Twee jaar later volgde een rel.

Exorbitant declaratiegedrag
De tweede fout die hem jaren later, in 2009, wordt aangerekend, is zijn exorbitante declaratiegedrag: 13 duizend euro voor diners en wijn in twee jaar tijd, onthulde NRC Handelsblad. Het wordt hem nauwelijks aangerekend, ook niet door zijn ministers. 'Een geestdriftige levensgenieter', noemen zijn vrienden hem - gepassioneerd door kunst en vooral opera. En door zijn werk.

Na zijn overstap naar Justitie, in 1982, gaat het snel. Plaatsvervangend directeur, directeur, hoofddirecteur, directeur-generaal en secretaris-generaal: de ideale lijn die elke ambitieuze ambtenaar voor zich ziet. Zijn naam is gevestigd als hij in de 'wilde jaren negentig' standhoudt op het ministerie: minister Sorgdrager maakt na een reeks affaires schoon schip, maar laat Demmink op zijn post. Niemand op het ministerie heeft meer kennis en ervaring dan deze man. Logisch dus, vinden ze op het departement, dat Piet Hein Donner - ook een generatiegenoot - hem in 2002 benoemt tot secretaris-generaal, de hoogste positie, ook al beginnen de verhalen over zijn vermeende pedoseksualiteit hem steeds meer te raken, en vinden sommige ambtenaren het vreemd dat hij niet op non-actief wordt gezet tijdens het onderzoek naar zijn integriteit. Want dat is wel 'staand beleid' op het ministerie, zegt Hilbrand Nawijn.

 
Hij was een ambtenaar op wie je blind kon varen
Oud-minister van Justitie Frits Korthals Altes
Oud-minister Korthals Altes in 2007. Foto anp

Joris Demmink wordt in de wereld van Justitie als een van de beste secretarissen-generaals ooit gezien. Vanwege zijn vakkennis en vanwege zijn leidinggevende capaciteiten. Een uitvoerder bovendien - iemand die de politiek de politiek liet en deed wat er van hem werd gevraagd, buiten het verslavende Haagse licht van de publiciteit. 'Hij zag de bomen en hij zag het bos', zegt een politicus.

Geen ruzie met hem krijgen
Maar zijn overzicht en ervaring hebben ook een keerzijde, vertelt Nawijn, die nauw met hem samenwerkte toen hij directeur was van de immigratiedienst IND, van 1988 tot 1996. 'Joris Demmink was eigenlijk machtiger dan de minister.' Ze lagen elkaar wel, inhoudelijk gezien: allebei rechts en allebei 'straight' in hun oordeel over vreemdelingen. 'Zakelijk was ik het meestal wel met hem eens. Maar je moet geen ruzie met hem krijgen. Hij is heel machtig. Echt machtig. Ik heb altijd gezegd: als je hem ergens van beschuldigt, moet je met sterk bewijs komen. Hij is gewiekst. Hij kent het spel als geen ander, je moest geen ruzie met hem krijgen.'

In 2002 wordt Nawijn minister, en Demmink zijn belangrijkste adviseur. 'Hij gaf me goede adviezen; ik had een keer ruzie met het hoofd van de IND, dat heeft hij op een slimme manier opgelost. Maar daardoor kon hij ministers ook aardig om zijn vinger winden. Alle bewindslieden tot nu toe hielden hem de hand boven het hoofd, omdat ze afhankelijk van hem waren. Ze zagen niet in hoe ze het zonder hem moesten doen.'

 
Joris Demmink was eigenlijk machtiger dan de minister
Hilbrand Nawijn, collega en later minister
Hilbrand Nawijn in 2010 Foto anp

Bij zijn aantreden als secretaris-generaal, in 2002, laat minister Donner de veiligheidsdienst onderzoeken wat er waar is van de geruchten over pedofilie. 'Geen spoor van rook, laat staan vuur', is de conclusie. Dat overtuigt ook de volgende ministers van Demminks onschuld, ook al hebben ze het onderzoek niet ingezien. 'De AIVD liet niet het kleinste draadje liggen', zegt één van hen. Nadat er in 2008 aangifte wordt gedaan door een Turkse jongen die claimde in de jaren negentig te zijn verkracht, doet het Openbaar Ministerie 'een oriënterend feitenonderzoek', dat geen reden geeft voor vervolging.

Verloren strijd om de beeldvorming
Vol verbazing kijken Demminks vrienden hoe de kwestie zich nu ontvouwt. Getuigenverhoren, alsnog een onderzoek van het OM, een constante stroom van 'bewijzen' op internetfora. De strijd om de beeldvorming heeft hij al verloren, vrezen ze. Bij een enkeling rijst zelfs een klein beetje twijfel: zou Joris Demmink nog een kant hebben die ik niet ken? 'Je weet niet wat je niet weet.'

Maar de meesten blijven erbij dat het 'absurd' is wat er gebeurt. Ze zijn er boos over. Ze kennen hem als een trouw en eerlijk man; Demmink onderhoudt zijn vriendschappen met zorg. Hij schreef een vriend die hij uit het oog dreigde te verliezen een lange handgeschreven brief; sindsdien dineren ze twee keer per jaar uitgebreid, met z'n tweeën. Demmink is een man alleen - hij had langere tijd een vaste relatie, maar die is verbroken - die steun vindt in oude kameraadschap en voor wie zijn moeder heel belangrijk is. Die karakterisering komt telkens terug.

Twee weken voor zijn pensioen, oktober 2012, pakt het AD uit met een verhaal over Demmink, die contacten zou hebben gehad met de Haagse jongenspooier Willard. Het is zaterdag. Demmink is boos op zijn kenmerkende manier, zegt een bekende die hem dezelfde dag nog opzoekt: het is een 'gecontroleerde boosheid'. 'Zakelijk. Getroffen, maar zonder emotionele uitbarstingen.'

 
Geen spoor van rook, laat staan vuur
Conclusie onderzoek naar pedofilie in opdracht van minister Donner in 2002

De jongen tijdens het schoolfeest
Joris Demmink reageert zoals hij als jongen tijdens het schoolfeest in Hilversum reageerde: formeel en standvastig. De komende maanden zal hij meer dan ooit in de belangstelling staan. Hij weet dat de beschuldigingen nog jaren aan hem zullen kleven. Tegen een goede vriend die hij overhield aan de gymnasiumtijd heeft hij gezegd: 'Ik heb te maken met mensen die denken dat de wereld vierkant is. En die dat blijven denken, ook al is aangetoond dat de wereld rond is.'

'Ik heb niet de indruk', zegt die vriend, 'dat hij er minder om slaapt of minder om leeft. Hij verstaat de levenskunst. Joris is heel sterk. Die valt niet om.'

Verantwoording
Voor dit verhaal is gesproken met een aantal personen van wie sommigen uitdrukkelijk niet met hun naam in de krant willen. 'Ik wil geen joelende menigte met stenen voor mijn huis', zei een van hen. De concepttekst is voorgelegd aan Joris Demmink. Hij wees de auteurs via een vriend op enkele kleine feitelijke onjuistheden en koos ervoor verder niet te reageren. Dit verhaal stond afgelopen zaterdag in de Volkskrant.

 
Ik heb te maken met mensen die denken dat de wereld vierkant is. En die dat blijven denken, ook al is aangetoond dat de wereld rond is
Demmink tegen een vriend
Meer over