Het eeuwige leven Erik Asmussen (1924-2018)

Professor die vele levens redde in het verkeer

Van autogordel tot zoab, op allerlei slimme manieren wist Erik Asmussen het aantal doden op de weg naar beneden te krijgen.

Erik Asmussen, uiterst links.

Hij vond fietsverlichting op batterijen een aantasting van de verkeersveiligheid. ‘We zijn als mensen niet geschikt voor een taak als ‘batterijen vervangen’: we vergeten het of zijn te lui. En dan gaat het dus mis.’

Bij alle aanpassingen in het verkeerssysteem stelde Erik Asmussen, emeritus hoogleraar verkeersveiligheid aan de TU Delft zich de vraag: past dit bij de mens? ‘Is het antwoord ontkennend, dan is het geen goed idee.

De ‘sobere inrichting’ van zo-genoemde fietsstraten alleen zou niet voldoende zijn om automobilisten snelheid te laten verminderen. Er moesten ook andere snelheidsremmende maatregelen worden genomen. Wat wel werkt, wist hij ook. ‘Als je over een rijmarkering rijdt die lawaai maakt, dan krijg je het gewenste effect: mensen sturen weer terug naar binnen de lijnen.’

Erik Asmussen werd in 1962 de eerste directeur van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Die was vlak daarvoor opgericht toen het aantal verkeersdoden in de jaren vijftig en zestig met de opmars van de auto begon te exploderen tot 3.500 in 1973. Daarna kon het tij worden gekeerd dankzij allerlei maatregelen, zoals de helmplicht, veiligheidsgordels in de auto en vooral veiliger wegen met gescheiden rijbanen.

Hij zou directeur van de SWOV blijven tot 1985. Volgens een van zijn opvolgers, Fred Wegman, was hij een echte idealist en ontwikkelaar. ‘Hij was misschien niet zo’n manager in de traditionele zin van het woord. Maar hij wist iedereen te inspireren.’

Toen hij begon, gold nog het brokkenmakersmodel in het verkeer. De enige oorzaak van ongelukken waren menselijke fouten. Asmussen wilde van die traditionele benadering af. Hij wilde ervoor zorgen dat de omgeving zo werd aangepast dat mensen minder snel fouten zouden maken. Zo gaf hij een beslissende impuls aan de ontwikkeling van zoab. ‘Als spat- en sproeiwater niet meer van het wegdek omhoog zou schieten, zouden er minder ongelukken zijn. Daarbij hield hij er rekening mee dat mensen daardoor misschien ook harder zouden gaan rijden. En dan probeerde hij het saldo van de winst aan veiligheid te berekenen’, zegt Wegman. Veel van zijn visies werden internationaal overgenomen. Hij was lange tijd voorzitter van de Scientific Expert Group van de Oeso.

Asmussen overleed 22 september op 94-jarige leeftijd in het Friese Wolvega, waar hij de laatste jaren woonde. Hij werd geboren op Sumatra in Nederlands-Indië. Zijn vader, die van Deense afkomst was, hield zich daar bezig met wegenaanleg. Nadat hij in 1927 was overleden, ging zijn gezin Erik had nog een zus terug naar Nederland. Na de oorlog zat hij enige tijd in het leger en volgde een opleiding aan de TU toen nog Technische Hogeschool in Delft. Hij kreeg een baan bij Philips, waar hij verantwoordelijk werd voor de ontwikkeling van beter zichtbare materialen.

Na zijn vertrek bij de SWOV in 1985 drie jaar eerder was hij hoogleraar in Delft geworden stond in het liber amicorum: ‘Hij liep niet alleen zijn tijd vooruit in de manier waarop hij over verkeersveiligheid nadacht, hij wees ons ook de weg vooruit.’ Zijn belangrijkste publicatie vond hij zelf De nieuwe normmens, dat pas na zijn pensioen tot stand kwam. In plaats van het verkeerssysteem afstemmen op optimaal fitte, jonge mensen zouden ouderen en mensen met een beperking hij was zelf slechtziend als norm moeten worden genomen bij het inrichten van de openbare ruimte.

Asmussen was een fanatiek zeiler. Hij had drie kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.