Profiel Rinus Otte

Procureur-generaal Rinus Otte: conservatieve autocraat of positieve dwarsligger?

De zaak Anne Faber, een conflict aan het gerechtshof in Amsterdam en nu interne strubbelingen bij het OM: rondom procureur-generaal Rinus Otte (57) is de nodige controverse geweest. Is hij een conservatieve autocraat, of juist een onbevreesde magistraat die voor vooruitgang zorgt?  

Rinus Otte. Beeld Hollandse Hoogte / Jörgen Caris

Op 1 november stopt een donkere BMW voor het gloednieuwe gerechtsgebouw aan de Stationslaan in Breda. Rinus Otte, procureur-generaal te Den Haag, heeft een gesprek te voeren met de mannen en vrouwen van het parket Zeeland-West-Brabant. Hij is daartoe uitgenodigd door de ondernemingsraad van het parket.

Een week ervoor hebben vier officieren bij minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid belet gevraagd en gekregen, om hun beklag te doen over de wijze waarop door het college van procureurs-generaal leiding wordt gegeven aan het Openbaar Ministerie (OM).

Nu is het Ottes beurt. Hij komt voor de dialoog. Maar volgens sommige aanwezigen was het vooral eenrichtingsverkeer. Ottes bezoek wordt door een aanwezige omschreven als ‘de Dag van het Wijzende Vingertje’. Otte laat via zijn woordvoerder weten dat hij hierna nog twee keer terugging naar Breda, en dat de gesprekken goed verliepen. Hij heeft in Breda gezegd dat er ruimte is om te praten over emoties die leven, wrok en verdriet. ‘Maar op zeker moment moeten die luwen.’

De crisis bij justitie zit zo diep dat hij zich in de media openbaart. Deze week ontplofte een nieuw bommetje. In een interview in Opportuun, het relatiemagazine van het OMleverde Kitty Nooy, plaatsvervangend hoofdofficier en vertrekkend portefeuillehouder integriteit, ongezouten kritiek op de top van het OM, waarvan Otte deel uitmaakt. Volgens Nooy, die decennia voor het OM werkte, is de cultuur ‘hiërarchisch en vaak gesloten, anonimiteit en eenzaamheid liggen op de loer. Aan de top houden meerdere mensen elkaar gegijzeld.’ Het OM zucht onder ‘een afreken- in plaats van een aanspreekcultuur’.

De vraag is of Rinus Otte (57) deze crisis kan beslechten. Hij heeft de ontwikkeling van het Openbaar Ministerie als organisatie in portefeuille. Samen met voorzitter Gerrit van der Burg neemt hij het voortouw, al is binnen het college sprake van collegiaal bestuur.

Otte stond al voor hij twee jaar geleden naar het OM kwam bekend als een controversieel persoon, geen man van het harmoniemodel. Hij had een lange bestuurlijke carrière achter de rug als vicepresident van de gerechtshoven in Amsterdam en Arnhem. Daarnaast heeft hij beroemde uitspraken op zijn naam: die over Lucia de B. bijvoorbeeld. En vorig jaar werd een vonnis uit 2012 over Michael P., die Anne Faber vermoordde, fel bekritiseerd. Otte was hier één van de drie raadsheren.

Wie is deze prof. dr. mr. Rinus Otte, de man in het oog van de justitiële storm? Vriend en vijand verklaren in koor: een juridisch zwaargewicht, maar wel een die met veel oud-collega’s overhoop ligt. Een vlijmscherpe jurist, maar ook buitengewoon recalcitrant.

De manager 

Als Bianka de Poorter in 2008 aantreedt als vicepresident van het gerechtshof in Amsterdam, treft ze personeelsleden tegenover zich die in huilen uitbarsten. Het vertrouwen in de leiding is weg.

Ze heeft van Rinus Otte de sector strafrecht overgenomen en stuit op diepe frustraties. De Poorter: ‘Ik trof een ontredderde organisatie aan. Otte wilde als sectorvoorzitter het werk doelmatiger maken, maar hij drukte voortdurend zijn standpunt door en luisterde niet naar andere raadsheren. Hij sprak over ze als collega’s die niet vooruit waren te branden, wat pertinent onjuist was. Dat kun je niet doen als je tegelijkertijd de cultuur wilt veranderen.’

In zijn overtuiging dat het werk doelmatiger kan, zet Otte in die jaren in op ‘unus’, wat betekent dat zittingen zoveel mogelijk door één rechter worden afgedaan, in plaats van door een meervoudige kamer. Dit druiste in tegen landelijke afspraken en de heersende opvattingen over de kwaliteit van hoger-beroepszaken, zegt De Poorter. Zeven, acht collega-rechters die hem niet welgevallig waren, moesten bovendien noodgedwongen hun heil elders zoeken.

In de wandelgangen wordt Otte in die tijd ‘de autocraat’ genoemd. Hij doet in sneltreinvaart een recordaantal enkelvoudige zaken af, maar laat de megazaken liggen. De Poorter: ‘Het heeft drie jaar gekost om die weg te werken.’ Het conflict aan het hof loopt zo hoog op de situatie onhoudbaar wordt. Otte vertrekt en wordt opnieuw raadsheer bij het gerechtshof in Arnhem, zoals hij was voordat hij naar Amsterdam kwam. 

Op de rokende puinhopen publiceert Otte, inmiddels ook hoogleraar Organisatie van de rechtspleging in Groningen in 2010 een boek: De nieuwe kleren van de rechter. Hierin ontvouwt hij zijn visie op de rechterlijke organisatie. Velen lezen het ook als een afrekening.

Otte trekt een gordijn weg, schrijft het huisorgaan voor magistraten, NRC Handelsblad. ‘Hij schrijft over ‘interne rot’, vervreemding, sfeerbederf en schiet een mitrailleur leeg op zijn collega-magistraten die zich schuldig maken aan ijdelheid, slachtoffergedrag, misbruik van vrijheid, vriendjespolitiek bij benoemingen en gebrek aan professionaliteit.’

Bij de presentatie van het boek in het Haagse perscentrum Nieuwspoort gist het. Oud-VVD-leider Frits Bolkestein spreekt kort, maar welbewust van ‘een moedig boek’: ‘Rinus Otte heeft met dit boek de code doorbroken die geldt binnen de kaste die de rechterlijke macht in Nederland is. Verwijten als: ‘Otte spuugt in de bron waaruit hij drinkt’, liggen voor de hand. De ophaalbrug gaat omhoog, de rijen worden gesloten. Dat is een begrijpelijke, maar onverstandige reactie. Het debat moet worden gevoerd.’

Er gebeurt deze middag nog iets opmerkelijks. Het eerste exemplaar wordt in ontvangst genomen door Fred Hammerstein, raadsheer bij de Hoge Raad en goede bekende van de auteur. Die verwijt hem in het openbaar dat hij op een zodanige wijze over zijn ex-collega’s schrijft dat ze herkenbaar zijn. ‘Als het om personen gaat, had je je ontboezemingen voor je moeten houden.’

Hammerstein nu: ‘Ik ken Otte al heel lang als een slimme, erudiete man, die zijn ideeën niet onder stoelen of banken steekt. Dat roept soms veel weerstand op, maar hij schuwt dat niet.’

Eén van de gemakkelijk te traceren figuren in het boek is Bianka De Poorter, omschreven als ‘de koorddanseres met de koektrommel’, die daarmee pogingen deed om haar collega’s te motiveren. ‘Het dedain’, zegt de gepensioneerde De Poorter, ‘stoorde me. Ik had, bewust gezellig, een koek- en een dropjestrommel op mijn bureau. Ik voelde me zo beledigd door zijn omschrijving, omdat ik zijn puinhopen aan het opruimen was. Ik heb hem dat geschreven en hij antwoordde dat hij het zou corrigeren in een volgende druk. Dat is voor zover ik weet nooit gebeurd.’

Rechtswetenschapper Cees Fasseur keerde hem na verschijning van het boek openlijk de rug toe. In NRC verscheen zijn ingezonden brief. Fasseur schrijft hoe hij Otte als raadsheer van nabij heeft gadegeslagen en concludeert: ‘Mr. Otte was bij alle goede bedoelingen en ijver een ramp voor zijn omgeving, hetgeen uiteindelijk leidde tot zijn val bij het Amsterdamse hof.’

Hoewel ook oud-collega bij het hof in Arnhem Yvo van Kuijck vindt dat Otte in zijn boek soms te ver ging, heeft hij met zijn analyse ‘punten gescoord’. ‘Als een van de weinigen had hij een heldere visie op het aansturen van de organisatie. Hij durfde zaken te benoemen.’

Otte ging later aan de slag in wat de ‘Arnhemse proeftuin’ heette, waar door rechters pro-actief werd gewerkt, om de cultuur waarin zaken te vaak nodeloos werden aangehouden, te doorbreken. Van Kuijck: ‘Natuurlijk kreeg ook dat weer kritiek, namelijk dat alles draaide om productie en er geen ruimte was voor bezinning. Maar hij kreeg de boel wel in beweging.’

De procureur

Het conflict in Amsterdam en het boek dat eruit voortvloeide zijn typerend voor Rinus Otte. Polderen is hem vreemd en hij doet niet aan mooipraat. Dat weten de rechters, en inmiddels zijn ook zijn nieuwe collega’s van bij het Openbaar Ministerie daarvan doordrongen.

Otte, zeggen de mensen die hem goed kennen, gedijt in een omgeving waarin hij weerstand ontmoet. Hij bloeit op als hij het breekijzer mag hanteren. Hammerstein: ‘Hij reageert vaak tamelijk laconiek. Het aardige aan hem is dat hij naast scherpe kritiek leveren, ook heel goed kan incasseren.’ In Amsterdam denken ze daar toch anders over: daar vinden ze hem hard en bot.

Hoewel een overstap van de zittende naar de staande magistratuur niet veel voorkomt, is die in het geval van Otte heel logisch, meent Hammerstein. ‘Hij krijgt nu de ruimte om de strafrechtspleging vorm te geven, dat sluit aan bij zijn ambitie. Hij is geen fantastische manager, maar een man van de inhoud. Juist daarom botst hij vrij gemakkelijk in een bestuurlijke omgeving.’

Otte heeft in het college van vier het takenpakket met de omvangrijke portefeuille strafvordering. Hij gaat in feite over alles: van wetten tot regels, van zeden tot moraal. Nog maar twee weken geleden besloot het college om strafvervolging in te stellen tegen een arts die euthanasie pleegde bij een dementerende vrouw. Otte trad in deze kwestie naar buiten.

Ook in zijn nieuwe werkomgeving hamert de oud-rechter en hoogleraar op efficiëntie, en ook hier stuit dat op verzet. Zo is Otte een groot voorstander van justitiële schikkingen, zonder interventie van de rechter, terwijl sommige officieren van justitie en advocaten-generaal dit een gruwel vinden. Zijn goede vriend Peter Plasman, advocaat te Amsterdam: ‘Als rechter was hij een buitenbeentje, nu is hij dat weer. Maar dat vindt hij helemaal niet erg.’

De polemist

Otte ziet zichzelf graag als een ‘positieve dwarsligger’, die mensen uitdaagt om een debat op gang te brengen. Hij is geen bokser die in de touwen met zijn verdediging bezig is. Hij valt aan. Voordat hij naar het OM vertrok, zat hij tot diep in de nacht achter zijn computer te schrijven, veel en graag. Hij was de oprichter van de weblog ivorentoga.nl, waar felle polemieken werden gevoerd over de rechterlijke organisatie, of over de wijze waarop straffen in Nederland worden gevorderd dan wel ten uitvoer worden gelegd. Peter Plasman was ook een van de auteurs.

Otte omschrijft zichzelf in die tijd als ‘nar van de rechtspraak’. Een nar die schertst en soms sart. In zijn allerlaatste blog haalt hij nog één keer ouderwets uit. Het wordt een filippica tegen wat hij vaak omschrijft als de ‘offercultuur’ in het Nederlandse openbaar bestuur.

‘Leidinggevenden worden afgerekend op nieuwe begrippen als transparantie, emotionele vaardigheden, authenticiteit, nog vagere begrippen als verbinding en in overtreffende trap van ernst, eerlijkheid. (...) De nieuwe bestuurders gaan daarin mee door hun persoonlijke uitstraling in te brengen al dan niet aangejaagd door de onverminderd kritische media die het onzuivere vergrootglas van de emotie hanteren.’

Leidinggevenden worden geacht te vertrekken als zij niet voldoen aan dit soort ‘bestuurlijke authenticiteit’. Otte schampert: ‘Dan is er geen escape meer en worden bestuurders geacht op te stappen en de eer aan zichzelf te houden. Zitzaksessies met gerechtsbestuurders en vele soortgelijke cultuursessies in andere onderdelen van het publieke domein tieren welig en hebben organisatiebureaus rijker gemaakt.’

Zo heeft hij honderden stukken geschreven en meestal grijpen die terug op zijn persoonlijke ervaringen. De ‘offercultuur’ is slechts één van zijn vele stokpaardjes.

De rechter

Arnhem, Mr. Rinus Otte, voorzitter van de rechtbank, voor aanvang van de uitspraak in de Chipsholzaak. Beeld ANP/ Robin van Lonkhuijzen

Otte is niet alleen controversieel vanwege zijn visie op organisaties. Ook zijn vonnissen als rechter hebben een aantal keren stof doen opwaaien. Volgens Wim Faber, de vader van Anne die door Michael P. werd verkracht en vermoord, was Otte in 2012 bevooroordeeld, toen P. in hoger beroep voor hem stond, nadat hij zich had vergrepen aan twee minderjarige meisjes. Als wetenschapper heeft Otte immers sterke twijfels over de terbeschikkingstelling (tbs) omdat een psychiatrische stoornis vaak niet of slecht wordt gemotiveerd. Binnen de rechtspraak woedt al jaren een stammenstrijd over de werking van tbs. Otte behoort tot het kamp dat er weinig mee op heeft. Maar hij heeft als rechter ondertussen duizenden vonnissen geveld waarin tbs werd opgelegd, of verlengd.

Faber riep Otte vorig jaar op af te treden als procureur-generaal, want had hij over P. anders beslist, dan zou zijn dochter nog in leven zijn. In de media laaide de discussie over tbs op.

De boodschap van Faber had een grote emotionele lading en Otte kwam onder vuur te liggen op sociale media. Hij moest ‘wegwezen!’. Terwijl in zijn eigen beroepskring het debat over tbs opleefde, deed Otte er het zwijgen toe. Later zou hij zeggen, met Leviticus 16 in gedachte: ‘Er wordt gezocht naar een bok die als offer de woestijn in kan worden gestuurd.’

Desalniettemin greep de kwestie hem bij de keel. Hij was immers de man geweest die in talrijke publicaties verklaarde dat rechters vaker verantwoording moeten afleggen over hun vonnissen. Leg het uit! Sta met beide benen in de maatschappij! Nu trof hem het verwijt dat hij zich schuilhield achter een korte verklaring van het college van procureurs-generaal, waarin werd gewezen op het geheim van de raadkamer. Hij, Rinus Otte, kón eenvoudigweg niets zeggen, was de boodschap.

Begin deze maand kroop Otte alsnog uit zijn schulp. Naar aanleiding van de verschijning van een nieuw boek, Een kleine biografie van het straffen, liet hij zich in NRC Handelsblad voor het eerst over de zaak uit – zie je wel, hij kon het toch weer niet laten, zeggen zijn collega’s.

De door Faber gewekte suggestie dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling werpt hij van zich. ‘Voor tbs heb je een stoornis nodig. Daar waren geen rapporten over. Tbs opleggen zonder psychiatrische rapporten is verboden.’ En niet onbelangrijk: het OM heeft nooit om tbs gevraagd.

Indirect richt hij zich alsnog tot Faber. De toga gaat uit, de emotie komt boven. ‘Wat me enorm heeft geraakt, is de suggestie dat ík eigenlijk zijn dochter heb vermoord. Dat doet echt pijn. Ik kan me niet verdedigen. Bovendien helpt er geen enkele verdediging. Wát ik ook zou zeggen tegen Annes vader, ik krijg dat nooit uitgelegd. Vanuit zijn verdriet is het nooit genoeg.’

Zijn visie op de zaak tegen P. blijft voer voor discussie. Volgens Ottes oud-collega-rechter bij het hof in Arnhem, raadsheer Yvo van Kuijck, wél een verklaard voorstander van tbs, eist de wet voor oplegging van tbs in beginsel een recent rapport van een psychiater of psycholoog. Maar ook zonder zo’n rapport kan een rechter bij voldoende aanwijzingen voor een stoornis tot oplegging van tbs komen. Zelf deden Van Kuijck en zijn collega’s dat in 2012, in de zaak van Julien C., die een jongetje doodstak op een school in Hoogerheide. De dader werkte net als P. niet mee aan een gedragskundig psychiatrisch onderzoek, maar de tbs hield stand tot aan het Europese hof.

Wim Faber is na het interview in NRC nog niet overtuigd. Hij zegt: ‘Zo’n psychiatrisch rapport is dus geen absolute voorwaarde. Ik denk dat ook de heer Otte dat weet. Dat interview heeft me geraakt. Wat me pislink maakt is dat ik weet dat er een reclasseringsrapport is over P. uit 2012 waar niets mee is gedaan. Daarin staat dat de kans op recidive heel groot was. Dat moet Otte hebben gezien.’

Fred Hammerstein, ook oud-president van het Hof in Arnhem, weet dat dit soort kritiek Otte niet in de koude kleren gaat zitten. ‘De gevoelens van vader Faber zijn begrijpelijk en invoelbaar, maar hoeven daarom nog niet tot de waarheid te worden verheven. Wat hard aankomt is dat de integriteit van de rechter hier in twijfel wordt getrokken. Dat is zijn grootste goed.’

Otte was ook één van de drie raadsheren in 2000 bij wat is gaan heten de Arnhemse villamoord, een zaak die nu voor herziening ligt bij de Hoge Raad. Die moet bepalen of de verdachten onder druk van de politie tot hun verklaringen zijn gekomen. In dat geval zou deze zaak opnieuw moet worden gedaan en zou volgens deskundigen sprake zijn van de grootste gerechtelijke dwaling ooit. ‘Je trekt je dan als rechter de haren uit je hoofd. In het geval van Otte glijdt het niet van zijn kale schedel af’, zegt Hammerstein.

Volgens één van de advocaten in de Arnhemse villamoord, Arthur van der Biezen, heeft de rechter zich gebaseerd op onderbuikgevoelens. ‘De sfeer in deze zaak was beneden alle peil, er was fysiek geweld in de rechtszaal, alle verdachten hadden een strafblad. Je ziet zo’n hof dan denken: ze zullen het wel gedaan hebben.’ Volgens hem was Otte dominant tijdens de zitting. ‘Die man werkt zich uit de naad, het lijkt wel ADHD.’ Hij is mild in zijn eindoordeel: ‘Rinus Otte op deze ene dwaling afrekenen, is hem onrecht aandoen. Er zijn er die veel meer fouten hebben gemaakt.’

De filosoof

Rinus Otte is een Zeeuw, streng-gereformeerd opgevoed en zodoende van jongs af aan bekend met wat hij zelf noemt ‘het vraagstuk van schuld en boete’. ‘Een goede rechter’, zei hij in 2015 tegen Coen Verbraak (Kijken in de Ziel), ‘is een rechter die tot een beslissing komt met een zeker boerenverstand, met empathie en met lerend vermogen.’

Schuld, vindt hij, moet worden ingelost, of het nu gaat om een misdaad, een hypotheek of een vriendschap. ‘Het grote probleem in een samenleving als de onze – en dat is al sinds de Verlichting aan de gang – is het idee dat mens en maatschappij maakbaar zijn. Dat heeft tot enorme illusies geleid. Ik ben in de loop der jaren veel van die illusies kwijtgeraakt.’

In 2013 trekt wetenschapper Otte op het congres Verslaving en tbs fel van leer tegen verslaafden die zich schuldig maken aan criminaliteit. Hij heeft het niet op psychiaters die verslaving als stoornis aanmerken, daar kan hij als magistraat niets mee. Verslaving is een keuze, vindt Otte. En verslaafden die zich als crimineel gedragen verdienen in de eerste plaats straf, geen zorg.

Net als in het debat over tbs blijkt dat hij niet onder de indruk is van de rapportages van psychiaters. ‘Als je de vraag naar verslaving en schuld voorlegt aan zes psychiaters, krijg je evenzoveel uiteenlopende antwoorden. Dat kippenhok aan meningen verraadt hun grote verdeeldheid.’ (...) ‘We moeten durven vaststellen dat uitsluitend de rechter schuld en de daarbij passende sanctie mag bepalen en niet de ‘deskundigen’ met hun particuliere mening.’

Otte is harder geworden, heeft hij in meerdere interviews verklaard. Althans, hij is als rechter strenger gaan straffen. Aanvankelijk vond hij net als veel collega’s celstraffen knechtend, ze zouden veroordeelden kapotmaken. Naarmate zijn carrière vorderde kwam de vergelding centraal te staan. Otte is ter zitting minder bezig met de psyche van de verdachte, en meer met welke straf hij kan opleggen. Hij is daarnaast  de opvatting toegedaan dat magistraten moeten ophouden zich als maatschappelijk werker te gedragen.

Bij rechter Otte, zeggen diverse oud-collega’s, is in de loop der jaren metaalmoeheid opgetreden. De stroperigheid is hem gaan tegenstaan. En met dat voortschrijdend inzicht over straffen is zijn toetreding tot het OM, waar hij  de eisende partij is, niet onlogisch. 

Sommigen zijn bang dat hij een conservatieve agenda voert. Toen hij onlangs in de actualiteitenrubriek Nieuwsuur uitlegde waarom in de euthanasiezaak tot vervolging is besloten, zei hij dat artsen niet bang hoeven te zijn. Het OM is niet op kruistocht: ‘Het recht staat niet tegenover de artsen. Maar er is behoefte aan rechtszekerheid. Ik begrijp hun zorg als mens, maar in ons rechtssysteem is dat niet nodig.’

Zelf zegt hij allang te zijn verlost van de beknelling van zijn streng-gereformeerde geloof. Hoewel hij is ‘gevormd door dat denken van toen’ en gemakkelijk citeert uit Openbaringen, ziet hij zichzelf als vrijdenker met een ijzeren geloof: in het recht. Peter Plasman noemt hem ‘een intellectueel pur sang, die zich niet laat vangen in een hokje’. Hij ziet hoe Otte in korte tijd is uitgegroeid tot het geweten van justitie. ‘Ze zullen hem ook hier wel lastig vinden. Want hij houdt zijn mond niet - terwijl je bij het OM juist extra voorzichtig moet zijn. Maar Rinus blijft zeggen waar het op staat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.