Poolse nachtvlinders vleugellam

Tussen 11 uur 's avonds en 6 uur 's ochtends mag de jeugd van Warschau de straat niet meer op....

'HET IS NA TIENEN. Zijn uw kinderen thuis?' De tekst sluipt 's avonds tussen tien en elf uur ongevraagd via de televisieschermen de Poolse huiskamers in. De meeste ouders in Warschau kunnen dinsdag de vraag met een gerust hart met 'ja' beantwoorden. De straten van de Poolse hoofdstad zijn uitgestorven. In de verste verte is geen honkbalknuppel te zien. Drugsverslaafden en straathoeren zijn binnen. Dieven en inbrekers houden zich schuil.

De avondklok nadert, en patrouille 01 43 maakt zich op voor alweer een nacht van stapvoetse rondes door de dode straten van de 'oude stad'. 'Normale mensen zijn nu thuis', zegt agent Marius Budzovski achteloos, terwijl hij de donkere lege straten in tuurt. Zijn aandacht gaat nu vooral uit naar kinderen - de nieuwe 'illegalen' van Polen. De jeugd is na elf uur 's avonds vogelvrij en rijp om te worden ingerekend.

Sinds 1 mei geldt in de stad een nachtelijk straatverbod voor jongeren onder de 18. 'Zorg-uren' heten de uren tussen elf uur 's avonds en zes uur 's ochtends eufemistisch: dit zijn de uren waarin de Warschause politie het recht heeft elke jongere onder de 18 op te pakken en naar huis te sturen of ze tot de volgende ochtend op te sluiten in een van de speciale 'jeugdhuizen', de Izba Diecka, die verspreid over de stad zijn opengesteld.

Het straatverbod is een idee van Maciej Gielecki, de nieuwe Wojewoda (gouverneur) van de provincie Warschau. Gielecki heeft het idee weer van het stadje Radom, waar de politie al sinds 23 oktober rondlummelende jongelui zonder vorm van proces mag oppakken. En achter Gielecki staan de bestuurders van Poznan, Krakau, Lublin en tientallen andere Poolse steden te trappelen om ook een uitgaansverbod in te voeren. Alleen een uitspraak van de rechter kan nog verhinderen dat binnenkort in heel het land om elf uur 's avonds het licht uitgaat.

Als de jeugd van de straat is, voelen de Polen zich een stuk veiliger dan nu, omdat achter elke straathoek gevaar loert.

Een jaar geleden vierde Tomek Javorski met vrienden in een park in Warschau een eindexamenfeest. Plotseling dook een groep jongens op die met honkbalknuppels op de feestvierders begon in te slaan. Javorski werd meegenomen en doodgeknuppeld. Tomeks vrienden organiseerden een stille mars uit protest tegen het geweld.

Dat was de tweede mars in zijn soort in Polen, maar het zou lang niet de laatste zijn. Meer moorden volgden. En na de moorden volgden protestmarsen. Elke paar maanden was er wel een nieuwe 'zwarte mars', en met elke mars groeide de angst van de Polen voor wat zich afspeelt op straat.

Tien jaar geleden antwoordde op de vraag: 'Is Polen een onveilig land?' 20 procent met 'Ja', nu bedraagt dat percentage 70. Zodat er alle reden lijkt gouverneur Maciej Gielecki gelijk te geven als hij zegt: 'Het is nu tijd voor concrete actie.'

Gielecki is een eigenwijs conservatief uit de rechtervleugel van de regerende rechtse Solidariteits Verkiezings Actie (AWS). Hij trad in februari aan als Wojewoda van Warschau en begon meteen werk te maken van het thema veiligheid: hij voerde snelrecht in voor dronken automobilisten en voetbalvandalen, en op 22 april maakte hij in een appèl op de Warschause bevolking de invoering van het straatverbod bekend, dat de 'actie minderjarige' werd gedoopt:

'Beste ouders en verzorgers, beste jongelui,

Jonge mensen sterven aan alcoholisme, aan drugsverslaving en aan een toenemend aantal misdaden. Hoe lang zullen we nog eindeloze discussies organiseren over de oorzaken van agressie en onveiligheid? Begin mei zal een verordening ingaan die voorziet in speciale ''zorg-uren'', gekoppeld aan een opvoedend en preventief programma. (...) Ik dring er bij de ouders op aan speciaal voor hun kinderen te zorgen, vooral in de nachtelijke uren die zo belangrijk zijn voor het fysiek en psychisch welbevinden van een kind. Ik wil leerkrachten vragen extra activiteiten te organiseren en attractieve vormen van vermaak. Ik moedig eigenaren van bioscopen, theaters, sportfaciliteiten en andere plaatsen die vermaak bieden aan, geen gebeurtenissen laat in de avond te organiseren.'

Anderhalf uur blijft het doodstil op straat. 'Kom eens terug op een vrijdag of een zaterdag', raden agenten Marius Budzovski en Grzegorz Dominik aan. 'Misschien is er dan meer te doen.' Even later bekennen ze dat ze sinds 1 mei nog niet één verdachte jongere hebben aangehouden. 'Ik geloof niet dat een straatverbod de beste manier is om de criminaliteit in Warschau aan te pakken', meent Budzovski voorzichtig, nadat zelfs een dronken zwerver zonder aarzelen zijn identiteitspapieren te voorschijn heeft getrokken.

In het kantoor van gouverneur Gielecki zijn nachtelijke straatbewoners heel andere wezens dan de paar onschuldige vlinders die de agenten deze nacht in hun netje vangen. Zygmunt Gutowski, de naaste adviseur van de Wojewoda, dompelt elke bezoeker in de poel van ellende waardoor hij zich omgeven weet: 'In Warschau zijn het afgelopen jaar zeshonderd kinderen van huis weggelopen. Twaalfhonderd zijn er ontsnapt uit tehuizen en jeugdgevangenissen. Ze worden meteen opgezogen door misdadige groepen, gebruikt bij diefstal en inbraak, en betaald met drugs. De honkbalknuppel is een alledaags verschijnsel geworden. Geweld rond voetbalwedstrijden neemt toe. Alcoholisme en drugsgebruik groeien...'

Sport en ander 'attractief vermaak' zouden de jongeren van de straat en van de drugs moeten houden. 'We weten immers dat verveling de mensen tot alcoholisme drijft', meent Gutowski's gezonde verstand.

De actie 'Spijbelaar' in de stad Radom was een eclatant succes. De politie greep haar nieuwe bevoegdheid om rondhangende jongelui op te pakken met beide handen aan. Aangehouden jongeren werden overgedragen aan hun ouders, aan de school of de kinderrechter, en in luttele weken waren de meeste notoir onveilige plekken in de stad schoongeveegd. Zelfs de sceptici moesten al snel toegeven dat de actie werkte.

'Het effect was krankzinnig', zegt commissaris Andrzej Przemyski in Warschau. 'De mensen in Radom waren verrukt. De angst onder de bevolking nam razendsnel af, en dat proces gaat nog steeds door.' Maar Przemyski, stafmedewerker van het landelijk hoofdkwartier van politie, laat er meteen op volgen dat Warschau Radom niet is. 'In Radom had je het over tien of twaalf aanhoudingen per maand. Als we in Warschau iedereen zouden oppakken, zou de politie het werk niet meer aankunnen. Dat is onrealistisch. Eerlijk gezegd is een straatverbod voor Warschau gewoon nonsens. En om nog eerlijker te zijn: de nachtelijke misdaad was in Warschau eigenlijk helemaal geen groot probleem, en de criminelen zijn natuurlijk ook lang niet allemaal minderjarig.'

Het straatverbod is voor Przemyski vooral een middel tegen angst. Het is een placebo, maar een placebo die mensen kennelijk tevreden stelt: 'Criminaliteit is iets simpels. Die kun je gericht bestrijden. Maar angst is veel ingewikkelder. Angst heeft sociale, economische en zelfs traditionele achtergronden. Als angst groot is, moet je je afvragen waarom.

'In Polen wordt de angst vooral gevoed door de media. De mensen zijn bang voor het geweld waarover ze grote sensationele verhalen lezen. Daarom zegt 70 procent ''ja'' op de vraag of Polen een onveilig land is. Maar vraag je ze dan of hun eigen straat wel veilig is, dan zeggen de meesten ook ''ja''. Dat bewijst dat ze hun gevoel van onveiligheid alleen maar van horen zeggen hebben. Uit de media dus.

'Dit is geen beschuldiging aan de media, het is een gegeven. Dat gegeven kun je niet veranderen, dus moet je er op een andere manier op inspelen. En als dit straatverbod helpt de mensen weer een gevoel van veiligheid te geven, dan heeft het in ieder geval die functie.'

Nu het straatverbod er eenmaal is, ziet Przemyski overigens ook praktische voordelen. De namen van de personen die zich 's nachts op straat bevinden, worden nu genoteerd. 'De mensen op straat verliezen hun anonimiteit. En als er die nacht iets gebeurt in een buurt, zijn er tenminste een paar verdachten.'

En uiteindelijk is ook Przemyski geen tegenstander van meer controle op straat, als die controle gevolgd wordt door hulp aan jongeren die dat nodig hebben, en als het ouderen op hun verantwoordelijkheden wijst. 'Het is toch een stap in de juiste richting. Er wordt eindelijk iets gedaan. En als het systeem niet werkt, kunnen we het altijd nog verbeteren. We werken nu op nationaal niveau aan een aantal richtlijnen. Poznan, Krakau en de andere steden die soortgelijke acties overwegen, zullen al beter voorbereid zijn dan Warschau. Ik hoop dat dit hoe dan ook het begin is van een interessant proces.'

Ook dat proces ziet de commissaris voor zich: 'Voor 1989 had je het gezin en de staat, en tussen die twee was er niets. Nu schuiven we daar de gemeenschap tussen, als een nieuwe laag. Er wordt iets nieuws gecreëerd.'

Protesten tegen het uitgaansverbod zijn er nauwelijks geweest. De jongeren halen er vooral hun schouders over op. Ze laten zich door hun ouders ophalen, ze blijven thuis, of ze feesten door tot zes uur 's ochtends als ze weer de straat op mogen. Ze lijken zich niet druk te maken. Demonstraties op 1 en 2 mei in Warschau werden een flop: van de tachtig deelnemers waren er twintig onder de 18. De overigen waren journalisten, en, zegt Zygmunt Gutowski smalend: 'linkse politici'. '90 Procent van de Polen is voor het straatverbod.'

Het enige verzet tegen de draconische maatregel komt nu nog van nationale ombudsman Adam Zielinski. Hij heeft de verordening van Gielecki aangevochten bij het hoogste ambtenarengerecht omdat zij - meent hij - in strijd is met de Grondwet, die de vrijheid van alle burgers ('dus ook die onder de 18') garandeert. 'De Grondwet staat beperking van de vrijheid en van de burgerrechten alleen toe als dat gebeurt met instemming van het parlement. De Wojewoda heeft daartoe het recht niet', vindt Zielinski.

Maar in het kantoor van Gielecki kennen ze zijn argumenten. Ongevraagd wordt daar een andere wet tevoorschijn gehaald, de wet op het lokaal bestuur. Die bepaalt dat de lokale bestuurders wel maatregelen mogen nemen, in noodgevallen en 'als de veiligheid wordt bedreigd'.

Dat dat in Warschau het geval is, behoeft volgens de gouverneur in deze verloederde wereld geen betoog. Wie daar tegen is, is ofwel een 'links politicus' ofwel een van degenen die 'veel geld verdienen aan de verkoop van alcohol, drugs en pornografie en aan het organiseren van lawaaiige activiteiten in nachtelijke uren.'

Of heet Adam Zielinski natuurlijk. 'Maar mijn positie is louter formeel juridisch. Als de rechter bepaalt dat dit volgens de Poolse wet is toegestaan, dan is er voor mijn verzet geen plaats meer.' Binnen twee maanden verwacht de ombudsman een uitspraak van de rechter. Geeft die hem ongelijk en Gielecki gelijk, dan zullen tientallen Poolse steden het 'Warschause model' navolgen.

Dat zou hem spijten, want ook niet formeel juridisch is de ombudsman fel gekant tegen een straatverbod. 'Het levert jongeren over aan de willekeur van de politie. Die bepaalt wie verder mag naar huis, en wie niet. Bovendien ken ik die huizen waar ze de opgepakte jongeren verzamelen. Een paar uur daar moeten wachten, is vreselijk. Je weet niet wat je jongeren daarmee aandoet.'

Het opvanghuis in de Wisniowa is niet te onderscheiden van de gevangenis in dezelfde straat. De ramen gaan schuil achter stevig traliewerk en achter een hermetisch gesloten poort peilt een agent argwanend elke bezoeker. Achter de agent ligt de met metershoge muren en prikkeldraad omgeven binnenplaats. Er is niemand buiten, en ook binnen klinkt geen geluid. Het huis wacht op kinderen die ook vannacht niet zullen komen.

Om 02.13 uur doemen in de 'oude stad' uit het donker toch nog twee onvast zwabberende meisjes op. Patrouille 01 43 stopt routineus langszij. Nog voordat de agenten iets hebben kunnen zeggen, hebben de meisjes hun identiteitsbewijzen al getrokken. Arm in arm wankelen ze even later verder. Restanten van een eindexamenfeest op weg naar huis. 'Moet ik die soms arresteren?', vraagt Dominik, en zonder het antwoord af te wachten stuurt hij zijn patrouillewagen weer de nacht in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden