Die ene meldingMadelon Ouwerkerk – wijkagent

‘Politiemensen moeten vooral horen wat er níét wordt gezegd’

In ‘Die ene melding’ interviewt Wil Thijssen politiemensen over de gebeurtenissen na een specifieke melding die hun kijk op het vak ingrijpend hebben veranderd. Wijkagent Madelon Ouwerkerk (50) leerde als voormalig mensenhandelrechercheur dat non-verbale communicatie soms meer zegt dan woorden.

Wil Thijssen
null Beeld Anne Stooker
Beeld Anne Stooker

‘We liepen door een lange gang en sloegen linksaf een spreekkamertje in. Daar zat ze. Een tienermeisje, kwetsbaar en extreem aanhankelijk. Ze had een slecht gebit, haar tanden waren zwart en haar knokkels kapotgebeten – ze beet constant op haar knokkels en vingers. Toen mijn collega Piet en ik binnenkwamen, klampte ze zich vast aan haar begeleidster van Fier, het opvangcentrum voor uitgebuite vrouwen. Daar was ze heen doorgestuurd nadat ze in een politiebureau in Den Haag was komen binnenlopen. Echt een doodsbang vogeltje, dat zag je meteen. Ze was extreem dienstbaar. Zodra haar begeleidster vroeg of we thee of koffie wilden, sprong het meisje op om dat te gaan halen – niet normaal.

‘Haar was altijd verteld: als je met de politie in aanraking komt, nemen ze je mee, want je bent illegaal. Dus toen wij binnenkwamen was dat doodeng voor haar. Ik stelde mezelf voor: ‘Hoi, ik ben Madelon, ik ben rechercheur bij de politie, maar ik ben hier niet om je terug te sturen naar Turkije. Wij komen je helpen.’

‘Het was eind 2010, we deden het gesprek met een tolkentelefoon. Die legde ik op tafel met het geluid op de speaker. Ik stelde vragen, de tolk vertaalde. Het meisje antwoordde dat ze al bijna tien jaar bij een gezin woonde waarvan ze elke dag de kinderen naar school bracht. Ik vroeg haar: ‘Vroegen de juffen jou weleens waarom je zelf niet naar school ging?’ Dat vond ze een rare vraag; ze vond het vanzelfsprekend dat ze geen onderwijs kreeg. Het gesprek verliep ontzettend moeizaam. Ik vroeg door, en door, en door. Meerdere dagen lang. Uitputtend.

‘Stukje bij beetje, tijdens het verhoor en het buurtonderzoek dat we instelden, kwam het hele verhaal boven water. Haar vader in Turkije was alcoholist. Haar moeder ging ervandoor met een andere man. De familie van het meisje besloot tot eerwraak: de overspelige moeder moest dood. Dat mislukte; zij overleefde een steekpartij en vluchtte. Vervolgens werd dit meisje de zondebok. Ze werd op 9-jarige leeftijd als dienstmeisje naar een oom in Nederland gestuurd. Een tante smokkelde haar op het paspoort van een nichtje ons land in. Ze stond nergens geregistreerd; behalve haar familie wist niemand ervan. Haar straat wist het wel, de buren hebben haar gezien. In de Schilderswijk wonen veel Turkse mensen. Die weten vaak wel hoe de vork in de steel zit, maar die hielden het stil, dat is hun gesloten ‘wij-cultuur’.

‘Gül moest koken, schoonmaken, boodschappen doen en voor de vier kleine kinderen zorgen. Als ze ziek was, vroeg haar tante: wat zijn je klachten? De tante deed vervolgens bij de dokter alsof ze zelf die klachten had en gaf de medicijnen aan Gül. Het meisje had nog nooit een tandarts gezien.

‘Ze werd een hoerenkind genoemd, ook door de kinderen. Als ze haar werk niet goed deed, kreeg ze klappen. Tien jaar lang is ze lichamelijk en geestelijk mishandeld. Ze werd eens zo hard geslagen dat ze 112 belde. Die opname hebben wij opgevraagd. Als de centralist van de Meldkamer zegt: ‘Wij komen je helpen’, roept ze wel drie keer terug: ‘Maar ik ben illegaal.’

‘Toen hadden er alarmbellen moeten afgaan. Collega’s gingen ernaartoe, maar haar tante heeft aan de deur een mooi verhaal opgehangen en daar bleef het bij. Voor straf werd ze dagenlang opgesloten zonder eten. Daarna is ze gevlucht. Het lukte haar naar het politiebureau te rennen. Knap hoor, als je jarenlang zo bang voor de politie bent gemaakt. Het laat zien hoe ernstig haar situatie was.

‘Ik heb twee dingen van deze zaak geleerd, en die draag ik ook over op collega’s. Allereerst: je hebt luisteren en luisteren. Politiemensen moeten niet alleen luisteren of er wel of geen strafbare feiten worden verteld, maar vooral horen wat er níét wordt gezegd. Je moet oog hebben voor emoties en non-verbale communicatie. Bij Gül zagen we geen letsel. Maar wel die angst. Ze noemde me steeds ‘lief’, ik interpreteerde dat als: ik zit in een liefdeloze omgeving.

‘Ten tweede werd ik me er ineens bewust van dat je in mijn vak een mensenleven echt kunt veranderen. Alles wat wij doen, kan bepalend zijn. Natuurlijk, op straat kom je van alles tegen, tot reanimaties aan toe, maar ik had me nooit eerder gerealiseerd dat je iemand echt uit de shit kunt halen.

‘Die oom en tante zijn vervolgd. Güls zaak was een van de eerste veroordelingen in moderne slavernij. Van het smartengeld heeft ze een huisje in Turkije gekocht. Ze heeft inmiddels een diploma, een man en twee kinderen. En weer contact met haar moeder.

‘Af en toe appen we nog. Ik zocht haar eens op met Kerst. Ze had een doosje voor mij gemaakt, met daarin een kaartje en een kerstbal met een engeltje erin. ‘Jij bent mijn engel’, zei ze. Zie je mijn arm? Ik krijg er nog kippenvel van.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden