Politieke loterij in Montfoort

In de achttiende eeuw werd van iedereen die een staatslot kocht de naam en het adres genoteerd. Wie gewonnen had kreeg bericht en wie veel gewonnen had, kreeg bovendien bezoek van een loterijmeester....

Zo viel in 1787 de hoofdprijs van de Hollandse Obligatieloterij op een lot dat in het bezit was van een zekere Hanna Bijleveld, een hoogbejaarde en nagenoeg blinde winkelierster uit Montfoort. Het lot was in haar bezit, maar ze had het niet zelf gekocht. Zij had een gerespecteerde stadsgenoot, de rentenier en regent Jan Storij, in goed vertrouwen gevraagd zich namens haar bij de loterij in te schrijven.

Dus kondigde de afgevaardigde van de Obligatieloterij zijn komst niet aan bij Bijleveld, maar bij Storij. Die liet direct na ontvangst van het bericht de winkelierster met haar lot bij hem thuiskomen. Nadat de slechtziende vrouw haar loterijbriefje onder de aanwezigen had laten rondgaan, bleek daar echter niet het winnende nummer op te staan. Dat stond plotseling op een van de loten die Storij voor zichzelf had gekocht.

Er kwam een gerechtelijk vooronderzoek naar de gang van zaken, maar Storij werd door zijn getuigen vrijgepleit. Het in die tijd duizelingwekkende bedrag van honderdduizend gulden moest aan hem worden uitgekeerd.

Dit is een van de opvallende gebeurtenissen waarover de amateurhistoricus Kees Vossestein verhaalt in de kantlijn van zijn verslag van de politieke strubbelingen in Montfoort in de late achttiende eeuw. Hij heeft er ook de titel van zijn boek aan ontleend: Verwisselde loterijbriefjes - Montfoort 1783-1803 (Verloren; fl 40,-). De titel slaat niet alleen op de onkiese handelwijze van Storij, maar verwijst ook naar de politieke loterij waarmee bestuurders als Storij in deze jaren te maken kregen.

Eerst was er de Bataafse opstand, een uit de hand gelopen poging van sommige regenten om de macht van erfstadhouder Willem V in te perken. Gewapende burgers die ook grieven hadden tegen prins Willem - de patriotse schutterijen - wilden verder gaan met de hervormingen dan de regenten en luidden daarmee de ondergang van de beweging in. In 1787 sloeg Willem de opstand neer. Er volgden politieke zuiveringen.

Acht jaar later werd de Republiek door het Franse revolutionaire leger bezet en keerden de verhoudingen weer om: de getrouwen van de stadhouder werden nu verwijderd en de opstandelingen konden opnieuw hun invloed laten gelden. Maar ook dat duurde niet lang. Toen de pragmaticus Napoleon Bonaparte het voor het zeggen kreeg, moesten er mannen met geld op bestuursposten komen. Of die patriots of prinsgezind waren, deed er vanaf dat moment minder toe.

Deze opeenvolgende politieke aardverschuivingen hadden grote persoonlijke gevolgen voor bestuurders op alle niveaus, ook voor die van een piepkleine plaats als Montfoort. Door jaar voor jaar de wederwaardigheden van vijf Montfoortse notabelen en een aantal actieve burgers te volgen, levert Vossestein een gedetailleerd beeld van een onzekere en door militaire dreiging soms angstige periode in de Nederlandse geschiedenis. De verhoudingen waren dusdanig aangescherpt dat maar weinig bestuurders zich aan een keuze voor of tegen de patriotse zaak konden onttrekken. Evenzogoed waren na een machtswisseling de represailles vaak niet mals. In sommige steden werden de huizen van verliezers geplunderd. De regenten, die toch veelal in het middelpunt stonden van politieke veranderingen, waren daarbij meestal niet eens de voornaamste slachtoffers. In Montfoort kwamen de prinsgezinde magistraat Jan Hendrik van Dam en de patriotse regent Jan Storij beiden tweemaal ten val, maar ze hadden ook allebei de financiële middelen om daarna weer te kunnen overleven. Zij zouden rustig wachten op nieuwe kansen.

Echte rampen voltrokken zich aan degenen die voor hun levensonderhoud van het bestuur afhankelijk waren: de gemeentesecretaris, de stadsbode, de gemeentelijke zakkendragers en de belastinggaarders. Voor hen betekende een eed van trouw of zelfs een vage blijk van sympathie voor de patriotse dan wel prinsgezinde factie vaak een duikeling in de ellende wanneer het tij keerde. Vernederd door medeburgers met een andere kleur sjerp, moesten zij in een economisch rampzalige tijd emplooi zien te vinden. Met citaten uit rechtbankverslagen en klachten bij het stadsbestuur laat Vossestein zien hoe bloemrijk er over en weer gescholden kon worden, maar ook hoe ver het getreiter soms ging. De fysieke details van een bij aanvang arm en door herhaalde inkwartiering van grote legereenheden nog verder verarmd stadje ('achter de IJsselpoort hing een penetrante pislucht') zorgen voor een grimmige achtergrond.

Vossestein begon zijn onderzoek naar de Montfoortse revolutiejaren na de vondst van oude familiepapieren. Hij dook in de archieven om te kunnen begrijpen waarom een van zijn voorvaderen aan het einde van de achttiende eeuw uit zijn ambt was gezet. Het boek dat uit zijn onderzoek voortvloeide, bevat veel feiten en weinig interpretatie. Aan stellingen over de oorzaken van de Bataafse revolutie waagt Vossestein zich niet, al stipt hij in zijn eerste hoofdstuk de bekendste wel even aan: 'Misschien bracht het groeiende geloof in fysieke verklaringen de mensen op de gedachte om ook eens kritisch te kijken naar de van God gegeven maatschappelijke orde.' Misschien speelde de Verlichting een rol.

Misschien. Wie verder leest, begrijpt Vossesteins terughoudendheid. Geen van de door hem gevolgde patriotten schijnt met verlichte ideeën te hebben rondgelopen. De patriotse regenten wilden af van collega's die al te lang onder de vleugels van de stadhouder hadden kunnen opereren. De patriotse burgers keken met afgunst naar degenen die, omdat zij goed lagen bij de stadhouderlijke vazallen, tal van lucratieve ambtelijke taken naar zich toe hadden kunnen halen. In naam moest alles rechtvaardiger worden, maar het eerste wat de patriotse burgers deden toen ze er de kans toe kregen, was zorgen dat zijzelf en hun vrienden er beter van werden. Niet de Verlichting, maar baantjesjacht was de motor van de revolutie. Dat was althans zo in Montfoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden