Zinvol levenGeeske Hovingh, Wereldhuis-coördinator

‘Plezier en humor zijn nodig om het met elkaar vol te houden’

Geeske Hovingh.Beeld Jitske Schols

Een citaat van de filosoof Levinas is Wereldhuis-coördinator Geeske Hovingh zeer dierbaar: ‘Ik word ik in het aangezicht van de ander.’ Het is een les die ze leerde tijdens haar verblijf in Ghana, waar de obsessie voor het ‘ik’ niet bestaat.

‘Op school had ik een klasgenootje, Rik, met wie ik weddenschappen afsloot, we verkenden onze grenzen. Op een dag stond ik in een speeltuin op een enkele meters hoge toren. ‘Als ik ervan afspring, moet jij een cadeautje voor me kopen’, riep ik. Hij ging akkoord, ik sprong. Rik vond dat hij voor mijn cadeau naar Dronten moest, negen kilometer van Biddinghuizen, ons dorp. Op die fietstocht is hij onder een vrachtwagen gekomen.’

Die ervaring op haar 10de laat haar sporen na bij Geeske Hovingh, 40 jaar inmiddels: ‘Er is een Geeske voor dat moment en een Geeske erna. Ik had het gevoel dat zijn dood mijn schuld was. Een moeder van een meisje uit mijn klas zei me dat ook met zoveel woorden: ‘Als jij niet om dat cadeautje had gevraagd, was hij er nog geweest.’’

Haar ouders mogen dan nog zo hun best doen hun dochter uit te leggen dat haar geen enkele blaam treft, in het hoofd van de domineesdochter gaat de tegengestelde boodschap overheersen. ‘Tot die tijd had ik zelfvertrouwen. Daarna ging ik anders naar mezelf kijken, werd ik onzeker, ernstig. Toen niet lang daarna in mijn omgeving zich opnieuw een sterfgeval voordeed, vroeg ik me direct af wat mijn aandeel daarin was.’

Haar puberteit wordt ‘niet de meest vrolijke periode’, wat ze niet los van de dood van Rik kan zien. Als ze 18 is, gaat ze naar een dorp in Ghana om er acht maanden op een school te werken: ‘Onbewust had ik het gevoel dat ik iets goed te maken had. Ik wilde goed doen voor de wereld om me goed over mezelf te voelen.’

Haar Ghanese tijd plaatst haar schuldgevoel meer op de achtergrond. Daarop volgt een studie culturele antropologie in Amsterdam: ‘Ik had zoveel geleerd van die andere cultuur, waarin ‘wij’ belangrijker is dan ‘ik’. In Ghana voelde ik me enorm thuis. Ik kwam er bij een essentie van het bestaan: een leven op de vierkante meter, zonder grote vergezichten. Het leven gaat over hier en nu, over jou en mij, samen.’

De wetenschappelijke manier van kijken van antropologen bevalt haar maar ten dele. Met name de houding tegenover religie, klinisch beschouwd als een manier om op existentiële vragen antwoord te krijgen, gaat voor haar te zeer voorbij aan de spirituele dimensie. Daarmee krijgt ze weer contact op bijeenkomsten van de Ekklesia Amsterdam, geleid door theoloog Huub Oosterhuis; zijn liederen en teksten klonken al in haar ouderlijk huis. Aan deze oecumenische gemeenschap raakt ze ‘verknocht’. In de twaalf jaar daarop is Oosterhuis haar leermeester en werkt ze als voorganger en programmamaker van de Ekklesia. Ze krijgt een Ghanese vriend, met wie zij inmiddels twee kinderen van 7 en 2 jaar oud heeft. In 2017 stapt ze over naar het Wereldhuis, een initiatief van de Protestantse Diaconie dat als doel heeft ‘ongedocumenteerde migranten’ een plek te geven om op adem te komen. Hovingh helpt ze met het oplossen van alledaagse problemen en biedt ze een luisterend oor: ‘Eigenlijk vertel ik liever hun verhaal dan dat ik uiteenzet hoe ikzelf over de dingen denk. Je kunt dat zien als calvinistisch, jezelf enigszins wegcijferen, maar zo voel ik dat niet.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Een leven waarin ik met anderen verbonden ben en waarin ik me inzet voor mensen die minder geluk hebben dan ik. Ik wil ze vooral helpen bij het versterken van hun gevoel van waardigheid. Daar schuilt het gevaar in dat je jezelf boven de ander plaatst, als een soort redder – jij in de spotlights, met je zogenaamd nobele werk. Ik probeer daarom altijd terug te gaan naar de basisvraag: gaat het om mij of om die ander? Als het om mij gaat, is het vaak niet helemaal zuiver.

‘Ik heb lang geworsteld met het idee dat je een ander pas kunt helpen wanneer je jezelf eerst hebt geholpen. Eerlijk gezegd geloof ik dat niet. Mijn beweging naar de ander is in ieder geval niet het gevolg van diepe zelfreflectie, maar komt simpelweg voort uit de aandrang om die stap te maken. Gaandeweg ben ik me gaan realiseren dat die zin geeft aan mijn bestaan. Wel moet je oppassen daar te ver in te gaan – ik ken mensen die hun gezondheid of sociale leven eraan opofferen. Dat kan en wil ik niet. Je moet soms offers brengen, maar ik bewaak mijn grenzen.’

Hoe gaat u om met die vraag of uzelf of de ander vooropstaat?

‘Die discussie heb ik veel gevoerd in mijn tijd bij de Ekklesia. Ze hadden daar een broertje dood aan spirituele navelstaarders; pas als ze zelf op orde zijn, kunnen die de stap naar de wereld zetten, zo was het beeld van die groep. Binnen de Ekklesia leefde de omgekeerde overtuiging, zoals de Franse filosoof Levinas die heeft aangegeven: ‘Ik word ik in het aangezicht van de ander.’ Zelf bevond ik me tussen die beide opvattingen: ik wil geen navelstaarderij, maar ook geen ‘ander-staarderij’. Dus manoeuvreer ik tussen die twee polen, maar als ik naar mijn huidige leven kijk, komt het contact met de ander wel op de eerste plaats. Ik probeer die ander te helpen, maar daarmee helpt hij mij ook. Want ik heb dat contact echt nodig. In mij zit geen kluizenaar die zich met zijn kalligrafieboek in zijn cel terugtrekt.’

Hoe kijkt u aan tegen de populariteit van boeddhisme en yoga?

‘Wat ik daarbij mis, is dat je wel met zijn allen in een ruimte zit, maar iedereen op zichzelf is gericht, er is geen samen. Nog niet zolang geleden deed ik een cursus mindfulness, waarin iemand het presteerde een kwartier lang over een sensatie in zijn linker grote teen te praten. Dat vond ik een goed voorbeeld van doorgeslagen op jezelf gericht zijn. Wat mooi aan een kerkbijeenkomst is: je zingt samen, je bidt samen, je komt elkaar daarna bij de koffie tegen, kijkt elkaar in de ogen en vraagt: hoe is het? Die combinatie maakt het zinvol. Als je een vorm van yoga of mindfulness kunt verzinnen, die maakt dat je na afloop ook zo naar elkaar kijkt, krijgt het voor mij betekenis.’

Leestip

De gifhouten bijbel, Barbara Kingsolver

‘Over een godsdienstwaanzinnige dominee die met vrouw en vier dochters vanuit de VS naar de bush in Congo reist om er ‘Het Woord onder de heidenen te verspreiden’. Dat gaat natuurlijk mis. Ik las het na mijn eerste reis naar Ghana. Het bracht Afrika terug in al zijn verschijningsvormen, maar ook ontdekte ik nieuwe, pijnlijk leerzame inzichten in de omgang met culturele misverstanden.’

Is het leven primair lijden, zoals boeddhisten menen?

‘Dat is mij te fatalistisch. Het doet me ook te veel denken aan het zware calvinisme: pas na dit leven wordt het goed en ‘niet klagen, maar dragen’. Daar heb ik niet zoveel mee. Ik begrijp het idee wel en in deze coronatijden zou je zeker een bevestiging van ‘het leven is lijden’ kunnen zien, maar ik ben daarvoor te optimistisch en zet liever lichtere zaken voorop – de schoonheid van het leven, plezier, humor. Die zijn nodig om het met elkaar vol te kunnen houden.

‘Humor kan loodzware dingen een licht randje geven. De mensen in het Wereldhuis zijn er meesters in om zo naar het leven te kijken. Laatst stond een Afrikaan met een zware koffer vanuit het azc opeens voor onze neus, waarna een ander riep: ‘Wat is er met die koffer aan de hand? Heb je daarin je Afrikaanse moeder soms verstopt?’ Op zo’n tragisch moment lachen, collectief, dat maakt het leven even lichter. Het is al loodzwaar genoeg voor deze mensen.

‘Ze kijken anders tegen de dood aan dan wij. Voor hen is die niet iets wat ze kunnen negeren, maar een deel van hun leven. ‘Als het je tijd is, is het je tijd’, zeggen ze. Dat is door God vastgelegd, daarmee is het voor hen te verteren dat het leven vaak bikkelhard voor ze is.’

Hoe kijkt u daar zelf tegenaan: is er iets vastgelegd of regeert het toeval?

‘Cynici als Midas Dekkers zullen zeggen dat het onzin is, maar ik ken verhalen van rond het sterfbed die te wonderbaarlijk zijn om als toeval af te doen. Een voorbeeld? Enkele jaren geleden verloor ik een ernstig zieke vriend. Hij had als bijnaam de kat met negen levens, omdat hij telkens overleefde. Tijdens de begrafenis is het snikheet, de kerk is vol, de deuren staan open en er loopt een kat naar binnen. Hij gaat onder de kist zitten en loopt de kerk weer uit. Dat heeft zoveel mensen troost en een lach op het gezicht gegeven. Het was een godsgeschenk, meer hoef ik dan niet te weten. Het gegeven is wonderschoon.

‘Ik koester ruimte voor zaken die niet gemakkelijk in woorden te vatten zijn. Een lied of een tekst, vaak van Huub Oosterhuis, kan een ontroering teweegbrengen die ik niet goed in woorden kan aanduiden, niet in wetenschappelijke theorieën onder te brengen is, maar die ik wel essentieel vind om zin aan het bestaan te kunnen geven.

‘Drie jaar geleden was ik voor het eerst bij het graf van mijn klasgenootje. Er werd een reservoir aan herinneringen aangesproken, zoals een geur van vroeger dat kan doen. Fysiek kwam ik in aanraking met mijn herinnering aan de dag van zijn begrafenis. Daardoor gebeurde er iets magisch: ter plekke kon ik met een beter zelfgevoel naar mezelf als 10-jarige kijken. Alsof ik even een arm om de schouder van de kleine Geeske kon leggen en kon zeggen: ‘Het is goed.’ Dat klinkt misschien pathetisch, maar het was troostend. Ik kon iets afsluiten.

‘Er werden op dat moment andere zintuigen aangesproken, waardoor ik werd overvallen. Ik zoek naar woorden, merk ik, want ik heb hier nooit zo uitgebreid over gesproken. Maar ik denk dat dat het was. Dat heb ik vaker. Dat ik ineens een woord of een klank hoor, waardoor ik word getroost of geïnspireerd om door te gaan. Dat werkt voor mij als benzine voor de motor waarmee ik dit werk doe. Voor het onverwachte, de ontroering, wil ik open blijven staan. Dat lukt je als je een wetenschappelijke benadering hebt, minder goed. Het kan oncomfortabel zijn, maar geeft wel betekenis aan waarmee je bezig bent. En dat doe je door met mensen iets samen te doen, daar kom ik toch weer de hele tijd bij terug – een echte domineesdochter, haha. Maar voor mij komt daarin ook iets terug van het Afrikaanse gevoel waarin het wij vooropstaat, niet het ik.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden