Het eeuwige leven paul steinmeyer 1933-2019

Pleitbezorger van koningin der instrumenten

Als laatste telg van een dynastie van orgelbouwers moest Paul Steinmeyer eind jaren negentig de fabriek sluiten.

In Nederland bouwde de firma Steinmeyer acht orgels, waarvan er drie nog regelmatig worden bespeeld – die van de Adventskerk in Alphen aan den Rijn, de Grote Kerk in Papendrecht en de Koepelkerk /Mariakerk in Bussum. Paul Steinmeyer maakte de neergang van het kerkorgel mee.

Vijf zijn gesloopt, ontmanteld en soms weer in delen ergens anders opgebouwd of verdwenen. Wereldwijd zou de familie Steinmeyer in vier generaties 2.400 orgels en 6.000 harmoniums bouwen. De bekendste is het orgel van de St. Stephans Dom in het Duitse Passau, dat met 208 registers het grootste kerkorgel in de wereld zou zijn. ‘Of een van de grootste’, zegt Simon Stelling die zelf het orgel in Alphen aan de Rijn (met 38 registers) bespeelt, een van de weinige authentieke Steinmeyer-orgels die er nog zijn.

‘Het is van oorsprong een Steinmeyer. Maar het is nu opgebouwd uit vier verschillende orgels die vanaf een plek te bespelen zijn.’

Paul Steinmeyer was de laatste orgelbouwer in de lange dynastie. Hij trok eind jaren negentig de stekker uit de fabriek . Maar om 150 jaar orgelgeschiedenis niet verloren te laten gaan, kondigde hij in 2001 aan een museum te willen inrichten voor de ‘koningin van de instrumenten’ in de voormalige werkplaats van Steinmeyer in het Beierse Öttingen.

De financiering bleek een groot probleem. Op 7 juli werd in Bussum nog een benefietconcert gehouden voor het museum. Paul Steinmeyer sprak daarbij via een videoboodschap de mensen toe, maar hij zal de opening van het museum niet meemaken. Hij overleed 3 augustus in Öttingen.

Stelling die hem in 2017 ontmoette, noemt hem een ‘zeer beminnelijke man’. ‘Hij was toen al oud, maar nog heel helder. En hij stond open voor het moderne gebruik van zijn orgels. Dat moest niet alleen beperkt blijven tot zondagse kerkdiensten.’

De Steinmeyer-dynastie begon in 1847 met de bouw van zogenoemde romantische orgels die het geluid konden voortbrengen van een geheel symfonieorkest van de 19de eeuw ‘met hobo, klarinet en allerlei strijkregisters’.

Al aan het einde van de 19de eeuw was de firma Steinmeyer mondiaal aan de slag en gold ze als een van de grootste orgelbouwer in de wereld. In Nederland bouwde Steinmeyer de eerste orgels in de kerken van Alphen en Biggekerke, allebei in 1922. Die in Biggekerke ging in 1971 door sloop verloren. In 1939 bouwde Steinmeyer voor het laatst een orgel in Nederland – dat van de Deutsche Evangelische Kerk in Rotterdam. Toen die kerk werd gesloopt werd het orgel verplaatst naar Krimpen, maar daar in 1995 weggehaald.

Na de oorlog raakte het romantische orgel op de achtergrond. Ook Steinmeyer ging een nieuwe generatie orgels bouwen. Paul Steinmeyer probeerde met zijn tijd mee te gaan, maar toen hij geen opvolgers bleek te hebben (zijn twee dochters en zoon hadden er geen trek in) kon hij er alleen nog een museum van maken. Dat probeerde hij met grote bevlogenheid. Stelling: ‘Van elk orgel is daar – op volgorde van opus – een geheel eigen archiefkast bewaard. Uniek is vooral ook de Orgelsaal, waar alle 2.400 gebouwde orgels in de geschiedenis van het bedrijf ooit hebben gestaan.

Lillian Mulder die het benefietconcert in Bussum mede organiseerde, hoopt de droom van Paul Steinmeyer te kunnen vervullen. ‘Zij zijn de bouwers van de mooiste romantische orgels in de wereld’, stelt ze. Nederland heeft een unieke orgelcultuur, zegt ze, die ze via haar website voor de toekomst probeert te behouden nu door secularisatie zoveel kerkorgels met sloop worden bedreigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden