Land van Afkomst Farid Kazem

Plastisch chirurg Farid Kazem: ‘Mijn klanten zijn kritischer dan zieke mensen. Die zijn al blij als ze blijven leven’

Farid Kazem Beeld Casper Kofi

Een vechtscheiding bracht plastisch chirurg Farid Kazem ( 59 ) als 11-jarig jongetje naar Nijmegen. ‘Ga ik in dit land blijven? Het antwoord was ja.’

Eerst denk je: hij maakt een grapje. ‘Toen ik drie maanden oud was, stuurden mijn ­ouders me als een postpakketje naar Egypte’, vertelt Farid Kazem. Even later zegt hij: ‘Nee echt, zij ­bleven in Londen en ik ging onder ­begeleiding in een vliegtuig naar Caïro, naar mijn oma.’

Wat deden ze in Londen?

‘Mijn moeder was natuurkundige, mijn vader arts. Ze waren de besten uit hun lichting en mochten van Egypte naar Londen om hun proefschrift te schrijven. Tot mijn 4de woonde ik bij mijn oma, ik dacht dat ze mijn moeder was. Na vier jaar droeg ze me over aan een vreemde vrouw, mijn moeder. Best een heftige periode. De eerste zes maanden ­weigerde ik te slapen als mijn oma er niet bij was. Die moest uit haar huis komen zodat ik kon inslapen. Dat was mijn protest.

‘Het was een rationele beslissing zonder mij in Londen blijven. Emotioneel was het een verkeerde beslissing, dat heeft mijn moeder later ook ­toegegeven. De basis van mijn ­contact met haar was niet goed.’

Farid Kazem (Groot-Brittannië, 1959) was met 32 jaar de jongste plastisch chirurg van Nederland. Hij is lid van de Amerikaanse verenigingen van plastisch chirurgen ASPS en ISAPS. In Europa, Azië en de VS geeft hij lezingen over anatomische borstimplantaten en bodycontouring. Hij heeft een privépraktijk in Leimuiden, Kazem Aesthetica. 

Hij beschrijft een upper class, zelfs adellijk milieu in Egypte. Van vaders kant Perzisch en Libanees bloed en van zijn moeder Frans en Turks. Aan moeders kant, de adellijke kant, ­waren ze grootgrondbezitters. Totdat onder president Nasser land moest worden ingeleverd. ‘Nasser vond: de grond behoort toe aan het volk.’

‘Mijn ouders waren neef en nicht. De vader van mijn moeder was een broer van de moeder van mijn vader. Dat was normaal. Het werd alleen een probleem bij de scheiding. Ze kwamen uit één familie. Mijn oom had een diplomatieke ­achtergrond. In de familie werd gehoopt dat hij kon bemiddelen tussen mijn ouders, hij had overwicht op ze. Maar het lukte niet. Later zou die ­oom secretaris-generaal van de Verenigde Naties worden. Plotseling overleed hij aan een hersenbloeding. Toen werd Boutros Boutros-Ghali het, een ­andere Egyptenaar.

‘Mijn moeder pendelde heen en weer tussen Egypte en Saudi-Arabië. En mijn vader had inmiddels een Amerikaanse vrouw. Via Amerika was hij in Nijmegen terechtgekomen, daar werd hij hoogleraar. Het plan was dat ik in de zomer bij mijn vader zou zijn en de rest van het jaar bij mijn moeder. Ik wist niet dat ze rechts­zaken voerden. Mijn moeder wilde dat mijn vader mijn broertje en mij niet meer kon zien.

‘In de zomer van 1971 was ik bij mijn vader in Nijmegen. Ik hoorde dat mijn moeder bezig was met een nieuw proces tegen hem en ik besloot: nu is het afgelopen, ik blijf hier. Mijn broertje is drie jaar jonger, hij was meer een moederskindje, maar wilde niet zonder mij teruggaan. Hij bleef ook in Nijmegen. Daarna heb ik mijn moeder twintig jaar niet gezien. Ik kan soms mee­dogenloos zijn.

‘Mijn moeder was een vrij strikte moslima, mijn vader zei: ik geloof in mezelf en in mensen. Dat begon ­tussen hen in te staan, denk ik. Ik zag haar pas weer toen ze kanker had en stervende was. Mijn vrouw vond dat ik het moest uitpraten met haar. We hebben een goed gesprek gehad. Maar ze luisterde niet naar mijn ­medische adviezen. Mijn moeder wilde per se een vrouwelijke arts, ­terwijl ik voor haar de beste arts had gevonden. Toevallig was dat een man.’

Farid Kazem Beeld Casper Kofi

Hoe was het om naar Nederland te komen?

‘Alles was schoon, als je Egypte gewend bent. Gestructureerd en netjes. Wat moeilijk was: in Egypte zat ik al in de derde klas van de middelbare school, op een privéschool. Hier moest ik terug naar de laatste klas van de lagere school, eerst moest ik ­Nederlands leren. In mijn ogen waren de vriendschappen afstandelijker. In de vierde klas van de middelbare school had ik een moment: zijn dit echte vriendschappen, is dit mijn ­leven, ga ik in dit land blijven? Het antwoord was ja.

‘In Nijmegen zag je in die tijd geen buitenlanders. Ook niet in Leiden, waar ik ging studeren. Ik heb mezelf nooit gezien als een buitenlander, ik zie mezelf niet als lid van een groep. Overal in de wereld kan ik me aanpassen. Als ik moet kiezen, zeg ik: ik ben een Nederlander. Ik kwam hier toen ik 11 was en nu ben ik bijna 60.

‘Ze kunnen mij nooit plaatsen. Ik ben te lang voor een Egyptenaar. Daar denken ze dat ik Indiër ben. Ik spreek de taal niet, als kind zat ik op een ­Engelstalige privéschool. En wanneer ik gebruind aankom op Schiphol, word ik aangesproken in het Engels. Als ik niet in de zon ben geweest, ­praten ze Nederlands tegen me.’

Nederlands

‘Bijna altijd, maar ik vergeet mijn roots niet.’

Egyptisch

‘Heel even, tijdens het afgelopen WK voetbal.’

Eten

‘Libanees. Mezze.’

Partner

‘Ze is helemaal Hollands. Kennelijk ben ik Europees georiënteerd.’

Vakantie

‘Deze zomer niet. We zijn bezig met een uitbreiding van de praktijk. Normaal ga ik naar Zuid-Frankrijk.’

Waarom wilde je plastisch chirurg worden?

‘Eerst wilde ik hartchirurg worden. Als student zag ik dat hartchirurgen geen contact hebben met de patiënten. Dat doet de cardioloog. Die zegt daarna tegen de chirurg welke technische ingreep hij moet uitvoeren. Ik ging terug naar algemene chirurgie. Dat is afbreken, een blinde darm eruit halen. Het is niet opbouwend. Bij de brandwondenafdeling van plastische chirurgie zag ik: hier wordt iets ­gecreëerd dat er niet was.’

De patiënten komen nu niet bij je voor brandwonden.

‘Nee. Je moet een focus hebben, bedenken waar je goed in bent. Ik noem ze klanten in plaats van patiënten. Ze zijn niet ziek. Het is uitdagend. ­Gezonde mensen komen naar mij toe met heel hoge eisen. Mijn klanten zijn kritischer dan zieke mensen. Die zijn al blij als ze blijven leven.

‘Het blijft een taboe om naar een plastisch chirurg te gaan, de meeste klanten willen daar niet over praten. En ik praat ook niet over mijn klanten. In Nederland bestaan een paar beroemde vrouwen die vertellen dat ze bij mij zijn geweest. Maar dat is een erg klein groepje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.