Pijn en chagrijn in de Sterrenwijk

De buitenlanders hebben het gedaan, zeggen ze in de Utrechtse Sterrenwijk. En de overheid laat het afweten. ‘Als je aanklopt bij de sociale dienst met een hoofddoek op, krijg je de volgende dag een huis....

Vijf jaar geleden was het nog erger met de overlast van ‘buitenlandse hangjongeren’ in de Utrechtse Sterrenwijk, vertelt de moeder van twee kinderen. Ietsje verminderd is het wel. Maar veel goeds heeft ze over de buurt, waar ze praktisch haar hele leven woont, niet te melden. Ze is bezig een vijvertje in haar voortuin te vullen met een waterslang. Goudvisjes zwemmen er in. ‘Vroeger hadden we koi, wel veertig, hartstikke dure vissen. De vijver was toen veel groter. Drie jaar geleden is de vijver leeggeroofd. Door je weet wel wie. Nu houden we het maar klein.’

Ze straalt argwaan uit tegenover de onbekende die wil praten over haar onvrede. Een gemeentelijke notitie van de ‘gebiedsmanager Veiligheid’, doorbreekt haar nukkig zwijgen. Hij schrijft dat de aanpak van woning- en autokraak en jeugdoverlast zijn volle aandacht heeft en in die zaken samenwerking zoekt met bewoners.

‘Breek me de bek niet open. Niets doen ze voor je. Luisteren naar ons? Mooi niet. De politie luistert ook niet. Als je een klacht hebt, komen ze na een uur misschien eens kijken. Dan heb je geluk. Meestal laten ze je stikken.’

Haar huis kijkt uit op het Equatorplein, dat twee jaar geleden door de gemeente grondig is opgeknapt. Nieuwe speeltoestellen zijn geplaatst en het plein is anders ingericht – met inspraak van de omwonenden, benadrukt de gemeente – om het verblijf van hangjongeren te ontmoedigen. Vroeger stonden er bankjes, waar de bewoners gezellig met elkaar keuvelden. ‘Buitenlandse jongeren’ stichtten daar brandjes en nu zijn de bankjes weggehaald. Inspraakavonden of dialooginitiatieven van de gemeente stemmen haar niet milder over het stadsbestuur. ‘Die gelulavonden in buurthuis Sterrenzicht. Daar komen alleen maar mensen op af die hier niet horen.’

Sterrenwijk is een van de vier volkswijken die zijn betrokken bij het onderzoek Een vreemde in eigen land. In de jaren zeventig is de woningvoorraad (veelal karakteristieke witte ‘noodwoningen’) onherkenbaar veranderd door sloop en nieuwbouw. De wijk is meer gemengd, zowel qua woningbouw als bevolkingssamenstelling. Elf procent van de bewoners is van niet-westerse afkomst. Meer dan de helft van de Sterrenwijkers heeft een laag inkomen.

De saamhorigheid is weg uit de buurt sinds er buitenlanders zijn komen wonen, vindt ook Mike (25). Ter illustratie vertelt hij over de brand die vorige week woedde in het huis op de hoek van het plein. Mike en zijn ouders wonen daar naast. ‘Er stonden wel honderd man toe te kijken, filmpjes te maken en te lachen, die buitenlanders vooral. Niemand die een vinger uitstak.’ Hun huis heeft enorme waterschade. Mikes vader was niet verzekerd. Zijn metselbedrijfje is onlangs door de crisis failliet gegaan en toen kon hij zich volgens Mike geen verzekeringen meer permitteren.

‘We hebben niets meer.’ De gemeente heeft hen tijdelijk ondergebracht in een ‘hartstikke kaal’ huis. ‘Ik heb vannacht op een zeiknat matras geslapen dat we uit ons huis hebben gehaald. Al mochten we daar niet naar binnen.’ Van de gemeente hoeven ze niets te verwachten. Die helpt alleen buitenlanders, zeggen Mike en de vrouw van de goudvissenvijver in koor. ‘Als je aanklopt bij de sociale dienst met een hoofddoek op, krijg je de volgende dag een huis. Vers geschilderd, behangetje. Wij moeten alles zelf doen.’ Mike zegt dat hij in zijn eigen wijk geen huis kan krijgen. ‘Marokkanen en studenten gaan voor.’

Inmiddels zijn ‘echte Sterrenwijkers’ een inzamelingsactie begonnen voor de getroffen gezinnen. ‘Die hebben nog hart voor elkaar. Maar verder ben je op jezelf aangewezen’, zegt Mike. Veel Sterrenwijkers stemmen PVV. ‘Je mag het niet zeggen, maar ik heb het helemaal gehad met de buitenlanders’, zegt de moeder, die haar naam niet wil geven. Mike net zomin. ‘Als mijn naam bekend wordt, liggen morgen mijn ramen eruit.’

Niets meer durven zeggen, is het argument dat veel bewoners gebruiken om een gesprek over hun onvrede uit de weg te gaan. In de Saturnusstraat knipt een man, omringd door vijf vrouwen, dorre bloemen uit zijn hortensia. De vrouwen snellen naar binnen. De man, nors: ‘Dat zooitje in Den Haag doet toch niets.’ Zijn vrouw roept vanachter de deurpost: ‘Buitenlanders hebben tegenwoordig meer rechten.’

Een straat verderop vertelt een bejaarde weduwe over de inbraak in haar woning, vier jaar geleden. ‘Door je weet wel wie.’ Ze waren achterom gekomen toen ze niet thuis was. Een bankpasje met daarop de pincode geplakt (‘die vergeet je zo makkelijk’) was gestolen. Ze had het nog zo goed weggestopt, tussen brieven in een kast. Diezelfde avond was eerst 250 euro en later nog eens 2.000 afgeschreven van de rekening. ‘We hadden het niet breed, mijn man en ik. We hadden gespaard voor onze 50-jarige bruiloft. Mijn man heeft dat net niet gehaald.’ Ze huilt stilletjes. ‘Nu is het geld ook weg.’

Sinds de inbraak durft ze niet meer thuis te slapen. ’s Avonds om half negen gaat ze naar haar dochter, die verderop in de wijk woont. ’s Morgens om zeven uur komt ze weer thuis. Ze is eenzaam. Veel moeders werken. Pubers zijn overdag vaak alleen thuis en draaien ‘keiharde rotmuziek’. Ze verdraagt het, zegt er niets van. ‘Je hebt zo een steen door je ruit.’

Veel om naar uit te kijken heeft de weduwe niet meer, zegt ze. De 25-jarige Mike naar eigen zeggen ook niet. Hij heeft een uitkering, loopt vaak wat doelloos door de wijk, ‘waar niets te doen is voor jongeren’. Een lichtpunt dit jaar was het WK voetbal, hele straten waren oranje versierd. ‘Toen waren we weer even één.’ Voetbal leeft in de wijk. Maar FC Utrecht is voor de elite geworden, sombert Mike. ‘Een kaartje voor de wedstrijd tegen Liverpool kost wel 50 euro, kunnen we niet betalen.’

De vrouw van de goudvissenvijver kijkt uit naar Kerst, dan gaat ze haar gevel en tuin weer uitbundig versieren. Hoewel: ‘Kerst is ook niet meer wat het geweest is. Mensen die hier niet horen doen niet mee.’ Haar versierde kerstboom kan ze met goed fatsoen niet meer buiten laten staan. ‘De volgende dag zijn de ballen eruit geschoten.’ Door al die incidenten krijgt ze een steeds grotere hekel aan buitenlanders, zegt ze. ‘Deze week in (het televisieprogramma) Opsporing Verzocht waren het ook weer allemaal buitenlanders. Als er niets verandert, komt er burgeroorlog. De Nederlanders tegen de buitenlanders. Als de overheid niets doet, moeten we voor onszelf opkomen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.