Pietersen of Pieterszoon?

Stamboomonderzoek wordt dankzij internet steeds populairder. Amateurgenealogen besteden uren in archieven en op websites om hun familiegeschiedenis te ontrafelen...

‘Mijn vrouw houdt zich niet met mijn hobby bezig, die kijkt liever naar de toekomst.’ Gouke van der Wal (73) zegt het met een gemoedelijk glimlachje. Al 35 jaar speurt de gepensioneerde ziekenhuisdirecteur uit Uithoorn archieven in het hele land af naar informatie over zijn familie. Of over die van zijn vrouw, of zelfs die van de buurman. Die laatste had een interessante naam, dus toog Van der Wal een middagje naar het Amsterdamse stadsarchief. ‘Ik kon hem naderhand meedelen dat zijn voorliefde voor vis een familiaire oorsprong had; zijn voorvaderen waren oesterkopers.’

Van der Wal is een genealoog (zie kader) van het zuiverste soort. Al toen hij 12 jaar oud was wilde hij weten waar zijn achternaam vandaan kwam. Hij stelde zijn vraag in het kinder- radioprogramma Oom Henk van Haar en kreeg te horen dat zijn familie mogelijk uit een buurtschap kwam dat De Wal heette. Toen hij 35 jaar geleden echt begon te graven in zijn familiegeschiedenis, bleek dat ze hem destijds verkeerd hebben geïnformeerd. Hij stamt af van Friese turfschippers. Toen de burgerlijke stand werd ingevoerd, hebben die schippers zichzelf een achternaam aangemeten die paste bij hun beroep: Van der Wal. Inmiddels gaat zijn kennis over het geslacht Van der Wal terug tot 5 juli 1711, als Claas Roels gedoopt wordt te Smallingerland. De familie van zijn moeders kant, Keizer, heeft hij teruggezocht tot 1688. Of hij nog veel verder terug kan gaan, is de vraag. ‘Vanaf 1811, toen de burgerlijke stand werd ingevoerd, is het goed zoeken. Maar daarvoor kreeg men een achternaam volgens het patroniemsysteem. Je krijgt dan als achternaam de voornaam van je vader, bijvoorbeeld Jan Pieterszoon. Dan wordt het lastiger.’ Landelijke archieven bestonden voor 1811 niet, het waren vooral kerken die gegevens als doop- en huwelijksdiensten bijhielden. Er is ook veel verloren gegaan. ‘De grote kerken hadden mooie systemen, maar in kleine plattelandsdorpjes waar iemand het er zo’n beetje bij deed, zijn de archieven minder compleet.’

Van der Wal is niet de enige die het leuk vindt om in stoffige archieven te zoeken naar geboortedata, huwelijksakten en testamenten. Genealogie is vooral sinds de komst van internet bijzonder populair. Het Sociaal en Cultureel Planbureau berekende in 2006 dat 1,6 miljoen Nederlanders (10 procent) geïnteresseerd zijn in genealogie. Sommigen voeren een vluchtige zoektocht uit naar hun voorvaderen op sites als genlias.nl, die via een simpel invulformulier alle gegevens uit de burgerlijke stand vanaf 1811 weergeven. Anderen bouwen complete stambomen en maken websites. De gastenboeken van dit soort sites staan vol met andere zoekers, die hopen dat ze hun informatie kunnen uitwisselen.

Maar de ware genealoog, zegt Van der Wal, is degene die een dagje uittrekt om in een archief de documenten zelf in te zien. ‘Die muffe boeken, dat is ook de aardigheid ervan. Bovendien weet je nooit zeker of de informatie die je via internet krijgt, wel klopt. Alhoewel we tegenwoordig in de archieven ook voornamelijk in computers kijken. Alles is nu gescand.’

Eens in de zoveel tijd gaat hij een dag naar een archief, in elke provinciehoofdstad staat er een. Dan is er nog het werk voor de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV), met landelijk negenduizend leden. Van der Wal is voorzitter van de afdeling Amsterdam en omstreken, die elke maand een lezing organiseert.

De kunst is, zegt Van der Wal, om de feiten zoveel mogelijk te kunnen aankleden. ‘Een slechte genealoog zoekt alleen namen en data. Een goede reconstrueert zijn eigen microgeschiedenis.’ En die geschiedenis is op verschillende manieren te achterhalen. Via notariële akten, bijvoorbeeld. ‘Vroeger waren er geen standaardtestamenten. Toen werden er nog kleren vererfd, of speciale voorwerpen. Dat schept een beeld van wat ze bezaten, hoe ze leefden.’ Akten over grondbezit uit boerenfamilies zijn ook nuttig. ‘Helaas heb ik geen boeren in de familie, dat was mooi geweest.’ Er zijn wel veilingstukken van een binnenvaartschip dat na overlijden van de schipper verkocht werd: met complete inventaris.

Tegenwoordig kan meneer Van der Wal een dag in een archief spenderen, en slechts één datum vinden. Hij weet al te veel. ‘Dat kan heel frustrerend zijn. Maar als je eenmaal begonnen bent met zoeken, ga je verder. Het is net een spannend boek, je wilt weten hoe het afloopt.’ Hij kwam via de NGV ooit een man tegen, die erin gerold was door een verhaal over zijn overgrootvader, die enig kind zou zijn geweest. ‘Maar die man had wel tien broers en zusters. Dat wil je uitzoeken.’

Een genealoog die geluk heeft, kan zelf documenten en artefacten bemachtigen. Door overerving in de familie, de juiste contacten, of stom toeval. ‘Vroeger werd in de gegoede families in de familiebijbel bijgehouden wat er gebeurde met het gezin. Een enkele keer komt zo’n bijbel boven tafel. Maar dat is zeldzaam hoor, de meeste genealogen moeten het doen met kopieën van archiefstukken.’

Nog weleens te krijgen zijn bidprentjes. Katholieken gebruikten die bij begrafenissen. Vaak werd de overledene erop beschreven. Er is een levendige (ruil)handel in deze prentjes, die voor genealogen een onschatbare informatiebron zijn. Het Centraal Bureau Genealogie (CBG) in Den Haag bezit er ruim een miljoen.

Wie het zoeken liever niet alleen doet, kan zich ook verenigen in een Familie Organisatie (FO). Eens in de zoveel tijd komen genealogen met een belangstelling voor dezelfde stamboom bij elkaar om informatie uit te wisselen. Sommige FO’s bestaan al jaren, de bekendste is die van de familie Pater. Meneer Van der Wal gniffelt als hij die naam noemt. ‘Ze hopen nog altijd op de schat van Neeltje Pater. Zij leefde van 1730 tot 1789 en het verhaal gaat dat ze zeer rijk was. Maar haar miljardenerfenis is nog niet gevonden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden