Interview Man in de kinderopvang

Piet gaat na 38 jaar in de kinderopvang met pensioen: ‘Ik wil kinderen leren dat het normaal is dat ook mannen de verzorging op zich nemen’

Piet leest voor in kinderdagverblijf Johanna Margaretha, in Amsterdam-Noord. Beeld Sanne De Wilde

Nu Piet van der Gaag (64) na 38 jaar met pensioen gaat, is een man in de kinderopvang nog een stukje zeldzamer geworden. Hij zou graag zien dat een man hem opvolgt, maar diegene moet wel een dikke huid hebben.

‘Ga ik vandaag naar Piet toe?’, vraagt mijn 3-jarige dochter al een jaar vrijwel elke ochtend. Is het antwoord ontkennend, dan is dat reden voor een sip gezichtje. ‘Maar ik wil naar Piet’, zegt ze dan. ‘Ik vind Piet leuk.’

Piet van der Gaag (64) is de enige mannelijke begeleider op het kinderdagverblijf van mijn dochter. Al bijna veertig jaar werkt hij met peuters en dat is vrij uitzonderlijk. Slechts 2,5 procent van de pedagogisch medewerkers in Nederland is man, blijkt uit cijfers van Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn. Ongeveer de helft hiervan werkt in  de buitenschoolse opvang, met kinderen van 4 tot 12 jaar. De andere helft werkt vrijwel volledig in peutergroepen; mannen in babygroepen komen nauwelijks voor.

In Tinteltuin, de organisatie waar Piet werkt is dat niet anders. Van de in totaal zeshonderd pedagogisch medewerkers zijn er slechts twaalf man. En dat is in Piets lange loopbaan nooit echt anders geweest. ‘De directeur is een man, we hebben wel eens een mannelijke stagiair gehad en af en toe hadden we mannelijke begeleiders, maar die bleven nooit lang’, vertelt hij aan zijn eettafel. ‘Ik heb een tijdje met een andere man op deze locatie gewerkt, maar toen hij een sigarenwinkel kon overnemen, was hij weg. Dat leverde meer op.’

Dat het aantal mannen op crèches schaars is, heeft diverse redenen. ‘De verzorging van jonge kinderen vinden weinig mannen aantrekkelijk’, zegt Ruben Fukkink, hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het is ouderwets, maar helaas wordt dit vaak nog gezien als een roeping van de vrouw. Daarnaast heeft een baan als pedagogisch medewerker weinig status en word je er niet rijk van. Uit onderzoek blijkt dat dit laatste een belangrijker issue is voor jongens dan voor meisjes.’

Beeld Sanne De Wilde

Wat helaas ook een grote rol speelt, is het wantrouwen van ouders, zegt Fukkink. Ben je normaal gesproken onschuldig tot het tegendeel wordt bewezen, voor mannen in de kinderopvang geldt niet zelden het tegenovergestelde. ‘Het is vervelend continu te moeten uitleggen waarom je dit werk doet. Daarom beginnen veel mannen er niet eens aan.’ Dat blijkt ook uit de cijfers van de MBO Raad: slechts 52 van de 1.582 leerlingen die het afgelopen schooljaar het diploma Pedagogisch Werk haalden, is man. Zo’n 3 procent van het totaal.

Ik vind het belachelijk, zielig en bekrompen, maar eerlijk is eerlijk; ook ik moest even slikken toen mijn dochter een mannelijke begeleider kreeg. Is hij wel te vertrouwen? Waarom zou een man in vredesnaam voor de kinderopvang kiezen? Ik vervloekte  mezelf om die gedachtengang, maar dat nam het wantrouwen nog niet weg. Waar ik zijn vrouwelijke collega’s vrijwel meteen vertrouwde, merkte ik dat ik aan Piet hogere eisen stelde. Hij moest zich meer bewijzen. Pas toen ik zag hoe gek mijn dochter op hem was, kreeg Piet ook mijn volledige goedkeuring.

Wantrouwen

Piet, die opgroeide op Texel en voor de liefde naar Amsterdam verhuisde, kan het over het algemeen wel hebben, het wantrouwen. ‘Ik ben best een harde’, zegt hij met Noord-Hollandse tongval. ‘En over het algemeen valt het ook wel mee hoor, maar soms speelt het wel, ja.’ De eerste keer dat hij daar iets van merkte, was toen hij een jaar of vijf in de opvang werkte. ‘Een moeder dacht dat er iets met haar kind was gebeurd en vroeg alle mannen in haar omgeving of die er iets van wisten. Omdat het niet specifiek tegen mij gericht was, kon ik ermee leven. Maar het blijft je wel bij. Jaren later kwam ik die vrouw weer tegen en toen vroeg ik: hoe is het destijds eigenlijk afgelopen? Zij wist niet meer waarover ik het had, maar ik was het niet vergeten.’

Ik spreek Piet in zijn bescheiden appartement in de Amsterdamse Indische Buurt. Sinds zijn vrouw ruim twee jaar geleden overleed, na een veertig jaar durende strijd tegen anorexia, woont hij hier alleen. Kinderen heeft hij niet. ‘We wilden er wel vijf, maar door de ziekte van mijn vrouw ging dat niet. Helaas.’

Dat Piet de kinderopvang inging, was geen bewuste keuze. Na zijn opleiding aan de sociale academie was er weinig werk, zegt hij. ‘Ik zag een vacature voor kinderbegeleider en dacht: laat ik eens gaan kijken.’ Het werd zijn eerste en laatste baan. ‘Ik wist meteen dat dit het was. Het leren praten en de taalontwikkeling van kinderen vind ik fantastisch. Je ziet ze dan mens worden. Bij ons zitten vrijwel alleen kinderen van hoogopgeleide ouders; het is waanzinnig wat voor woorden er soms uitkomen.’

Piet gaat met pensioen na 38 jaar werken in het kinderdagverblijf. Beeld Sanne De Wilde

En al die jaren bleef hij het werk uitdagend vinden. ‘Als pedagogisch medewerker draag je een grote verantwoordelijkheid’, zegt hij. ‘Kinderen moeten zich veilig voelen en zich emotioneel kunnen ontwikkelen. Je moet ze klaarstomen voor de kleuterschool. Soms ben je bang dat ze de overgang niet aankunnen, maar als ze gaan, denk je bijna altijd: yes, dit komt goed. Dat vind ik elke keer weer een hoogtepunt.’

Het zijn dit soort momenten waardoor Piet de kinderopvang ook in moeilijke tijden trouw bleef. In de maanden na de schokkende Amsterdamse zedenzaak met Robert M., in december 2010, verliet volgens belangenvereniging Boink ongeveer de helft van de mannen de kinderopvang. ‘Er was echt een exodus’, zegt voorzitter Gjalt Jellesma, die hier na de Robert M.-affaire met veel mannelijke begeleiders en kinderdagverblijven over heeft gepraat. ‘Ze gaven bijna allemaal aan dat het wantrouwen de reden was. Overal moesten ze zich verantwoorden. Niet alleen tegenover ouders, maar ook op verjaardagen en sportclubjes.’

De mannen die bleven, zijn volgens Jellesma bijna allemaal naar de buitenschoolse opvang gegaan. ‘Daar heb je het verzorgende aspect minder en kinderen kunnen goed praten. Het is erg, maar om die reden worden mannen daar meer geaccepteerd.’

Robert M.

En het scheelde niet veel, of ook Piet was er ten tijde van Robert M. mee gestopt: ‘Het is afschuwelijk wat er gebeurd is, daar is iedereen het over eens, maar er heerste ook massahysterie. Ineens waren alle mannen fout en verdacht.’ Natuurlijk is het goed dat er na zo’n zaak extra zorgvuldig naar kinderdagverblijven wordt gekeken, vindt Piet. ‘Maar onze opvang is niet te vergelijken met het Hofnarretje (het kinderdagverblijf waar Robert M. werkte, red.). Hier sta je altijd met zijn tweeën in de groep, alles moet zichtbaar zijn. Bij het Hofnarretje zouden er bij de directeur thuis logeerpartijtjes zijn geweest. Dat is bizar, zoiets doe je niet.’

Piet had na de Robert M.-affaire het idee dat er door sommige ouders een ‘etiketje’ op zijn hoofd werd geplakt. ‘Dat is naar, want het gaat om iets waaraan je niet wilt denken, waarvan je gruwelt. Bij de ouders van kinderen in mijn eigen groep heb ik nooit het idee gehad dat ze anders naar me keken. Maar er was wel een ouder van een andere groep die heel uitgebreid kwam vragen wat ik er nou van vond. Dan denk ik; tja, ik vind het net zo afschuwelijk als jij, maar er gebeuren helaas wel meer vreselijke dingen met kinderen. En niet alleen door mannen, laten we dat niet vergeten.’

Het allerergste dat Piet in die periode heeft meegemaakt, is dat een ouder van een kind van een andere groep hem beschuldigde van misbruik. Piet schiet vol als hij erover vertelt: ‘Het verhaal was te bizar voor woorden. Ik wil niet op de details ingaan, maar die persoon beweerde dat ik iets had gedaan op de binnenplaats. Dat kan helemaal niet, aan alle kanten zitten groepen met ramen die uitkijken op het plein. Enerzijds snap je de zorgen van ouders, anderzijds ben je woest en verscheurd. Dezelfde avond heb ik mijn ontslagbrief geschreven.’

Beeld Sanne De Wilde

Piet is blij dat hij uiteindelijk niet is vertrokken, vervolgt hij geëmotioneerd. ‘Dan was ik een wrokkige ouwe baas geworden en zou ik de rest van mijn leven gedacht hebben: wat een rotopvang, maar dat is het niet. De organisatie heeft de zaak natuurlijk goed onderzocht, dat moet ook, maar tegelijkertijd voelde ik me gesteund. Toen ik tegen de directeur zei: ik had mijn ontslagbrief al klaarliggen, zei hij: die had ik nooit geaccepteerd.’

Wat hem in die periode op de been hield? Al het positieve dat ertegenover stond. Zo zijn er ook ouders die júíst voor zijn groep kozen. ‘Alleenstaande moeders, bijvoorbeeld. Of lesbische stelletjes die het belangrijk vinden dat er ook een man bij de opvoeding betrokken is. Ik vind dat je als man het goede voorbeeld moet geven. Dat kinderen leren dat het normaal is dat ook mannen de verzorging op zich nemen. Het zou daarom goed zijn als er meer mannen in de kinderopvang werken.’

Geintjes

Piet heeft het gevoel dat de dynamiek verandert  als hij in de groep komt. ‘Ik weet niet of dat per se komt doordat ik man ben, maar ik merk dat kinderen snel naar me toe komen. Ik heb nog een stukje kind in me, maak veel geintjes en probeer het op de opvang niet saai te laten zijn. Daardoor heb ik het ook best druk.’

Dat Piet het ‘best druk’ heeft, kan ik onderschrijven. Alle begeleiders zijn geliefd, maar Piet is bij de meeste kinderen toch echt favoriet – sorry dames. Als ik mijn dochter wegbreng, zit Piet vaak bedolven onder de kinderen op de bank met gekke stemmetjes een boek voor te lezen.

Het is dit, de liefde die hij van kinderen krijgt, wat hij het meest zal missen nu hij met pensioen gaat. ‘Je hebt kinderen die zo aan je gehecht zijn, dat ze boos worden als je op vakantie gaat. Ik ging een keer een maand naar Texel en toen ik terugkwam, was er een jongetje dat me begon te schoppen. Woest was-ie, omdat ik hem een maand in de steek had gelaten. Een ander meisje heeft bij mijn terugkomst wekenlang niet tegen me gepraat. Ik kon op mijn kop gaan staan, maar er veranderde niets. Dat maakt indruk. Vaak besef je helemaal niet hoe belangrijk je voor die kinderen bent.’

De hele dag handen wassen

Na 38 jaar kijkt Piet uit naar zijn oudedagvoorziening. ‘Ik ben klaar met al het moeten. Alles is tegenwoordig aan regeltjes gebonden en daardoor zijn uitjes er eigenlijk niet meer bij. Vroeger gingen we weleens met een paar ouders en alle kinderen naar Schiphol om vliegtuigen te kijken, naar de piloten te zwaaien en een patatje te eten. Nu moet je allerlei formulieren invullen en iedereen om toestemming vragen.’ En de hygiëneregels, daarin zijn ze ook nogal doorgeslagen, vindt Piet. ‘Als je een kind verschoont, moet je 60 seconden je handen wassen. In de badkamer hangt een briefje hoe je dat moet doen.’ Lachend: ‘Als je niet oppast, sta je de hele dag met je handen onder de kraan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden