interviewGerrie van der Klei

Pensioen? Gerrie van der Klei, de grande dame van de musical, is nog lang niet uitgespeeld

Gerrie van der Klei Beeld Petrovsky & Ramone
Gerrie van der KleiBeeld Petrovsky & Ramone

Zolang ze rechtop kan staan, zal Gerrie van der Klei het toneel opgaan. De ongekroonde koningin van de Nederlandse musical vecht met haar werk tegen de vergankelijkheid. ‘Ik, een diva? Ik voel me gezegend dat ik erbij mag zijn, dat ze me willen hebben.’

Opgeruimd en vrolijk zit ze achter haar glas kruidenthee in het grand café van Theater DeLaMar in Amsterdam. Van de regisseur heeft Gerrie van der Klei (76) een paar uur vrij gekregen om dit interview te doen. Daarna moet ze verder met repeteren voor de musical Diana & zonen, waarin ze de rol van Camilla Parker-Bowles speelt. Een grote productie waarin de geschiedenis van Diana en Charles van toen wordt afgezet tegen die van Harry en Meghan nu. Dat betekent dat ze tot januari zeven keer per week die voorstelling zal spelen in Amsterdam, en daarna tot mei 2022 op tournee gaat – in 12 steden, van Groningen tot Heerlen. Veel artiesten ‘van zekere leeftijd’ kiezen ervoor een alternate te hebben, iemand die de rol een paar keer per week overneemt. Zo niet van der Klei: alles zal ze zelf spelen. Vorig jaar, voor de lockdown, stond ze nog avond na avond in het Circustheater in Scheveningen in de musical Anastasia, waarvoor ze haar eerste Musical Award ontving. Niks geen pensioen dus voor de grande dame van de Nederlandse musical, maar kostuum aan, pruik op, naar de schmink, en spelen maar.

In het theatercafé van DeLaMar zijn de wanden behangen met foto’s van het Nederlands theater- en showbizzverleden – van Mary Dresselhuys tot John Kraaijkamp, van Albert Mol tot Adèle Bloemendaal. ‘Jazeker, ik hang hier ook, twee keer zelfs! Kijk, daar met Conny Stuart en daar in De zoon van Louis Davids met Joost Prinsen. Ach, al die namen, bijna niemand kent ze nog. Als ik de naam van Conny Stuart noem, weten jonge mensen niet waar ik het over heb. Zo vergankelijk is het allemaal.’

Boven, in de foyer van het theater, hangt nog een foto van Van der Klei, gemaakt door Koos Breukel. ‘Dat is echte kunst, maar ik sta er niet erg flatteus op, eerlijk gezegd. Toen ik die foto voor het eerst zag, zei ik tegen Janine van den Ende dat ik hoop ooit zo oud te worden als op die foto. Dat was natuurlijk niet zo aardig, omdat Janine de fotocollectie heeft samengesteld, maar ja, men blijft ijdel, nietwaar?’

Gerrie van der Klei, zangeres, actrice, musicalster. Vanaf nu dus te zien in Diana & zonen, .

Vanwege uw ervaring en leeftijd heeft u een zekere sterrenstatus, toch heeft u auditie moeten doen. Had u niet gewoon gevraagd moeten worden?

‘Dat was twintig jaar geleden misschien zo, maar de tijden zijn veranderd. Ook al ben je in dit land de godin van de musical, wat ik overigens niet ben, je moet gewoon auditie doen. Dat hoort erbij en ik vind dat volstrekt normaal. Die auditie ging overigens wel heel goed, want ik moest As if we never said goodbye uit Sunset Boulevard zingen. Iedereen schoot vol en zat na afloop met een dikke strot, ikzelf trouwens ook. We zaten met zijn allen net in de eerste lockdown, en ik was nog aan het rouwen omdat de voorstelling Anastasia in het Circustheater was stopgezet. We zaten allemaal zonder werk, er was een en al onzekerheid en ik dacht alleen maar: o God, wat moet ik nu al die tijd doen? Juist daarom was dat lied over afscheid nemen op dat moment zo relevant’.

Wat vindt u van Camilla Parker-Bowles, die u speelt?

‘Zij was natuurlijk lange tijd the other woman en werd gehaat, maar als rol is het heerlijk. Ze is een beetje bitchy, ik kan haar met veel ironie spelen. Het hangt allemaal net tegen die Engelse humor aan, met een paar mooie oneliners. Ze lijkt een harde vrouw, maar uiteindelijk is ze toch sympathiek. In de voorstelling mag ook haar kwetsbaarheid er doorheen druppelen. Haar aandeel moet ook wat verlichting geven in het verhaal.’

U zei net in een tussenzinnetje over de lockdown: o God, wat moet ik nu al die tijd doen. Sommige mensen gaan met pensioen, u niet. Waarom?

‘Omdat ik niet hoef. Omdat ik gevraagd word. Ik kan me simpelweg niet voorstellen dat ik nu zou stoppen. Zolang ik nog rechtop kan staan, zolang ik nog kan zingen, zo lang ze me nog willen hebben, zal ik dat toneel op gaan. Ik hoor het zó vaak: ‘Wat, zingt u nog? Wat, treedt u nog op?’ Dat gezeur altijd over mensen die op een bepaalde leeftijd niet meer allerlei dingen zouden mogen doen.

Het woordje nog bestaat niet voor mij. Mijn goede vriend Frans Mulder met wie ik in voorstellingen van Purper heb opgetreden, heeft ooit een liedje voor mij geschreven en dat heet Nog: rookt u nog?, drinkt u nog?, neukt u nog? Leuk nummer, met pikante dingetjes enzo. Ik heb natuurlijk ook wel eens een mindere dag, of een black-out. Dan is het eerste wat ik denk: oud! oud! Maar ik hoop dat als het echt zover is, anderen tegen mij zullen zeggen: dit was het wel zo’n beetje, Gerrie.’

U gaat intussen van de ene grote productie naar de andere – is dat ook niet een vorm van angst voor de leegte thuis?

‘Angst voor de leegte heb ik niet, nooit gehad ook. Ik heb geen relatie en woon alleen, maar ik heb veel lieve vrienden. Als ik op mijn vrije dag zin heb om op een terras een hapje te eten, bel ik een vriend en even later zit ik op dat terras. En ik heb allerlei clubjes: ik heb de wandelclub, de rek-en-strekclub, ik ben erg gehecht aan mijn kat, aan mijn huis en aan mijn auto. Ik kan tuinieren, timmeren en heel veel lezen. Maar nogmaals: ik ga me nu echt niet druk maken over wat ik zou kunnen doen als ik ooit mijn werk niet meer heb. Zo zit ik niet in elkaar.’

Veel artiesten kunnen niet zonder aandacht van het publiek, zonder de schijnwerpers – geldt dat ook voor u?

‘Nee, het gaat altijd enkel en alleen om mij. Het gaat alleen maar om wat ik vind, om wat ik wil. Dat klinkt misschien een beetje raar en egoïstisch, maar zo voel ik het wel. Wat anderen vinden, doet er niet toe. Oké, op een gegeven moment zijn ze me vergeten, dan weet niemand meer wie ik ben. Zo gaat dat in dit vak, maar so what? De mensen moeten weten wie ik ben als ik op dat podium sta, daar moet ik presteren. Als dat voorbij is, dan is het over. Kijk hier om je heen, naar al die oude foto’s – niemand weet meer wie wie is. Het houdt echt snel op, hoor.’

Op dat moment komt Frank Van Laecke binnen, de Vlaamse regisseur van Diana & zonen. ‘Wacht even’, zegt ze, ‘ik moet mijn regisseur omhelzen, dat is dé grote man hier. Ik ben zo blij dat ik hem heb leren kennen, ik ben helemaal verliefd op die man!’ De regisseur heeft geen verweer dus er wordt omhelsd. De regisseur: ‘Nee, ik kende Gerrie niet en had nog nooit met haar gewerkt. Wat wij nu hebben is een gearrangeerd huwelijk, en een goed huwelijk. Ik noem haar de barones van deze productie.’

Gerrie van der Klei.
 Beeld Petrovsky & Ramone
Gerrie van der Klei.Beeld Petrovsky & Ramone

Als de regisseur weg is, zegt ze dat ze veel van hem gedaan krijgt. Dat ze bijvoorbeeld af en toe iets aan haar rol, een zinnetje herschrijft, en dat hij dat dan goed vindt omdat het meestal net ietsje beter wordt.

Als Gerrie van der Klei niet zelf in het theater staat, is ze vaak te zien op premières van collega’s. Altijd ravissant gekleed– de ene keer in smoking, dan weer met boa’s of in iets gouds. Zoals laatst op de première van Rocky Horror Show, de musical die in première ging in de Stadsschouwburg Amsterdam.

‘Voor die gelegenheid wilde ik eerst een beeldig bloot dingetje aan, maar ik vond het veel te koud. Hoge hakken doe ik ook niet meer, want dan krijg ik pijn aan mijn voeten. Dus ik dacht: ik ga in goud, met een beetje raar hesje en gouden schoentjes, eenvoudig strak broekje eronder. Niets bijzonders. Maar natuurlijk wel met uitzonderlijk veel make-up, want het ging tenslotte om de Rocky Horror Show. Dus een beetje bling-bling op de ogen en een grote rode bek, want mijn compagnon die avond had rode pumps aan.’

Uw goede vriend en collega Frans Mulder zei: wat Nederland mist aan glitter & glamour, sleept Gerrie er in haar eentje bij. Bent u een stijlicoon?

‘Zo heb ik mijzelf nooit gezien, ik ben geen modepopje. Maar ik vind mode en vooral ontwerpers wel interessant. Ik heb in mijn huis een kleedkamer met een grote spiegel en lampjes eromheen en in de kasten hangt best wel wat couture – vooral van vroeger, Edgar Vos, Frank Govers. Ik bewaar veel dingen, ik koester mijn kleding. En vergeet niet dat ik wel eens modeshows heb gelopen – voor Sheila de Vries, voor Mart Visser – en dan leen je nog weleens een jasje of jurkje, begrijp je?

‘Op het North Sea Jazz Festival stond ik in couture te zingen. Ik had in New York gezien hoe al die zwarte zangeressen zich in prachtige glitterjurken hesen terwijl het in Nederland de gewoonte was op te treden in een vieze oude spijkerbroek, op platte schoenen, tussen de visnetten in oude kelders. Vanaf dat moment heb ik me altijd met beeldige slangenleren jasjes of glitterjurken aangekleed. Ook in die een jazzkelders ging ik all the american way.

‘Ik word trouwens nog steeds gevraagd voor modeshoots in de Linda, en het magazine van de Volkskrant. Wat dat betreft ben ik Model of the Year. Oud is in, je ziet overal oudere modellen, dat is fantastisch. Dikkere modellen zie je ook steeds meer: als je dikker bent, kun je je ook goed kleden. Nee hoor, die graatmagere millennials zijn echt niet meer de enige modellen in deze wereld’.

Wat trekt u aan op de premièreparty van Diana & zonen?

‘Ik vind het eerlijk gezegd nu niet het juiste moment om me extravagant in de veren te storten, dus ik dacht aan een chique smoking. Een goede smoking kan altijd. Vanwege de corona-maatregelen is er geen premièreparty en toch trek ik een feestelijke outfit aan, voor mijn collega’s, en voor mijzelf.’

Gerrie van der Klei is geboren in Amstelveen. Haar vader was tandarts, haar moeder Dora van der Veen was kunstenaar en zus van de beeldhouwer en verzetsman Gerrit van der Veen. Toen ze veertien was, verhuisde het gezin naar de Prinsengracht in Amsterdam, waar in die tijd veel artiesten en acteurs woonden.

Uw vader tandarts, uw moeder kunstenares – u komt dus uit een gegoede familie?

‘Nee, helemaal niet. Mijn vader was weliswaar tandarts, maar hij had vooral veel artiesten en kunstenaars als patiënt en die betaalden nooit. Alles werd in natura betaald: theaterkaartjes, schilderijen, beeldhouwwerken, serviezen, noem maar op. Ramses Shaffy bijvoorbeeld kwam bij hem in de praktijk – o, daar was ik zo verliefd op, ik zorgde er op mijn 14de dan wel voor dat ik bij hem thuis lag te zwijmelen op de bank. Mijn vader vond het best, hij was een grappige man, ik was dol op hem. Hij was ook muzikaal, speelde leuk piano en mijn moeder harmonica. Ik kom uit een heerlijk, licht-intellectueel, gezellig gezin.’

Nadat u klassiek gitaar op het conservatorium studeerde, vormde u met uw zus Dorine het populaire duo De Sissies, met een nostalgisch repetoire uit de jaren twintig en dertig. Na zeven jaar bent u daarmee gestopt. Waarom?

‘Omdat ik er schoon genoeg van had. Daarvoor zong ik al jazz, en op een gegeven moment werd ik gevraagd voor Foxtrot, de musical van Annie Schmidt en Harry Bannink die een enorm succes werd. Maar eigenlijk wil ik het niet meer over De Sissies hebben, dat is zó lang geleden, het zegt niemand nog wat’.

Het heeft wel geleid tot een breuk met uw zus Dorine, toch?

‘In het begin vond ze het lastig dat ik stopte. Maar zoiets slijt. Overigens zijn wij nooit erg innige zusjes geweest. Wij gingen niet samen uit winkelen, zeg maar.’

Heeft u nog contact met haar?

‘Nauwelijks. Maar we hebben ook geen ruzie ofzo. Ik geloof dat ze nog wel eens optreedt, hier en daar. Nee, ze komt nooit naar mijn voorstellingen, sinds De Sissies heeft ze niets van me gezien. Ik heb wel haar voorstellingen gezien, ook omdat mijn moeder dat destijds graag wilde. Ik zit daar verder niet mee, maar het had ook anders kunnen zijn.’

Gerrie van der Klei heeft, zoals ze zelf zegt, altijd een hang gehad naar aantrekkelijke mannen. Toen in de musical La Cage aux Folles Derek de Lint haar tegenspeler werd, was ze in de wolken. ‘Zo’n knappe man! En hij kon zo goed dansen!’ Haar jeugdliefde, André Kuiten, was volgens haar zeggen ook een mooie jongen: op haar 21ste trouwde ze met hem. Het heeft een jaar of vijf geduurd. Haar jeugdliefde bleek biseksueel en had ook een verhouding met een Spaanse flamencodanser. Op zich was dat voor haar geen punt, maar toen hij haar bedroog met haar beste vriendin, was het over en uit.

Intussen had ze Boy Edgar leren kennen, twintig jaar ouder, al twee keer getrouwd geweest, huisarts, gepromoveerd op een onderzoek naar de ziekte MS en toen al een beroemd jazzmuzikant met een eigen orkest. Het duurde niet lang of hij vroeg haar als leadzangeres van zijn orkest, en als zijn vrouw. Met Edgar en zijn band toerde ze meerdere keren door Amerika – ze traden zelfs op in Carnegie Hall, New York.

‘Ik leerde Boy kennen in sociëteit De Kring. Hij kende me van De Sissies maar wist niet dat ik ook jazz zong. We hebben samen een geweldige tijd gehad – in het begin vloog ik voortdurend heen en weer tussen Duitsland waar we nog met De Sissies optraden en Amerika om daar met de band te toeren. Ja, hij is mijn grote liefde, dat kun je wel zeggen. Treurig dat hij maar 65 jaar is geworden. Hij is uiteindelijk overleden aan levercirrose. Dat was een zware tijd. Ik speelde toen elke avond in Alle laatjes open, een liedjesprogramma met liedjes van onder andere Annie M. G. Schmidt. Ik weet nog dat Boy op een avond een vreselijke bloeding kreeg en dat hij met spoed, vlak voordat ik naar de voorstelling moest, naar het ziekenhuis werd gebracht. The show must go on – dat is heilig in dit vak, maar de hele voorstelling door hebben mijn collega’s met de dokters gebeld en na afloop ben ik er meteen heen gegaan. Niet lang daarna is hij overleden. Collega’s zoals Conny Stuart en Willem Nijholt hebben me er echt doorheen geholpen. Vlak daarna stond ik weer in een andere productie, hard werken is het beste.’

U heeft geen kinderen. Bewust?

‘Boy had kinderen, zijn dochter heeft een tijd bij ons gewoond. Maar ik heb nooit de behoefte gehad zelf kinderen te krijgen. Ik wist van te voren dat ik ze niet genoeg aandacht had kunnen geven. Als je dit vak met volle overgave wilt uitoefenen moet je geen kinderen nemen. Wij hadden vroeger thuis een Franse au pair, want mijn moeder was altijd weg, die zat in haar atelier te schilderen. Ik werd dus opgevoed door haar hulptroepen. Ik sprak eerder Frans dan Nederlands: Ou est maman waren mijn eerste woordjes. Ik heb mijn moeder dat nooit kwalijk genomen, ook zij was een carrièrevrouw. Maar ja, zij had dus wel kinderen.’

Van der Klei’s carrière strekt zich uit van intieme jazzconcerten tot uitbundige musicals, van toneelstukken van Noël Coward tot modellenwerk, van soloprogramma’s tot megaproducties. Allround dus, zou je kunnen zeggen, maar ook: versnipperd. ‘Klopt: ik ben niet in één genre te vangen. Als ik me had geconcentreerd op één ding, was ik misschien wereldberoemd en steenrijk geworden. In Amerika zeiden ze tegen me dat er een toekomst voor me open lag als ik daar zou blijven. Maar ik ben er niet gebleven, en ik ben niet rijk en beroemd geworden. Daar zit ik verder niet mee.’

In Van der Klei’s omvangrijke carrière is één man lange tijd een constante geweest: Willem Nijholt, een van Nederlands grootste acteurs, zangers en musicalsterren. Met hem heeft ze veel producties gemaakt en lange tijd golden ze als hét showbizzkoppel.

Totdat het tussen Nijholt en u misging. Waarom precies?

‘Het ging mis tijdens de repetities van En nu wij, een show die we zelf hadden bedacht, en die werd geproduceerd door Joop van den Ende. Er zat iets in Willems hoofd wat daar niet thuishoorde. Hij werd een beetje paranoïde, kreeg last van achtervolgingswaanzin, dacht dat iedereen hem kwaad wilde doen en dood wilde maken. Dat had natuurlijk ook te maken met zijn verleden in het jappenkamp, bij veel mensen zie je dat dat trauma op latere leeftijd heftiger wordt. Daar had ik ook alle begrip voor, dus we hebben vaak gezegd: Willem, ga hulp zoeken, ga met iemand praten. Maar dat deed hij niet. Volgens mij slikte hij ook van alles, hij wilde 24/7 doorwerken – hij ging maar door en door! Dat werd steeds erger, op den duur gooide hij iedereen de zaal uit. Op een gegeven moment moest Joop zich ermee bemoeien en kon hij bij hem uithuilen. Af en toe had hij een helder moment, dan sloeg hij zijn arm om me heen en zei ‘wat hebben we het fijn hè, samen’. Dan kon ik wel janken van geluk. Maar meteen daarna was het weer mis. De voorstelling is uiteindelijk toch in première gegaan en we hebben de hele tournee afgemaakt. Het was het zwaarste jaar uit mijn leven. Ach, ik hield zo veel van die man, dat ik na die tournee twee jaar in de rouw ben geweest. Raar hoor, ik heb gerouwd om iemand die er niet meer is, maar toch nog ergens was.’

U heeft altijd gewerkt in een sector die lange tijd door machtige mannen is gedomineerd. Heeft u daar als vrouw nooit vervelende ervaringen mee gehad?

‘Nee, ik ben wat dat betreft echt van een andere generatie. Vroeger legde iemand wel eens een arm om je schouder, wij vonden dat heel normaal. Nu is het meteen van: sodemieter op, blijf van me af! Ik zeg niet dat er geen foute dingen gebeuren, ook in het verleden is dat gebeurd, maar daar werd niet over gepraat omdat het over de baas ging. Veel vrouwen hebben zich dat vroeger allemaal moeten laten aanleunen omdat ze bang waren hun baan te verliezen. Het begrip casting couch bestaat tenslotte niet voor niets. Dat is natuurlijk je reinste terreur en gelukkig kan dat niet meer. Maar het dreigt nu door te slaan: als iemand je op een wat intieme manier aanraakt, is het meteen mis. De nuances zijn veranderd, het onderscheidingsvermogen is nul komma nul. Nee, zelf heb ik nooit ergens last van gehad. Ik denk dat ze dat niet durfden. Ik denk dat ze misschien bang voor me waren.’

Gerrie van der Klei. Beeld Petrovsky & Ramone
Gerrie van der Klei.Beeld Petrovsky & Ramone

Beschouwt u zichzelf als feminist?

‘Ik heb altijd goed voor mezelf op kunnen komen. Vaak wordt me gevraagd of ik feminist ben, of een geëmancipeerde vrouw. Ik ben een vrouw, en daar ben ik blij mee. Ik ben ook blij met het verschil tussen mannen en vrouwen, maar ik vind wel dat iedereen hetzelfde moet verdienen. In die zin moeten vrouwen elkaar helpen. Als je dat feministisch noemt, ben ik dat, maar dus niet zo eentje die haar beha’s gaat verbranden.’

U wordt regelmatig een diva genoemd, klopt dat beeld?

‘Ja, dat zeggen ze wel eens over mij, maar als ik thuis de kots van de kat sta op te ruimen, ben ik allesbehalve een diva. Volgens mij heb ik absoluut geen last van divagedrag. Ik vind het juist lastig om dingen voor mezelf te vragen, laat staan dat ik privileges eis. Het is geen valse bescheidenheid, maar ik hoef niet per se een eigen kleedkamer met een eigen wc. Iedere keer als we in een theater aankomen, zie ik wel waar ik terechtkom. Ik voel me al bevoorrecht omdat ik nog steeds kan werken. Dat klinkt misschien een beetje soft, maar ik voel me gezegend dat ik erbij mag zijn, dat ze me willen hebben.’

Tenslotte moet ik u toch die ene vraag stellen: u ziet er nog zo goed uit, heeft u veel cosmetische ingrepen ondergaan?

‘Nul komma nul, en ik heb ook geen botox-dokter. Ik blijf goed in beweging, dat is belangrijk. Ik doe zoveel mogelijk mee met de physical training en warming-up, dat is stevig trainen, hoor. Dan zie ik mijn jonge collega’s naar me kijken met zo’n blik van ‘goh, dat ze dat allemaal nog kan’, en dan voel ik me gevleid. Laatst vroeg een vriend wanneer ik weer eens naar de kapper ging, omdat die uitgroei echt niet langer kon. ‘Schat, ik heb de hele tijd een pruik op mijn kop, waarom zou ik?’

‘Gerrie kan mierenneuken over een paperclip of de tuinman en genereus zijn als iemand in nood zit’, aldus uw vriend Frans Mulder. Heeft hij gelijk?

‘Ja, dat klopt wel. ‘Jij bent in kleine dingen heel klein, en in grote dingen heel groot’, zo vatte mijn stiefdochter dat kort en bondig samen. Over kleine ongemakjes kan ik behoorlijk zitten emmeren, ja. Boy heeft een keer een T-shirt laten maken met daarop NIET MIEREN.’

Mieren?

‘Dat is een Oud-hollands woord. Het betekent: zeuren, zaniken.’

Dan is het tijd om naar de theaterzaal te gaan, want de repetities beginnen weer. Ze loopt nog even langs de fotogalerij in het theatercafé. ‘Ach, kijk, Albert Mol – dat was zo’n schat! En Henk van Ulsen, met hem heb ik nog een voorstelling gemaakt, hij deed de poëzie en ik zong – Brel en Brecht enzo’. Even later zal ze haar pruik weer opzetten.

CV Gerrie van der Klei

Geboren 22 februari 1945 in Amstelveen

In de jaren zeventig treedt ze op als jazzzangeres en vormt ze met haar zus Dorine het populaire duo De Sissies

1977 hoofdrol in Foxtrot, musical van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink

1983 musical De zoon van Louis Davids van Gerben Hellinga

1984 speelt de rol van assistent van Freek de Jonge in de film De illusionist

1986 speelt buurvrouw Wijnberg in de film Flodder van Dick Maas

1994 speelt met Willem Nijholt in toneelstuk Later is te laat van Noel Coward

1995 Musical You’re the top over Cole Porter met Willen Nijholt.

2000 Musical 42nd. Street, nominatie Musical Award

2006 Mrs, Higgins in musical My Fair Lady

2008 speelt mee in collectief Purper

2010 musical La Cage aux Folles, opening DeLaMar Theater

2012 speelt ms. Hannigan in musical Annie

2012 Tv-serie Moeder, ik wil bij de revue

2015 soloshow Spelen met klei, bij gelegenheid van haar 70ste verjaardag

2015 toneelstuk Vrouwen van later met Ingeborg Elzevier en Trudy Labij

2019 speelt grootvorstin in musical Anastasia, wint hiervoor de Musical Award.

2021 speelt de rol van Camilla Parker Bowles in de musical Diana & zonen.

Styling van de foto’s: Thomas Vermeer, make-up: Kathinka Gernant voor Chanel, haar: Jan Fuite (NCL Representation) assistent fotografie: Gijs van de Veerdonk, assistent styling: Jeanny Bakker. Kleding: Prada, Kenzo (trui)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden