Paus Benedictus XVI is de enige echte leider van de westerse wereld

De paus is de enige echte westerse leider omdat hij een duidelijk onderscheid heeft gemaakt tussen Allah en de joods-christelijke God, betoogt Spengler....

Als je een vuurgevecht wilt winnen, kun je maar beter gewapend zijn, en als je een godsdienstoorlog wilt winnen, kun je maar beter iets van godsdienst weten.

De Verenigde Staten voeren hun War on Terror vanuit een politieke filosofie waarin de radicale islam wordt voorgesteld als een politieke beweging – ‘islamofascisme’ – in plaats van als de religieuze reactie op het Westen die ze in wezen is. Als we in een wereldoorlog verwikkeld zijn, dan is dat een godsdienstoorlog. We strijden niet tegen afzonderlijke criminelen, zoals links altijd maar zegt, niet tegen een staat als de Sovjet-Unie, zoals de catastrofe in Irak laat zien, en evenmin tegen een politieke beweging. We strijden tegen een godsdienst, en wel een godsdienst die is voortgekomen uit een woedende reactie op het Westen.

Maar dat is tot geen enkele politieke leider in het Westen, en slechts tot een enkele opinieleider doorgedrongen. En zo zitten we met de paradoxale situatie dat de enige leider van het Westen die ertoe doet, iemand is die niets van oorlog moet hebben: paus Benedictus XVI. Hij is de enige leider van de christelijke wereld die de islam als een godsdienst tegemoet treedt, zoals in zijn toespraak in september 2006 in Regensburg. Daarom is Benedictus niet alleen de leider van de katholieken maar, bij gebrek aan anderen, de leider van het hele Westen.

We zijn in oorlog, en oorlog is een prachtig middel om de geest op scherp te zetten. De radicale islam kan het Westen alleen bedreigen doordat het geseculariseerde Europa, inclusief de armzalige restanten van de voormalige Sovjet-Unie, zo stuurloos is geraakt dat het zich niet meer genoeg om de toekomst bekommert om kinderen voort te brengen. Halverwege deze eeuw kunnen de moslims in Rusland in de meerderheid zijn, en over honderd jaar hebben ze misschien de overhand in West-Europa. Zonder de demografische teruggang die verband houdt met de afname van het geloof zou de radicale islam voor het Westen slechts een kleine ergernis zijn in plaats van een dodelijke tegenstander.

De paus heeft geen andere strategische agenda dan vrede en verzoening brengen. Het is zijn taak zielen te hoeden, niet om soldaten aan te voeren. Maar Benedictus is de eerste paus die een duidelijke grens heeft getrokken tussen de islam en de joods-christelijke openbaringsgodsdienst.

In zijn toespraak van september 2006 in Regensburg legde Benedictus XVI uit dat Allah een heel ander soort god is dan YHWH en Jezus: ‘Volgens de islamitische leer is God absoluut transcendent. Zijn wil is niet aan onze categorieën gebonden, zelfs niet aan de rede. Ibn Hazm zei zelfs dat God niet eens aan zijn eigen woord gebonden is, en dat ‘niets hem ertoe verplicht ons de waarheid te openbaren. Als God het wil, zouden we zelfs afgoderij moeten beoefenen’.’

Wat betekent die ‘absolute transcendentie’ van God? Volgens de bindende leer van de 11de-eeuwse moslimwijsgeer Al Ghazali onderwerpt Allah de wereld niet aan natuurwetten, omdat die zijn absolute handelingsvrijheid zouden aantasten. Tussenkrachten, zoals natuurwetten, bestaan niet. Mars beschrijft geen ellips om de zon omdat God bewegingswetten heeft gemaakt die Mars die ellips laten beschrijven, maar omdat Allah op elk moment de hoeksnelheid van Mars bepaalt. Vandaag heeft Allah misschien zin om Mars een ellips te laten maken, maar morgen kan dat evengoed een achtbaan zijn. Allah is overal en doet voortdurend alles tegelijk. Hij bepaalt hoe alle elektronen draaien, hoe hoog alle vlooien springen, hoe vaak er ergens wordt geniesd. Het idee van een god die zich nergens door laat inperken, zelfs niet door de wetten van de natuur die hij zelf geschapen heeft, is sinds de 11de eeuw kenmerkend voor de heersende stroming in de islam.

Als God overal en in alles is, is hij nergens en in niets. Als er geen natuurwetten bestaan, is er ook geen wetgever en is de wereld aan willekeur en verlatenheid ten prooi, een Hobbesiaanse oorlog van elk onderdeel van de natuur tegen alle andere. Natuurbeschouwing is in de islam een eenzame, armzalige, onaangename, wrede en kortstondige aangelegenheid. Geen wonder dat de islamitische wetenschap een generatie of twee na Al Ghazali ter ziele is gegaan.

Het is al vaak gezegd dat de islam ‘fatalistisch’ is. Moslims zijn gewend elke uitspraak over de toekomst, zoals ‘ik zie je morgen op het werk’, te laten volgen door ‘insjallah’, ‘als God het wil’. Omdat hun God overal is en alles bepaalt, is het joods-christelijke idee van de goddelijke voorzienigheid voor moslims ondenkbaar. De islam gelooft niet in voorzienigheid, maar in het heidense noodlot, de optelsom van die eindeloze hoeveelheid dingen die Allah in zijn absolute transcendentie steeds laat gebeuren. Zonder Allah zou de wereld er ongeveer hetzelfde uitzien; als Allah maar wat doet zonder zich aan natuurwetten te storen, zien we geen enkel verschil tussen de daden van Allah en totale chaos.

Het is misplaatst dit af te doen als een curieus overblijfsel uit de middeleeuwse theologie dat geen betekenis heeft voor het geestelijke karakter van de islam. De absolute transcendentie van Allah in de materiële wereld heeft alles te maken met zijn despotische karakter als geestelijk heerser die onderwerping en dienstbaarheid van zijn schepselen eist.

De joods-christelijke God houdt van zijn schepselen, en als daad van liefde geeft hij hun vrijheid. De mens kan alleen vrij zijn als de natuur redelijk is, dat wil zeggen als God zichzelf beperkingen oplegt in zijn handelen. In een wereld die volgens natuurwetten is geordend, kan de mens die door zijn verstand leren kennen en is hij vrij te handelen. In het andere geval heeft de mens door de absolute vrijheid van Allah geen enkele handelingsvrijheid en heerst de tirannie van luim en lot.

Daarom is Benedictus de belangrijkste man van onze tijd, en is de katholieke kerk, het instituut waarop het Westen is gegrondvest, nog steeds het belangrijkste instituut. Dat was op grond van de gebeurtenissen in de eerste helft van de 20ste eeuw niet te verwachten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk platgewalst door het neoheidendom van de nazi’s, waardoor ze niets kon beginnen tegen de massamoord op Poolse priesters, laat staan tegen de genocide op de Joden. Maar onder Johannes Paulus II ontpopte de kerk zich als het geweten van de wereld tegenover het communisme en kon de Poolse kerk meer weerstand bieden aan Moskou dan de Duitse kerk daarvoor aan Berlijn.

Sinds de val van het communisme zijn er twee concurrerende mensbeelden over. Volgens het ene zijn de zwakken en machtelozen bijzondere voorwerpen van Gods liefde, en is ieder mens dankzij die goddelijke liefde soeverein. Het andere stelt kracht en dienstbaarheid voorop, en eist onderwerping van het individu aan het collectief. De God van het christendom openbaart zich door liefde, en heeft door zijn liefdevolle aard een wereld gemaakt die de mens met zijn verstand kan begrijpen.

Gods zelfopenbaring door liefde neemt een centrale plaats in binnen de katholieke theologie. De geopenbaarde godsdienst biedt zijn volgelingen niet alleen een leer, maar verandert hun leven. Of het bestaan van God bijvoorbeeld te bewijzen valt, is niet de goede vraag. Het is niet eens de verkeerde vraag, omdat hij het bestaan en niet God tot punt van discussie maakt. Christenen en joden verlangen naar de liefde van een persoonlijke God, dat wil zeggen een God die niet alleen een Wezen is, maar ook een persoonlijkheid. Dankzij de ervaring van goddelijke liefde kunnen menselijke, beschaafde samenlevingen bloeien, omdat, in navolging van God, de soevereiniteit van de zwakken en machtelozen binnen de familie van de mensheid wordt gerespecteerd.

De moderne democratie is een christelijk verschijnsel, voortgekomen uit de Nederlandse Opstand in de 16de eeuw, en uit de oversteek van de puriteinen naar de Nieuwe Wereld. Het is ontstaan als een religieus antwoord op de crisis in Europa, niet als een recept uit het kookboek van een politicoloog.

Daarom schiet de seculiere politieke filosofie in een godsdienstoorlog zo jammerlijk tekort. Washingtons pogingen een ‘gematigde islam’ te vinden en de moslimwereld te ‘democratiseren’ zijn ridicuul. Je kunt politieke stelsels niet zomaar overdragen, zolang ze maar redelijk zijn. Het gaat om meer dan rede alleen.

Als het menselijk bewustzijn alleen uit kennis bestond, dan zou je alles wat de één weet aan ieder ander kunnen overdragen. Dan zouden democratie, rechtsorde en vrije instituten technieken zijn die je onder de knie kunt krijgen, net als hersenchirurgie. Toch hebben we in Groot-Brittannië gezien dat moslims die even knap waren in hersenchirurgie als westerlingen, autobommen maakten. Er zijn dingen die we weten dankzij onze eigen intelligentie, en dingen die aan ons moeten worden geopenbaard. De stelling van Pythagoras hoeven we niet zomaar voor waar aan te nemen, maar dat het verkeerd is om auto’s vol explosieven voor nachtclubs te parkeren, kunnen we niet bewijzen.

De katholieke kerk is het belangrijkste instituut ter wereld. Ik weet niet of dat over een generatie nog zo is. De kerk heeft wel grote leiders voortgebracht, maar kampt met een tekort aan voetvolk. Waar is de kloosterorde die de geestelijke veldslagen van de kerk wil voeren? Waar zijn de missionarissen die het christendom willen prediken onder moslims? Misschien worden ze wel opgeleid in geheime protestantse seminaries in China, maar niet door de katholieke kerk.

Meer over Spengler: atimes.com/atimes/others/Spen- gler.html en tinyurl.com/36esax.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.