Je kunt het maar één keer doen

‘Paul was altijd mijn popster geweest, maar op het laatst waren de rollen omgekeerd’

Nadat er een agressieve vorm van huidkanker bij hem wordt geconstateerd, ziet Brynhild haar stoere, knappe Paul veranderen in een kwetsbare patiënt.

Barbara Van Beukering

Paul Verhorst (67, bedrijfsarts en muzikant) overleed op 4 oktober 2020 aan de gevolgen van huidkanker. Hij was getrouwd met Brynhild Simhoffer (55, docent Nederlands) met wie hij twee dochters had: Lente (20, student hbo-v) en Jasmijn (15, scholier). Paul had uit een eerdere relatie een zoon, Jaïr Thieme (30, bankier).

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Brynhild: ‘In de jaren tachtig was Paul de frontman van de bekende Amsterdamse showband Paolo Passionato & the Pennies from Heaven. Hij was origineel, authentiek en gepassioneerd; een levensgenieter die alles wilde meemaken. Op zijn 35ste besloot hij medicijnen te gaan studeren. Hij realiseerde zich dat hij als artiest in de marge zou blijven hangen en koos ervoor van muziek zijn hobby te maken. Tijdens zijn afstuderen ontmoetten wij elkaar. Ik had een bijbaantje in De Laurierboom, zijn stamkroeg. Op het moment dat hij aan de bar plaatsnam en ik een biertje voor hem tapte, viel ik als een blok voor hem. Ik vond hem ontzettend aantrekkelijk. We waren drie dagen samen toen hij naar Brazilië vertrok, en een week later reisde ik hem achterna. Het was zo romantisch, het leek wel een huwelijksreis. Ik was altijd fan van Herman Brood en nu had ik zelf een soort Herman Brood. Hij was mijn popster.

In de zomer van 2019 zat er een gek klein bultje op zijn wang. De opmerking die ik daarover maakte, wuifde hij weg. Hij was zelf arts en volgens hem zou het vanzelf weggaan. Maar het ging niet weg en uiteindelijk ging hij in november naar de huisarts, die zei dat hij het er wel even uit zou lepelen. Dat bleek niet te lukken. Hij vermoedde dat het een ontstoken talgklier was en hechtte het wondje. De huisarts verwees hem door naar de plastisch chirurg. Zij zei: ‘Ik weet niet wat het is, maar ik ga hier niet in snijden. Ik neem wat weefsel af en stuur het op.’ Op dat moment begon Paul hem te knijpen.

Paul Verhorst en Brynhild Simhoffer. Beeld Privéfoto
Paul Verhorst en Brynhild Simhoffer.Beeld Privéfoto

Huidkanker

In januari belde de plastisch chirurg met de mededeling dat het merkelcelcarcinoom was, een heel agressieve vorm van huidkanker. Een paar weken later hadden we een afspraak in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Paul had inmiddels een knol op zijn wang, de tumor groeide verschrikkelijk hard. De omgeving van het ziekenhuis paste helemaal niet bij hem. Hij kreeg een pasje waarmee hij zich bij verschillende afdelingen moest melden. Die stoere, knappe Paul kwam in een fabriek terecht waar hij zich een nummer voelde. Ik vond hem ontzettend zielig en kwetsbaar. Het eerste wat de chirurg tegen hem zei: ‘Nou meneer Verhorst, als u dit maar overleeft’.

Zondag 8 maart bracht ik hem naar het ziekenhuis voor een grote operatie die tien uur zou duren. Ze haalden een groot stuk van zijn wang, hals en kaak weg. Er werd een plak van zijn been gehaald die ze aan zijn gezicht vastmaakten. Toen ik hem voor het eerst na de operatie op de intensive care zag, ging ik bijna onderuit. Het was net The Silence of the Lambs, zoals die huid op zijn gezicht was genaaid. De chirurg was optimistisch; ze hadden het radicaal verwijderd, het was allemaal weg. Paul moest nog 25 keer bestraald worden, maar het idee was dat hij beter zou worden.

Uitzaaiingen

Op 29 juni was ik jarig en voor het eerst in al die maanden gingen we uiteten. Paul kon vanwege rugpijn niet goed op een stoel zitten. De week erna hadden we een afspraak in het ziekenhuis om te praten over de reconstructie van zijn gezicht. Paul maakte zich grote zorgen dat hij geen saxofoon meer zou kunnen spelen. Tijdens het gesprek met de arts vertelde Paul dat hij pijn in zijn rug had, waarna zijn bloed werd gecontroleerd. De tumormarkers in zijn bloed wezen uit dat hij vol zat met uitzaaiingen. Er werd gezegd: ‘Meneer Verhorst, we maken ons ernstige zorgen’, een eufemisme voor: ‘U wordt niet meer beter’. We hadden het helemaal niet zien aankomen. Opeens werd de curatieve behandeling omgezet in een palliatieve behandeling. Toch vestigden we onze hoop op immunotherapie.

Na de eerste drie immunotherapiebehandelingen begroette de oncoloog ons alsof we de beste vrienden waren: ‘Ga zitten, ik heb goed nieuws!’ De behandeling sloeg aan, want de tumormarkers waren flink omlaag gegaan en de bloedwaarden waren aanzienlijk beter. Paul dacht: wow, ik ga toch beter worden! Hij had weer hoop en ging ontzettend zijn best doen.

Ondanks de pijn wandelde hij elke dag met een rollator. De hoopvolle stemming bleek van korte duur toen hij zich op 22 september meldde voor de vijfde behandeling. We hadden eerst een controlegesprek met een verpleegkundige. In haar kamer zag ik op het computerscherm allemaal rode balkjes. Ze zei plompverloren: ‘We gaan de behandeling stoppen, hij slaat niet meer aan.’ Paul was stomverbaasd: ‘Ik wil mijn behandelend arts spreken.’ Die kon niet komen, want die had het te druk. Paul werd boos: ‘Ik ga niet weg voordat ik haar heb gesproken.’ Toen de oncoloog eindelijk kwam, bleef ze in de deuropening staan: ‘Ja meneer Verhorst, we gaan de behandeling inderdaad stoppen.’ Ondertussen keek ze mij aan met een blik van: ‘Snapt hij het nou niet?’ Het was afschuwelijk. Die avond heeft Paul tijdens het eten aan de kinderen verteld dat hij dood zou gaan. We huilden en knuffelden eindeloos.

Rode wijn en camembert

Donderdag 2 oktober zei hij: ‘Bryn, ik trek het niet meer, ik wil stoppen.’ De huisarts kwam en terwijl hij alles aan het klaarleggen was voor palliatieve sedatie, wilde Paul rode wijn en camembert. Hij kon alleen nog maar door een rietje drinken, maar het ging om het idee. Terwijl de kinderen en ik om zijn bed zaten, vroeg Paul aan de huisarts: ‘Ik word toch wel weer wakker morgen?’ De huisarts legde uit dat dat niet de bedoeling was, ze zei dat ze hem in slaap zou brengen en dat hij dan langzaam zou wegglijden. ‘O nee, dat wil ik niet!’, riep Paul. Het was echt een enorm heftig moment. Maar ik was ook blij, want het afscheid bleef me nog even bespaard. Die nacht verging Paul weer van de pijn en de volgende ochtend zei hij dat hij echt niet meer kon. Ik belde weer de huisarts. Dit keer zei Paul dat hij whisky wilde drinken, Jack Daniels. Mij zus ging meteen naar de Gall & Gall en kwam terug met twee miniflesjes, waarop Paul zei: ‘Dat zijn toch geen flessen.’ Mijn zus is weer terug naar de winkel gegaan om de miniflesjes om te ruilen voor twee grote flessen. Ik schonk een glas in, maar hij kon helemaal niet meer drinken. Hij nipte eraan met zijn lippen.

Paul was altijd mijn popster geweest, maar op het laatst waren de rollen omgekeerd. Zijn laatste woorden waren: ‘Jij bent mijn vrouw, mijn eigen vrouw. Jij hebt me altijd beschermd, door jou heb ik geleerd wat liefde is. Er waren veel vrouwen, maar alleen jij bent mijn eigen vrouw.’ Voordat het slaapmiddel werd ingespoten, zaten de kinderen en ik om hem heen. Hij was bang, natuurlijk was hij bang. Ik hield zijn linkerhand vast en ik vertelde hem dat we in Brazilië waren: ‘Je ligt in een hangmat op het strand en je schommelt rustig heen en weer. De golven rollen af en aan.’ Toen ik even stopte, zei hij: ‘Nee, nee, ga door.’ Ik vervolgde: ‘De zon schijnt op je gezicht en verwarmt je hele lichaam. De lucht is strakblauw en in de verte vaart een wit zeilbootje voorbij’. Toen viel hij in slaap.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden