Het Eeuwige leven van Paul Verweel

Paul Verweel (1951 - 2018): een Wetenschapper met een hart voor sport

Hoogleraar bestuurs- en organisatiekunde Paul Verweel was een echte verenigingsman. Vooral voor het amateurvoetbal heeft hij zich sterk ingezet.

Paul Verweel.

Een groep Marokkaanse jongens uit Utrecht klopte een keer bij Paul Verweel van Vereniging Sport Utrecht (VSU) aan met het verzoek een eigen voetbalvereniging te mogen oprichten. Toen de club als VV Hoograven zijn eerste wedstrijd speelde, stond Verweel langs de lijn. Hij ontving de arbiter en zei dat het leuke jongens waren. Voor hij het wist was hij tien jaar voorzitter van VV Hoograven.

Hoogleraar bestuurs- en organisatiekunde Paul Verweel geloofde heilig in georganiseerde sport. De vereniging was in zijn ogen het sociaal-culturele kapitaal van Nederland. ‘Het gaat niet alleen om bewegen en gezondheid. Het gaat er ook om mensen te ontmoeten waarmee je je verbonden voelt.’

De Utrechtse sportprofessor was niet bang dat individualisering de verenigingsstructuur om zeep zou helpen. ‘Nog altijd sporten vijf miljoen mensen in verenigingsverband’, zo zei hij vorig jaar op het informatieplatform SportKnowHow, ‘en ze worden gefaciliteerd door één miljoen vrijwilligers.’

Verweel was niet alleen theoreticus. Hij was een echte verenigingsman en actief bestuurder. Zijn collega en vriend Jan Boessenkool: ‘De sfeer die in de kleedkamer heerste, moest er ook zijn in de bestuurskamer.’ Nadat Johan Derksen twee jaar geleden had geroepen dat ‘veel clubs naar de klote waren gegaan omdat ze toevallig het veld hebben liggen bij een wijk waar veel Marokkanen wonen’, kwam hij in de Volkskrant in het geweer. ‘Veel van wat Derksen zegt is onzin. Hij is vooral provocateur, laten we dat niet vergeten.’

Paul Verweel overleed 24 april op 66-jarige leeftijd. Hij kampte al jaren met een verslechterde gezondheid als gevolg van prostaatkanker. Die strijd zag hij als een wedstrijd. ‘We spelen de eerste helft vijf jaar, de tweede helft vijf jaar, daarna gaan we verlengen en penalty’s nemen. Maar uiteindelijk verlies ik. We zitten nu aan het einde van de eerste helft en staan 2-0 achter’, vertelde hij.

Voetbal bepaalde zijn jeugd. Zijn biologische vader was een Vlaardingse vakbondsbestuurder die een slecht huwelijk had. Toen Paul niet meer thuis kon blijven, werd hij opgenomen in een pleeggezin van de ouders van een teammaatje. Marlies Wolterbeek, Pauls vrouw: ‘Zijn pleegvader was een CPN’er, maar absoluut niet dogmatisch.’

Toen hij in 1975 naar Utrecht kwam, werd hij lid van Desto, omdat die in dezelfde kleuren speelde als zijn oude club in Vlaardingen en hij geen geld had voor een nieuw shirt. Dat Desto christelijk was, interesseerde hem niet. ‘Hij speelde daar tot het door blessures niet meer ging. Ergens rond 1995’, zegt Boessenkool. Verweel studeerde in Utrecht antropologie en promoveerde op veranderingsprocessen in het wetenschappelijk onderwijs. Hij kreeg de kans directeur te worden van het Centrum voor Beleid en Management dat in 2000 de sub-faculteit bestuurs- en organisatiewetenschap werd. Drie jaar later werd hij daar hoogleraar.

In 1997 was hij ook voorzitter geworden van de sportkoepel VSU, waar hij negen jaar geleden werd opgevolgd door Boessenkool. Hij was enige tijd vice-voorzitter van de amateursectie van de KNVB. Daar stapte hij op, omdat hij vond dat de bond te veel aandacht had voor de 5 procent prestatievoetballertjes en te weinig voor de 95 procent recreatievoetballertjes. Hij wilde dat ouders hun kinderen op voetbal deden, ook als ze niet zo goed waren.

‘Hij had graag 70 willen worden.’ Zijn kop was volgens Boessenkool nog messcherp, maar zijn lichaam wilde niet meer. Behalve zijn vrouw laat Verweel een tweeling uit zijn eerste relatie na en één zoon uit zijn huwelijk met Marlies.