Pasta Jussi op het menu

Om het toerisme niet helemaal aan zich voorbij te laten gaan, koketteert het Zweedse provincieplaatsje Borlänge sinds begin jaren negentig met de tenor Jussi Björling....

OP EEN heldere najaarsavond in 1921 stopt een taxi voor het kerkje van Stora Tuna. Een vader en zijn drie zoontjes stappen uit. Ze lopen het kerkhof op, voorbij het familiegraf van de Larssons (een gebogen vrouw in steen) en stoppen rechts van de kerk bij een simpel kruis. Terwijl de eerste sterren doorbreken, zetten ze gevieren Stilte, o stilte in. Hun stemmen dragen ver in de avondlucht. Bij de taxichauffeur die aan de ingang wacht, lopen al snel de tranen over de wangen.

Vader David is 47 jaar, zijn zoontjes zijn 12 (Olle), 10 (Jussi) en 9 (Gösta). Sinds een jaar of twee genieten ze in de Verenigde Staten enige faam als het Björling Male Quartet. In het eigen geboorteland Zweden heten ze Björling-Kvartetten.

Op een heldere voorjaarsochtend in april, bijna zeventig jaar later, sta ik op dezelfde plek. Het is drie graden onder nul, het schaarse gras is nog wittig van de nachtvorst, de lucht ruikt naar vochtige aarde. Twee mannen in een oranje werkpak delven tussen de forse berkenbomen een vers graf. In de verte, tussen de nog kale heuvels, gonst een autoweg.

'Ester Björling' staat op de marmeren steen die het kruis heeft vervangen. Slechts 35 jaar werd ze. Het graf draagt nummer 187, een rechthoekig stukje omgespitte aarde dat wacht op een eerste lentebloem, een eerste kleur.

Ter nagedachtenis aan haar klonk in 1921 het ontroerende Stilte, gezongen door haar echtgenoot en drie van haar vier zoontjes. De vierde, Karl, was nog te jong: 4.

Temidden van de talloze vogels die aan hun eerste concert van de dag schaven, probeer ik de vier stemmen terug te roepen. De tenor van David, gerijpt in de opera-walhalla's New York en Wenen. De drie jongenssopranen, volgens de Amerikaanse pers ondanks de prille leeftijd al wonderbaarlijk volwassen.

Allemaal liggen ze op ditzelfde kerkhof. David deelt - links van het barokke kerkje waarin voor het eerst zijn oog viel op het koorzangeresje Ester - het graf met zijn ouders en zijn jongste zoon (die slechts 48 werd). Waar de begraafplaats glooiend in noordelijke richting wegloopt, rusten in de schaduw van een berkenboom Gösta en Olle. Op hun steen staan geen jaartallen; wel is een goudkleurige harp met vleugels uitgehakt. Gösta werd 45, Olle 56.

Niemand in de Björling-familie werd echt oud. Ook Jussi niet. Op 49-jarige leeftijd bezweek hij in zijn zomerhuis, op het eiland Siarö, aan een zoveelste hartaanval. Hij ligt op een handvol stappen van zijn broers begraven. De ruwkantige steen vermeldt alleen: Jussi Björling 2-2-1911 - 9-9-1960. En nummer 2765. In de grond steekt een uitgedroogde tak met dennenappels. Niets wijst er op dat hier de vermoedelijk grootste tenor sinds Enrico Caruso ligt.

Of is het een kleine vingerwijzing dat de buurman rechts bij leven Musikhandlaren is geweest, zoals in zijn steen is gebeiteld? En geboren is in Borlänge, een paar kilometer verderop? Net als Jussi.

Bij drie zeer recente polls (twee in Amerika, een in Engeland) werd Jussi Björling telkenmale tot grootste operazanger aller tijden uitgeroepen. Vóór Maria Callas. Vóór Caruso. Vóór Gigli, Schipa en Domingo.

Het kost zeven minuten om het centrum van Borlänge (47 duizend inwoners) van noord naar zuid te doorkruisen, terwijl de oost-west-as vijf minuten vraagt. De winkels zijn van het genre Kruidvat-Aldi-Zeeman. Aan de walmende schoorstenen (staal en papier) vallen de grenzen én de inkomstenbronnen van dit provinciestadje af te lezen. Wie het tamelijk nieuwe station uitloopt, krijgt meteen te veel ruimte opgedrongen, te veel wind ook, en een horizonnetje van deprimerende flats. Het blijkt later de Jussi Björlings Vag te zijn.

Zweden, zeggen mijn hersens. Oost-Europa van toen, proberen mijn ogen te doen geloven. Maar wat doen dan die kleurige hotdog-karretjes in het straatbeeld?

'Eind jaren tachtig besloot het gemeentebestuur de naam Jussi Björling te gaan exploiteren', vertelt Harald Henrysson, de bevlogen conservator van het plaatselijke Björling Museum. 'Er waren klachten dat Borlänge hem aan het vergeten was. Bovendien heeft de stad weinig te bieden, zeker cultureel niet. Björling was dus de aangewezen figuur om het toerisme te bevorderen, ook al omdat hij geen lokale, maar een internationale uitstraling heeft.'

Je trekt immers geen toeristen met een kapper die werklozen en gepensioneerden korting geeft. Zelfs niet wanneer hij naast het Geologisch Museum huist. Een ook niet met een overjarige hippie die iedere dag op hetzelfde tijdstip de stoeptegels van Stationsgatan afzoekt.

Nagenoeg op het snijpunt van het centrum ligt aan een halfrond pleintje het Affärshuset Jussi, een net niet meer naar verf ruikend winkelgalerijtje met een snackbar, een kledingboetiek, een reisbureau, een kapper, een sportwinkel en een lampenzaak. Plus achterin een Björling-hoekje met een rode houten bank en wat foto's: Jussi in de rol van hertog van Mantua, Jussi bij het kerkje van Stora Tuna, vader David en drie zoons. Wie nog een stukje verder loopt, stuit, uit het zicht van het winkelend publiek, op een meer dan levensgroot portret van de zanger in jacquet.

Buiten op het pleintje, tegenover de redactie van Borlänge

Tidning, is een zingende Björling in brons op een voetstuk gezet. Het beeld legt wat karikaturaal de nadruk op zijn embonpoint. In de geopende mond heeft een grappenmaker kauwgum gelegd.

Om hem heen zetten in rode jacks gehulde mannen en vrouwen schragen neer waarop koffiekannen en ontbijtbordjes verschijnen. Een gitarist stemt zijn instrument, een zangeres probeert de geluidsinstallatie uit. Het groepje omstanders groeit ondanks de snijdende kou zienderogen. Eenzaam is alleen de man die op een paar zojuist aangeschafte skistokken leunt. Ze zijn, voor zover zichtbaar, rood-wit en daarom loopt iedereen met een boog om hem heen, ook al omdat hij wat gelaten in de verte staart.

Een winkelgalerij dus. En een standbeeld. En een weg (Vag), die een stukje parallel aan de spoorbaan loopt, langs die deprimerende flats en langs een piepklein lapje groen. En ook een naar hem genoemde bar, met op het menu Pasta Jussi.

Dus liggen er ook volop cd's van Björling in de winkels.

Vergeet het maar.

Dus bezit de ruim gesorteerde tweedehandsplatenzaak aan het winderige Sveatorget fraaie en zeldzame exemplaren van de zanger.

Vergeet dat ook maar.

NATUURLIJK maakt het museum alles goed. Het nieuwe museum wel te verstaan - in een voormalig, statig doktershuis uit 1926. Want er is ook nog steeds het oude museumpje, in het openluchtpark Gammelgården, opgetrokken uit planken van Björlings geboortehuis aan de Magasinsgatan (een straat die allang van de stadskaart is geveegd). Dat donkerrode blokhutje met veranda en groene, verweerde deur hield stand van 1969 tot 1994, maar leidde eigenlijk al die jaren een zieltogend bestaan, ondanks een onverwacht bezoek van koning Gustaaf VI.

Bij de overgang naar de jaren negentig zorgde de naam Björling in Borlänge voor een domino-effect. Eerst pikte dus de gemeente de naam op. Vervolgens kreeg Harald Henrysson - werkzaam in het platenarchief van de Zweedse radio en samensteller van een indrukwekkende Björling-discografie - in 1991 het verzoek een grote Memorial-expositie over de zanger in te richten. En ten slotte volgde in 1994 een tenorenwedstrijd, die inmiddels jaarlijkse traditie is.

Nee, niet ten slotte, want de climax werd natuurlijk het op 22 oktober 1994 door koning Karl Gustaaf geopende Jussi Björling Museet. En natuurlijk was niemand anders dan Henrysson, die zoveel lp's en later cd's van biografische kanttekeningen voorzag, de aangewezen man voor het conservatorschap. 'Björling was in mijn familie dé zanger. In mijn tienerjaren kreeg ik van mijn moeder een grammofoon en twee lp's van hem; een met Zweedse liederen en een met aria's. Sindsdien is hij mijn favoriet gebleven.' Sindsdien heeft hij hem ook geen dag meer losgelaten.

Hij zag hem één keer persoonlijk optreden, in Gröna Lund, het pretpark van Stockholm. Maar hij was pas 8 jaar en herinnert zich eigenlijk voornamelijk nog Björlings echtgenote, de sopraan Anna-Lisa Berg (inmiddels 88), 'die grote, prachtige vrouw in een lange, witte jurk'. Twee jaar terug stelde zij samen met de Amerikaan Andrew Farkas de biografie Jussi samen, waarin ze bewonderenswaardig openhartig, maar ook met veel mededogen over de verwoestende alcoholproblemen van haar man schreef.

Vrijwel zeker is Jussi Björling de enige artiest die lijfelijk zowel het tijdperk van akoestische en elektrische 78-toerenplaten als dat van mono- en stereo-lp's meemaakte. Toen het Björling Male Quartet tussen 1919 en 1921 door de Verenigde Staten toerde, werd een deel van hun repertoire op plaat vastgelegd. Volgens Henrysson moet dat tussen 6 en 9 februari 1920 zijn geweest. Jussi was dus net 9.

In het museum hangen ontroerende foto's van die drie jongetjes in de klederdracht van de provincie Dalarna, drie serieuze gezichtjes, drie opengesperde mondjes als de bekjes van hongerige vogeltjes. Ze markeren het begin van een ontdekkingstocht door een rijk zangersleven, volop ondersteund door beeld en geluid. Die tocht voert langs 's werelds grootste operahuizen, langs glansrollen in Roméo et Juliette, Faust, La Bohème en Madama Butterfly, langs het Caruso-kostuum uit Rigoletto dat Dorothy Caruso Björling cadeau gaf, hem daarmee uitroepend tot enige, echte opvolger van haar man, langs posters, karikaturen, knipsels, diploma's en medailles, langs de kleedkamer uit de Stockholmse opera, langs een filmzaal en een luisterkamer, om te eindigen bij de extra uitgave van Expressen met in vette kapitalen: Jussi död. Hjärt attack orsaken, en bij een nieuw contract van de Metropolitan Opera, dat hij niet meer kon nakomen.

De paraplu's op de foto geven aan dat het op 20 september 1960 tijdens de begrafenis in Stora Tuna regende.

Jussi Björling Museet, Borganäsvägen 25, S-784 33 Borlänge, tel: 0046.243.742.40, fax: 0046.243.742.41. E-mail: henryhar@msmail.borlange.se. Website: http://www.borlange.se/kultur/jussib/enjussib.htm. Open 1 jan-1 mei en 16 sept-31 dec di-vrij 12-17 uur; 15 mei-15 sept ma-vrij 11-18 uur, zat 10-14 uur, zon 12-17 uur. De museumwinkel telt naast T-shirts, foto's en posters de grootste cd-collectie van Björling ter wereld.

Bron: Anna-Lisa Björling en Andrew Farkas: Jussi (Amadeus Press 1996).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.