Pas op, ik ben nog onder constructie

Terwijl haar politieke toekomst onzeker is, spreekt de Franse staatssecretaris voor de Mensenrechten Rama Yade (32) over haar bewondering voor Nicolas Sarkozy, het slachtofferschap van links, haar opvoeding in Senegal en, natuurlijk, de mensenrechten....

Uitgerekend op 10 december, de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, werd Rama Yade door haar baas onderuitgehaald. ‘Het was een vergissing een staatssecretaris voor de mensenrechten te benoemen’, zei Bernard Kouchner, de Franse minister van Buitenlandse Zaken.

Het lijkt haar niet te deren. Niet alleen behoort ze mede dankzij haar onverschrokkenheid tot de meest geliefde leden van de regering, opiniepeilingen geven aan dat een meerderheid van de Fransen vindt dat haar staatssecretariaat moet blijven.

Rama Yade (net 32 geworden) is geboren in Senegal. Als meisje van 10 verhuisde ze naar Frankrijk, waar ze, met drie zussen, door haar moeder werd opgevoed, zestienhoog in de Parijse voorstad Colombes. Het was drie jaar geleden Nicolas Sarkozy, toen nog minister van Binnenlandse Zaken, die haar ervan overtuigde dat haar toekomst in de politiek ligt.

Een tengere gestalte achter een groot bureau in een uithoek van Quai d’Orsay, het massieve stadspaleis aan de Seine waar Buitenlandse Zaken is gehuisvest. Rama Yade ontvangt op het ministerie. Een week eerder zag het daar niet naar uit: ze lag ineens zwaar onder vuur. Eerst veegde president Sarkozy haar de mantel uit omdat ze zich niet kandidaat wilde stellen voor de Europese verkiezingen. Een paar dagen later zei Kouchner dat een staatssecretariaat voor de mensenrechten toch niet zo’n goed idee was.

Vanaf haar eerste dag als bewindsvrouw trekt Rama Yade de aandacht. Logisch: een jonge zwarte vrouw is geen alledaagse verschijning in een Europese regering. Ze mocht de president vergezellen op veel van zijn buitenlandse reizen, als uithangbord van het nieuwe Frankrijk van de verscheidenheid.

‘Frankrijk kan niet de deurmat zijn, waaraan een leider – terrorist of niet – het bloed kan afvegen’, zei ze een jaar geleden bij het staatsbezoek van de Libische leider Kadhafi aan Parijs. Een opmerking waarmee ze de harten van de Fransen stal, maar waarmee ze zich ook naar de rand van het kabinet manoeuvreerde.

Dat zou vaker gebeuren: ze trok partij voor krakers in Aubervilliers, verzette zich tegen de plannen om persoonsgegevens in detail vast te leggen en tegen het voorstel kinderen vanaf 12 jaar achter de tralies te kunnen zetten. Met lede ogen zag ze haar president naar de openingsceremonie van de Olympische Spelen vertrekken.

Rama Yade kijkt voorlopig niet verder dan de dag van morgen. Haar politieke toekomst is onzeker. ‘Ik probeer mijn taak naar beste inzicht te vervullen’, zegt ze als er kritiek wordt geuit.

In Senegal geboren, christelijk onderwijs in Frankrijk gevolgd, financiële steun van een communistische vereniging gekregen, overtuigd moslima geworden. Welke invloed is doorslaggevend?

‘Het geheel heeft me gevormd. Dat ik als islamitisch meisje op een katholieke school zat, bereidde me voor op de laïcité, wat immers niets anders is dan het naast elkaar laten bestaan van verschillende overtuigingen. De verhuizing naar Frankrijk opende me voor culturen en mensen, ongeacht waar ze vandaan komen. De wereld werd mijn horizon. Ik heb geleerd me niet over verschillen te verbazen, maar die als een aanvulling van mezelf te beschouwen. Maar pas op, ik ben nog onder constructie.’

Juist de onderlinge verschillen maken mensen toch interessant?

‘Dat kan zijn, maar je zoekt tegelijk een zekere rust bij mensen die op je lijken. Hoor je alleen bij je eigen groep, dan beperk je de mogelijkheden. Als staatssecretaris maakte ik al zeventig reizen. Hier achter mijn bureau voel ik de mieren in mijn benen kriebelen. Ben ik weg, dan verlang ik ernaar terug te komen. Je zoekt het onverwachte. Zo is het ook in de politiek: men rekende me tot links, ik ben bij rechts uitgekomen.’

Hoe komt iemand met uw overtuigingen op de rechtervleugel terecht?

‘Omdat ik een heer heb ontmoet die ik zeer bewonder; zijn naam is Nicolas Sarkozy. Hij is de man die Frankrijk verder kan helpen. Zijn overtuigingskracht ontroert me, ik herken veel in hem. Hij heeft me aangemoedigd in de politiek te gaan. Zonder hem was dat misschien ook gebeurd, maar later.’

Dus u bent niet van rechts, maar van Sarkozy?

‘Ik ben een autonome vrouw. Ik behoor aan niemand dan mezelf. Tegelijk ben ik lid van de UMP, de partij van Sarkozy. Ik deel vaak hun opvattingen, de manier waarop de partij zich ontwikkelt, bevalt me. Voordat Sarkozy die veranderingen in gang zette, was dat niet het geval. Rechts verandert en maakt vorderingen, terwijl links in Frankrijk conservatief en onbeweeglijk is, zich beperkt tot reageren op alles wat de regering voorstelt en de blik afwendt van de toekomst.

‘Het is ook links dat het slachtofferschap uitvent: het volk dat slachtoffer is van de regering, de zwarte die slachtoffer is van het systeem. Dat is de ideologie van de ontkenning. Het slechtste wat je kunt doen, is iemand in zijn slachtofferschap bevestigen. Je moet zelfstandigheid aanmoedigen, middelen geven om verder te komen. Zelfstandigheid is het eindpunt van emancipatie en het begin van de weg naar waardigheid. Links heeft een zeer respectabele geschiedenis van sociale strijd. Maar nu vervult het die rol niet. Dat is betreurenswaardig, voor heel Frankrijk.’

Uw vader was de rechterhand van de Senegalese president Senghor. Was hij het die uw engagement aanwakkerde?

‘Hij was een hoge ambtenaar, geen politicus. Wel werd thuis veel over politiek gesproken. We keken naar de debatten tussen Giscard d’Estaing en Chirac, tussen Mitterrand en Chirac. Ik hield daarvan, ik zag mensen die het beste gaven wat ze hadden om de staat te dienen.

‘Een geregeld leven met een baan en een gezin had me best gepast. Maar ik kreeg aandrang me op de buitenwereld te richten, iets te doen dat groter is dan ikzelf. Dat mijn moeder lerares geschiedenis was, heeft mijn belangstelling voor het collectieve verhaal aangewakkerd. Het gaf me het verlangen geen toeschouwer te zijn, maar deel te nemen. Daarna was het Sarkozy die daartoe de mogelijkheden schonk. De capaciteiten moet ik vervolgens zelf ontwikkelen.’

Heeft u geaarzeld toen Sarkozy u vroeg toe te treden tot de regering?

‘Als de president je vraagt, moet je vertrouwen hebben. Tevoren heb ik afwegingen gemaakt. Ik was al vijf jaar verbonden aan de Senaat. De passie, de cultuur en de omgangsvormen van de politiek waren me niet onbekend.’

Verbleekte u toen u hoorde dat het de portefeuille mensenrechten zou worden?

‘Integendeel. Het is een prachtige missie die ik met vreugde heb aanvaard.’

Tegelijk is het een van de moeilijkste posten. Uw positie dwingt u geregeld kritiek te uiten op uw collega’s. In de regering heeft u de rol van vijfde colonne.

‘Ik wil hen niet in verlegenheid brengen en probeer mijn kritiek te beperken. Als er wat is, zeg ik dat bij voorkeur niet in het openbaar; een minimum aan solidariteit is gewenst. Ieder heeft zijn verantwoordelijkheid: de minister van Huisvesting moet tegen slechte woningen strijden, de minister van Justitie tegen overvolle cellen. Ik hoor bij Buitenlandse Zaken, mijn werkterrein is dus internationaal.’

Maar mensenrechten moeten overal worden toegepast, dat houdt niet op bij de grens van Frankrijk.

‘Iedere minister verdedigt op zijn eigen terrein de mensenrechten. Soms neem ik bewust de ruimte om me met een binnenlandse affaire bezig te houden. Toen ik de krakers in Aubervilliers steunde, wilde ik laten zien dat mensenrechten in het buitenland verbonden zijn met de toepassing ervan in Frankrijk. Dat kwam me op een reprimande te staan van de eerste minister: je moet je plaats kennen.’

Kort voordat u als staatssecretaris begon, verscheen uw boek Noirs de France (zwarten van Frankrijk). Waarom dat onderwerp?

‘Kijk, mensen zien dat ik zwart ben, daar kan ik me niet aan onttrekken. Ik wilde vertellen wat dat in Frankrijk betekent, en ik wilde dat doen voordat ik me in de politiek zou storten. Dan is dat achter de rug en kunnen we het over iets anders hebben. Tegen de zwarten hier wilde ik zeggen dat er van alles mogelijk is, maar dat de enige toekomst die ze hebben binnen de republiek ligt, niet in de marge ervan. Het moest ook een boodschap van hoop voor de banlieues zijn, door te vertellen wat zwarten hebben bijgedragen aan de samenleving. Daar komt bij dat in Frankrijk weinig over dit onderwerp is geschreven.’

De toon van het boek is soms nogal boos. Bent u dat nog steeds?

‘Het is minder geworden, maar nog steeds voel ik soms woede. Dat is niet erg: het zet je aan tot handelen. Het ontkrachten van vooroordelen was de belangrijkste opgave. Ik wil het drama terugdringen. Zwart zijn, is geen probleem: voor mij niet, voor niemand niet. Het is ook geen verdienste: het is een staat van zijn, dat is alles.

‘Blank en zwart, we zijn allemaal Fransen – omdat we van dit land houden, omdat we hier staatsburger zijn. Daar moet je voor vechten. Daarom praat ik over vooruitgeschoven posten: zwarten in de politiek, in de media, in de sport. De republiek moet op zijn beurt zijn kinderen aanvaarden, zelfs als ze zwart zijn. Er zit niets anders op, want vertrekken doen we niet.’

De VS krijgen een zwarte president. Rotterdam, de tweede stad van Nederland, krijgt een burgemeester van Marokkaanse komaf. Uw Franse lijstje met politici van allochtone origine beperkt zich tot een paar dorpsburgemeesters. Is een Franse Aboutaleb mogelijk?

‘De VS hebben 42 zwarte senatoren, twee ministers, straks een president; de burgemeester van Washington is zwart, die van Detroit ook. In Nederland is 10 procent van de volksvertegenwoordigers gekleurd. Hier is er één uit Guyana. Ik vind dat niet normaal.

Vroeger kwamen de zwarte intellectuelen uit Amerika naar Parijs, omdat ze blanken wilden ontmoeten, terwijl dat bij hen verboden was. Nu hebben zij een zwarte president en zitten wij met lege handen.

‘Een zwarte burgemeester van Parijs is voorlopig ondenkbaar. Dan moet eerst het politieke systeem veranderen, dat nu integratie tegenwerkt. Daar is haast bij; de Fransen zelf zijn er klaar voor. De volksvertegenwoordiging weerspiegelt nu de samenleving niet.

‘Sablé-sur-Sarthe, een stadje in de Loire, had al in de jaren dertig een zwarte burgemeester. Gaston Monnerville, afkomstig uit Guyana, was in de jaren zestig voorzitter van de Senaat, en daarmee de op een na machtigste man van het land. Zoiets zou nu ondenkbaar zijn. We zijn dus achteruit gegaan. Gekleurde Fransen melden zich uit zelfbescherming niet voor politieke functies.

‘Sarkozy heeft mensen uit de immigratie naar voren gehaald. Met positieve discriminatie kun je dat proces versnellen. Hetzelfde geldt voor vrouwen en jongeren, die ook weinig zeggenschap hebben.’

Zijn het nog steeds de mannen van de generatie 1968 die Frankrijk besturen?

‘In zekere zin wel.’

Heeft Sarkozy u gekozen omdat u zwart bent?

‘Nee zeg, dat is een verkeerde suggestie. Hij kent me allang.’

Maar stel dat hij moest kiezen tussen mensen met hetzelfde talent en een verschillende huidskleur*

‘Talent* dat klinkt al beter. Dat hij me de kans gaf – misschien had dat met mijn huidskleur te maken. Daarna heeft hij me op de proef gesteld. Als ik niet was bevallen, zou ik eruit vliegen.’

Vorige week was het feest van de Verklaring van de Rechten van de Mens. Was dat een feestdag voor u?

‘Waarom zou dat niet zo zijn?’

Omdat uitgerekend op die dag Kouchner meldde dat een staatssecretariaat voor de Mensenrechten bij nader inzien geen goed idee was.

‘We hebben de pagina omgeslagen. Het ging niet om mij, maar om de functie. Die heb ik niet zelf bedacht.’

Heeft hij in de kern gelijk? Is het vertekenend om je als staatssecretaris met alle mensenrechten bezig te houden, behalve met die in eigen land?

‘In 1986 had Frankrijk een minister voor Mensenrechten, Claude Malhuret, die direct onder de minister-president viel en zich op alle gebieden mocht weren. Het was een hel, vertelde hij me. Hij lag noodgedwongen altijd met zijn collega’s overhoop. Dan is mijn positie beter.’

U heeft zich het afgelopen jaar ook beziggehouden met het lot van Ayaan Hirsi Ali. Was het een goed idee haar de Franse nationaliteit aan te bieden?

‘De fatwa heeft niets met haar nationaliteit te maken. Haar veiligheid is in het geding. Als ze hier komt, wordt die door ons gegarandeerd. Dat doen we voor iedereen die onder een religieuze banvloek staat, ook voor Taslima Nasreen. Of ik het eens ben met wat Ayaan zegt, doet er niet toe. Ze heeft het recht haar mening te geven, de erfenis van Voltaire moet verdedigd.’

Zijn de mensenrechten onlosmakelijk verbonden met de Franse identiteit?

‘Ze zijn een erfenis van de Franse revolutie. Frankrijk legde als eerste vast dat iedereen waar ook ter wereld gelijk geboren wordt. Dat geeft ons een historische verantwoordelijkheid. Frankrijk is meer dan alleen de vijfde economische macht. Mensenrechtenactivisten waar ook ter wereld verwachten dat Frankrijk de vrijheid uitdraagt.

‘Dat betekent dat we een voorbeeldrol hebben. In 2003 waren we op Italië na het land dat het vaakst door het Europees Gerechtshof werd veroordeeld wegens schendingen van mensenrechten. We zijn opgeschoven naar de tiende plek. De cellen zijn nog overvol, sommige huisvesting is slecht, de toestand in de banlieues moet verbeterd. Dat doe je niet van de ene op de andere dag.

‘Tegelijk hebben we een vrije pers die ons daar op kan wijzen, je kunt de straat op om te demonstreren, er zijn rechters, je kunt stemmen. In Birma is dat allemaal niet mogelijk. Daarom zit ik goed bij Buitenlandse Zaken.’

U weigert kandidaat te zijn bij de Europese verkiezingen. Klopt het dat de president daar niet blij mee was?

‘Tegen mij heeft hij dat niet gezegd. Ik wil me graag in een verkiezingsstrijd mengen, maar wil eerst meer nationale ervaring opdoen. Dat is een gangbaarder parcours.’

Hoe ziet u uw toekomst?

‘Dat kan ik niet zeggen. Het hangt af van wat de president wil. Hij besluit. Blijft het mensenrechten, dan is dat goed. Er is nog werk genoeg. Maar ik praat niet aan de hand van hypothesen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden