'Pas op dat je geen bobo wordt, zei iemand, maar zo ben ik niet'

Als aanstaand voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF bezoekt hij de Winterspelen. ‘Tuitert schreef wel een heel bijzonder jongensboek.’..

Altijd zal oud-wereldkampioen Jeroen Straathof bijblijven waar hij de olympische droomrace van Mark Tuitert op de 1500 meter heeft gezien. ‘In een Frans hotelletje, 120 kilometer boven Dijon. Ik had ’s nachts de wekker gezet in de hoop dat Eurosport het schaatsen zou uitzenden. Moest ik eerst nog wachten op een of andere curlingwedstrijd.’

Ook op zijn lijstje stond Shani Davis bovenaan, aldus Straathof. ‘Brons leek me voor Tuitert het maximaal haalbare. Hedrick was gevaarlijk en ik was benieuwd naar die Koreanen. Ik denk dat het voor Tuitert een voordeel was dat hij voor Davis startte. Mark moest zijn eigen race rijden en ik zag dat hij meteen in zijn ritme zat. Ik kreeg vooral kippenvel van zijn tijd. 1.45,5 is onder die omstandigheden indrukwekkend.’

Ergens herkende Straathof zich in de kampioen op wie niemand had gerekend. In 1996 veroverde hij bij de eerste WK afstanden de titel op de 1500 meter. ‘Bij een wereldbekerwedstrijd in Calgary was ik zevende of achtste. Twee weken later werd ik in Hamar wereldkampioen, terwijl ik drie seconden langzamer reed dan de winnende tijd in Calgary. De omstandigheden waren in mijn voordeel.

‘Ik was een krachtige schaatser die het van zijn conditie moest hebben. De Japanner Noake was de man van de snelle openingen, hij ging kapot in de laatste ronde. In Vancouver gold hetzelfde. Zelfs Davis kon niet doortrekken, al kon hij zich niet optrekken aan zijn tegenstander en moest hij de laatste buitenbocht rijden.’

Twee werelden raken elkaar op de middenafstand, de klassieke confrontatie tussen sprinters en stayers. Straathof: ‘Tuitert kon versnellen op het rechte eind, hij vond de ideale balans. Een olympische titel is al een jongensboek, maar hij heeft wel een heel bijzonder boek geschreven.’

Straathof zag bij het OKT in Heerenveen hoe Erben Wennemars op de 1500 meter op één honderdste seconde de Spelen miste. ‘Bij mijn ijsclub wilden ze de kampioenen uit het verleden eren. Ik heb een foto gekozen van mijn wereldtitel bij de junioren, toen ik met één honderdste seconde verschil kampioen werd. Ik weet als geen ander hoe klein de marge is tussen winnen en verliezen.’

In mei volgt de 37-jarige Straathof tafeltennisser Trinko Keen op als voorzitter van de atletencommissie van NOC*NSF. Vandaag is hij aangekomen in Vancouver om zich voor te bereiden op die functie. ‘Ik ben benieuwd om te zien hoe de Winterspelen zijn veranderd.

‘Ik heb in 1994 de knusse Spelen van Lillehammer meegemaakt. Daaraan deden drieduizend sporters mee, net zoveel als bij de Paralympics in 2000 in Sydney. Het geeft aan hoe klein de Winterspelen zijn. Ik zit tussen twee werelden in. Ik ben geen topsporter meer, maar ook geen echte bestuurder. Iemand zei tegen me: pas op dat je geen bobo wordt. Gelukkig word ik zo dus nog niet gezien.’

Straathof beseft dat het schaatsen internationaal een kleine sport is. ‘Schaatsen is alleen een wereldsport in Nederland. Internationaal zijn sporten als kunstrijden en ijshockey veel groter. Annita van Doorn heeft gelijk als zij zegt dat shorttrack mondiaal meer aanzien heeft dan langebaanschaatsen.

‘Leuk dat Nesbitt voor Canada goud wint op de 1000 meter, maar de Canadezen dromen toch vooral van de olympische titel voor de ijshockeyers. En curling staat daar op de tweede plaats. We moeten oog houden voor de ontwikkeling van andere landen.

‘Nu is de olympische status van schaatsen onomstreden, omdat Nederland er zoveel geld in stopt. Maar het moet wel een mondiale sport blijven. Honkbal is van de Spelen verwijderd, omdat het toch als een Amerikaans feestje werd gezien.’

Voor het adviesbureau BMC analyseert Straathof momenteel het sportbeleid van de gemeente Den Haag. ‘Ik moest nog kiezen voor een mts-diploma, omdat de hts niet wilde meewerken aan mijn sportcarrière. Nu is dat veel beter georganiseerd. Toch valt er nog een wereld te winnen voor de topsport. Kijk naar de plaats die sport inneemt op de rijksbegroting en leg die naast het onderwijs of de zorgsector. Dan moeten we een flinke inhaalslag maken.

‘Ik vond het zorgwekkend om te horen dat 85 procent van de gemeenten willen bezuinigen op sport. Hoe belangrijk vinden we sport dan werkelijk in Nederland? We hebben een prachtig olympisch plan, maar we moeten wel keuzes durven maken. Ik wil straks als voorzitter van de atletencommissie de verbindende schakel worden tussen sporters en samenleving. Maar Keen is nu nog voorzitter, ik loop hem niet voor de voeten.’

Een brugfunctie vervulde Straathof reeds tien jaar geleden als valide deelnemer aan de Paralympics waar hij de blinde Jan Mulder bij de 4 kilometer achtervolging op de tandem aan een gouden medaille hielp. ‘Ik zag het niet zozeer als emancipatie van de gehandicaptensport. Er is een veel groter belang: de integratie van de sporter met een handicap.

‘Uit de diverse benamingen blijkt al dat we er in Nederland moeite mee hebben. Gehandicaptensport, sporten met beperking. Mijn vriendin heeft een handicap, maar ze is niet gehandicapt. Ze doet als rolstoelbasketballer niet aan gehandicaptensport. Voor mij zijn de deelnemers aan de Paralympics volwaardige sporters.

‘Je moet niet zeggen: goh, wat zielig dat je in een rolstoel zit en knap dat je toch kunt basketballen. Het zijn normale mensen, hoor! Natuurlijk mag je je op de Paralympics afvragen wat topsport is en wat niet.

‘Maar die keuzes maakt Maurits Hendriks ook als technisch directeur van NOC*NSF om Nederland tot de toptien van de wereld te laten behoren. André Cats moet als chef de mission van de Paralympiërs ook bepalen in welke sporten hij wil investeren.’

Voor iedereen een medaille bij de Paralympics; ook dat beeld is gecorrigeerd, aldus Straathof. ‘In Nederland wordt al veel strenger geselecteerd. Het signaal is wel dat bonden meer aandacht moeten geven aan sporters met een handicap. Je kunt zeggen dat het rolstoeltennis een klein onderdeel vormt van het ATP-toernooi in Rotterdam. Maar directeur Esther Vergeer vindt het geweldig dat haar sport er een plek heeft gekregen. Vijf jaar geleden dacht niemand er aan.

‘Ik leg mijn gouden medaille van de Paralympics niet naast die van de 1500 meter op de WK afstanden. Ik vergelijk het schaatsen ook niet met mijn latere carrière als wielrenner. Maar ik heb voor mijn gevoel ook bij de Paralympics aan topsport gedaan.

‘Ik heb me twee jaar lang intensief met Mulder voorbereid. Wij moesten concurreren met Spanjaarden die dankzij de inkomsten van een speciaal voor gehandicapten opgezette loterij als profsporters werden betaald. Mulder was een eenling als Inge de Bruijn. Vergeer kwam ook niet bovendrijven, omdat het rolstoeltennis zo goed was georganiseerd. De ambities van het individu leiden vaak tot topprestaties, ze zouden meer het gevolg moeten zijn van bondsbeleid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden