Pas na jaren realiseerde ik me dat oom Driss ernstig verslaafd was aan cannabis

Beeld Eva Roefs

Mijn oom komt op bezoek! Ik ben als een kind zo blij en houd m'n blik ongeduldig op de schuifdeuren van aankomsthal 4, waar iedereen al lijkt te zijn geland, behalve hbibi (oom) Driss. Ik heb 'm voor het laatst gezien in 2007, toen ik hem bezocht in Rome, onnodig lang geleden. Met mijn zusje kijk ik op naar de hysterische heliumballonnen boven ons hoofd, ik vraag haar of het niet geinig is zo'n ding voor hbibi te kopen. Ze vindt er niks geinigs aan en zegt dat we voor dat geld beter ijsjes kunnen halen. Mijn moeder negeert onze keuzestress. Ze vindt het belangrijker vast te stellen dat er bar weinig politie rondloopt met al die enge terroristen om ons heen, en kijkt alle mannen die lijken op haar broer argwanend aan. Je kunt op Schiphol dus niemand meer van achter besluipen, want wanneer mijn oom dat doet, schrikt mijn moeder zich een hoedje en duurt het even voordat ze doorheeft dat hij het is. We hebben weer familie.

Mijn moeder komt uit een groot nest dat niet veel voorspoed heeft gekend. Haar vader overleed op jonge leeftijd en liet mijn oma achter met zes kinderen. De jongste nog een kleuter, de oudste een werkloze twintiger. Ze vonden het in Marokko leuker een extravagante moskee in de oceaan neer te zetten, dan om de sociale voorzieningen goed te regelen, dus mijn oma moest maar zien hoe ze alle monden voedde. Het zevende kind, dat toen al in het rijke Europa woonde, bleek haar redding: mijn moeder maakt tot op de dag van vandaag elke maand geld over, zodat oma boodschappen kan doen en de rekeningen kan betalen.

Waar mijn vader uit een redelijk welgestelde familie komt, werd ik als kind elke zomer geconfronteerd met de armoede van mijn moeders familie. Eén van mijn tantes werd van school gehaald en zo snel mogelijk uitgehuwelijkt, dat was één zorg minder. Mijn vier ooms moesten zien dat ze snel mans genoeg waren om het huishouden te dragen, iets dat ze nooit is gelukt.

Het werk ligt in Marokko niet bepaald voor het oprapen en behalve aan geld ontbrak het misschien wel het meest aan vaderlijk leiderschap. Driss was een eigenwijs jochie van 15 toen zijn vader stierf. Al snel liet hij de lessen op school voor wat ze waren en begon hij te klooien. Er verpieterden genoeg afgestudeerde werklozen om hem heen, terwijl het land elke zomer volstroomde met mooie auto's uit Europa, dus waarom zou hij verder leren? Hij zette zijn zinnen op Spanje; daar zou hij een baan vinden waarmee hij vanaf relatief korte afstand het gezin uit de ellende kon trekken. Maar een visum voor Spanje was toen al geen strooigoed en na elke mislukte poging raakte hij verder teleurgesteld. Ik zag mijn oom veranderen van een knappe, muzikale jongen in een gefrustreerde man, die langzaam wegzakte in een depressie.

Het woord depressie wordt door Marokkanen al weinig uitgesproken, het woord verslaving zo mogelijk nog minder. Het duurde jaren voor ik me realiseerde dat Driss ernstig verslaafd was aan cannabis en dat hij geholpen moest worden. Er werd simpelweg niet over gesproken en ik was een te naïef kind om door te hebben wat er met mijn lievelingsoom aan de hand was. Ik zag alleen dat hij vel over been was, waardoor ik elke maaltijd naast hem ging zitten en hem aanmoedigde een paar happen extra te nemen. Verder viel ik 'm lastig met slechte grappen over zijn veel te zachte handen die nooit hadden gewerkt. Het werd steeds moeilijker hem aan het lachen te krijgen en de laatste zomers bleef ik maar zwijgend naast hem zitten. Dan zat hij tenminste niet zo alleen. Achteraf vraag ik me af of ik niet meer had moeten doen, misschien op zijn minst het probleem aansnijden. Maar ik schaamde me voor mijn onmacht en voor mijn veel te mooie gympen. Die kon ik met m'n bijbaantje na school zomaar kopen, ik had er niet eens lang voor hoeven sparen.

Als ik Driss nu terugzie, valt me op dat hij een stuk kleiner oogt dan ik me kan herinneren. Dan realiseer ik me dat hij is aangekomen. Hij is al jaren afgekickt, getrouwd met een lieve vrouw en leidt een fantastisch saai bestaan. Mijn oom is een gelukszoeker zoals iedereen in dit leven het geluk najaagt. Waarom ik wel en hij niet het leven mocht beginnen in een land vol mogelijkheden, lijkt volstrekt willekeurig en maakt dat ik me vaak afvraag wat er van mij was geworden als mijn moeder niet met ons naar Nederland zou zijn gekomen. Ik zou zeker geen advocaat zijn geworden en evenmin columnist bij de Volkskrant. Maar ik was ongetwijfeld een eigenwijs grietje geworden. Aard van het beestje, daar is niets tegen te beginnen.

Reageren? hayat@volkskrant.nl

Meer Hayat

Deze 'buitenlander' heeft wat ambivalente gevoelens over honden
Veel Marokkanen hebben weinig op met honden. Aanvankelijk ook de familie van Hayat. Maar een hond in een tasje is een ander verhaal.(+)

Ik zou vooral willen dat mijn moeder trots is op zichzelf
Als haar moeder een schouderontsteking krijgt en zich ziek meldt bij haar werkgever, ontdekt Hayat hoe zij daar behandeld wordt.(+)

De Nederlandse naaktheid gaat mij soms wat te ver
Prima die Nederlandse openheid op het gebied van seksualiteit en naaktheid. Maar soms loopt het Hayat allemaal over haar schoenen.(+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden