'Papamadi' houdt zijn handen vrij; 'Misdaad' Rwanda

Jean-Christophe Mitterrand heeft weinig weg van zijn illustere vader. Hij is grof gebouwd, spreekt in brokkelige zinnen en friemelt nerveus met zijn vingers....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Aan camera's is de voormalige leider van de 'Afrikaanse cel' van het Elysée in de periode 1986-'92 zichtbaar minder gewend dan de vier ministers die een dag eerder de naam van Frankrijk hoog hielden.

De verwachtingen zijn wat betreft zoon Mitterrand hooggespannen. Ex-premier Balladur, ex-minister van Buitenlandse Zaken Juppé, collega van Defensie Léotard en van Ontwikkelingssamenwerking Roussin hadden dinsdag allevier bezworen dat de Franse regering tijdens de Rwandese genocide niets te verwijten viel.

Balladur had, verwijzend naar de archieven, gezegd dat de Franse wapenleveranties aan de Hutu-regering van Rwanda 'buitengewoon beperkt' waren geweest. Dit gold voor het jaar dat hijzelf premier was, voorafgaand aan 6 april 1994 toen president Habyarimana met vliegtuig en al werd neergeschoten.

Die moord was het sein voor de massale slachting van de Tutsi's. Onder meer de aanleiding voor dit parlementaire onderzoek was de recente onthulling dat Frankrijk nog wapens leverde, nadat de genocide was begonnen.

Voor die mogelijkheid had Balladur enige ruimte gelaten. Met de wending dat hij er 'in de huidige stand van mijn kennis' geen weet van had. Mocht het gebeurd zijn, dan 'buiten de officiële circuits'.

Juist over de beruchte informele Franse kanalen zou Jean-Christophe uitsluitsel kunnen geven. Zoon Mitterrand, destijds in Afrika bijgenaamd 'Papamadi' (papa m'a dit, papa-heeft-me-gezegd), was de erfgenaam van de ondoorzichtige 'Afrikaanse cel' van het Elysée, het bouwwerk van De Gaulles Monsieur Afrique, Jacques Foccart.

Daar werd de Afrikaanse politiek van Frankrijk gemaakt, gebaseerd op persoonlijke contacten en in hoge mate oncontroleerbaar.

Daar werd ook François Mitterrands bijzondere belangstelling voor de Franse achtertuin vormgegeven. Le Monde van dinsdag onthulde nog dat de 'cel' zich direct met de Rwanda-crisis tussen 1990 en 1994 bezighield.

Maar Jean-Christophe Mitterrand kiest de aanval en steekt een referaat af dat begint met de weigering van een 'Afrikaanse cel' te spreken. Hij heeft het liever over een 'équipe'. Nee, anders dan de kranten beweren, kent hij de zoon van president Habyarimana niet. Nee, hij beschikt niet over Afrikaanse hectares waarop hasj wordt verbouwd. En nee, afgezien van één enkele keer in tien jaar tijd maakte hij geen geheime Afrikaanse reizen voor de president.

Voor zoon Mitterrand kenmerkte de Afrikaanse politiek van zijn vader zich door 'alles te doen om het regime van president Habyarimana te buigen in de richting van meer democratie'.

Na de gedetailleerde uiteenzetting over zijn laatste twee jaren op het Elysée volgen wonderlijk weinig kritische vragen van de commissieleden over de 'Afrikaanse cel'. Toch blijven er kwesties te over. De Franse militaire bijstand aan Rwanda bijvoorbeeld, die tussen 1991 en 1993 opliet van 7 miljoen naar 55 miljoen franc.

Of de operatie 'Noroît' waarmee Frankrijk met vierhonderd para's de Rwandese regering tussen 1990 en 1993 terzijde stond. Dit alles precies in de tijd dat de Hutu-bevolking al werd opgezweept tegen de Tutsi's.

Jean-Christophe kan in betrekkelijke rust zijn verhaal doen, net als een dag eerder de vier naast elkaar gezeten ex-regeerders pas na twee uur voorzichtig aan de tand werden gevoeld over de verhouding tussen Elysée en Matignon in Afrikaanse zaken.

De beleefdheid waarmee vragen worden gesteld, contrasteert opvallend met het gebruikelijke geroep waarmee een 'vijandelijke' volksvertegenwoordiger wordt onthaald in de Assemblée.

De twintig parlementariërs - tien uit de commissie Defensie, tien uit die van Buitenlandse Zaken - draaien nog steeds onwenning in hun controlerende rol. Zeker op het gebied van buitenlandse politiek, en helemaal wat betreft Afrika, is die voor Frankrijk een novum.

'Er bestaat een soort stilzwijgende overeenstemming dat de macht zijn handen moet kunnen vrijhouden', zegt hoogleraar buitenlandse kwesties Sammy Cohen in Libération van gisteren.

Jean-Christophe Mitterrand pakt tijdens zijn betoog uit over de 'insinuaties' en 'belastering' waarvan hij het slachtoffer is geweest.

Dinsdag vormde de 'weerzinwekkende, gewelddadige, partijdige, vaak zelfs hatelijke campagne' (Balladur) de hoofdschotel tijdens het onderhoud van de commissie met de vier politici.

Vooral Balladur had het te kwaad met het onderzoek naar 'het enige land in de internationale gemeenschap dat probeerde iets te doen'.

Vooral de eerder geuite veronderstelling dat de raketten waarmee het vliegtuig van Habyarimana waren neergehaald, uit Franse handen afkomstig waren, kon niet door de beugel.

Achter de veronderstelde campagne bleven oude Frans-Amerikaanse wrijvingen nauwelijks verscholen. 'Wie had er voordeel bij deze misdaad?', vroeg Alain Juppé, die eraan herinnerde dat de Ugandese president Museveni mede aan de macht geholpen was door in Amerika getrainde Tutsi-militairen. 'Is het zo duidelijk genoeg?', vroeg Balladur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden