Interview Aziz Rehman

Pakistaan Aziz Rehman zwerft al 14 jaar door Europa: ‘Pas als ik levensmoe ben, ga ik misschien terug’

Hoeveel vluchtelingen Europa moet toelaten is een politieke kwestie. Maar in zijn contacten met vluchtelingen krijgt Peter Giesen vaak bewondering voor hun wilskracht en overlevingskunst. Zoals bij de Pakistaan Aziz Rehman, die al veertien jaar door Europa zwerft.

Rehman in Evreux: 'Mijn vader zei: ga naar een veilige plaats. Je wordt een probleem voor de hele familie.' Beeld Henk Wildschut

Een rijkdom aan schimmels woekert op de muren van de flat, als een abstract schilderij van dubieuze kwaliteit. Maar de Pakistaan Aziz Rehman (44) hoor je niet klagen. Hij heeft erger meegemaakt: een gevangenis in Bulgarije, de ‘jungle’ van Calais, verkapte slavernij in Italië, slapen onder een brug in Parijs. Veertien jaar duurt zijn odyssee door Europa inmiddels.

Evreux

De karig ingerichte flat ligt in een armoedige buitenwijk van Evreux in Normandië. ’s Avonds wordt er op straat in drugs gehandeld, zegt hij. Maar het is er in elk geval warm, droog en veilig. Aziz heeft even rust en wacht op een beslissing over zijn asielaanvraag in Frankrijk. Hij heeft zo lang in Frankrijk gezeten dat hij niet meer onder de ‘Dublin-regels’ valt. Hij zal niet worden teruggestuurd naar een ander Europees land. Binnen een paar maanden verwacht hij te horen of hij in Frankrijk mag blijven, maar het kan ook langer duren.

De afgelopen jaren kwam ik honderden van zulke mannen tegen, soldaten in een leger van wanhopigen die een plekje proberen te veroveren in een Europa waar ze nergens gewenst zijn. Ik trof ze in Calais en in Zuid-Frankrijk, waar sommigen zes uur op slippers over een verlaten spoorweg liepen om illegaal de grens over te steken. En vlak bij mijn flat in Parijs, waar Afghanen in de sneeuw kampeerden langs het Canal Saint-Martin.

Het is een politieke vraag hoeveel vluchtelingen Europa moet toelaten. Maar in menselijk opzicht is het moeilijk om geen bewondering te hebben voor deze mannen (en soms vrouwen), hun wilskracht, energie, doorzettingsvermogen en overlevingskunst. Dat geldt ook voor Aziz, een man die ik leerde kennen via fotograaf Henk Wildschut, maker van het bekroonde fotoboek Ville de Calais. Zijn verhaal is voor mij niet controleerbaar en roept soms vragen op, maar een ding lijkt me duidelijk: Aziz is een man die alles heeft verloren. Als hij veilig zou kunnen terugkeren naar Pakistan, had hij dat allang gedaan.

Als Aziz ons van de trein haalt, is hij vriendelijk als altijd. Door andere migranten wordt hij ‘oom’ genoemd, omdat hij ze zo behulpzaam wegwijs maakt in de Franse asielbureaucratie. Maar hij ziet er grauw uit en maakt een matte indruk, murw geslagen door de ontberingen, het zwerven, het niets doen en het wachten op een beslissing van de autoriteiten.

Had je ooit verwacht dat je in zo’n situatie zou terechtkomen? Hoe was je jeugd?

‘Ik kom uit de tribale gebieden waar Pakistan aan Afghanistan grenst. Destijds waren er geen fatsoenlijke scholen, alleen madrassa’s, islamitische scholen. Als iemand ziek was, werd hij per ezel uit de bergen naar de grote weg vervoerd. Van daaruit kon je verder naar het ziekenhuis in de stad. Na zonsondergang kon je niet meer uitgaan. Te gevaarlijk. Maar mijn kindertijd was oké. We wisten niet beter.

‘Problemen werden onderling opgelost door de stamhoofden. Als iemand een moord had gepleegd, werd hij doodgeschoten. Alles veranderde toen de Taliban kwamen. Als je had gebeden in de moskee, zeiden ze: heb je gebeden? Ik heb het niet gezien, je moet opnieuw bidden. Alle mannen moesten hun baard laten staan, vrouwen mochten het huis niet meer uit. Zelfs in de dorpen mochten ze niet meer op het land werken. Elk huis moest worden afgestaan aan de Taliban. Als je dat niet kon of wilde, moest je geld geven. Rijke mensen betaalden soms wel 50 duizend dollar.’

Liep je persoonlijk gevaar?

‘Ik had achttien jaar voor de Pakistaanse luchtmacht gewerkt als technicus. Iedereen die voor de regering had gewerkt, werd bedreigd. Ze zeiden: jij hebt voor onze vijand gewerkt, jij bent geen moslim. Er werd een granaat naar ons huis gegooid. Mijn vader zei: ga naar een veilige plaats. Je wordt een probleem voor de hele familie.’

Edinburgh

In 2004 nam Aziz het vliegtuig naar Groot-Brittannië en vroeg er asiel aan. Hij kwam terecht in Edinburgh, waar hij zich aanvankelijk zo ellendig en eenzaam voelde dat hij terug wilde naar Pakistan, het gevaar op de koop toenemend. Hij meldde zich op een politiebureau. Aziz: ‘De agenten zeiden: terug naar Pakistan? Je bent gek! Heb je een vriendin hier? Je verveelt je, je moet je amuseren. Ze namen me mee naar een disco. Toen ik binnenkwam, rook ik de alcohol, alsof ik een ziekenhuis binnenliep. Verschrikkelijk. Daarna kwamen ze vaak bij me thuis, als ze Pakistaanse thee nodig hadden. Ze waren heel aardig.’

Vond je ook een vriendin?

‘Nee, ik was veel te druk. Ik had een tijdelijke verblijfsvergunning en werkte van ’smorgens vroeg tot ’s avonds laat in een slagerij. Ik wist niets van het slagersvak, maar William, een Schot, leerde me hoe het moest. Hij stuurde me een koelcel in. In een kwartier moest je een schaap hebben uitgebeend. De eerste keer deed ik er drie kwartier over. Toen ik uit de kelder kwam, was ik helemaal verkild. Maar zo heb ik het geleerd. Uiteindelijk verdiende ik 50 pond per dag. Ik verdiende goed, het meeste stuurde ik naar Pakistan. Ik woonde met andere Pakistanen in een huis met drie slaapkamers. Daarvoor betaalden we 350pond per maand.

‘Toen werd mijn vader in Pakistan vermoord. Ik moest even terug om dingen voor mijn familie te regelen. Ik heb hem niet meer gezien, hij was al begraven toen ik kwam. Zeven dagen later ben ik weer weggegaan. Ik ging naar de Britse ambassade, maar die wilde me geen visum geven voor de terugreis. Je bent een asielzoeker, zeiden ze, wat doe je in Pakistan?’

Waarom ben je teruggegaan? Het was toch belangrijk voor je dat je in Groot-Brittannië zat?

‘Ik moest wel terug. Ik moest mijn familie helpen. Ik ben de oudste en enige zoon van de familie, ik heb maar een zus. Het was mijn verantwoordelijkheid.’

Calais

Zo begon in 2013 het tweede deel van Aziz’ odyssee, een stuk zwaarder dan het eerste. Hij betaalde 9.000 euro aan een mensensmokkelaar die hem naar Karachi, Teheran, Istanbul en Sofia bracht. ‘In Bulgarije heb ik zeven maanden in de gevangenis gezeten. Ik weigerde mijn vingerafdrukken af te geven. Dat had de smokkelaar gezegd: geef nooit je vingerafdrukken, want dan kunnen ze je terugsturen naar het land waar je het eerst bent geregi-streerd. Na zeven maanden heb ik toegegeven. Toen werd ik vrijgelaten.’

Rehman in Calais Beeld Henk Wildschut

De reis ging verder, door Servië, Oostenrijk, Italië. ‘Na negen maanden in een kamp in Udine kreeg ik een verblijfsvergunning. Maar in Italië kun je niet leven. Er is geen toekomst, geen werk, niets. Als je je papieren krijgt, moet je het opvangkamp verlaten en word je aan je lot overgelaten. Ik wilde naar Groot-Brittannië en kwam uiteindelijk in Calais terecht.’

Hoe kijk je terug op je periode in de ‘jungle’?

‘De jungle is niet goed voor me geweest. Ik heb er elf maanden gezeten, ben 57 keer gepakt door de politie omdat ik op een vrachtwagen wilde klimmen en heb vijf keer in de gevangenis gezeten. Omdat er een jungle was, kon ik steeds opnieuw proberen om naar Engeland te komen. Maar uiteindelijk heb ik alleen tijd verloren.’

Met zijn restaurants en winkels leek de jungle bijna gezellig, als je niet zou weten hoe hard het leven er was.

‘Onze cultuur is gastvrij. Zelfs Fransen kwamen in de jungle eten omdat het lekker en goedkoop was. Maar de mensensmokkelaars maakten er de dienst uit. Ze runden ook de restaurants en winkels. Toen duidelijk werd dat de jungle ontruimd zou worden, eind 2016, werd het steeds gevaarlijker. Sommige mensen begonnen van iedereen geld en telefoons te stelen.

‘Mensensmokkelaars dachten dat ik met de politie samenwerkte, maar dat was helemaal niet waar. Mijn tent werd in brand gestoken. Omdat iemand me had getipt, kon ik op tijd vluchten.’

Trento/Parijs

Waarom ben je toen teruggegaan naar Italië?

‘Ik moest ergens naartoe, en ik had daar nog contacten. In Trento werkte ik in een Pakistaanse minisupermarkt. Ik was daar een slaaf. Ik werkte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Maar de eigenaar betaalde me niets. Hij zei: ik geef je voedsel en een plaats om te slapen.

‘Zulke vormen van slavernij komen vaker voor. In Italië werken migranten vaak voor boeren. Ze leven een maand op de boerderij en krijgen te eten. Maar aan het eind van de maand krijgen ze niets uitbetaald. De boer weet dat ze niets kunnen doen. Ze kunnen niet naar de politie, want die zegt: ga maar terug naar je eigen land, wat wil je nou?

‘Zelfs de broeders zijn de vijand, als je geld hebt. Ik had iets verdiend door Henk Wildschut te helpen met een fotoreportage in Ventimiglia. Dat had ik geïnvesteerd in een winkel. Maar de eigenaar ontkende dat hij geld van mij had gekregen. ‘Welk geld?’, zei hij. Er was geen contract. Toen ik protesteerde werd ik in elkaar geslagen door een groepje Afghanen. Daarbij brak ik mijn been.’

Zoals zoveel migranten trok Aziz vervolgens naar Parijs, knooppunt in het Europese migrantennetwerk. In Parijs kun je contact leggen met smokkelaars die een plaats in een vrachtwagen naar Engeland kunnen regelen. Maar daarvoor heb je geld nodig, en dat had Aziz niet meer. ‘Ik wist helemaal niets van Parijs, maar iedereen zei: je moet naar Parijs. Het was de ergste plaats waar ik ben geweest. Ik heb er onder een brug moeten slapen, er was helemaal geen opvang.’

Sinds 2013 ben je al aan het zwerven. Hoe overleef je als migrant, als het geld op is?

‘Sommigen krijgen geld van familie uit de Verenigde Staten, Canada of Groot-Brittannië. Maar de meesten niet. Ik schat dat 80procent niets heeft. Ik heb ook niets, je leeft van dag tot dag. Toch heb ik nooit honger gehad. Er zijn altijd wel organisaties die kleding en voedsel uitdelen.’

Je ziet er netjes uit, bijna hip.

‘Allemaal gekregen. Alleen voor de schoenen heb ik een tientje betaald aan een andere vluchteling. Zelf had hij ze waarschijnlijk voor niks gekregen. Veel mensen hebben ook illegale baantjes, bijvoorbeeld het helpen van een smokkelaar. Dan heb je weer even geld.

‘De enigen die echt geld hebben, zijn de smokkelaars. In de ‘jungle’ hadden ze soms twaalf klanten op een dag voor 4.000 euro per klant. ’s Nachts zaten de Koerdische smokkelaars in hun tent geld te tellen. Ik heb nog nooit zoveel geld bij elkaar gezien.’

Was je weleens jaloers op de Europeanen, bijvoorbeeld als je door een rijke stad als Parijs liep?

‘Ik denk nooit aan geld. Ik heb alleen een normaal leven nodig. Als ik papieren heb, kan ik werken, geld verdienen, belasting betalen. Geld is niets, het gaat om een normaal leven. Ik kan werken als monteur, slager, leraar, ik spreek zeven talen. Maar ik zit hier vast. In Italië heb ik een hartaanval gehad. Ik had al 46 uur niet geslapen en zat maar te piekeren over mijn situatie. Hoe was mijn leven vroeger, wat is de toekomst? Hoe lang moet dit zo doorgaan?’

Migranten zijn niet meer welkom in Europa. Veel Europeanen denken dat zij gelukszoekers zijn. Begrijp je dat?

‘Ik kan het wel begrijpen. Ik ken ze ook wel: mensen die in hun eigen land helemaal geen problemen hebben. Vaak krijgen ze nog papieren ook. Ik ken iemand die spullen uit China importeerde en nu in Europa een bedrijf wil opzetten. Maar er zijn ook mensen die voor geweld zijn gevlucht en geen papieren krijgen.’

Het is een beetje een loterij?

‘Ja.’

Geef je de moed nooit op?

‘We zijn nooit zonder hoop. Misschien lukt het op een dag wel.’

Denk je nooit: laat ik maar teruggaan naar Pakistan?

‘Ik ben nog een keer teruggegaan, omdat mijn zuster ziek was. Omdat ik inmiddels Italiaanse papieren had, kon ik het vliegtuig nemen, met geleend geld. Mijn zus zei: kom niet, maar ik ging toch. Ze zei: ga niet naar buiten. Ik heb vijftien dagen binnen gezeten, alsof ik in de gevangenis zat. Toen ben ik weer teruggevlogen. Het is er te gevaarlijk. Als ik levensmoe ben, ga ik misschien terug.’

Wat doe je als Frankrijk je asielverzoek weigert?

‘Dan moet ik illegaal in Europa leven.’

Ben je niet bang dat je gearresteerd wordt en uitgezet?

‘Wat moet ik daar op zeggen? Het heeft geen zin om daarover te piekeren. Ik heb alles verloren, maar ik kan niet terug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.