Overal kan worden gelekt, maar niet bij de AIVD

Sybrand van Hulst is trots op de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Rapporten van zijn AIVD zijn een voorbeeld voor veel buitenlandse diensten....

De baas van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) vindt het ‘heel bijzonder’ dat hij vandaag in het hart van de democratie afscheid mag nemen. De Ridderzaal op het Haagse Binnenhof is voor Sybrand van Hulst (60) niet zomaar een symbool.

Bij zijn bezoeken aan buitenlandse collega’s nam Van Hulst als relatiegeschenk vaak een oude ets van het Binnenhof mee. Met name wanneer het diensten betrof uit landen die ‘zonder behoorlijke wetgeving en politieke controle’ opereren. Dat is zo in ruim 80 procent van de landen ter wereld, weet hij. ‘Zij denken vanuit macht en richten niet vanuit een democratische overtuiging hun werk in’.

Aan de hand van zo’n etsje vertelde hij dat de Nederlandse geheime dienst functioneert onder stevige democratische controle. Hij sprak over de kernwaarden van zijn dienst: het beschermen van de nationale veiligheid en de democratische rechtsstaat. ‘Zo nu en dan moest ik tegen die buitenlandse diensten zeggen: rechtsstaat, rechtsstaat, rechts-staat!’

Democratie, rechtstatelijkheid, integriteit; het zijn begrippen die voortdurend terugkomen tijdens het interview met Van Hulst in zijn kantoor in Leidschendam. Op 1 december maakt hij plaats voor zijn opvolger, oud-korpschef Gerard Bouman. Kort daarna verhuizen de medewerkers naar een nieuw gebouw in Zoetermeer. Het kantoor in Leidschendam barst uit zijn voegen.

Onder leiding van Van Hulst, het langstzittende hoofd van de dienst, is de AIVD verdrievoudigd. Toen hij in 1997 aantrad als directeur werd de dienst door de politiek nog als een ‘noodzakelijk kwaad’ beschouwd. Na de aanslagen van 11 september 2001, de radicalisering en de dreiging van home grown terrorism, is fors geïnvesteerd. De dienst is volgens Van Hulst veel relevanter en slagvaardiger geworden.

De uitbreiding van 500 naar 1.500 werknemers is een ‘majeure ontwikkeling’ geweest. Al die nieuwe mensen moesten intern worden opgeleid. ‘Want dit vak leer je niet buiten, of je nou analist bent, of agenten aanstuurt.’ Die snelle verjonging maakte de dienst ook kwetsbaar. ‘De hele corporate identity komt op de tocht te staan. We hebben opnieuw met elkaar moeten vaststellen wat de gezamenlijke missie is.’

In de tijd van de Koude Oorlog, toen Van Hulsts vader werkte voor de voormalige Inlichtingendienst Buitenland – later werd hij spion – was die veel eenduidiger. ‘Voor iedereen was het evident dat je Russen mocht bespioneren. Maar dat werk onttrok zich in grote mate aan de samenleving.’

De dreiging van terrorisme en radicalisering is meer fluïde en ongrijpbaar. ‘Hoe dieper je in de samenleving zit, des te bewuster je je afvraagt: waarom doe ik dit? Onze mensen realiseren zich wat de democratie vraagt.’

Dat is onder andere het analyseren van de effecten van het felle integratiedebat op de moslimgemeenschap. In 2004 constateerde de dienst dat de toon van het debat leidt tot radicalisering. Nog altijd wordt het politieke debat gekenmerkt door heftige discussies. Onlangs pleitte het PVV-leider Wilders voor een Koranverbod. Vindt Van Hulst dit verontrustend?

De toon van het debat is zeker niet de voornaamste motor achter radicalisering, stelt hij. ‘Het is een opeenstapeling van factoren: de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, het Palestijnse conflict, het gevoel dat het Westen moslimlanden onderdrukt en in de westerse samenleving niet te worden geaccepteerd.’ Wat de toon betreft heeft de dienst de indruk dat die inmiddels minder relevant is. ‘Er treedt gewenning op.’

Wat beschouwt u als uw belangrijkste erfenis?

‘Onze externe oriëntatie is veel scherper geworden. Dat zat niet in de genen van de dienst, maar dat heb ik gestimuleerd. Dat is zichtbaar geworden door het uitbrengen van rapporten en analyses. Dat is absoluut uniek in de wereld.

‘Buitenlandse diensten vragen ons het hemd van het lijf. Zij zijn niet in staat zulke rapporten (bijvoorbeeld over terrorisme aan het begin van de 21ste eeuw, uitgebracht voor 11/9, red.) uit te brengen, omdat de politieke context of hun eigen attitude dat niet toelaat. Die diensten zijn heel goed in het verzamelen van informatie. Wij ook, maar zij kunnen dat niet omzetten in een context en analyse.

‘Ik ben onvoorstelbaar trots dat onze rapporten over de hele wereld als warme broodjes over de toonbank gaan. Onze analisten worden gevraagd colleges te geven op Amerikaanse universiteiten. Dan moet ik na twee weken zeggen: jongens kom terug, want hier moet ook worden gewerkt.’

Het laatste rapport Radicale dawa in verandering kreeg kritiek, omdat het gaat over politiek salafisme, een stroming die terug wil naar de tijd van de profeet, maar geweld afzweert. Volgens een onderzoeker gaan ‘geheim agenten hun boekje te buiten als ze de moraal gaan meten in het land’.

‘De dienst kijkt niet naar radicaal gedachtengoed, maar naar radicaal gedachtengoed dat wordt omgezet in gedrag. Het gaat om een relatief kleine club die de democratische verhoudingen wil ondermijnen. Die oproept de rug naar de samenleving te keren, niet te integreren, niet te stemmen.

‘Dat gaat gepaard met intolerante opvattingen over andersgelovigen, andere bevolkingsgroepen, homoseksuelen en over onze verworvenheden, zoals de gelijkheid van vrouwen en mannen. In eerste instantie gaat de dreiging niet uit naar autochtone Nederlanders, maar naar moslims die worden bedreigd en geïntimideerd. Op termijn kan dit leiden tot islamitische enclaves en parallelle samenlevingsstructuren. Lokale en nationale overheden moeten alert zijn.’

Zijn de gemeenten voldoende alert?

‘Onze moslimgemeenschap is bijzonder veelkleurig. De kennis hierover mag nog wel wat groeien. Ik kan me voorstellen dat lokale overheden stellen niet te weten wat achter die club steekt. Mijn suggestie is: denk niet al te gemakkelijk dat iemand die gestudeerd heeft en zich opwerpt als vertegenwoordiger dé moslimgemeenschap vertegenwoordigt.’

Neem de As Soennah-moskee in Den Haag, die groeit en bloeit. Uit uw rapporten blijkt dat vanuit deze moskee jongerenpredikers het land in trekken en snel aanhang werven. De gemeente Den Haag vindt dat kennelijk geen probleem. Hoe kan dat?

‘Ik ga niet over de policy in enige stad. We moeten alerteren, de onzichtbare dreiging zichtbaar maken. Het is aan de politiek daar iets aan te doen.’

Vorige week maakte de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) bekend dat hij ook een onderzoek laat uitvoeren naar salafisme. Begeeft de NCTb zich niet te vaak op uw terrein?

‘Een coördinator ondersteunt een ander. Op het moment dat die een sterk eigen profiel krijgt, loopt die het risico te botsen met andere organisaties. Dan wordt het een beetje nauw op de bank.

‘Verder brengt de AIVD als enige degelijke analyses uit die rechtstreeks zijn gebaseerd zijn op operationele kennis. Geen ander instituut in Nederland kan dat.’

Wat beschouwt u als uw dieptepunt in de afgelopen tien jaar?

‘Dat is meneer Paul H. die in de zogenoemde Telegraaf-zaak terechtstond (oud-geheim agent H. kreeg in oktober twee jaar cel, omdat hij na zijn ontslag staatsgeheime documenten over een onderzoek naar crimineel Mink K. meenam naar huis, red.). De AIVD moet de laatste strohalm zijn waarvan je zeker mag weten dat er niet wordt gelekt. Dat is in die zaak wel gebeurd. Dat raakt een van onze kerncompetenties. Die imagoschade beschouw ik echt als een persoonlijk dieptepunt.’

We hadden eerder verwacht dat u Outman ben A. zou noemen, de AIVD-tolk die vier jaar cel kreeg wegens het lekken van staatsgeheimen die bij Hofstadverdachten terechtkwamen in een lopend terreuronderzoek. Bij Paul H. ging het om zeer oude informatie.

‘Ik zeg niet dat ik het optreden van die tolk niet erg heb gevonden, maar het gaat om de intentie. In het geval van Paul H. praat je over iemand die lang bij de dienst werkte, maar vervolgens bewust en berekenend informatie heeft meegenomen. De tolk zat hier nog maar kort. Voor mij is zijn motief nog steeds niet helder geworden.’

Heeft de AIVD bij de tolk zelf steken laten vallen?

‘De misstappen van de tolk vonden plaats in een krankzinnig drukke periode. De mogelijkheden tot strikte begeleiding waren toen beperkt.’

Heeft u intern maatregelen genomen lekken te voorkomen?

‘Ik heb er veel aandacht aan besteed. De politiek en de samenleving moeten ons kunnen vertrouwen. Op enig moment moeten wij op de deur kunnen kloppen om hulp te vragen bij ons werk. Als de samenleving dan denkt: de dienst belazert de boel, kunnen wij nergens aankloppen. Dan zouden we het op macht moeten doen. Maar zo’n dienst past hier niet.’

Velen zien de moord op Van Gogh als uw dieptepunt. De dienst kreeg het verwijt Mohammed B. over het hoofd te hebben gezien. Hoe kijkt u aan tegen het onderzoek hiernaar van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)?

‘Ik wacht het oordeel met vertrouwen af. Het zal overigens niet eenvoudig zijn om met alle kennis van nu, je een reëel beeld te vormen van ons handelen op basis van de gefragmenteerde informatie van eind 2004. De commissie zal natuurlijk onderzoeken of er toen informatie beschikbaar was die Mohammed B. positioneerde als aanstaande moordenaar.’

Is de dienst zijn boekje wel eens te buiten gegaan, zoals de CIA in Amerika met z’n geheime detentievluchten?

‘Nee. Dat is een bizarre discussie. Gelukkig heeft de CTIVD nog nooit gezegd dat de dienst willens en wetens iets doet wat niet mag. Ook al doen wij dingen die de privacy soms ernstig schenden en ondernemen wij activiteiten over de hele wereld waarbij wij wetten overtreden. Aan de orde blijft of je dat in termen van rechtmatigheid en integriteit kunt verantwoorden.’

Na een korte stilte: ‘Ik merk weleens dat mensen zeggen: is die man niet iets te netjes voor een geheime dienst. Dat geloof ik niet, ik ben niet te netjes. Als het nodig is, ben ik niet benauwd voor agressieve operaties. Ik zoek naar nieuwe grenzen en middelen.’

U geeft zeker geen voorbeelden?

‘Nee.’

Valt u straks niet in een zwart gat?

‘Daar maak ik me echt geen zorgen over. De eerste drie maanden wil ik mijn hoofd leegmaken, zorgen dat ik weer aard in een nieuwe wereld. Met mijn platte pens op de grond blokken bouwen met mijn kleinkinderen. Daarna zie ik wel. Ik heb mezelf niet in de etalage gezet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden