ColumnPeter Buwalda

Over bepaalde bezigheden hangt een doem. Nou ja, doempje

null Beeld

Over bepaalde bezigheden hangt een doem. Nou ja, doempje. Ik heb het niet over kernwapens uitvinden in Los Alamos, maar over dagelijkser activiteit, zoals tweedehands boeken kopen op een geheim adresje, hoewel je officieel besloten had: KLAAR, tot hier en niet verder, denk aan Martin Ros, aan hoe het met hem afgelopen is. Er bestaat een omslagpunt, net als bij drank en pannekoeken, eentje te veel en de zilvervisjes springen in je baard, schaam- en okselhaar.

Maar ja. Er waren wat ‘nieuwe doosjes’ uitgepakt, fluisterde mijn adresje me in, of ik ‘als eerste’ wilde komen kijken. (Maffia, je komt er nooit meer vanaf.)

’s Nachts lag ik wakker. Met dank aan Ike & Tina Turner – ook maffia. Het stel houdt me in een wurggreep, al dagen, ik heb nu 100 nummers geballoteerd, wat bijna niet kloppen kan, het zijn er te veel, terugsnoeien naar 75 is het devies, waardoor ik tot 2 uur ’s nachts lag door te selecteren. Veel te laat voor Sexy Ida (pt. 1) natuurlijk, in plaats van loom weg te zinken wil je lijf op een skippybal door de buurt.

Ik ging afblazen, het speet me voor adresje. Het heeft wel iets sterks, midden in de nacht slap af-appen, ik doe geen oog dicht, kijk maar, het is al 05.22.

Om 11.06 werd ik verkwikt wakker. Meteen keek ik of er antwoord was, graag iets begripvols, natuurlijk – maar nee, niks. Ook geen blauwe vinkjes. ‘Heb je mijn nachtelijke bericht gezien’, appte ik, plus een verkreukelde smiley. (Slap op slap.) Nu werden alle vinkjes blauw, altijd mooi om mee te maken. Edoch: stilte.

Was adresje boos?

Als ik nu vertrok, zonder ontbijt, kwam ik maar een paar uur te laat. Er lagen wel vers uitgepakte doosjes in het verschiet, natuurlijk. Wat had Martin Ros gedaan? Daar beende ik al richting streekbus, lege sporttas aan mijn vuist. Tijdens het instappen belde ik adresje, even doorgeven dat ik eigenlijk een bikkel was, dat ik na ampel beraad besloten had toch...

‘Ben je er al?’

Au, die kwam hard aan. Het eerste wat ik sinds vannacht van adresje vernam. No mercy van adresje! ‘Had je mijn bericht nog gelezen?’, stamelde ik, de bus in struikelend.

‘Jawel’, zei adresje.

‘Oké’, zei ik slapjes. ‘Maar ik heb besloten om toch te komen.’

Ja, dat had adresje al eerder besloten, kon je merken. ‘Zie je zo’, zei ze.

Na een kwartiertje merkte ik dat we de verkeerde kant op reden, ik zat in de verkeerde streekbus, de opposiete, de gespiegelde, hoe zeg je dat.

‘Gódverdomme’, zei ik. Blind was ik uitgestapt, en vanzelfsprekend had ik mijn sporttas in de bus laten liggen. Zo werkt het. Terwijl ik adresje belde, het werd nog later, scheurde de goede streekbus me voorbij – je zou verwachten dat het ding omflikkerde, boven op me, zo’n dag leek het te worden, al had dat adresje niet kunnen deren. ‘Zie je zo’, zei ze.

Eenmaal bij adresje, je zou moeten zeggen: op adresjes adres, was het feest. Wat een vers uitgepakte topdoosjes! Wat was er mis met Martin Ros? Niks!

Tot ik op mijn telefoon keek. Tim, de buurman, bellen, appen, alles. ‘Bizarre wolkbreuk! Jullie ook water in de kamer?’

Tuurlijk. Vanzelfsprekend. Daar hompelde ik alweer, verse doosjes onder mijn armen, snel even via Connexxion-streekvervoer redden wat er te redden viel. Zonder mondkapje. Lag nog bij adresje. ‘Zo’n dag dus’, prevelde ik, plantsoenen afspeurend naar een vertrapt kapje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden