ColumnPeter Buwalda

Ov-fietsen zijn de bowlingschoentjes van het openbaar vervoer

null Beeld
Peter Buwalda

Ron ging trouwen, mijn klusjesman. Daar wilde ik graag bij zijn. Het was wel mijn rechterhersenhelft die in het huwelijksbootje stapte. Mijn handen drukken alleen op knopjes, de rest doet Ron.

In die zin is het jammer dat we elkaar pas zo laat hebben leren kennen. Liever was ik als kleuter aan hem voorgesteld. ‘Petertje, dit is Ron. Hij zal vanaf nu je band plakken.’ Ron was toen al zeven, kun je nagaan. Zoveel verloren jaren.

(Ik heb dat ook met Jet, graag had ik een geboortekaartje gehad van mijn toekomstige schoonouders. Was ik op kraambezoek gekomen. Even met de bierkegel in het wiegje, koedie, koedie, tot over vijfentwintig jaar.)

Ron is handig, zeker, maar soms doet Ron, die ook maar een mens is, dingen die gewoon niet zo handig zijn. Zoals z’n bruiloft houden in Timboektoe. Alleen in de Donald Duck vertrekken bepaalde dieren naar Timboektoe, subtekst: die zien we nooit meer terug, waar ik als kind uit opmaakte dat Timboektoe een soort Verweggistan was. (Wat bleek te kloppen, het is een stad in Mali.)

Ron bedoelde een ander Timboektoe, gelukkig, namelijk een strandtent, maar ik juichte te vroeg. De NS-app reageerde op deze uitspanning als op een zwart gat. Wegen noch rails voerden erheen, slechts zeewater. Tot in Beverwijk kon ik geraken, en dan in looppas de laatste tien kilometer?

Ik durfde er Ron niet mee lastig te vallen. ‘Hee Ron, hoi, hoe gaat-ie? Zeg Ron, zou jij mij misschien naar je eigen bruiloft kunnen brengen?’ Nee. Dat ik zelf geen boekenkasten kan bouwen, is al triest zat. Nee, dit varkentje ging ik zelf wassen.

Op station Beverwijk regende het. Een lekker weertje kun je niet timmeren, ook al ben je Ron. (Chinees spreekwoord.) Schuilend in de stationskiosk, belde ik lokale taxi’s. Wel acht centrales kreeg ik te spreken, maar ‘vanwege de spits’ had er geen eentje een ‘vrije wagen rijden’. Ik vond dit heel erg raar. ‘Als er veel nieuws is’, zei ik tegen nummer acht, ‘dan zijn de kranten toch ook niet leeg?’

‘Nee?’

Onder het station bleek een betonnen schemerwereld schuil te gaan, met fietsen en ook: ov-fietsen. Tegen genoemd NS-materieel heb ik me altijd verzet, ik denk vanwege de kleurstelling. Je zit op een fiets die ze hebben opgeschilderd als een intercity. Ov-fietsen zijn de bowlingschoentjes van het openbaar vervoer. Zelfs op een bowlingbaan, als iedereen bowlingschoentjes aan heeft, zeg ik tegen de anderen, die dus ook bowlingschoentjes aanhebben: ‘Dit zijn niet mijn eigen schoentjes.’

‘Mag ik van u één ov-fiets,’ vroeg ik aan Jantje Beton. ‘Nee,’ zei hij, ‘want op uw pasje staat… geen abonnement.’

Ron, ik kom eraan. Mijn god, wat een ellende. Na een halfuur hannesen met wachtwoorden, bankpasjes en een Snickers, dom, dom, waarom nu, plakvingertjes, schoot ik de bunker uit, standje Jan Raas. Wat volgde was inderdaad een volwassen touretappe, niemand had overdreven, ik passeerde dorpen en duinen, torenhoge windmolens, ik was Don Quichot op een ov-fiets. ‘Ja hoor’, brulde ik tegen een storm, ‘dit zijn de Hoogovens!’

Op de bruiloft was iedereen zwaar onder de indruk. In Rons kringen kan iedereen autorijden, ook kinderen. Dat was wel mooi, toch. Ook Ron hoor, die vond het niet normaal, helemaal naar Timboektoe fietsen. Ik stond te glimmen als een snorretje.

‘En terug?’ vroeg hij.

‘Fietsen, natuurlijk.’

‘Dat meen je niet!’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden