Ouderwetse hulp kan armoede niet oplossen

De tijd van traditionele hulp is door de globalisering voorbij. De WRR erkent dit, maar toch komt die nu met een voorstel dat traditionele hulp uitademt, schrijft Farah Karimi....

Het WRR-rapport over ontwikkelingshulp is een doorwrochte analyse van de complexiteit van ontwikkeling in een geglobaliseerde wereld. Het rapport geeft veel stof tot nadenken, en levert een stevige bijdrage aan de discussie over internationale samenwerking. De WRR spaart de huidige hulpsector niet, maar hekelt tegelijkertijd het hulpcynisme dat in Nederland heerst. Ontwikkelingshulp blijft nodig, constateert de WRR, maar het moet beter. Dat vind ik ook.

Ook deel ik de constatering van de WRR dat ontwikkelingshulp in een veel bredere context bezien moet worden. Ontwikkelingshulp alleen kan het armoedevraagstuk niet oplossen. Ongelijke handelsverhoudingen, klimaatverandering, multinationals die belasting ontduiken, corruptie en conflicten staan ontwikkeling in de weg. Waarom met de ene hand hulp geven en met de andere hand een handelsverdrag over intellectuele eigendomsrechten ondertekenen dat ontwikkelingslanden 45 miljard dollar per jaar kost? Of gesubsidieerde Europese diepvrieskippen dumpen op de Afrikaanse markt? En wat kun je met hulp aan de Palestijnse gebieden bereiken als het niet lukt om Israël met stevige diplomatieke inspanningen te dwingen het economische slot op de Gazastrook te ontsluiten?

Het is zonneklaar dat er veel meer nodig is. We moeten toe naar een beleid dat oog heeft voor de miljarden mensen die niet profiteren van de rijkdommen die uit hun bodems worden gehaald. Mensen die de wrange vruchten plukken van een voortdenderende industrialisering in rijke en opkomende landen, of die worden vermoord met de wapens van ‘gerenommeerde’ westerse bedrijven.

Zo’n ommezwaai helpen bereiken en burgers, bedrijven, regeringen en internationale instellingen bewegen het belang van duurzame ontwikkeling voorop te stellen, is een kerntaak van Oxfam Novib. Zo proberen we met behulp van de ‘Bankenwijzer’ burgers te bewegen geen zaken te doen met banken die investeren in bedrijven die wapens maken, kinderen in dienst hebben of het milieu aan hun laars lappen. Nog een voorbeeld is onze Groene Sint, die een groot aantal supermarkten ervan heeft overtuigd eerlijke chocola in te kopen – een actie waardoor duizenden boeren in Afrika een eerlijke prijs voor hun cacao krijgen.

Natuurlijk heeft het weinig zin als we alleen als nationale organisatie proberen mondiale problemen aan te pakken. Daarom hebben we samen met Oxfams in dertien andere landen – waaronder de VS, Japan en het Verenigd Koninkrijk, maar ook bijvoorbeeld India en Mexico – Oxfam International gevormd. Daarmee zijn we een van de drie grootste ontwikkelingsorganisaties. Met de Oxfam International-campagne Control Arms hebben we bijgedragen aan een internationaal verdrag om antipersoonsmijnen en clustermunitie uit te bannen. Of proberen we de Wereldbank, het IMF en de Wereldvoedselorganisatie te bewegen meer oog te hebben voor de armste landen?

Ontwikkeling vraagt om mondige zelfredzame burgers, niet alleen op mondiaal niveau en in rijke landen, maar ook in ontwikkelingslanden. Met het WRR-rapport dreigt dat de notie van zelfredzaamheid beperkt wordt tot economische groei; zonder dat voldoende rekenschap wordt gegeven van wie daarvan profiteert. Duurzame ontwikkeling is alleen mogelijk als mannen en vrouwen in ontwikkelingslanden de mogelijkheid krijgen hun leven in eigen hand te nemen, hun corrupte machtshebbers weg te sturen, de machtsverhoudingen zodanig te verleggen dat de rijkdommen van een land niet alleen een kleine elite, maar de hele bevolking ten goede komen.

Bijdragen aan de ontwikkeling van een mondig middenveld in ontwikkelingslanden is niet altijd eenvoudig, en het kan in sommige situaties, zoals in kwetsbare staten, zelfs riskant zijn. Maar het is wel degelijk zinvol. Denk bijvoorbeeld aan het veel geroemde model van microfinanciering, dat haar oorsprong vindt in het maatschappelijk middenveld, of de recente revoluties in Oost-Europa.

Het is teleurstellend dat de analyse van het WRR-rapport zijn weerslag niet vindt in beleidsaanbevelingen. Het rapport onderschrijft het belang van een mondiale strategie, maar verzuimt de implicaties voor het Nederlandse beleid helder uit te werken. Ik vind het een verkeerd signaal aan de internationale gemeenschap om – nu de armste landen het hardst getroffen worden door de krediet- en klimaatcrisis – de norm los te laten om 0,7 procent van het BBP aan hulp te geven. Toch pleit de WRR daarvoor, zonder dat het alternatief concreet is uitgewerkt.

Daar waar het rapport met concrete aanbevelingen komt, lijkt het zelfs terug te vallen op het ouderwetse beeld van hulp van rijke regeringen in het Noorden die geld en goederen brengen naar arme landen in het Zuiden – een beeld dat al lang in de geschiedenisboeken thuishoort. Kernvoorstel van het WRR rapport is om via NL AID kantoren, geld en kennis naar ontwikkelingslanden te brengen. Hoe is dat te verenigen met de constatering dat ouderwetse hulp het armoedevraagstuk niet kan oplossen en dat ontwikkeling op nationaal niveau het resultaat is van een veelheid aan nationale én internationale ontwikkelingen? In het debat over het WRR-rapport zou die uitdaging opgepakt moeten worden: hoe geven we concreet vorm aan een strategie gericht op een duurzame én rechtvaardige ontwikkeling?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden