Ouders op de strafbank

Is met meer blauw op straat of met een spijbelpolitie het probleem van de jeugddelinquentie op te lossen? Moeten de ouders van jonge criminelen ook gestraft worden?...

Joes Kloppenburg werd op een avond in Amsterdam doodgeschopt toen hij een man wilde helpen die werd belaagd door agressieve jongeren. In Leeuwarden werd Meindert Tjoelker doodgeschopt toen hij opmerkingen maakte over wangedrag van anderen. In Groningen dronk een jonge student zich onder groepsdwang dood. Het zijn recente, gruwelijke voorbeelden van wat in het algemeen wordt beschouwd als een verruwing en verloedering van de omgangsvormen.

Wat vooral ouderen schokt is hoe normaal jongeren het vinden dat 'vuil kijken', zoals te lang oogcontact wordt genoemd, al een reden is voor een pak slaag. Je bemoeien met een ander, zeker in het uitgaansleven, wordt - merkten leraren in het Leeuwarder onderwijs - als bespottelijk risicogedrag gezien. Dat de normen en waarden ernstig zijn vervaagd is duidelijk. En dat daartegen iets moet gebeuren.

Stilgezeten wordt er niet. Politie en justitie reageren steeds meer met 'lik op stuk'-beleid op jeugd die zich misdraagt, temeer omdat onder de gestegen jeugdcriminaliteit vooral de geweldsdelicten toenemen. Minister Ritzen van Onderwijs zette op zijn beurt al eerder een commissie aan het werk die de discussie over normen en waarden op de scholen moest stimuleren. Minister Sorgdrager van Justitie richtte haar pijlen op de ouders, en stelde voor 'risico'-ouders desnoods tot opvoedcursussen te dwingen.

Alhoewel op haar pleidooi veel kritiek kwam, is men het er in het algemeen over eens dat normen en waarden primair thuis worden overgedragen. In het gezin krijgen jongeren de basis mee voor hun gedrag. Ouders beseffen dat. 'Je ziet overal, niet alleen in Nederland, dat ouders weer proberen de teugels aan te trekken en terugkomen van een al te vrije opvoeding', reageert dr J. Junger-Tas. De toonaangevende onderzoekster op het gebied van de jeugdcriminaliteit rondde onlangs het rapport Jeugd en gezin II af, dat zij in opdracht van Justitie schreef.

Junger-Tas neemt de opvoeding als uitgangspunt om jeugddelinquentie te voorkomen. Ook zij vindt dat ouders niet alleen vrijwillig voor een opvoedcursus zouden mogen kiezen. 'Dat is de lijn bij het ministerie van Welzijn, die wil alleen met cursusaanbod reageren op de vraag van ouders. Maar dan komt alleen de keurige middenklasse met de plasproblemen van hun kind. We moeten een stap verder.'

Dwang en dwang mag van haar. 'Bij gezinnen waar veel problemen spelen, zou men ouders moeten overreden om naar een cursus te gaan waardoor ze beter leren omgaan met opvoedproblemen.' Ouders die al contact hebben met de politie en de Raad voor de kinderbescherming kunnen voor de keus gesteld worden: of een maatregel van de rechter, waardoor een gezinsvoogd zich met de opvoeding gaat bemoeien, of zelf naar een opvoedcursus gaan.

De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Jack Straw, wil ouders dwingen hun spijbelende kinderen bij de schoolpoort af te zetten en hun kinderen 's avonds op een bepaald tijdstip thuis te laten komen. Bovendien zouden falende ouders door de rechter een opvoedcursus opgelegd kunnen krijgen. Ouders die niet luisteren, wacht een boete van maximaal 3300 gulden. Opvallend nieuws naar Nederlandse maatstaven, maar in Californië zijn al ouders in de cel beland voor de misdragingen van hun kind.

'Onzinnig, absoluut belachelijk', reageert Junger-Tas op deze Britse plannen. 'Je moet ouders niet straffen, maar hèlpen. Alsof ouders het niet vreselijk vinden wat hun kinderen doen en niet van alles hebben geprobeerd om weer vat op ze te krijgen. Maar vaak lukt het niet meer en staan zij onmachtig aan de zijlijn.'

Alhoewel Junger-Tas individuele ouders wel degelijk op hun gedrag wil aanspreken, bevalt het de sociaal-democrate niet dat de schuld voor afwijkend gedrag steeds meer individueel wordt afgewenteld. 'Daar hou ik niet van. Zeker in Engeland, dat getekend wordt door grote sociale verschillen, vind ik zulk individueel straffend beleid buiten proporties.'

Maar erg enthousiast over de Nederlandse benadering is ze evenmin. 'Het zou schande zijn als we slechts ingrijpen bij de opvoeding en niets aan de omgeving doen. Er is veel te weinig oog voor de belabberde omgeving waarin veel jongeren opgroeien. Tegenwoordig bepaalt het marktdenken alles. Dat is een van mijn frustraties.' Op het gebied van huisvesting, club- en buurtwerk en voorzieningen voor jonge kinderen wacht de overheid nog een zware taak, aldus Junger-Tas. 'De overheid moet veel meer investeren, er heeft zo'n kaalslag plaatsgevonden.'

Bij de verklaring voor het vandalisme en de criminaliteit onder jongeren, wordt vaak het gebrek aan toezicht genoemd. Met name werkende moeders zouden debet zijn aan het probleem. Maar Junger-Tas bespeurt in die analyse enige 'hypocrisie'.

'Vrouwen willen niet alleen werken voor de emancipatie, ze moeten het steeds vaker voor het inkomen. En dan vind ik het erg hypocriet dat de beschuldigende vinger meteen wijst naar de werkende moeder. Het is nota bene de overheid zelf die bijstandsvrouwen de arbeidsmarkt opstuurt, zonder te zorgen voor voldoende kinderopvang.'

Met meer 'blauw op straat', zoals minister Dijkstal wil, of de 'spijbelpolitie', zal het opvangprobleem niet worden opgelost. De overheid lijkt wat dat betreft aardig wat boter op het hoofd te hebben. Haar eigen beleid ondermijnt niet zelden de fraaie doelstellingen op het gebied van de opvoeding. Neem de schaalvergroting in het onderwijs, geeft Junger-Tas als voorbeeld, die heeft de controle op de jeugd evenmin vergemakkelijkt.

'Dat hypocriete gedoe over de fantastische voorzieningen die er dankzij de fusies van scholen zouden zijn gekomen, ik geloof er niet in. Op die grote scholengemeenschappen kennen de leraren de kinderen niet, en leerlingen de leraren niet. Er is gewoon minder binding en dus minder sociale controle dan op kleine scholen. Ouders weten dat, die zijn niet gek.'

In Jeugd en gezin II bepleit ze daarom meer naschoolse opvang voor jongeren en een actiever gebruik van schoolgebouwen. 'Stel scholen van acht uur 's morgen tot tien uur 's avonds open. Die gebouwen staan er toch. Er zouden daar veel meer programma's voor kleine kinderen, de oudere jeugd en voor ouders uitgevoerd kunnen worden. Vooral bij de oudere kinderen zitten de ouders vaak met de handen in het haar en zijn er nauwelijks voorzieningen.'

Om, vooral, allochtone ouders over de streep te trekken om hun pedagogische handelen te versterken, overweegt Junger-Tas ze met een 'financiële vergoeding' te lokken. 'Dat idee haalt het natuurlijk nooit, want dan valt iedereen over de ongelijke behandeling. Maar in de Verenigde Staten zijn met geldelijke prikkels mooie resultaten gehaald.'

Overigens is de onderzoekster, die haar tijd verdeelt tussen de universiteit van Leiden en Lausanne, niet tevreden over het aanbod van opvoedcursussen. Dat moet beter. 'Ouders voelen zich maar matig gesteund en er bestaat nauwelijks onderzoek naar de effecten ervan.'

De gezinsbenadering van Junger-Tas spoort met de dominante opvattingen over preventie. Verbetering van de opvoedkansen van jonge kinderen in sociaal-zwakke milieus wordt alom als de beste koers gezien, omdat juist deze groep statistisch het meest risico loopt te vervallen tot - niet alleen jeugdige - maar duurzame criminaliteit.

Maar recent onderzoek van de Groningse studente G. Hendriks-Elzes zet de hele boel op z'n kop. Uit haar onderzoek onder jongeren blijkt dat het gezin lang niet zo belangrijk is voor het voorspellen van probleemgedrag als alom wordt verondersteld. De uitkomst tart alle bestaande inzichten over het ontstaan van delinquent gedrag. 'Ik ben dat nog nooit tegengekomen', reageert Junger-Tas verbaasd.

De onderzoekster is zelf niet minder verbaasd. 'Ja, die uitkomst heeft mij ook heel erg verrast', zegt Hendriks-Elzes. Wel heeft ze een mogelijke verklaring. In haar afstudeerscriptie Problematisch gedrag onder jongeren, onlangs bekroond met de Wolters-Noordhoff Academieprijs, analyseert ze dat kinderen steeds vroeger zijn aangewezen op voorzieningen buiten het gezin. 'Kinderopvang, peuterspeelzalen, buurt, school en peergroup winnen aan belang voor de ontwikkeling van kinderen.'

Hendriks-Elzes: 'Er is langzamerhand een zelfstandige jeugdcultuur ontstaan, die al vroeg begint, waarin jongeren veel vrijheid hebben, beschikken over royaal zakgeld en de sociale controle van volwassenen is afgenomen.'

Het gezin in de bijrol, de school en de 'peergroups' in de hoofdrol. Het angstvisioen van de Amerikaanse jeugdbende, die vaak als gezinsvervangend tehuis en rolmodel fungeert voor onthechte jeugd, lijkt akelig dichtbij. Want juist onder druk van vrienden komen jongeren nogal eens tot misdadig en gewelddadig gedrag.

Voor Junger-Tas staat daarom, toch, de bemoeienis met jonge probleemgezinnen buiten kijf. 'Je moet de pedagogische onmacht in een vroeg stadium aanpakken. Vooral bij de harde kern van jeugdcriminelen blijkt dat ouders de greep op hun kinderen al heel vroeg hebben verloren. Hoe krijg je die terug als ze al veertien of vijftien zijn? De jeugd is op die leeftijd te mobiel om zich te storen aan het ouderlijk gezag.'

Hendriks-Elzes is het met haar eens. 'Zelfstandig denken en kiezen leer je eerst thuis. Daardoor kun je later in je vriendengroep sterker komen te staan. Ik denk dat het gezin weer moet proberen terrein terug te veroveren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden