INTERVIEWOud-topvoetbalster Sharon Kok

Oud-topvoetbalster Sharon Kok: ‘Juist in corona-tijd leerde ik de verstandelijk gehandicapte bewoners te vertrouwen’

Oud-topvoetbalster Sharon Kok (33) liet zich twee weken vrijwillig opsluiten bij haar besmette verstandelijk gehandicapte, agressieve cliënten. Ze leerde er hen te vertrouwen, maar keerde doodziek uit de zorgwoning terug naar huis en kampt maanden later nog met de gevolgen. Toch: ‘ik zou het zo weer doen’.

‘Door met een paar intern te gaan, hielden we de anderen fit en scherp. Zo beperk je gewoon het risico. Dat hoopten we althans.’Beeld Linelle Deunk

38,9.

Twee weken lang heeft Sharon Kok zich opgesloten bij haar door corona gevelde cliënten in een kleinschalige zorgwoning in Den Haag en nu, op de laatste dag, is ze zelf ziek. Koud, rillerig, dan weer warm, benauwd. Als ze ’s middags even op de bank uitpuft, maant een collega dat ze haar temperatuur moet meten. 

Met tegenzin belt Kok haar leidinggevende. Ik heb koorts, zegt ze, maar denk maar niet dat ik naar huis ga. Tot 10 uur vanavond zou ze blijven was het plan en dat gaat ze volmaken. Ze gaat niet na veertien dagen zomaar midden op de dag – ‘doei, ik ga’– die gasten, háár gasten, verlaten. Zo werkt dat niet als je Sharon Kok bent.

Een kwartier later staat haar leidinggevende op de stoep, onverbiddelijk. Naar huis moet ze. Nu meteen, dat is de regel bij koorts. Hij neemt haar dienst over tot er vervanging is geregeld. Kok (33), die eind vorig jaar nog in de eredivisie voetbalde, is woest: ‘Ik voelde me alsof ik in een belangrijke wedstrijd onterecht werd gewisseld.’

Je hebt bewust het risico opgezocht dat je ziek zou worden.

‘Het was een dubbel gevoel. We hebben een zorgplicht, het rooster moet rond. Als het merendeel van de collega’s ziek wordt, hebben we een probleem. Wie zou er dan op de groep moeten werken? In zo’n moeilijke tijd wilden we vertrouwde gezichten voor de groep hebben. Veel collega’s hebben een vrouw, kinderen, je kunt niet verwachten dat zij hun gezin op het spel zetten. Door met een paar intern te gaan, hielden we de anderen fit en scherp. Zo beperk je gewoon het risico. Dat hoopten we althans.’

Heb je het onderschat?

‘Wat me de afgelopen maanden is overkomen, had ik niet verwacht. Het zat wel goed, dacht ik. Ik ben twaalf jaar topsporter geweest, ik was topfit. Weken daarvoor sprak ik met een vriendin al over het virus: zien wij het gevaar niet, vroegen wij ons af. Het kwam steeds dichterbij, maar pas toen ik zelf ziek werd, realiseerde ik me hoe heftig het was. Ik heb daar veel te nuchter ingestaan.’

Twaalf jaar lang voetbalt Sharon Kok in de eredivisie, drie keer wordt ze landskampioen met AZ. Iets mooiers is er niet als geboren Alkmaarse. Ze speelt centraal achterin en is ‘van het type niet lullen, maar poetsen’. Voetbal gaat haar niet om dat frivole hakje, nee, Kok speelt om te winnen. ‘De beuk erin, alles geven tot het laatste moment.’

Afgelopen november, ze speelt dan ruim twee jaar voor ADO Den Haag, stopt ze, voor de buitenwereld vrij plotseling. Een beslissing waarmee ze al een tijd worstelt, want haar hele leven heeft in het teken van voetbal gestaan. Wat moet ze doen als dat wegvalt?

Maar ze is het gehaast zat: werken, drie kwartier met haar hond lopen, trainen, weer met de hond lopen, eten, nog even op de bank en de volgende dag weer van voren af aan. En ze wil verder met haar maatschappelijke rol, met haar baan in de zorg, met de gasten in de woning waar ze in oktober naar is overgestapt.

In die woning, Binnenklingen 33a, tegen de Haagse duinen aan, was het crisis. Koks ‘gasten’ zijn drie mannen en een vrouw die het lastig hebben in het leven. Hun verstandelijke beperking stelt hen niet in staat op een normale manier te communiceren. Bij onbegrip kunnen ze gaan schreeuwen, bij overprikkeling timmeren ze erop los. Moeilijk verstaanbaar gedrag heet dat in de gehandicaptenzorg, wat betekent dat de medewerkers er tegen moeten kunnen dat ze worden geslagen, geschopt, bespuugd en uitgescholden.

Wat ging er mis in de woning?

‘Onze cliënten werden niet goed begrepen. Ze kregen niet altijd de aandacht die ze verdienden, zaten hele dagen alleen op hun kamer. De kracht van ons team nu is dat we proberen te zien: wie is deze jongen? Wie is deze vrouw? Wat hebben ze nodig?

‘Het belangrijkste is dat ze mogen zijn wie ze zijn. Niet dat ze maar in een bepaald ritme moeten lopen omdat jij dat toevallig prettig vindt. We moeten ze aan de hand nemen in het leven. Dat kost veel tijd en aandacht.

‘Een kleine verstoring kan tot escalatie leiden, wij zien die inmiddels aankomen. Daarom zijn we met collega’s bij elkaar gekomen toen een van de bewoners besmet raakte. We hebben tijdens een lunch zelf besloten mee in quarantaine te gaan.’

Als Kok thuiskomt nadat ze is weggestuurd, heeft de woede haar lijf nog niet verlaten. Ze gaat in eerste instantie ‘een beetje tof lopen doen’. ‘Ik ging expres nog een rondje met de hond lopen, zo van: als iemand mij wegstuurt, ga ik hier wel lopen chillen dan.’ De rillerigheid lost ze er niet mee op, dus ze besluit te gaan douchen. Ze zet de douche zo heet dat ze zichzelf bijna verbrandt, maar van binnen blijft ze koud. ‘Toen ik eenmaal in bed lag, voelde ik mijn lampje uitgaan. Het ging bergafwaarts.’

Hoe waren die dagen?

‘Ik heb meteen een vriend gebeld om de hond op te halen, een vriendin die vlakbij woont zette eten voor mijn deur. Ik moest me echt aan de deur vastklampen om dat eten te pakken, anders viel ik om. De keuken haalde ik niet eens. Ik zette het eten naast mijn bed, moest eerst weer een uur uitrusten en pas daarna kon ik een hapje nemen.’

Was je bang?

‘Soms. Er waren momenten dat ik vreesde dat ik erin zou blijven. Eén ochtend was ik mijn familie vergeten te appen dat ik weer wakker was, ik voelde me te beroerd. Kreeg ik gelijk een boel telefoontjes en berichtjes, omdat ze zagen dat ik lang niet online was geweest. Mijn familie was er niet gerust op.’

Had Kok tien jaar geleden verteld dat ze met deze doelgroep zou werken en ze had je vierkant uitgelachen. De zorg was nooit haar doel, ‘ik was overal vies van’.

Ze wilde naar het Cios, de sportdocentenopleiding, maar op de dag van de toelatingstest was ze ziek en dus vond de toelatingscommissie haar – eredivisievoetbalster – niet fit genoeg. Ook een steunbetuiging van de KNVB mocht niet baten. ‘Zo zie je maar’, zegt Kok, ‘alles gebeurt met een reden.’

‘Toen ik eenmaal in bed lag, voelde ik mijn lampje uitgaan. Het ging bergafwaarts.’Beeld Linelle Deunk

Via de kinderopvang, en de opvang van kinderen met ontwikkelingsproblemen als autisme, kwam ze uiteindelijk in de gehandicaptenzorg terecht. De eigenschappen die ze had op het veld helpen haar ook in de zorg. ‘Zonder mijn doorzettingsvermogen was ik nooit gekomen waar ik nu was.’

Voordat ze op de woning ging werken, had ze de ‘spookverhalen’ erover al gehoord. Maar Kok is te stoer om die zomaar te geloven: ‘Die vallen in de praktijk vaak wel mee.’ Ook in haar omgeving was er weerstand, familie en vrienden die het maar gek vonden wat ze deed. Die zagen de krassen die ze opliep, het scheurtje in haar oor nadat ze een lamp naar zich toe geslingerd had gekregen. ‘Buitenstaanders zien alleen dat slaan en schoppen, maar dat is maar een mini-onderdeeltje van wie de cliënt is.’ En, zegt Kok, het is geen agressie die op haar is gericht, ‘zij zijn niet boos op mij. Het is hun manier van hulp vragen.’

Toch: twee weken lang, 24 uur per dag, op elkaars lip, dat lijkt me zwaar.

‘Het is juist een mooie ervaring geweest. Al voor de coronaperiode heb ik veel tijd met ze doorgebracht, echt geïnvesteerd in het opbouwen van een relatie. Als je een cliënt het vertrouwen geeft dat hij er mag zijn, dan hoeft er geen agressie te zijn als ze hulp nodig hebben. Daarom vind ik dit werk zo interessant, dat proces kun je omdraaien.

‘In de coronatijd hebben we die relatie nog extra kracht bijgezet. Door samen een film te kijken op de bank, of even te kroelen in bed, Koranteksten door te nemen. Doordat we alles samen deden, ontstond een huiselijke sfeer. Het kwam niet één keer tot een escalatie, we hebben juist veel gelachen. Deze gasten zijn veel te leuk om niet om ze te geven. Deze doelgroep moet een keer positief naar voren komen. Mensen lopen door hun negatieve vooroordelen met een boog om ze heen, maar dat is echt niet nodig.’

Wat is de belangrijkste les die je deze periode hebt geleerd?

‘Ik heb geleerd om de bewoners nog meer te vertrouwen. Voorheen zou ik mijn telefoon nooit op tafel laten liggen, die gaan die gasten dan soort van lenen. Nu liet ik rustig dingen slingeren als ik even naar de keuken moest.’

Toen Kok de woning moest verlaten, waren alle bewoners – alle vier waren ze besmet met het virus – aan de beterende hand. Ook de vijf begeleiders die met hen intern gingen, raakten allen besmet. Voor Kok was die 38,9-meting pas het begin van een lange periode van onheil.

Nu drie maanden later kampt ze nog altijd met de naweeën. Na een paar dagen doodziek op bed zette het herstel maar langzaam in. Kok woont vier hoog, zonder lift, dus boodschappen deed ze met kleine beetjes of liet ze bezorgen: een zware tas de trappen op tillen ging niet. Ze had nog maanden pijn in haar rug, voelde zich benauwd. Normaal gesproken maakte ze lange wandelingen met haar hond, de duinen in. ‘Ik voelde me schuldig, meer dan tien minuten kon ik niet aan.’

Het ergst vond Kok de hoofdpijn, ‘vreemde steken in mijn hoofd’, allesverzengend. Ook nieuw: de vermoeidheid. Als ze klaar is met werken, komt ze de bank niet meer af.

Sinds twee weken gaat het voorzichtig de goede kant op. Vorige week probeerde ze voor het eerst weer wat te trainen, ‘met heel lichte gewichten. Ik had vier dagen spierpijn.’ Over een paar weken wil ze een stukje hardlopen, ‘maar daar voel ik me nu nog niet prettig bij’. Als topsporter is ze met haar lijf altijd over grenzen heen gegaan – zo gezond is een bestaan als sporter niet. Dat heeft ze nu ook gedaan. ‘Ik zie het als een revalidatie, ik moet zorgen dat ik op mijn oude niveau kom.’

Ben je achteraf gezien niet te roekeloos geweest? 

‘Ik had nooit voorzien dat het virus mij zo heftig zou raken. Ik denk dat mijn topsportverleden ervoor heeft gezorgd dat ik het heb aangekund. Mijn zus vond het sowieso niet superchill dat ik intern ging. Spoor jij wel helemaal, zei ze. Iedereen vindt je nu stoer en de held, maar je bent ook gewoon mijn kleine zusje dat risico’s heeft genomen. En met welke gevolgen?

Toch heb ik geen seconde gedacht: had ik het maar niet gedaan. Ik zou het zo weer doen. Ik weet nu wat me te wachten staat en ik weet dat ik hier sterker uit ga komen. Het is het enige wat ik de afgelopen periode heb gedacht: ik moet hier doorheen, dan kan ik terug naar mijn familie, terug naar die gasten.’

Eerder verschenen in deze serie

Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken: ‘Dit is geen gezonde baan

Edith Kwaspen, die beide ouders verloor aan corona: ‘Het bood veel troost dat ze op dezelfde dag dingen’

Roger van Boxtel, topman NS: ‘Deze crisis heeft de grenzen van de totaal vrije markt blootgelegd’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden