Otztal moet zonder Ötzi overleven

Bij gebrek aan voldoende sneeuw wil het Oostenrijkse Ötztal vanaf 2001 warmwaterbronnen exploiteren. Van Ötzi is de streek commercieel niet echt veel wijzer geworden....

IN OOSTENRIJK was 1991 het jaar van de gletsjerlijken. Eind augustus bedroeg de score al vijf stuks. Dat was opmerkelijk omdat het hooggebergte gemiddeld maar één lichaam in de zeven jaar prijs geeft. We hebben het dan over verongelukten wier lichamen niet na het ongeval konden worden geborgen, maar die jaren, soms decennia na hun dood door een gletsjer worden uitgestoten.

Vijf gletsjerlijken in één jaar, dat was sensationeel. Toch zou het zesde gletsjerlijk van 1991, dat een paar weken later in de Ötztaler Alpen werd gevonden, méér stof doen opwaaien dan alle andere bij elkaar. Het zou leiden tot gekibbel tussen Oostenrijkse en Italiaanse autoriteiten, tot wetenschappelijke euforie, tot idiote reclamecampagnes en tot een echte mediahype.

We hebben het natuurlijk over Ötzi, de man uit de late Steentijd, die 5200 jaar geleden op de Similaungletsjer stierf en al die tijd in het ijs bewaard bleef. Wereldwijd werd in meer dan vierduizend kranten en tijdschriften over hem gepubliceerd. Er verschenen stapels boeken over de gletsjerman, waaronder een boek waarin de hele vondst als een vervalsing werd afgedaan. Philips prees zijn koelkasten aan met 'Ötzi zou voor een Philips-koelkast kiezen', Suzuki ontwierp het speciale model Vitara Ötzi ('zo weerbestendig, zo onafhankelijk van zon, regen, sneeuw en ijs als Ötzi'), een schoenfabrikant kwam met de Iceman Original Boot, die door het schoeisel van de gletsjerman zou zijn geïnspireerd ('vijfduizend jaar ontwikkelingsgeschiedenis'), en politieke partijen bezworen dat Ötzi, mits kiesgerechtigd, beslist op hen zou stemmen. De Ötztaler Alpen lagen in het centrum van de wereld, of in elk geval in dat van Oostenrijk.

Zeseneenhalf jaar later. De man van de VVV van Längenfeld kan er bijna niet over uit. Nog nooit in zijn achttienjarige loopbaan bij het Turismusverband heeft hij meegemaakt dat de hele winter lang niet één loipe kon worden uitgezet. Skiën, ja, dat lukt nog wel in het Ötztal. In de bergen wil nog wel eens een flinke sneeuwbui vallen, al is er sinds medio januari niet veel meer bijgekomen. Maar in het dal was het dit jaar armoe troef. Alleen bij Sölden en Obergurgl, helemaal achter in het dal, vlakbij de Italiaanse grens, viel te langlaufen. 'De klimaatsverandering, nietwaar?'

Of Ötzi nog iets voor het toerisme in de streek heeft betekend? Och ja. In Sölden heb je een Ötzi Keller, een après-ski café, dat een graantje probeert mee te pikken van de naamsbekendheid van de gletsjerman, en in Ischgl staat een Ötzi-supermarkt. 'Maar in Längenfeld hebben wij bewust niet meegedaan met het commerciële gebruik van zijn naam. Wij vinden dat ethisch niet in de haak, dat gesjoemel met een dode man.' Zijn vrouwelijke collega in het noordelijker gelegen Oetz vindt dat je het per geval moet bekijken. Vanuit Sölden is een speciale Ötzi-tocht uitgezet naar de vindplaats. Daar is toch niets mis mee? Zelf heeft ze hem ook gemaakt. Loodzwaar, maar prachtig.

Ze vertelt dat twee docenten aan de Servicestelle für Alpenländische Volkskultur Ötzi's laatste maaltijd hebben gereconstrueerd. In het Waldgasthof kon men vervolgens een heus Steentijdmenu bestellen. Het bestond uit rundvlees, spek, kalfsstaart, gerst en selderij, op smaak gebracht met thijm, honing en daslook. Naar verluidt heeft het de gasten goed gesmaakt, en de kok overweegt nu het gerecht vast op het menu te zetten. Dat zijn toch aardige, onschuldige dingen?

Tijdens mijn tweede dag in het Ötztal begin het zowaar te sneeuwen. Aarzelend wordt het groene dal een klein beetje wit, maar voordat de zon tegen drieën achter de 3098 meter hoge Blochkogel is verdwenen, is de meeste sneeuw alweer gesmolten. Er zit geen vorst meer in de grond. 'Onzin', zegt Alberta Schöpf stellig, wanneer de al dan niet vermeende klimaatsverandering ter sprake komt. Zij is boerin en verhuurt daarnaast kamers in haar eigen woning, en in een nabijgelegen vakantiehuis in het dorpje Huben, iets ten zuiden van Längenfeld. 'Als kind moest ik ooit een opstel schrijven met de titel Eindelijk sneeuw! In mijn jeugd was sneeuw heel belangrijk omdat je anders niet met de slee de houtvoorraden uit het bos kon halen. Mijn moeder vertelde me toen al dat je na zeven koude winters altijd zeven warme winters kreeg. Dat is altijd zo geweest. Die sneeuw komt heus wel weer terug.'

Sinds enkele tientallen jaren is het Ötztal een relatief welvarend gebied, maar Alberta herinnert zich dat de familie het in haar jeugd arm had. 'De mensen hadden grote gezinnen, en dikwijls niet meer dan twee of drie koeien. Daarvan was bijna niet rond te komen. Mogelijkheden om wat bij te verdienen waren er nauwelijks. Er was in het dal geen industrie. De vrouwen maakten kleding uit hennep, maar daarmee had je het wel gehad. Aan het begin van het dal, bij Sautens, hadden de mensen het wat beter. Daar zag je ook fraai beschilderde huizen. Voor dat soort zaken hadden wij geen tijd en geld. Wij waren bezig te overleven. Arme Hintertaler werden we genoemd. Pas toen de toeristen kwamen, werd het beter. Nu zijn we rijk. Maar het zware leven in een ruige omgeving zit nog altijd in ons karakter. Dat geldt trouwens voor alle Tirolers. Wij zijn hard en rauw.'

Hoewel ze net als de andere dalbewoners spreekt in termen van drinnen en draussen - binnen en buiten het dal - bevestigt ze dat de Tirolers een sterke onderlinge verwantschap voelen. Die overstijgt niet alleen de grenzen van het eigen dal, maar ook de landsgrenzen. De Zuid-Tirolers, die sinds 1918 Italianen zijn, maar dat niet willen weten, gelden gewoon als clangenoten. 'Wij voelen ons in de eerste plaats Tirolers en pas op de tweede plaats Oostenrijkers of Italianen. Wenen, dat is een andere wereld.'

De vanzelfsprekende banden tussen Noord- en Zuid-Tirol, komen onder andere tot uiting in het feit dat jaarlijks zo'n drieduizend schapen uit het Italiaanse Schnals op de almen van het Oostenrijkse Vent komen grazen. Ze hebben daar vanouds weiderechten. Al zeker sinds de vijftiende eeuw maken schaapherders met hun kuddes de twaalf kilometer lange tocht, die vanwege de zware oversteek over de Hauslabjoch vijf uur duurt. In Vent wonen veel mensen uit Schnals. Je komt ook steeds dezelfde namen tegen aan beide zijden van de grens: Gamper, Grüner, Güfler, Santer, Schöpf. Als een Schnalstaler in Vent overlijdt, wordt hij over de bergpas naar zijn geboortegrond gebracht. 'Als het winter is, en de overtocht is onmogelijk, wordt zo iemand gewoon in de sneeuw neergelegd, totdat het wel kan', aldus Alberta.

De schapenkuddes, de doden en hun begeleiders passeerden telkens de beroemdste dode die de Ötztaler Alpen ooit opleverden. 'Er zijn de laatste jaren enkele belangrijke nieuwe inzichten ontstaan rondom Ötzi', aldus professor dr. Walter Leitner van het Institut für Ur- und Frühgeschichte van de universiteit van Innsbruck. Zijn collega Konrad Spindler schreef in 1993 het enige door de universiteit geauthoriseerde boek over de kwestie, Ötzi de gletsjerman. Daarin stelt hij dat Ötzi een herder moet zijn geweest, die in het najaar de bergen invluchtte na een rampzalige gebeurtenis. Leitner is het daar niet mee eens en begint uit te leggen waarom. Of de duvel ermee speelt, komt halverwege zijn tweede kritische zin Spindler binnenlopen, zodat Leitner zichzelf onderbreekt en over koetjes en kalfjes begint te spreken. 'We hebben het weer eens over Ötzi, Konrad. Meneer hier heeft je boek gelezen.' Spindler maakt een gebaar dat het hem worst zal wezen en verdwijnt. Arme Ötzi is 5200 jaar na zijn dood nog springlevend in zijn vermogen wetenschappelijke vijandschappen te creëren.

gfsfc,19,5,45,510 EITNER vervolgt. Ötzi is niet in de herfst verongelukt maar in de zomer, hij was geen herder, maar juist een belangrijk en machtig man, en voor dat verhaal van die rampzalige gebeurtenis is veel te weinig grond. Maar wat een voor die tijd oude man (tussen de 43 en 51 jaar), die 48 kilo woog, ruim dertig kilo uitrusting meezeulde, en bovendien niet in goede gezondheid verkeerde, te zoeken had op 3200 meter hoogte - nee, daar is geen duidelijke verklaring voor.

Een speurtocht door het Ötztal levert T-shirts, lepeltjes, aanstekers, oorringen, broches, hoedenspelden en een aantal ansichtkaarten van Ötzi op. Maar ze domineren de souvenirwinkels niet. 'Het is moeilijk een lijk commercieel uit te buiten', zegt een winkelier schamper. Dat neemt niet weg dat de vinders, het echtpaar Simon uit Neurenberg, een proces zijn begonnen. Ze willen geld zien. Zonder hen was Ötzi immers misschien nooit ontdekt?

Een tocht door het Ötztal bevestigt tevens wat we al wisten van de Oostenrijkers: hun respect en ontzag voor de natuur is groot, en dat vertaalt zich in een grote nijverheid bij het inrichten van hun eigen territoria. De dorpen in het dal hebben het karakter van toevluchtsoorden; veilige, knusse, ja kneuterige bastions, waar de vijand - de vooral 's winters overweldigende buitenwereld - geen vat op krijgt. De huizen hebben kleine ramen, die niet alleen de koude, maar ook het daglicht buitenhouden. Overal lambriseringen, smeedwerk, overdadige houtsnijkunst, geborduurde kleedjes en wollige tapijtjes. En natuurlijk is alles brandschoon, zitten de huizen goed in de verf en zijn ze bovendien even liefderijk als lieflijk van de meest popperige sierschilderingen voorzien.

Hier heerst de mens, zo luidt de boodschap die de dorpen uitstralen. Hier geven we de weerbarstige natuur geen kans. Dit is niet de wereld van Ötzi, gletsjers, sneeuwbruggen, afgronden en diepe vrieskou. Dit is ons eigen veilige wereldje, waar het houtvuur knapt, waar het water voor de Jagatee op het fornuis pruttelt, en dat willen we weten ook. Daarom laten we geen gelegenheid onbenut er ons eigen stempel op te drukken. Daarom ook schrijven we elk jaar op Driekoningenavond met krijt 'C+B+M' plus het jaartal op de deurpost. Omdat we de bescherming van Caspar, Balthasar en Melchior best kunnen gebruiken in onze strijd met de vijandige buitenwereld. Jawel, cocooning zit de Oostenrijkers in het bloed. Het lot van Ötzi moet, bewust of onbewust, hun grootste schrikbeeld zijn.

Sinds 16 januari van dit jaar zijn de Oostenrijkers hun oer-Tiroler overigens kwijt. Al in 1991 werd vastgesteld dat Ötzi precies 96.60 meter ten zuiden van de grens was gevonden en dus aan de Italianen toeviel. Wel werd besloten dat de universiteit van Innsbruck het onderzoek zou coördineren. Die was er nu eenmaal als eerste bij. Maar na zeseneenhalf jaar bevindt de gletsjerman zich nu in het Archeologiemuseum van Zuid-Tirol te Bolzano. Daar begint op 28 maart een grote Ötzi-expositie. Voor het eerst zal de gletsjerman voor het publiek te bezichtigen zijn. Na langdurig experimenteren is een Milanese fabrikant van koelapparatuur erin geslaagd een uitstalkast te vervaardigen waarin een permanente luchtvochtigheidsgraad van 98 procent en een temperatuur van min zes graden worden gegarandeerd.

In het Ötztal treurt men niet om het verlies van de gletsjerman. 'Hij is immers nog steeds in Tirol', aldus Alberta Schöpf. In Längenfeld zinnen ze inmiddels op alternatief toerisme, want je weet met die klimaatsverandering maar nooit. Er zijn warmwaterbronnen ontdekt, die vanaf 2001 zullen worden geëxploiteerd. Het project Bad Längenfeld wordt al op grote borden aangekondigd. Als je je niet langer met koude kunt profileren, probeer je het toch gewoon met warmte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden