InterviewSophie de Lint

Operadirecteur Sophie de Lint was als de aanzegger van het ondenkbare: ‘Die gezichten – als ik eraan denk word ik opnieuw emotioneel’

Beeld Marie Wanders

Net toen ze haar eerste seizoen als directeur van De Nationale Opera had aangekondigd, mocht geen voorstelling meer doorgaan. Een mokerslag. Maar zo’n nieuwe uitdaging geeft ook nieuwe energie, merkt Sophie de Lint nu alles weer mondjesmaat op gang komt.

Op maandag 24 februari 2020 lacht het leven Sophie de Lint toe. Kijk haar stralen in de foyer van Nationale Opera & Ballet, aan het Amsterdamse Waterlooplein. Hier geeft ze een hoofdknik, daar een luchtkus. Naar deze avond heeft ze anderhalf jaar toegeleefd. Eindelijk kan ze het doek trekken van haar eerste seizoensprogramma als directeur van De Nationale Opera. Een nieuw tijdperk, tadáá!

Zeventien dagen later jakkert ze langs de Amstel. Zojuist heeft Sophie de Lint (45) in de Pijp een repetitie stilgelegd. Nu spurt ze terug naar het hoofdkwartier. Ze moet op tijd zijn voor het staartje van een andere repetitie. Kurt Weill, Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny, regie Ivo van Hove, première over drie dagen. Ze stormt binnen. Stop!

‘Die gezichten’, zegt ze begin augustus in de krochten van de Stopera. De Lint gaat voor langs een gemarkeerde route door trappenhuizen en gangen. Posters aan de wand houden de moed erin. Keep on singing! Keep on dancing! Ze neemt plaats achter haar bureau.

‘Die gezichten – als ik eraan denk word ik opnieuw emotioneel.’ Sophie de Lint slikt, haalt adem, lacht met zelfspot. ‘Sorry, dit zag ik niet aankomen.’

Op donderdag 12 maart, na de onheilstijding van premier Rutte, rende ze rond als de aanzegger van het ondenkbare. Samenkomsten van meer dan honderd personen waren per direct verboden. Het was de doodsteek voor een festival dat een dag later zou beginnen: Opera Forward, voor het nieuwste, hipste en experimenteelste aanbod.

De Lint stuurde internationale solisten naar huis. Sloot hele afdelingen, van kostuum en decorbouw tot kap en grime, van dramaturgie en marketing tot audiovisueel. Op het hoogtepunt van het seizoen vielen bijna 550 werknemers en honderden freelancers van ’s lands grootste en gulst gesubsidieerde cultuurinstelling stil.

‘Eerst dacht ik: dit duurt een paar weken. Vervelend, maar overkomelijk. Optimisme zit nu eenmaal in mijn genen: wat er ook gebeurt, het doek moet op.’ Maar haar hoop vervloog op 23 maart. Lockdown, het werd menens.

Wie is Sophie de Lint? Die vraag gonst rond in 2017, als De Nationale Opera haar aanwijst als de opvolger van Pierre Audi. De Frans-Libanese directeur en regisseur heeft het voorheen kwakkelende huis in drie decennia naar de top gestuwd.

Alleen insiders weten dat De Lint Operndirektorin is in Zürich. Dat ze in Rotterdam is geboren, maar al op haar tweede is verkast naar Zwitserland. Frans is haar moedertaal, ook Duits, Engels en Italiaans spreekt ze rap. ‘Alleen aan mijn Nederlands moet ik nog schaven.’

Of ze ervoor terugschrok om in Audi’s voetsporen te treden? ‘Haha, welke maat heeft hij? Natuurlijk, iedereen heeft twijfels, anders doe je je baan niet goed. Maar ik ken Pierre, voel me verwant aan zijn werk, ben hier vaak komen kijken. En verder vertrouw ik op hoe dingen lopen in het leven. Je wordt voor zo’n functie niet voor niets gepolst.’

Beeld Marie Wanders

De Lint betrekt haar directiekamer in de zomer van 2018. Ze herschikt de staf en haalt met de jeugdige dirigent Lorenzo Viotti een aanstormende chef in huis. Sommige kenners houden twijfels. De Lint is geen kunstenaar, zoals Audi, maar een manager. Heeft ze behalve verstand van zangers ook een neus voor regisseurs en dirigenten?

Na haar eerste seizoenspresentatie gaan de petten af. Dit is vakwerk. Zonder met de DNO-traditie te breken scherpt De Lint het artistieke profiel aan. Meer vrouwelijke dirigenten. Meer operette en belcanto. Meer kinder-, jeugd- en familievoorstellingen.

Zelf was ze 8 of 9 toen haar moeder haar meenam naar de opera. Verdi, Un ballo in maschera, het gemaskerde bal. ‘Ik ging onvoorbereid en werd gegrepen door de beelden en emoties. De dag daarop viel ik er mijn klasgenoten tot vervelens toe mee lastig.’

Als puber maakte ze lange wandelingen met de hond. Beethoven klonk door de walkman. ‘De Frühlingssonate voor viool en piano, tweede deel, waar het van majeur naar mineur gaat. Hoe harder het regende, hoe groter de impact.’

Om ingénieur commercial te worden, vertrok ze naar Brussel. Foute opleiding. Na twee weken, net 18 geworden, vluchtte ze terug. In Genève stortte ze zich in het nachtleven van krakers en kunstenaars.

En dan, op een katerige zondagochtend, ziet ze op tv een live-interview met operadirecteur Renée Auphan. ‘Ze sprak op zo’n sympathieke, niet-intellectuele manier over opera, dat ik dacht: bij haar moet ik zijn.’ Ze gaat er meteen op af en smoest zichzelf het omroepgebouw binnen. Omdat alle cafés dicht zijn, neemt Auchan haar mee naar haar auto. ‘Een witte Renault, we hebben uren gepraat. Een paar dagen later had ik een baan.’

Er volgt een leven als assistent, zangersmanager en vanaf 2009 als artistiek directeur van het Opernhaus Zürich. De Lint werkt ‘zakelijk, energiek en zonder omhaal’, noteert een Zwitserse krant. ‘Ik had er een heerlijk bestaan, maar na al die jaren werd het tijd uit de comfortabele stand te komen.’

Nu, in Amsterdam, op de drempel van een in de war geschopt seizoen, is niets meer zeker in een vak dat floreert bij hartstochtelijke zangers boven een dampende orkestbak.

‘Het is Point zéro, Stunde Null, een extreem onzekere tijd. Maar ik omarm de crisis als een uitgelezen moment om te experimenteren. Ze versnelt processen die al jaren prioriteit hadden. Hoe geven we kansen aan jonge makers en bereiken we nieuw publiek?’

Het operahuis stelde vier teams samen van jonge makers: regisseurs, dirigenten, dramaturgen, choreografen en andere creatieven, stuk voor stuk rond de 30. ‘De opdracht luidde: maak binnen het coronaprotocol een voorstelling die reflecteert op de rol van muziektheater voor jullie generatie. Je krijgt de beschikking over de zaal en de hulpbronnen van het huis: koor, orkest, ateliers, alles.’

Eind mei polste De Lint bijvoorbeeld regisseur Lisenka Heijboer Castañon (28). Die haalde er dirigent Manoj Kamps (31) bij. Helemaal carte blanche kregen ze niet. De voorstelling moet aanhaken bij het seizoensthema, Faust, naar de man die zijn ziel verkocht aan de duivel. De Lint: ‘In die stof zitten universele vragen. Welke aspiraties heeft de mensheid? Kunnen we ongestraft alles willen?’

Beeld Marie Wanders

En zo trapt de voorstelling FAUST [working title] op 5 september feestelijk het operaseizoen af. In de bak en op het toneel zal het Nederlands Philharmonisch Orkest veertig lessenaars opstellen. Een dertigkoppig operakoor waaiert uit over het tweede balkon. Een koor van dertig kinderen mag zonder belemmeringen dansen en zingen. Drie solisten vertolken muziek uit alle windstreken, voor een publiek van 300 tot 350 liefhebbers per keer.

Regisseur Heijboer heeft bewezen een antenne te hebben voor seksisme en racisme. Dirigent Kamps pleegt het queer zijn uit te dragen tot in de concertoutfit: soms pak, soms japon. ‘Ik leer veel bij’, zegt De Lint. ‘Maar een risico? Het zijn bij uitstek zaken die hun generatie bezighouden.’

Wordt het scenario A of B? Scenario C, D of E? Afhankelijk van het virus hakt De Lint tegenwoordig per dag en per titel knopen door. ‘Dat is ongekend voor een bedrijf dat gewend is jaren naar een productie toe te werken. Ik heb intern gezegd: ik weet dat dit ongebruikelijk is, maar laten we doen wat we redelijkerwijs kunnen. En dan merk je dat een nieuwe uitdaging ook nieuwe energie geeft.’

Zoals het er nu uitziet pakt DNO in november de oorspronkelijke programmering op met Le nozze di Figaro van Mozart, al dan niet geënsceneerd. Eerder al, in oktober, krijgt Willem Jeths’ nieuwe opera Ritratto alsnog zijn première.

Sneu was dat, op 12 maart. Op die hectische donderdag bleef het bij een generale repetitie die DNO nog net wist te streamen. ‘Met uitverkochte voorstellingen in het festival hadden we maximaal 4 duizend mensen bereikt. Nu kwamen we aan de 75 duizend.’

Beeld Marie Wanders

De Lint heeft in Nederland moeten wennen. Bijvoorbeeld aan het wonen in een lawaaierige buurt. Of aan de moertjes en boutjes van een krakend subsidiestelsel. Haar eerste akkefietje met de Raad voor Cultuur heeft ze al achter de rug. In zijn vierjaarlijkse advies, begin juni, stelde de Raad ijskoud dat DNO zijn subsidieaanvraag van 26 miljoen over moest doen.

‘Natuurlijk gaf dat stress. Wat hadden we verkeerd gedaan? Een crisis binnen een crisis, dat kon er nog wel bij. Maar na het traceren van een bijlage is het advies bijgesteld van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Begrijp me goed: ik heb geen kritiek, ik ben nieuw hier. Maar ik hoop op een betere dialoog om misverstanden vermijden.’

Inmiddels voelt Amsterdam als haar thuis. ‘Ik heb een prettige woning gevonden naast de Hortus Botanicus. En ik trof een nieuwe liefde. Ze stapte op me af bij een etentje. Ben jij Sophie de Lint, de nieuwe directeur? Wat leuk, wees welkom! In een seconde was het gebeurd.’

FAUST [working title], première 5/9, voorstellingen t/m 24/9. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden