ColumnSylvia Witteman

‘OPEN MUSEA’. ‘OPEN THEATERS’. Voor mij hoeft het niet hoor, maar dóé het nou maar

null Beeld

Behalve Artis mis ik nog steeds bijna niets. Mijn ouders zijn inmiddels gevaccineerd, dus wij kunnen elkaar knuffelen en omhelzen tot we erbij neervallen. Niet dat we daar behoefte aan hebben, we zijn tenslotte geen Italianen of Brabanders of zo, dus er is in feite weinig veranderd. Mijn moeder constateerde alleen: ‘Nu kun je mijn haar wel weer eens knippen’, en mijn vader sprak: ‘Ik heb die tweede prik gehad, dus als jullie me nu nog dood willen hebben, moeten jullie me van de trap smijten.’

Restaurants mis ik niet, want daar zijn obers die je gesprek acht keer onderbreken om met een pink naar je eten te wijzen, en je te vertellen dat je wijn uit een biodynamische wijngaard in Zuid-Transsylvanië komt ‘met een sterk vulkanische bodem’; op terrasjes ben je overgeleverd aan de genade van werkstudenten met een ‘collega die zo bij u komt’, dus ik zit veel liever ergens in het gras met een fles van thuis; en Netflix heb ik ook nog láng niet uit (heeft u de serie Shtisel al gezien? Ach, die is zo heerlijk!)

Wat blijft er dan nog over? Sport? Zelf houd ik het op wandelen en fietsen, en dat was al die tijd geen enkel probleem. Ook de échte sportliefhebbers doen het nu buiten, bijvoorbeeld onder het afdak van het Stedelijk Museum, u weet wel, die stuitende witte badkuip midden in Amsterdam.

Ik stond daar te kijken hoe jongelui zichzelf aan het kwellen waren op ritmische muziek, met die gesloten kunsttempel op de achtergrond. Er kwam een tengere, bleke jonge vrouw voorbij lopen. Ze had een gezicht als Jeanne d’Arc op een 19de-eeuws schilderij en een fiets aan haar hand. Op de bagagedrager was een bamboe stellage bevestigd met een klein spandoek. Aan de ene kant van dat spandoek stond, in felgekleurde letters, ‘OPEN MUSEA’ en aan de andere kant ‘OPEN THEATERS’.

De jonge vrouw schreed langzaam – met die fiets – langs de sporters, die dingen naar elkaar schreeuwden als ‘1,2,3 4, EN SQUAT! NOG 40 KEER!’ Ze zagen dat spandoek niet eens. Beefde haar lip? Ze stak de Van Baerlestraat over, naar het Concertgebouw, zette haar fiets op slot en verdween de artiesteningang in.

Ik zette mijn fiets naast de hare en bekeek het spandoek van dichtbij. De rode, gele en oranje letters waren zorgvuldig uit vilt geknipt en met piepkleine steekjes garen in bijpassende kleur op het spandoek genaaid. Ik zag haar voor me, hoe ze een hele, lange avond aan dat zielige spandoekje had zitten naaien, met prikkende ogen boven haar kopje rooibosthee.

‘OPEN MUSEA’. ‘OPEN THEATERS’. Voor mij hoeft het niet hoor, maar dóé het nou maar.

Voor haar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden