'Op kraamvisite kwam hij niet eens' Zorg voor vader

Dochters weigerden, na de operatie die hun hulpbehoevende vader onderging, de 'ziekenzorg' over te nemen...

'Ze dreigden hem plompverloren buiten te zetten, in een taxi het ziekenhuis uit en weg. Terwijl hij echt niet meer op eigen benen kon staan. We zagen hem al staan huilen voor zijn eigen deur, wachtend op zijn huisarts. Die niet eerder iets kon doen dan na ontslag uit het ziekenhuis. Want dat zijn de regels.

Het begon met een telefoontje dat hij opgenomen was en dat het binnen drie dagen zou zijn afgelopen als hij niet werd geopereerd. acuut aneurysma aortae abdominalis, de vier A's. Het ernstigst was het lekken van de buikslagader. We werden apart geroepen, met de vraag: want vindt u? Moet hij worden geopereerd? We zeiden: sorry, maar hij is nog heel goed aanspreekbaar, moet dat dan niet in de eerste plaats met hemzelf overlegd worden?

Achteraf vraag je je af wat er gebeurd zou zijn als we hadden gezegd: laat hem maar stilletjes doodgaan. Het idee dat kinderen het levenslot, of doodslot dus, zouden kunnen bepalen van hun ouders. We waren stomverbaasd. We spraken met hem, hij wilde geopereerd worden. 'Sta op en vecht', zei hij, tegen iedereen. We spraken over de dood, hij was er bang voor, maar hij wilde ook niet verder leven zoals het ging.

We werden door de chirurg voor de keus gesteld: 1) als we niet opereren, is hij binnen drie dagen dood; 2) als we wel opereren, is er 50 kans procent dat hij het overleeft, en dan is er weer 50 procent dat hij nog redelijk uit de operatie komt. Maar zelfstandig wonen kan hij niet meer, in het gunstigste geval zal hij in een verpleegtehuis moeten worden geplaatst.

Omdat hij het zelf wilde, ging de operatie door. We waren 48 uur paraat, er moest mogelijk gereanimeerd worden, het was ongelooflijk ingewikkeld: een hoofdader werd vervangen door kunstvezel. Maar hij overleefde het. En toen begon dus die hele discussie over naar huis gaan. Wat echt niet kon. Hij is ook afasiepatiënt, hij kan weinig zeggen. Alleen dat 'ik sta op, en vecht' zit er diep in.

Maanden van bellen, vergeefse bezoeken en nutteloze telefoontjes volgden. Het was weer zo'n maandagmorgen, want nieuwe krachten hadden kennelijk een voorkeur voor dat tijdstip, dat we te horen kregen: 'Uw vader wordt ontslagen en wordt woensdag in een taxi gezet. Naar huis.'

We hadden z'n huis intussen leeggeruimd, de financiën geregeld - hoewel ze in het ziekenhuis eerst geen machtiging wilden geven, omdat daarmee de privacy geschonden zou worden. Maar iemand anders zette wel zonder mankeren een handtekening. Maar goed, we hadden die maatregelen genomen omdat ons verzekerd was dat hij nooit meer naar huis zou kunnen.

Een paar weken voor zijn opname waren we nog op bezoek geweest. Hij bleek niet meer te slapen, hij zat de hele nacht op. De wc was boven, daar kon hij niet meer heen. Maar in het ziekenhuis werd kennelijk gedacht dat we om beurten wel even een paar uur zouden rijden om een po te legen. Er werd in een van de laatste gesprekken gewoon gezegd: 'Normale mensen zetten bij thuiskomst van hun vader een bloemetje neer en vullen de koelkast.' Heel goed, zeiden we, dat zouden we ook doen, maar bijna iedereen is het erover eens dat deze man niet op zichzelf kan zijn. Bovendien, er stáát geen tafel meer om een bloemetje neer te zetten en er ís geen koelkast meer om te vullen. Het huis was leeg. We hadden het huis nota bene in overleg met hemzelf onttakeld.

In het ziekenhuis zei hij, nog voor de operatie: 'Dank je voor jullie hulp, dank je dat jullie mijn kinderen zijn.' Hij had zich neergelegd bij de idee dat hij zou kunnen sterven. En om eerlijk te zijn, we waren niet onder de indruk. Hij heeft zich voorzover we weten nooit een ogenblik bekommerd om zijn kinderen. Hij werkte, was weg, zweeg. Op kraamvisite kwam hij niet, toen we kinderen kregen. Een opa is hij nooit geweest.

En dan hoor je doodleuk: 'U zit wel vol pretenties, hè.' Omdat je vraagt naar de procedures. Dat mag dus niet, want het ziekenhuis kent de procedures en die worden dus per definitie aangehouden.

Een ziekenhuis hoort de thuiszorg op de hoogte te brengen als een patiënt ontslagen wordt die niet meer zelfstandig kan wonen. Dat gebeurde dus niet. Kortsluiting in de informatie. Legio voorbeelden daarvan. Een zus van ons kwam naar het ziekenhuis en had onverrichterzake terug kunnen keren. Want 'deze man kennen we niet, waarschijnlijk ontslagen', zeiden ze. Bleek hij van chirurgie naar cardiocare - een andere afdeling, een andere verdieping - verhuisd. Het is dat ze een medepatiënt tegenkwam die toevallig van de verhuizing wist, anders was hij gewoon verdwenen.

Er worden echt afgrijselijke fouten gemaakt. Na maanden, maanden van bellen, van afspraken maken die niet door kunnen gaan, dwangbevelen om op te draven, terwijl niemand uiteindelijk beschikbaar blijkt, na uren in wachtkamers, blijkt een oude tante, toevallig op bezoek in het verpleegtehuis waarvoor we hem op de wachtlijst hadden gezet, te horen dat hij een week later terecht kan.

Wij enthousiast natuurlijk. De oplossing was er. Maar van die tante kregen wij naderhand te horen hoe onbarmhartig we waren. Ze had van het ziekenhuis gehoord hoe negatief we dachten over onze jeugd en dat daaruit onze weerbarstigheid en liefdeloosheid wel zou voortkomen. Zo'n telefoongesprek, van een tante wordt dus wél in het geheugen van het ziekenhuis opgeslagen en doorgegeven.

Wij zijn slechte dochters. Dat je ver weg woont, drukke levens hebt, is geen argument. Een van de verpleegkundigen zei: 'Het is toch zo'n schat van een man.' Met andere woorden: wat bent u krengen. Ik heb geantwoord: wilt u me alstublieft uw waarde-oordelen besparen. Uw taak is het een sociaal-medisch moeilijke situatie te beoordelen. Meer niet.

'Ga vooral niet zelf naar een verpleegtehuis bellen', zei het ziekenhuis, 'want dat werkt alleen maar tegen je. Vraag hooguit informatie op.' Aan dat advies hielden we ons, maar achteraf zeg je natuurlijk: hadden we maar gewoon gebeld. Die plek in het verpleegtehuis waar hij naartoe wilde, kwam ten slotte vrij, het was alleen volkomen toeval dat we het hoorden.

Het gemak waarmee mensen denken een ander na een paar weken te kennen, dat is schokkend. Vader at iets, hij wandelde zelfs een stukje. Maar alleen omdat hij aan de hand werd genomen. En dan concluderen ze: met behulp van de thuiszorg kan hij heel goed weer naar huis. We zeiden: dan heeft u hem binnen drie weken in een veel beroerdere situatie weer hier. Bij navraag bleek bovendien dat van thuiszorg geen sprake kon zijn, die zat helemaal vol.

Er wordt gewerkt op je schuldgevoel, gespeculeerd op je verantwoordelijkheid als kind. Maar naar de verantwoordelijkheid die je vader gehad zou moeten hebben, wordt niet gevraagd. Jij bent vals en hard, de slechte dochter die een vader dumpt. Het probleem dat ziekenhuizen hebben, is duidelijk. Er is overal krapte, aan budget, aan personeel, aan deskundigheid. Maar als je niet eens geheel als buitenstaander, bijna een jaar lang met de praktijk in aanraking komt, val je echt van de ene in de andere verbazing. Het is een doolhof van verantwoordelijkheden, de regels tellen meer dan de mensen.

Echt bij toeval is het voor onze vader voorlopig goed afgelopen. Hij is terechtgekomen waar hij wilde. Maar stel je voor dat dat ene plekje in het verpleeghuis er niet was geweest en hij toch in de taxi was gezet.

Dat gebeurt natuurlijk. Wijzelf werken in het onderwijs en de gezondheidszorg, dus je bent gewend je mond open te doen. Maar zelfs wij hadden elkaar nodig om weerstand te bieden aan wat iedereen letterlijk na een momentopname over pa dacht te kunnen beweren.

Je komt zo snel onder de indruk van de situatie in een ziekenhuis. De geur, de bedden die versleept worden. Er heerst iets dat bij voorbaat appelleert aan je wroeging, en voor je het weet, voel je je tekortschieten. Al is er geen enkele reden toe. Maar op een goedbedoelde manier kan bij ziekte vreselijk van je onmacht en onnozelheid gebruik worden gemaakt.'

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden